Het huppelende meisje en de valstrik van de emo-journalistiek

Een kandidaat voor de foto-van-het-jaar, dat wel

Er is niets fout met emotioneel worden, we zijn geen reptielen. Ergerlijk is pas, als die emoties worden geregisseerd en uitgelokt met een bepaald doel. Ik heb op uitvaartdiensten mensen in stilte zien treuren om een afgestorven geliefde, maar toen de begrafenisondernemer het nodