Het probleem van de hoffelijke Vlaming

De Vlaamse rand verfranst terwijl je erop kijkt

Mijn oude Volvo heeft het begeven, het werd dus uitkijken naar iets anders, en dan ga je natuurlijk eerst in eigen gemeente te rade. Overijse is goed voorzien; bijna elk automerk heeft er zijn verdeler. In een aantal zaken werd ik geconfronteerd met een Franstalige verkoper die ook een paar woorden Nederlands kan. Niet zo aangenaam bij een gewichtige aankoop. Ik was er dan ook snel buiten. Eentje, die ik niet onvernoemd wil laten, Opelverdeler Piret aan de Terhulpense steenweg, deed helemaal geen moeite en had geen enkele verkoper die me in het Nederlands te woord kon staan, zelfs geen poging tot. Toen ik aandrong, vroeg men me of ik misschien een tolk wenste, alsof ik Hottentots sprak. In Overijse dus. Te mijden deze zaak.

Bier en broodjes

Piret Car Center, een autozaak in Overijse met uitsluitend ééntalig francofone verkopers: te mijden

Overijse is een Nederlandstalige randgemeente die er wel op toeziet dat de officiële communicatie in het Nederlands gebeurt. En de opschriften in horeca en handel vallen ook nog mee. Het dorps- en verenigingsleven is ook nog grotendeels Vlaams. Het probleem zit hem in de omgangstaal. Herbergiers willen bier verkopen en bakkers broodjes, en dan willen ze zelfs Chinees spreken. Ja, dat heet commerciële feeling, maar de Hollanders, die ons nog met vele lengten kloppen inzake handelsgeest, doen daar helemaal niét aan mee. Ga je in Maastricht een pint bestellen, waar behoorlijk wat Franstalige toeristen komen, dan doe je dat toch best in het Nederlands.

De verfransing -of moet ik zeggen ontnederlandsing- van de Vlaamse rand, speciaal de druivenstreek, heeft te maken met drie factoren: a) de internationalisering van de regio en de vele EU-expats b) de graagte waarmee Brusselaars zich in deze groene regio vestigen c) de gewilligheid van de Vlamingen om zich aan te passen en de facto zelf de verfransing in de hand te werken.

Het heeft dus met wat anders te maken dan handelsgeest. Sommigen spreken eufemistisch over hoffelijkheid, maar eigenlijk is het underdoggedrag. De strategie van de zwakste om zich toch maar sociaal aanvaardbaar te maken. In een andere context, de relatie tussen moslims en niet-moslims, spreekt men over dhimmitude.

Sommigen spreken eufemistisch over hoffelijkheid, maar eigenlijk is het underdoggedrag.

Het is dus een Vlaams probleem. Kom ik aan de overzijde van de taalgrens, in Waver, vijf kilometer verder, dan lijkt het alsof ik in Frankrijk ben aangekomen: hoogst uitzonderlijk dat men een antwoord in het Nederlands terug krijgt, en dat is dan nog meestal van een Vlaming die er werkt. Doorgaans bekijken ze je alsof je van de planeet Mars komt. Ik vind dat niet eens erg: zij zijn er thuis, ik op bezoek. Andermaal: de Vlaming past zich overal aan en krijgt complimentjes voor zijn talenkennis.

Maar ondertussen komt hij zelfs in eigen huis niet meer aan de bak. De vraag stelt zich: wie is de slimste, degene die zijn taal opdringt of degene die zich aanpast? In de biologie is aanpassing essentieel als het over natuurlijke factoren gaat, maar sociologisch is het andersom: wie zich conformeert levert zijn/haar identiteit in, of wordt gewoonweg verdrongen. Een brede ‘olievlek’ rond Brussel -de Denderstreek, de Noordrand tot Mechelen, heel de Oostrand en de smalle Zuidrand waar de francofonen nog steeds een ‘corridor’ hopen te vestigen- krijgt met die verdringing te maken.

Spuitbus versus olievlek

Overijse, geprangd tussen Brussel en Wallonië (Waver): de oude droom van een ‘corridor’ blijft

De porositeit van de taalgrens oefent als sinds het vastleggen van die grens in 1961 een druk naar het Noorden uit. In dat jaar werd het Vlaamse Terhulpen overgeheveld naar Wallonië om La Hulpe te worden, ‘omdat er toch veel Franstaligen wonen’. Dat verhaal van die hoffelijkheid is dus niet zo onschuldig als het lijkt, en die kaart van de Vlaamse rand komt ooit nog wel terug op de onderhandelingstafel.

Het opschrift ‘Overijse, waar Vlamingen thuis zijn’ is pure folklore. De realiteit is dat in de warenhuizen Colruyt, Delhaize en Aldi steeds meer Frans wordt gesproken. Dat is natuurlijk niet verboden, maar op een zeker moment spreekt die kassierster je uit gewoonte ook in die taal aan. Bonjour monsieur. Francofonen praten hun taal onder elkaar ook opvallend luid en groepsgewijs, om aan te geven dat dit het nieuwe normaal is. Intimidatie, het werkt.

Alleen al daarom zou die taalgrens beter een landsgrens worden.

Even bellen dan naar de postmeester van Overijse. Ja, de officiële richtlijnen van hogerhand zijn ‘Nederlands in Vlaamse gemeenten’ aan het loket, behalve ‘als de persoon kan aantonen dat hij of zij in het Franstalig landgedeelte woonachtig is’, laat de communicatieverantwoordelijke van Bpost me weten. Daar beginnen we niet aan, zegt de postmeester me aan de telefoon: de loketbedienden spreken gewoon de taal van Molière, of iets dat erop trekt, tegen iedereen die dat wil. Idem voor Engels natuurlijk. En op die manier krijg je als Vlaming de indruk van stilaan in een ander land aangekomen te zijn. Ondanks alle warme begroetingen van overheidswege als men Vlaanderen binnen rijdt. Er is zelfs een minister van de Vlaamse rand; mij een raadsel wat die man doet, behalve de compleet nutteloze ‘Randkrant’ uitgeven.

Flor Grammens (1899-1985), de man die zijn volk leerde schilderen

Alleen al daarom zou die taalgrens beter een landsgrens worden. Ondertussen ligt de oplossing in een mentaliteitsverandering bij de middenstand, een actieve sensibilisering ‘Spreek Nederlands in uw gemeente’, maar ook bij meer radicale vormen van activisme die de verfransing, zeker in de commerciële sfeer, moeten ontmoedigen. Toen een winkel van bedden en matrassen in het centrum van Overijse de opening van een vestiging aankondigde met ‘Ouverture bientôt’, haalden onbekenden, vermoedelijk van het Taal Aktie Komitee, de spuitbus boven. Het probleem was snel opgelost, geen Franstalige opschriften meer, het bedrijf doet nu zijn aankondigingen in het… Engels.

Gewoon wat duidelijke signalen geven kan veel oplossen. De spuitbus, het werkt. Laten we maar wat minder hoffelijk zijn en op onze strepen staan. Flor Grammens, vader van Mark, wist al in de jaren ’30 goed met de kwast om te gaan en dat was nochtans een beminnelijk man.

Wat Piret en consoorten betreft, handelaars die niet eens de moeite doen om Nederlandstalig onthaal te voorzien, geldt het devies: boycot. Stel een zwarte lijst op van te mijden handelszaken en laat die rondgaan. Geef daar voldoende ruchtbaarheid aan, laat de gerant in kwestie ook duidelijk weten dat hij die eervolle vermelding heeft gekregen en dat dit vatbaar is voor verandering als de toestand gunstig evolueert. Succes verzekerd. Chantage? Absoluut. Et alors?

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Vlaams

‘Politiek incorrect’ is uit!


Het lang verwachte boek van Johan Sanctorum, ‘politiek incorrect’ (Uitgeverij Doorbraak) rolde eindelijk van de persen.

De auteur rekent er af met de politiek correcte taboes en gaat op zoek naar wat rommelt in de Vlaamse onderbuik. Met het nodige verbaal vuurwerk en een saus van sarcastische humor.

Over geboren dwarsliggers, het Aalsters carnaval, de islam en de multiculturele illusie, de censuur in de mainstream media, racisme en seksisme als dooddoeners, en uiteraard de lockdown, de mondmaskers en het virologendictaat.

Volgende week ligt het in de boekhandel, weliswaar onder de toonbank, van waar een nerveus hijgende verkoper het u met klamme handen zal toeschuiven. Wie deze onhygiënische momenten wil vermijden, kan het boek online bestellen en krijgt het gesigneerd toegestuurd.

Info en bestellen: klik hier.

Veel leesplezier!

Geplaatst in Geen categorie

De Vlaamse cultuursector: al zes maanden dicht, en nog geen seconde gemist

Victoria Deluxe, Gent

Helaas: de bubbel richt zich nog altijd tot de 0,01% linkse bobo’s

Corona heeft ons leven dooreen gegooid, zoveel is zeker. In de negatieve zin (de maskers, de bubbels, de beperking van de bewegingsvrijheid, het virologendictaat) maar hier en daar ook in een positieve, louterende zin. Er zijn opportuniteiten, schreef ik al op 11 maart toen de pandemie om zich heen greep.

Zoals daar zijn: het thuiswerken is eindelijk doorgebroken; we gaan veel intenser met onze naasten om omdat we keuzes moeten maken; het idee van de lokale economie wint veld tegen de globalistische pletwals Made in China; er wordt meer dan ooit gelopen en gefietst; en niet te vergeten: de verplichting om minstens één keer per jaar in een vliegtuig te gaan zitten richting het Zuiden of in een file vast te zitten op weg naar een skivakantie, valt helemaal weg.

Daar is de toeristische industrie het natuurlijk niet mee eens: er moet en zal gereisd worden, omdat een hoop mensen er hun brood mee verdienen. Dus zitten die vliegtuigen toch weer tjokvol en protesteren de virologen niet eens, misschien omdat ze in de zomer ook exotische oorden opzoeken.

Groteske circussen

Voetbal is een geldmachine, dus zal er gespeeld worden, desnoods voor een leeg stadion.

Achter deze economische wetmatigheid loert niettemin de meer existentiële, filosofische vraag: moeten die city trips nu echt? Moet een mens zo nodig heel de wereld afschuimen op zoek naar exotische kicks? Hangt ons geluk daarvan af? Temeer omdat topbestemmingen als Barcelona zelf aangeven dat het wat minder mag in het belang van de lokale leefbaarheid.

Corona doet ons dus nadenken over wat er nu eigenlijk echt toe doet. De geluksvraag zowaar. Nog zo’n sector: de sport, en dan bedoel ik natuurlijk de professionele sportindustrie. De nationale voetbalcompetitie is herbegonnen, met lege stadions. Echte sportfans kunnen een en ander op TV bekijken, maar om die fans is het niet te doen: de grote voetbalclubs gaan failliet zonder wedstrijden -met de reclame-inkomsten en TV-rechten daaraan verbonden-, en vedetten als Eden Hazard dreigden te moeten inleveren op hun jaarwedde van 31 miljoen euro, de sukkelaars. Dus moet en zal er tegen een bal gestampt worden, met hetzelfde argument als het toerisme: het scheelt een hoop mensen aan de dop.

Sectoren en activiteiten die vooral hun eigen overleven tot doel hebben, smeken het luidst om een herstart

We kunnen het rijtje verder afgaan. De ronde van Frankrijk gaat door -zonder te weten of ze zelfs Parijs haalt-, voor een deel omdat wielerfans ernaar uitkijken, maar vooral omdat Michel Wuyts en Karl Vannieuwkerke op de VRT ongemakkelijk met hun vingers zaten te draaien. En omdat de geldmachine achter dit jaarlijks gebeuren, Amaury Sports Organisation (ASO, omzet 160 miljoen euro) voor zijn overleven die Tour moét organiseren, idem dito voor de ploegen en hun sponsors.

Sectoren en activiteiten die vooral hun eigen overleven tot doel hebben, smeken het luidst om een herstart, business as usual. Maar tegelijk roept het vragen op rond zin en onzin van dit soort groteske circussen.

Democratie volgens Willaert en C°

Dominique Willaert in volle actie tijdens een lezing van Theo Francken (2017)

Dat brengt ons naar het eigenlijke onderwerp van deze column: cultuur. Nu Vlaams minister-president Jan Jambon, zo tussendoor ook nog cultuurminister, aangeschoten wild is, willen we ons ook graag bezinnen over het nu van deze sector.

Op 20 augustus j.l. beviel Dominique Willaert, artistiek leider van de sociaal-artistieke werkplaats Victoria Deluxe in Gent, van een pathetisch opiniestuk in De Standaard, waarin opgeroepen werd om het belang van cultuur in de samenleving te onderkennen. Ik kan me daar helemaal in vinden. De vraag is alleen welk soort ‘cultuur’ Willaert bedoelt. Hij is de man die in 2017 het nieuws haalde door met veel bombarie een lezing van Theo Francken, toenmalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie, te verstoren. Die ging door aan de Gentse universiteit en was georganiseerd door het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond. Volgens de artistiek leider van het (door de Vlaamse overheid zwaar gesubsidieerde) theatercollectief Victoria Deluxe had Francken daar geen recht van spreken. Een speciale invulling van democratie.

De revolutie stopt bij deze linkse activist als de subsidie-aanvragen moeten ingediend worden.

Willaert is dan ook van een andere gezindte en ziet kunst als opstap naar de klasseloze maatschappij.  ‘Hoop rijst op wanneer we de kracht en de moed ontwikkelen om voor (radicaal) andere verhoudingen te gaan’ orakelde hij in het cultuurmagazine Recto-Verso. Goed idee, Dominique: begin misschien eens met het overheidsinfuus waaraan je hangt, in vraag te stellen, want dat rijmt toch niet op revolutionair denken. Helaas: de revolutie stopt bij deze linkse activist als de subsidie-aanvragen moeten ingediend worden.

Van dit cultureel warhoofd komt ook de onvergetelijke gedachte, gelanceerd in een Knack-interview van 2013, dat bepaalde Gentse wijken overdag zo warm en gezellig kleuren, omdat de kille, hardwerkende Vlamingen gaan werken zijn en niet bijdragen tot de leefbaarheid van de stad, in tegenstelling tot de van uitkeringen levende migrantengezinnen die de ganse dag vrolijk koutend de straat opgaan. Dat zal wel. Verbaas u over de hilarische paradox in dit soort uitspraken, en waarom ik vind dat hier een groot stand-up comedian aan ons is verloren gegaan.

Dominique Willaert is tenslotte, waarom verbaast het ons niet, een gezworen compagnon van Dyab Abou Jahjah en diens Movement X, nog een zelfverklaarde ‘burgerbeweging’ die het bijna uitsluitend moet hebben van verbale bluf, het organiseren van zitstakingen met twee man en een paardenkop in de hoop dat er een camera in de buurt is.

‘Psychosociale gezondheid’

De KVS Brussel: sinds jaar en dag meer een uithangbord voor de multicultuur dan een echt kunstencentrum

Ik besteed enige aandacht aan deze kleurrijke verschijning, omdat hij een van de boegbeelden en woordvoerders is van de Vlaamse cultuursector, in zijn gedaante van links-activistisch vehikel. Met politiek engagement is niets mis, maar het probleem van deze sector is dat ze waarden als ‘verbeelding’ en ‘empathisch vermogen’ versmalt tot clichés binnen een cultuurmarxistische zelfbevestiging, ook wel pensée unique genoemd. Onder andere via de organisatie Hart Boven Hard wordt cultuur gezien als het middel om de Vlamingen het juiste bewustzijn bij te brengen, lees: weg van het Vlaams nationalisme en zijn verdorven historische ballast. Cultuur in Vlaanderen is van de weeromstuit links-belerend, Belgicistisch en eigenlijk ook gewoon navelstarend-elitair.

Het gaat met andere woorden om een bubbel van mensen die zichzelf belangrijk vinden, voor het vervullen van hun grootse missie veel overheidsgeld vragen, om tenslotte de doorsnee-Vlaming te kunnen berispen en politici van een andere gezindte zelfs het spreken te beletten. Allemaal in naam van de democratie, de verbeelding, de vrije expressie en de ‘de psychosociale gezondheid van de bevolking’ zoals het in dat DS-stukje staat. Dat – en nu richt ik me rechtstreeks tot Willaert en heel het grote Vlaamse Cultuurgebeuren- Dominique, is de reden waarom het de doorsnee Vlaming geen fluit kan schelen of dat veredeld schooltoneel van je nu kan doorgaan of niet.

Het zal 99,99 % van de Vlamingen worst wezen of er in een theaterzaal nu één of twee stoelen tussen elke bubbel moeten

Het morele suprematisme en de decennia lange monopolisering van het culturele veld door links heeft een algemene onverschilligheid opgeleverd bij het publiek. Fundamenteler nog dan de profsport zouden Willaert en C° zich de vraag moeten stellen of hun elitaire bezigheidstherapie nog een bestaansreden heeft. Wij hebben gewoon geen cultuur die zich aan de kant van het volk schaart en bijvoorbeeld gaat voor wat steeds meer Vlamingen willen: een eigen staat. Wel de Palestijnen en elk volk op deze planeet hebben dat recht volgens Willaert en C°, maar niet de Vlamingen.

Conclusie: het geblaat van de sector om versoepeling, in naam van de ‘psychosociale gezondheid van de bevolking’, klinkt als het gepiep van een muis in een kattenasiel. Het spijt me echt, iedereen die me kent weet wat voor een cultuurfreak en muziekfanaat ik ben. Maar het zal 99,99 % van de Vlamingen worst wezen of er in een theaterzaal nu één of twee stoelen tussen elke bubbel moeten: de sector heeft zichzelf irrelevant gemaakt, behalve voor de werknemers en hun achterban. Met dank aan corona. Zoals ik zei: elk nadeel heb zijn voordeel. Tussen alle ongemakken van deze pandemie door verschijnen af en toe ook ongemakkelijke waarheden.

 

 

Geplaatst in Kunst en anti-kunst

‘We hebben dringend behoefte aan méér politieke incorrectheid.’

Overijse, herberg Het Klein Verzet, 26 augustus 2020

Fabienne Torfs voelt Johan Sanctorum aan de tand over zijn nieuw boek

In een oervlaams café in het hartje van de druivenstreek ontmoet ik Johan Sanctorum, de schrijver en columnist die als geen ander weet wat de consequenties zijn om als rebel en non-conformist de vinger te leggen op ongemakkelijke waarheden die ingaan tegen heersende politieke en maatschappelijke gevoeligheden. 

Politiek incorrect’ is de titel van zijn nieuwe boek, met als ondertitel: ‘Waarom (zelf)censuur slecht is voor uw gezondheid’.  Over de vrijheid van denken en schrijven, politiek correcte taboes, de macht van de mainstream media en het verzet daartegen. 

We konden de drukproef inkijken en ontdekten een vinnig geschreven manifest, met de polemische vaart en de sarcastische humor die we van de auteur gewoon zijn. Sanctorum lijkt nog radicaler geworden dan in ‘De langste mars’ en ‘Na het journaal volgt het nieuws’, waarmee dit boek een drieluik vormt. 

Berichten uit de onderbuik

‘De humor is in vrije val’

– Laat ons beginnen met de vraag van zes miljoen: bestaat er een vrije meningsuiting in Vlaanderen?

– Kort en goed: neen. Ik begin het boek waar het vorige eindigde: bij de perverse rol die de media spelen in het controleren van de mainstream en het onderdrukken van kritische tegenstemmen. We leven zogezegd in een democratie, er is een grondwettelijke vrijheid van drukpers, maar in de praktijk beheerst het journalistieke establishment het discours, het bepaalt wie zijn stem mag laten horen en het legt zichzelf een politiek correcte censuur op die ronduit benauwelijk is. Met onze openbare omroep vooraan. Vandaag zijn ook de sociale media aan de beurt. Ook daar wordt het net langzaam dicht gehaald.

– Ik vermoed dat je dan doelt op Facebook en het Zwartepietenverbod.

– Ja, het is schrikwekkend, die pensée unique die bijna viraal-besmettelijk de ronde doet en de bandbreedte van het vrije spreken en schrijven stelselmatig versmalt. Racisme en seksisme zijn de twee grote dooddoeners. Overal bemerk ik schrik om dingen te benoemen en vooral ook de vrees om personen of groepen te beledigen, eens te durven lachen. De humor is in vrije val.

– Je vertoog spitst zich toe op de Vlaamse situatie en maakt eigenlijk een grote boog vanaf de Val van Antwerpen in 1585 tot de lockdown in 2020: vanaf de Spaanse dwingelandij tot de Belgische onderhorigheid. Zijn wij een volk van knechten?

– Ja, die continuïteit tekent ons, van die vaststelling vertrek ik. Dat gebrek aan fierheid en collectief zelfbewustzijn, het fameuze underdogcomplex dat gestalte krijgt in de figuur van Lamme Goedzak, het altijd maar weer treuzelen, de koudwatervrees om het lot resoluut in eigen handen te nemen… het is onder onze huid gekropen. We leven eigenlijk mentaal onder een bezetter, daarom vind ik de Uilenspiegellegende zo essentieel. Het is een legende van de rebellie die door onze katholieke voorgeschiedenis wordt weggemoffeld, terwijl nu net die geuzenmentaliteit, dat radicaal-tegendraadse met de nodige stoute humor, een springplank kan zijn naar echte ontvoogding.

‘Dikwijls is het zinvoller om zich naar de uitgang te begeven, maar dat vergt enige moed’

– Wat me dit keer opviel is de sterke structuur: drie delen van telkens drie hoofdstukken, altijd ingeleid door een soort toogspreuk, een oprisping uit de Vlaamse onderbuik. Kunnen we hier spreken van überpopulisme?

– Uberpopulisme of onderbuikdenken, zoals je verkiest. Ja, ik kruid mijn analyses met tooggezegden en volkswijsheden, dat wat bij de gewone Vlaming leeft en vandaag hooguit nog op Twitter aan bod komt, die door de weldenkende pers als een soort vuilbak wordt beschouwd. Mensen voelen zich gemuilkorfd, nu ook letterlijk, met dat verplichte mondmasker.

– Maar in Aalst, daar komt het verzet toch op straat. In het eerste deel, opgevat als een soort ronde van Vlaanderen, wordt de Ajuinenstad geprezen als dé plek waar politieke incorrectheid de norm is. De échte vrije meningsuiting bestaat dus nog wel.

– Ja, maar die plekken zijn uitzonderlijk, het is een wonder dat ze nog bestaan. En of er een editie 2021 komt is nog maar de vraag. Daarom is het Aalsters carnaval een cruciale halte in mijn boek. Een grensoverschrijdend satirisch straattheater waar de ganse stad een jaar lang naar toe leeft. Sterk anti-establishment en geworteld in het Dendermoeras dat de politieke elite zowaar ademnood bezorgt. Taboes en fatsoensregels sneuvelen bij bosjes in die driedaagse, niets is heilig. Voor mij zou het een heel jaar carnaval moge zijn.

– Met het risico van verbannen te worden door de UNESCO en de rest van de goegemeente… De uitsluiting moet je er dan bijnemen.

– Ze gooiden zelf de deur dicht, dat is toch fantastisch! Veel belangrijker nog dan de praalwagen van de Vismoolj’n en de Joodse karikaturen op zich, vind ik de hardnekkigheid waarmee de carnavalisten voor hun vrijheid opkwamen en niet wilden inbinden. Met als hoogtepunt het grote foertgebaar en het werelderfgoed laten voor wat het is.

– Die exitgedachte lijkt je te fascineren. Je legt ook een verband met de Brexit en andere afscheidingsbewegingen. Is die uittreding een middel om zijn eigen identiteit te herontdekken? 

– Het is de crux van de politieke incorrectheid: het gewoon aftrappen en gaan voor een eigen verhaal. België, de EU, de VN, het zijn allemaal bureaucratische macrostructuren die vooral hun eigen voortbestaan tot doel hebben en de leugen objectiveren. Zij bepalen wat correct is, de morele norm, zelfs de taal, de iconen en het woordgebruik. We moeten onze aanwezigheid in dit soort instituten durven in vraag stellen. Dikwijls is het zinvoller om zich naar de uitgang te begeven, maar dat vergt enige moed. Meestal blijven we zitten, tegen heug en meug omdat het makkelijker is. Of om gewoon bij de hoop te blijven.

Oerwoudkreten

‘een groepsdictatuur met bijna Maoïstische allures’

– Dat carnaval is nog maar een aanloop tot het tweede deel, de ‘Geuzenverhalen’, waarin onder meer de islam, de multiculturele ideologie, de heksenjacht op zogenaamde racisten, en het MeToo-feminisme ervan langs krijgen.

Je opent met de fameuze Lukaku-column van september vorig jaar die een heuse Twitterstorm en enige mediaheisa veroorzaakte. Waarna Doorbraak het stuk offline haalde. Is dat allemaal uitgepraat of wringt het na een jaar toch nog wat?

– Neen, we hebben dat uitgeklaard. Sindsdien leest de redactie alles met een vergrootglas en worden teksten regelmatig euh… aangepast. Een kritisch-satirische column over Vincent Kompany werd onlangs zelfs helemaal afgevoerd. Lag te gevoelig waarschijnlijk.

– Toch neem je het woord ‘censuur’ niet in de mond.

– Dat het een hete maand augustus is geweest. Een blad publiceert wat het wil hé, en alles is in zijn originele versie op mijn blog te lezen. Maar het incident illustreert wel de kwetsbaarheid van de zogenaamde alternatieve pers, en de zuigkracht van de mainstream. Mensen als Joël De Ceulaer hebben daar een perfide rol in gespeeld. ‘Racisme’ blijft dé dooddoener in allerlei afrekeningsagenda’s en uitsluitingsstrategieën. Je bent een racist, dus zwijg en laat je heropvoeden. Links probeert al decennia zijn democratische minderheid in Vlaanderen te compenseren met moreel suprematisme. Ze zijn met minder maar plaatsen zich aan de juiste kant van de geschiedenis.

‘De obsessie voor racisme maakt de vrijheid van denken en spreken kapot’

– De kwaal van het cultuurmarxisme…

– Inderdaad, maar vandaag is daar de BlackLivesMatter-beweging bijgekomen en het hysterisch gedrag van de zogenaamde wokes, een groepsdictatuur met bijna Maoïstische allures. Het uitsluiten van andersdenkenden, de ban van schrijver Jef Geeraerts uit de Vlaamse canon, het Pietenverbod van de EU en Facebook… dat zijn regelrechte uitingen van ‘racismomanie’ die onze democratie uithollen tot een censuurmaatschappij. De obsessie voor racisme maakt de vrijheid van denken en spreken kapot. Eerst was dat een bewuste strategie van links, nu is het een viraal verschijnsel geworden, een pandemie op zich waar zelfs de commerciële wereld en de merken in meegaan. Die lopen nu eenmaal elke hype achterna.

Racismomanie, een interessant woord dat ingang lijkt te vinden, een typisch Sanctorum-bedenksel. Maar is het niet net de heksenjacht op zogenaamde racisten die juist de politieke incorrectheid oproept, als een teken van verzet?

– Het carnavalfenomeen, inderdaad. De negermoppen en de oerwoudkreten op het voetbalveld zullen des te meer floreren, naarmate ze verboden worden. Humor als opgeheven middenvinger tegen de censuurmaatschappij. Dat is een Freudiaanse wetmatigheid. De waarheid zoekt toch haar weg.

– De waarheid… wat is de waarheid voor de media? Als Brusselse ‘jongeren’ onze kust onveilig maken, duurt het dagenlang voor we te weten komen,- en dan nog via andere bronnen,- dat het om allochtone bendes gaat. En als je dat luidop zegt ben je een racist. Opvallend in dat opzicht is ook dat de twee zelfverklaarde Vlaamse kwaliteitskranten, De Standaard en De Morgen, de open brief over de cancel culture doodzwegen.

– Ja, dat soort doofpotjournalistiek typeert de Vlaamse mainstreampers. Onze open brief werd ondertekend door tal van bekende Vlaamse academici, het was een belangrijk statement, maar bij De Standaard en De Morgen hadden ze beslist dat de linkse afrekeningscultuur niet bestaat. Dat is cultuurmarxisme pur sang: staalhard ontkennen en het publiek beliegen voor de goede zaak. Gelukkig is er een belangrijke grondstroom die dat doorheeft en zich van de leugenpers heeft afgekeerd.

De vlam in de pan

‘Vlaamse bestuurders die ik nog niet de Chiroleiding van Leopoldsburg zou durven toevertrouwen’

– Over naar het laatste deel, waarin de Belgische coronapolitiek en de lockdown grondig worden gefileerd. Je beschouwt het als een onbenut momentum, een gemiste kans.

–  In de coronacrisis heeft de Belgische constructie zich in al haar onefficiënte, absurde lelijkheid getoond. De leugens rond de mondmaskers, de miskopen, Wilmès en haar Nederfrans gebrabbel, de blunders van Maggie, het virologendictaat, de verkaveling van de samenleving in zogenaamde bubbels, en vooral de bewuste verwaarlozing van de regionaal bestuurde rusthuizen ten voordele van de federaal beheerde ziekenhuizen,… het heeft vele Vlamingen het gevoel gegeven dat ze in het verkeerde land leven. Dan kan je twee dingen doen: in het verzet gaan of collaboreren.

– Tijl Uilenspiegel of Lamme Goedzak, daar heb je ze weer.

– Helaas werd het de tweede optie en heeft de Vlaamse politieke klasse de kans laten ontglippen om in het voorjaar van 2020 geschiedenis te schrijven. Ze heeft zich helemaal laten meesleuren door het federaal-Belgische crisismanagement en liep de feiten achterna, in plaats van onmiddellijk, eind februari al, een eigen, sterk coronabeleid uit te stippelen dat de lockdown kon voor zijn. In de plaats daarvan kregen we klungelaars als Wouter Beke die ik nog niet de Chiroleiding van Leopoldsburg zou durven toevertrouwen.

– De Belgische ziekte op Vlaams niveau bedoel je dan.

– Helemaal. Dat is het echte drama. We missen politici met hersenen én ballen, het zijn geboren treuzelaars, dat weten ze in Franstalig België heel goed. We kregen op Vlaams niveau zelfs dat contactopsporingsonderzoek niet geregeld, met als gevolg een soort opstand van de steden en gemeenten. Waarna Wilmès het met ingehouden triomfalisme terug kon overnemen. Moraal van het verhaal: België is misschien niet perfect maar Vlaanderen maakt het verschil niet.

‘Het is de politieke correctheid op Vlaams niveau die ons van de autonomie weghoudt en steeds weer naar het compromis drijft’

– Dan belanden we weer bij de Vlaamse underdogattitude, de cirkel is rond. Gebrek aan lef, gebrek aan ambitie.

– Zolang we op een of andere manier ons lot aan de Belgische constructie verbinden, zullen we falen. Dat eindeloze paringsritueel van PS en N-VA, plannen voor nog eens een staatshervorming, het versjacheren van bevoegdheden, het mistig geneuzel over confederalisme, ik word er zo moe van. Het is de politieke correctheid op Vlaams niveau die ons van de autonomie weghoudt en steeds weer naar het compromis drijft.

– Je wijst in je boek daarvoor ook de cultuursector met de vinger en haalt de titel van een werk van Joost Ballegeer aan, ‘De Vlamingen: een volk zonder bovenlaag’. Missen wij een Vlaamsgezinde culturele en academische elite, iets wat de Catalanen bijvoorbeeld wél hebben, waardoor het volk zich gesteund voelt?

– Ik reken dat inderdaad Lanoye en co zeer zwaar aan: het rabiate Belgicisme van het overgrote deel van de culturo’s én de academische wereld. De culturele sector zit wel te janken omdat ze zoals iedereen de coronacrisis voelen, ze willen altijd meer geld, maar aan iets als een Vlaams-republikeins bewustzijn dragen ze niets bij. Integendeel, ze hebben hun lot aan België verbonden, het ancien régime en de monarchie omdat ze elke Vlaams nationalist als een fascist beschouwen.

– Omgekeerd is het zo dat de doorsnee Vlaming niet bekommerd is om cultuur, hij voelt het als iets vreemds aan. We geven geld aan cultuur maar het lijkt te vallen in een bodemloze put. We krijgen er weinig voor terug, behalve nog meer gescheld op ons ‘fout’ DNA, zoals Tom Lanoye in Humo.

Ja, daarom pleit ik voor een Vlaamse tegencultuur, stout en zelfbewust, en ik geef ook voorbeelden van kunstenaars die niet meegaan in die links-Belgicistische bubbel. Maar vooral wil ik gewone mensen goesting doen krijgen in rebels ‘buiten de lijntjes kleuren’, volgens het motto van de verlichtingsfilosoof Immanuel Kant: ‘sapere aude’, durf te denken, gebruik uw verstand, laat u niet in slaap wiegen. Of nog actueler: laat u niet muilkorven. We hebben dringend behoefte aan méér politieke incorrectheid, wars van alle taboes en beperkingen. We zullen vanaf de grond, als ‘gewone’ Vlamingen, zelf die humuslaag moeten opbouwen waarop een republikeins project kan gedijen.

– Grond, stront en humus, vandaar dat varken op de cover

– Ik verloochen mijn West-Vlaamse aard niet, neen, en Uilenspiegel warmde zijn handen al aan een mestvaalt.

– … onder het motto: ‘waar rook is, is vuur’. En zo komt er dan toch een happy end aan jouw verhaal, Johan Sanctorum. Ik wist het, als nieuwsgierige vrouw ging ik al na tien bladzijden kijken hoe het eindigt. Het klein verzet van de Vlaming zal blijven smeulen tot de vlam in de pan slaat. Vive la république, laat ons daarop klinken!

Fabienne Torfs (°1965) is mediawatcher, critica en niet-partijgebonden voorvechtster van het Vlaams nationalisme. Als verpleegkundige observeert ze al jaar en dag de kwalen die samenhangen met politieke correctheid.

‘Politiek incorrect’, Doorbraak Uitgeverij, 214 blz

Meer info en bestellen klik hier.

Geplaatst in Burgerzin en onzin

Wordt België een corona-staat?

Van crisis naar het ‘nieuwe normaal’

Het is een boeiende ontwikkeling die op deze webstek eind mei al werd voorspeld: het federale crisisbeheer rond de covid-pandemie wil doorgroeien naar de status van standaardregime, waarbij het virus aanwezig blijft en we ons bestaan daarop moeten afstemmen. Op naar het nieuwe normaal dus.

Daartoe moet de expertengroep GEES verruimd worden met wat gammawetenschappers -sociologen, psychologen en communicatiespecialisten- die ook aandacht hebben voor de verteerbaarheid van de maatregelen. Zij moeten de ‘harde’ adviezen aanvullen met softere praat rond draagvlak, psychisch welzijn, Romeo en Julia, geliefden die elkaar missen wegens niet getrouwd, en wat daaraan kan gedaan worden. De journalisten op de laatste persconferentie van Wilmès barstten net niet in tranen uit.

 ‘We moeten een evenwicht vinden en met het virus leren leven’ aldus Sophie Wilmès, nog altijd premier van een minderheidsregering die regeert met slechts 38 van de 150 kamerzetels, en die uitdrukkelijk bedoeld was als een zeer tijdelijke noodregering. Maar naarmate de deadline nadert en ze opnieuw het vertrouwen moet vragen van het parlement, dient heel het coronagegeven geherdefinieerd: geen tijdelijke noodsituatie in afwachting van een efficiënt vaccin, maar een min of meer permanente modus vivendi waarin de normale spelregels rond de vrijheid die we gewoon zijn, worden gereduceerd, in het belang van de volksgezondheid.

De mondmaskersamenleving

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is bubbelregime.jpg

Nieuwe tijden, nieuwe zeden. De analogie met het leven onder een bezetting werd al gemaakt: de oorlogsmachine wordt vervangen door een autoriteit, een Kriegsverwaltung die het openbare leven min of meer normaliseert, zij het mits strikte beperkingen.

De oorlog tegen het virus maakt plaats voor de normaliteit van de bezette stad. Allerlei vrijheidberovende maatregelen (beperking van beweging, van omgang met anderen, duur van de winkeltijd, tot en met de bij ouderen toch wel zeer suggestieve avondklok) kunnen opgeheven en weer ingesteld worden, naargelang. De politie kan uw huis binnenvallen als men een samenscholing vermoedt. Regels veranderen voortdurend zonder dat onze mening wordt gevraagd. Het fameuze mondmasker filtert wat virussen uit naar het schijnt, maar het moet ons vooral doen wennen aan de situatie en doen begrijpen dat het nog lang kan duren.

De oorlog tegen het virus maakt plaats voor de ‘normaliteit’ van de bezette stad.

Anders gezegd: het mondmasker moet ons eraan herinneren dat de pre-coronatijd misschien nooit meer terugkomt. Het is een stuk uniform en symbool van onvrijheid geworden. Geen wonder dat velen het ding haten en het maar dragen om boetes te vermijden. Dat we het virus aan China te danken hebben, waar het mondmasker allang ingeburgerd is maar waar ook persoonlijke vrijheid niets voorstelt, is meer dan toeval. Los van complottheorieën die stellen dat het virus er zou gefabriceerd zijn met een bepaalde bedoeling, is China dé corona-staat bij uitstek: een centrale overheid die en petit comité snelle beslissingen neemt die anderhalf miljard mensen aangaan en die ook bliksemsnel worden uitgevoerd.

Zo krijg je het virus wel onder controle, maar omdat het nooit helemaal weg is blijft de repressie noodzakelijk en is Big Brother onze trouwste gezel. De burger moet tegen zichzelf beschermd worden, en wie kan dat beter waarborgen dan de centrale staat? We leven niet meer als gemeenschap, noch als individu, maar in bubbels, cellen die op elk moment van hogerhand weer kunnen worden gewijzigd of opgedoekt. Had je het een jaar geleden voorspeld, men ging je voor zot verklaard hebben.

Belgisch Maoïsme

Allerlei burgerrechtenbewegingen die in China aarzelend de kop opstaken, vooral via het internet, mogen sinds corona een andere bezigheid zoeken: het publieke welzijn vereist nu eenmaal een ijzeren discipline. Idem bij ons. Vrijheid is ondergeschikt aan gezondheid, privacy wordt een dada van een handvol wereldvreemde activisten.

Covid-19 is de triomf van de postmoderne centrale staat. Een regime-ideologie (bijvoorbeeld het communisme) is zelfs niet meer nodig, het zijn de virologen die een metapolitieke doctrine aanleveren waar de overheid altijd mee wegkomt. Het is gehoorzamen of naar adem snakken op intensieve: maak uw keuze. Terreur heeft een nieuw gezicht gekregen.

Onvermijdelijk komt hier de politieke gezindte van superviroloog Marc Van Ranst in beeld: iemand met uitgesproken Maoïstische sympathieën die zijn wetenschappelijk gezag, door de media nog versterkt, onberispelijk vertaalt in het repressief instrumentarium van een centrale staat, ook al is er nog enige aarzeling bij de politiek (liberalen!) om hier voluit te gaan.

Vrijheid is ondergeschikt aan gezondheid, privacy wordt een dada van een handvol wereldvreemde activisten.

Natuurlijk leven wij (nog) niet in een éénpartijstaat. Maar de sanitaire autoriteit rukt op en knabbelt aan de civil society. Elke dag moeten we naar het nieuws kijken, al was het maar om van de nieuwe regels kennis te nemen en de rookpluimen van de virologen te lezen, waarbij diezelfde Van Ranst uitdrukkelijk de rechtstaat opzij zet (‘Legitimiteit? Je m’en fous’).

‘Er is geen alternatief’

Wouter Beke deed de pro-België-lobby een fantastisch cadeau

Ondertussen bemerkt niemand dat Sophie Wilmès de Belgische federale staat naar voor schuift als de vorm waarin het crisisbeheer overgaat naar ‘risico-management’ zoals ze dat noemt. Nogal wat politieke koffiedikkijkers onderschatten de sluwheid van Wilmès en van haar achterban. Terwijl NVA en PS maar verder rondjes draaien, tekenen de liberalen achter de schermen rustig de bubbelmonarchie uit. Iets waarmee men met een beetje tactisch inzicht de 200ste verjaardag van België kan halen.

Heel de mondmaskersoap van de vreselijke Maggie is alweer vergeten. Het fiasco rond de contactopsporing leidde tot een soort opstand der steden en een anarchie van lokale initiatieven, die nu onder controle lijkt te zijn. De callcenters van het Vlaamse Agentschap Zorg hebben nooit gewerkt, de federale staat en Sciensano kunnen het terug overnemen.

Terwijl N-VA en PS maar verder rondjes draaien, tekenen de liberalen achter de schermen rustig de bubbelmonarchie uit.

Net omdat Vlaanderen nooit het verschil kon maken en dankzij de slachtpartij in de regionaal bestuurde woonzorgcentra, met veel dank ook aan onbekwame bestuurders als Wouter Beke, ontstaat een nieuwe consensus in de publieke opinie dat België toch een TINA-fenomeen (There Is No Alternative) wordt: niet ideaal maar we moeten het ermee doen. 6 op de 10 Belgen wil de gezondheidszorg herfederaliseren, zo bleek uit een peiling van 22 juni 2020, besteld door Het Laatste Nieuws, VTM, RTL en Le Soir. Zelfs een meerderheid van de kiezers van N-VA en Vlaams Belang zou daar voorstander van zijn.

Tienduizend doden later, voornamelijk in de rusthuizen gevallen, blijkt de strategie van Vastenkoningin Wilmès te werken: corona kan de naam worden voor een regime dat de crisis normaliseert en de institutionele impasse helemaal invriest. De Belgische mankementen, de taalproblematiek, het stuntelig Nederlands van de premier, het lijken allemaal maar marginale gegevens in iets wat op een Hongkongdemocratie aan de Noordzee gaat gelijken.

Zo wordt de omvorming van de exitstrategie tot bubbelregime een cruciaal element in de uitbouw van België 3.0. Gedaan met de processie van Echternach die zich van de ene naar de andere staatshervorming sleept, of het mistig gelul over confederalisme. Een (eveneens centraal geleid) economisch relanceplan moet de kas van de quasi-failliete staat beheren en zien dat tenminste de pensioenen nog uitbetaald worden, een iets makkelijker opdracht sinds de rusthuizen wat ontvolkten.

Er zijn dan in feite twee coronastaten op deze planeet: de Chinese Volksrepubliek en de Belgische monarchie. Wen er maar aan. Iemand nog zin in échte Vlaamse onafhankelijkheid?

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Geen categorie

Vincent Kompany doet het weer

Kompany…namelijk van zijn carrièreswitch wereldnieuws maken.

Met de onvergetelijke woorden ‘k’em moeite gat, k’em afgezien’ opende Vincent Kompany afgelopen weekend de persconferentie om mee te delen dat hij met onmiddellijke ingang hoofdtrainer wordt van Sporting Anderlecht. Dat was groot nieuws in het VRT-journaal en voor alle kranten. Na de heiligverklaring die gisteren in Doorbraak verscheen, past een verdere omlijsting van dit afscheid, en wie is beter geplaatst dan uw analist ter plaatse.

Aankondigingspolitiek

Kompany blessure

Vincent bracht veel tijd zittend en liggend op de grasmat door

Natuurlijk was Kompany een gezegend voetballer, weliswaar met glazen benen, zoals in zijn Duitse periode bij SV Hamburg spottend werd gezegd. Een back dient van beton te zijn, helaas gold dat niet voor deze reus op lemen voeten. Alleszins was hij het tegendeel van de typische zwarte krachtvoetballer die zonder veel techniek met de bal in de goal kan lopen: tactisch sterk, empathisch, goed van de tongriem gesneden. Zelfs de grootste nederlaag kan Vincent uitleggen als een bijna-overwinning, met een groot flair voor aankondigingspolitiek, ook nu weer met zijn kersverse zelfbenoeming tot hoofdtrainer van paarswit.


Zelfs de grootste nederlaag kan Vincent uitleggen als een bijna-overwinning


De pineut van het verhaal is Frank Vercauteren, die mag ‘beschikken’ zoals dat heet. Te wit, te Vlaams? Neen, dat mag ik niet luidop zeggen, maar toch heeft het iets van een ezelsstamp. Anderlecht is al jaren weggedeemsterd van topclub tot grijze middenmoter, een afgang waaraan ook Messiassen als Marc Coucke, Karel Van Eetvelt, Wouter Vandenhaute en Patrick Lefevere niets konden verhelpen. Vercauteren en Kompany konden finaal niet meer door één deur, misschien wel omdat Frankske meer voor de boemboem was dan de blabla. Komt daarbij dat Vincent aandeelhouder is van RSCA, en dus een stevige vinger in de bestuurspap heeft, snapt u.

Tous ensemble

vader_kompany

Vader Kompany, stamhoofd in Ganshoren

Vincent Kompany heeft nog meer potjes op het vuur. Behalve zijn voortdurend blessureleed en de daaraan verbonden martelaarsallures die in de pers breed werden uitgesmeerd, kennen we hem als een onvermoeibare Gutmensch met één grote ideologische missie: via de Rode Duivels België redden, en meteen ook het multicultureel cachet van dit land uitdragen. Daar was hij als Congolese Belg uiteraard goed geplaatst voor. Als nakomeling van een heus stamhoofd (waaraan hij zijn curieuze naam te danken heeft) ging dat ook met het nodige natuurlijk leiderschap gepaard. De dorpswijze dus met nevenfuncties van medicijnman en orakel, een rol die ook vader Pierre Kompany als burgemeester van de Brusselse gemeente Ganshoren met verve vervult.


Regelt de koning toch nog een informateursopdracht voor de ex-Anderlecht-back?


Maar in België is zo’n statuut van vaderlandslievend stamhoofd problematisch. Ondanks de (matige) successen van de Rode Duivels (Tous ensemble) valt dit land uit elkaar. België is uitgeleefd, zegt nu ongeveer iedereen, en daar kunnen noch Jupiler noch Kompany iets aan verhelpen. Of regelt de koning toch nog een informateursopdracht voor de ex-Anderlecht-back?

En dan de multiculturele eenheid, tja. Het idee van verbondenheid en de grote broederschap is mooi, maar zou Vincent zich ook uitgelaten hebben over de Afrikaanse jongerenbendes die tegenwoordig onze kust onveilig maken? De achtergrond van gewilde non-integratie bij van overheidswege beschermde subculturen? De impact ervan op de corona-epidemie? Het voortdurend jennen van de politie? Neen, natuurlijk niet, want dan komen we in onaangenaam politiek vaarwater terecht, en blijkt de multiculturele hymne vol valse noten te zitten.

Bonka cirkus

bondsgebouw

Bij de voetbalbond zijn ze zo te zien nog altijd niet helemaal bekomen van de facturen die Kompany’s communicatiebedrijfje stuurde.

Alles draait rond geld in het topvoetbal, en dat was/is Kompany op het lijf geschreven: een gladde zakenman en complexloze cumulard, die de Afrikaanse manier van zakendoen bijzonder goed in de vingers heeft, waarbij belangenvermenging nooit ver weg is. Het statuut van trainer-speler bij Anderlecht rook al wat naar een Kabila-achtig totaalconcept, maar we denken vooral ook aan zijn reclamebedrijf Bonka Circus dat de Belgische Voetbalbond 250.000 euro factureerde om de tv-reeks ‘Iedereen Duivel’ te maken, het afpersen van diezelfde Bond voor groteske spelerspremies tijdens het WK en het zogenaamde portretrecht, en zijn bedrijf van luxetaxi’s, met Manchester City en Manchester United als voornaamste klanten.


Laten we mild zijn voor de man met de glazen benen, maar maak er ook geen heilige van omwille van zijn huidskleur.


Voor Vincent vormen zaken, sport, politiek en de humanitaire saus erover één geheel. Laten we mild zijn voor de man met de glazen benen, maar maak er ook geen heilige van omwille van zijn huidskleur. Een trainer-speler die aandeelhouder is van een club, dat is als een geldschieter van een magazine die ook redactielid wordt: teveel petjes om goed te zijn.

Ach, natuurlijk is het maar voetbal. Maar het is ook komkommertijd, en opeens herinneren we ons dat die topvoetballers bijna geen sociale bijdragen betalen op hun loon – een gunsttarief dat al een paar keer ter discussie stond maar niettemin gehandhaafd blijft, ook in deze coronatijd-, en via Luxemburgse vennootschapjes verder aan belastingontwijking doen. Maar goed, gezien onze schuld aan Congo moeten we daar niet flauw over doen.

‘K’em moeite gat, k’em afgezien’: niemand meer dan Vincent Kompany verdient het om op de sokkel van de neergehaalde Leopold II gehesen te worden.

Politiek incorrect – Over wat niet gezegd of geschreven mag worden’: bestel nu het nieuwe boek van Johan Sanctorum. Info: klik hier.

Geplaatst in Geen categorie

Lezersforum: even een pauze

Beste lezers

Ik ga even het lezersforum desactiveren. Het wordt momenteel bijna gemonopoliseerd door een handvol anonieme reaguurders die onder mekaar eindeloze tooggesprekken voeren die niets met het artikel in kwestie te maken hebben. Ze dragen niets bij aan het debat en verliezen zich in persoonlijk gedram. Daarvoor dient deze blog niet. Aan alle complottisten, trollen en mensen zonder leven zou ik zeggen: begin zelf een blog, gemakkelijk, kost niets.

Sorry voor de  ‘normale’ lezers die reageren, waarvan ik er een aantal zeer op prijs stel. Even een pauze dus. Dank u.

Johan Sanctorum

Geplaatst in Geen categorie

‘Politiek incorrect’: het grote Pietenboek

cover_defHij lijkt een beetje op het monster van Loch Ness: periodiek komt Zwarte Piet tevoorschijn om aansluitend verbannen te worden. Het is bijna een ritueel, meer bepaald een zuiveringsritueel, dat bij een kritische waarnemer vragen oproept of het in se zelf niet racistischer is dan wat het wil bestrijden. De zwart beschilderde witte man evoceert een demon die moet verdwijnen uit het collectief bewustzijn. Weg met Piet, over de witte Sint die dolgraag poseert met kindjes op schoot, zegt niemand wat.

Deze ban bereikt nu ook de sociale media. Facebook en Instagram hebben meegedeeld dat afbeeldingen van Zwarte Piet niet meer toegestaan zijn. Het is geen late of vroege aprilgrap. De ban schijnt trouwens uitgesproken na druk van super-adverteerder Coca Cola. In afwachting dat de algoritmes uit de oven komen, zullen bureelslaven van FB ijverig rondspeuren of het pietenverbod goed opgevolgd wordt.

Verboden te lachen

De censuurmaatregel komt vanuit het Amerikaanse hoofdkwartier en geldt wereldwijd. Terwijl wij in onze oneindige naïviteit dachten dat de sociale media een alternatief waren voor de politiek correcte mainstream media, gaan ze dezelfde weg op, in een poging om wereldwijd een eenheidsdenken te propageren dat, vergis u niet, commercieel ook handiger is.

De wokes zijn met andere woorden doorgedrongen in de grote internetbedrijven. Na de seksuele preutsheid (ooit werd het kunstwerk ‘L’origine du monde’ van Gustave Courbet van mijn Facebook-pagina verwijderd) in het zog van MeToo, komt nu de racismomanie opzetten in het verlengde van BlackLivesMatter. Een beweging die al lang niets meer met politiegeweld en discriminatie te maken heeft, maar alles met een poging van links om zich tot gedachtepolitie op te werpen.

Dat is een oud verhaal van mei ’68 in een nieuw kleedje, waarbij humor verdachte stijlfiguur nummer één wordt. Lachen is onwelvoeglijk, je zou maar eens iemand kunnen uitlachen. Ook bijvoorbeeld Joodse karikaturen zijn verboden, geen carnavalfoto’s meer op Facebook.

Cartoonisten mogen sowieso wel inpakken. Eerst was er in 2005 de rel en de dreigementen rond de Mohammed cartoons, dan was er de razzia op Charlie, en vorig jaar besliste The New York Times om te stoppen met politieke spotprenten.

PietHumor is dé lakmoesproef van de vrije meningsuiting. Zwarte Piet is anderzijds een stuk Europese volkscultuur die vooral in Nederland door linksgroen wordt bekampt. De strategische achtergrond is evident: het wegspoelen van klassieke archetypes en figuren uit de volksverbeelding moet de weg vrij maken voor een modern-multicultureel eenheidsdenken waarbij ‘progressieve’ opiniemakers bepalen waar de grenzen van de vrijheid liggen.

De gelanceerde hardloper

De manier hoe blanke zogenaamde anti-racisten met de zwarte medemens omgaan, is in feite dubieus. In de voetbalwereld galmt de leuze ‘No racism!’, en is het gooien van bananen op het veld ten strengste verboden, maar alle clubs schuimen, zoals de slavenhandelaars van weleer, het Afrikaanse continent af op zoek naar goedkope zwarten die met de bal in de goal kunnen lopen.  Op een zeker ogenblik speelde KSK Beveren, met een bijna complete Ivoriaanse bezetting. Die jongens moesten geen ingewikkelde vraagstukken driehoeksmeting oplossen of Plato kunnen uitleggen: hun genetisch voordeel zit hem in de lange kuitspieren die ze als veedieven nodig hadden om soms honderd kilometer aan de haal te gaan met hun buit. Is dat erg? Helemaal niet, we kunnen er met onze papperige witte beentjes maar jaloers op zijn. Of hooguit brengen we het tot een slimme middenvelder à la Kevin De Bruyne die de juiste doorsteekpass geeft aan de gelanceerde hardloper.

penisMaar terug naar Zwarte Piet. Ook hij heeft een genetisch voordeel waardoor hij moeiteloos met zijn lenige lichaam die nauwe schacht in glijdt om lekkers achter te laten. De Sint kan enkel toekijken. In feite is Piet dus de baas, helemaal volgens de Hegeliaanse dialectiek van meester en knecht. De macht van Piet is onrustwekkend, en dat is de reden waarom de politiek correcte ban vooral in mannelijke hoofden speelt: pure jaloezie. Onvermijdelijk volgt hieruit de seksuele clou: de mythe van de superpotente neger en de vrouwelijke leuze ‘Once you go black, you never go back’. Dat is racisme op zijn best, grootte doet er wel degelijk toe en alle fysiologen kunnen u bevestigen dat Afrikaanse types ook in dat opzicht een genetische voorsprong hebben. Als we Piet willen behouden is het dus vooral om onze vrouwen een plezier te doen, speciaal voor Moederdag, zo werd aan de toog verteld toen Corona nog een biermerk was.

Dat alles vormt het onderwerp van mijn nieuw boek ‘Politiek incorrect’, te verschijnen in september. Over wat niet mag gedacht, gesproken of geschreven worden, en hoe wij als rebellen daarmee kunnen omgaan. Over het Uilenspiegelgehalte in Vlaanderen, de geuzenverhalen, de varkenskop op het altaar, de lockdown, mondmaskers, Lukaku, mijn moeilijke knipperlichtrelatie met Doorbraak-magazine… geen heet hangijzer wordt geschuwd.

Samen met ‘De Langste Mars (over Mei ’68) en ‘Na het journaal volgt het nieuws’ (over de Vlaamse media) vormt dit boek een drieluik dat in de huisbibliotheek van geen enkele vrijdenker mag ontbreken.

Nu reeds bestelbaar, meer info klik hier.

 

Geplaatst in Geen categorie | 102 reacties

Blankenberge op slot, de onschuldige dagjestoerist de pineut

Blankenberge

Collectieve sancties horen niet in een rechtsstaat

Dat corona een uitdaging is voor de rechtsstaat, is een understatement. Heel de lockdown dreef al op juridisch drijfzand, waarbij alle virologen werden opgetrommeld om hem te doen handhaven en de schrik erin te houden. Dan was er de mondmaskerplicht en nog wat later bizarre oekazen als de Antwerpse avondklok… op zich kan ik de logica van de maatregelen begrijpen, maar de politieke moed ontbreekt blijkbaar bij ons om problemen te benoemen en te lokaliseren.

Dat heet politieke correctheid. De covid-broeihaarden situeerden zich in de eerste fase van de heropflakkering bij de allochtone gemeenschappen en dat werd in de beginne weggemoffeld of zelfs ontkend door Sciensano én het Vlaamse Agentschap voor Zorg. Waardoor ze in Duffel met een mondmasker moeten fietsen omdat Borgerhout ‘rood’ kleurt, waar ze in lange rijen aan de moskee staan aan te schuiven. Ik weet dat het Vlaams Belang dat uitbrengt, maar dat doet er niet toe, het is wat het is.

De media spelen het spel van de desinformatie mee. Bij de recente rellen op het Blankenbergse strand mochten we niet weten dat het om (uiteraard Franstalige) allochtone jongeren uit Brussel ging. En in tegenstelling tot wat de VRT beweert ontstonden de problemen niet bij het opkomende tij, ze waren al de hele dag badgasten aan het jennen en overlast veroorzaken, tot het aan die strandbar uit de hand liep en de politie werd opgeroepen. Het is niet moeilijk om dat uit te pluizen, de getuigenissen van omstaanders bevestigen het ook, maar gezien het non-discriminatieprincipe is dat een taboe. Waardoor de groenen van Blankenberge bijvoorbeeld de rellen in de schoenen schoven van de NMBS: ze hadden maar geen treinen naar de kust moeten laten rijden…

Strandverbod

GroenBlankenberge

Je denkt eerst dat ze het ironisch bedoelen, maar neen.

Dat is een hoogst bizarre redenering: mobiliteit afschaffen omdat een meute belhamels zich niet kan gedragen, Blankenberge en Knokke worden zelfs gewoon afgesloten voor dagjestoeristen. Terwijl zelfs Marc Van Ranst toegeeft dat gereserveerde treintickets op naam al veel zouden oplossen. Ik voeg daaraan toe: mensen met goede bedoelingen en zonder tuin, die eens met hun gezin een dagje naar zee willen in zo’ hitte, moeten de dupe niet worden van de terreur van dit stel ongeregeld.

Dat is zelfs een kernprincipe van onze rechtsstaat: collectieve straffen zijn eigen aan totalitaire regimes maar kunnen niet in een democratisch rechtssysteem. En dat is precies wat men nu doet door Blankenberge tot no go-zone uit te roepen: alle badgasten over één kam scheren. Het wordt tijd dat burgemeester Daphné Dumery (N-VA) eens man en paard noemt. Door de suggestie om treinen af te schaffen geeft men toe aan de terreur van het crapuul, waarvan een aantal trouwens een welgevuld strafblad bleken te hebben.

Door de suggestie om treinen af te schaffen geeft men toe aan de terreur van het crapuul.

Oplossingen? Strandverbod en eventueel treinverbod voor wie zich misdraagt, naar analogie van het stadionverbod bij het voetbal. Kan zo moeilijk niet te regelen zijn, moet natuurlijk ook wel gecontroleerd en gehandhaafd worden.

Collectieve sancties horen niet bij een billijke sociale orde. Ze leveren finaal een overwinningsgevoel op bij de echte schuldigen en veel wrok bij de gedupeerden. Door niet de schuldigen te benoemen en te sanctioneren vindt op de duur iedereen de regels dode letter. In zo’n logica krijgt weldenkend links binnen de kortste keren het deksel op de neus en wordt extreem rechts de vluchtheuvel van al wie dit ontkenningsdiscours beu is.

Voor de rest, ik zou in deze tijd geen flik willen zijn. Zag ik daar toch weer geen agent een van de belhamels in bedwang houden: Dalilla Hermans en BLM mogen zich weer opmaken voor een partijtje gekleurde woede.

 

Geplaatst in Geen categorie | 114 reacties

Reuzegom: kameraad tot in de dood

ReuzegomOok crapuul in kostuum en van goede huize blijft crapuul

Over u laten plassen, putje winter urenlang in ijskoud water zitten en daar een levende paling inslikken, liters visolie drinken, weerom stront van de bende over je heen,… je moet er wat voor over hebben om tot de Vlaamse elite te behoren. Op 5 december 2018 werd de schacht Sanda Dia comateus in het ziekenhuis opgenomen en stierf enkele uren later aan orgaanfalen.

Reuzegom, de nachtelijke pis-en-kotsrituelen van het studerende Antwerpse establishment: ook het doodmartelen van dieren bleek tot de vaste onderdelen van de ceremonie te behoren, en altijd onberispelijk in kostuum. In 2013 bracht GAIA al filmpjes uit waarop te zien is hoe met een varken wordt gesold, het dier een brandende sigaret in de bek krijgt en ontsmettingsmiddel moet drinken, om tenslotte afgemaakt en geroosterd te worden. Noch de academische overheid noch het gerecht voelden zich geroepen om er wat mee te doen, men trof een ‘minnelijke schikking’.

Moreel deficit

Maar een medestudent doodfolteren, dat is natuurlijk nog wat anders. 18 clubleden, waaronder schachtentemmer -de regisseur van het gebeuren- Alexander Garmyn alias Janker en praeses Jef Jonkers alias Zaadje, worden beticht van opzettelijke toediening van schadelijke stoffen, onopzettelijke doding, onterende behandeling en schuldig verzuim. Jef Slosse, alias Flodder, is de reden waarom de zaak naar Limburg verhuisde, zijn moeder Fabienne Nackaerts is persrechter in Antwerpen. Ze riskeren 10 jaar cel, maar met de batterij door de ouders betaalde advocaten, waaronder kleppers als Johan Platteau, Walter Damen en Hans Rieder, zal dat wel meevallen.

‘Blijft toch voor immer kameraad, van nu tot in de dood. Zolang de “Reuzegom” bestaat ons vriendschap steeds vergroot’ luidt het clublied. Tot in de dood, jawel. Lichte paniek ontstond toen hen het gerucht bereikte dat Sanda het misschien niet ging halen (‘Hij is rijp voor de vuilbak’), waarna men snel alle sporen probeerde uit te wissen.

… bendediscipline en groepsterreur, die ik geen haar hoger inschat dan de mentaliteit bij de allochtone groupuscules waar we zo graag op kappen.

Behalve verontwaardiging zijn er wel wat extra bedenkingen te maken bij de handel en wandel van dit crapuleus (want dat is het) genootschap, en moeten we ons afvragen met wat voor soort ‘elite’ we opgescheept zitten. Voor alle duidelijkheid: Reuzegom is (was, want de club is ondertussen ontbonden) een buitenbeentje in het studentenmilieu, maar dan wel een van het chique soort, met ouders die allemaal belangrijke posities in de maatschappij bekleden en telgen die hun opwachting maken om hetzelfde te doen.

In dat opzicht is het incivisme en nihilisme van de groep (ze hebben o.m. altijd geweigerd zich te schikken naar het doopcharter van de univ), nota bene bij toekomstige advocaten en rechters, een belangrijke indicatie dat er een moreel deficit sluimert bij de mensen die het morgen voor het zeggen zullen hebben en zelfs over ons zullen oordelen.

Dat moreel deficit krijg je niet weg met een taakstraf: het is een opvoedingsprobleem, ze zijn er van thuis uit in gegroeid. Wat evolueert van een ludieke dooptraditie naar een morbide oefening in empathieloosheid, toont een manifest gebrek aan zin voor verantwoordelijkheid, sociale cohesie en echte vriendschap. Ze heeft plaats gemaakt voor bendediscipline en groepsterreur, die ik geen haar hoger inschat dan de mentaliteit bij de allochtone groupuscules waar we zo graag op kappen.

Ons kent ons

doop

In een emmer stront willen duiken om erbij te horen

Er schort dus wat aan onze elite, althans een deel ervan. Ook het snel proberen uit te wissen van sporen, materieel en digitaal, de afscherming en totale omerta die rond de groep is opgetrokken, niet in het minst de totale afwezigheid van schuldbesef of spijtbetuigingen, wettigen het vermoeden dat normvervaging niet alleen de onderste regionen van de samenleving aantast, maar vooral ook de top, waar hier en daar partijpolitieke connecties in beeld komen.

Koen Metsu (N-VA), de burgemeester van Edegem waar de gestorven jongeman vandaan kwam, betuigde na de dood van Sanda Dia zijn medeleven aan de familie maar verkoos geen commentaar te geven op de praktijken van de studentenclub. Tja. Dat men piëteit in acht neemt tegenover de nabestaanden snap ik, maar tegenover de daders en het milieu? Of hoort men hier een old boys netwerk zwijgen? Of is het omdat een van de leden (niet aanwezig op de doop zelf, wel deelnemend aan de whatsapp-conversatie nadien) bestuurslid is van jong-NVA , voor deze partij stage loopt in het Europees Parlement en toevallig van adel is? De familie de Vinck de Winnezeele is tot op vandaag een spil in het netwerk van de ex-Reuzegommers.

Misschien moet er toch maar eens een sterker signaal uit rechts en centrumrechts politiek Vlaanderen komen over dit soort uitwassen, dan oorverdovend stilzwijgen en gemompel over ‘een uit de hand gelopen grap’. Ook heel de zuip- en kotscultuur die voor studentikoos moet doorgaan, en de sociale dwang om daarin mee te gaan, mag wel eens ter discussie worden gesteld.

Misschien moet er toch maar eens een sterker signaal uit rechts en centrumrechts politiek Vlaanderen komen over dit soort uitwassen

Wat ons tot de slotbedenking brengt. Niemand is verplicht om tot zo’n club als Reuzegom toe te treden en er de vernederende rituelen van te ondergaan. Vrienden van Sanda fluisteren dat hij het deed om er bij te horen en omdat hij dacht dat het zijn latere carrière ten goede zou komen. Dat soort strategische preoccupaties kenmerkt ook een maatschappij van het opportunisme en de ik-eerst-mentaliteit. Van racistische motieven, zoals beroepsquerulante Dalilla Hermans suggereert, is alvast geen sprake: uit de gelekte whatsapp-conversaties van de deugnieten wordt nergens allusie gemaakt op het uiterlijk of de afkomst van het slachtoffer (Sanda Dia had Mauritiaanse roots). Het gaat om de drang naar netwerking en slechtbegrepen elitarisme die de groep -Sanda incluis- tot dat soort barbaarse inwijdingsrituelen dreef.

Misschien moeten kinderen en jongeren ook wel leren dat er andere waarden zijn en dat men niet per se ergens moet bij horen om voor vol aanzien te worden. Meer individualiteit dus en minder egoïsme. Het eens meer zelf uitzoeken en een eigen pad bewandelen, in plaats van zijn toevlucht te nemen tot clubjes, lobby’s en elitaire genootschappen.

Niet altijd aangenaam, maar eindigen in een emmer stront is dat ook niet.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

 

Geplaatst in Geen categorie | 95 reacties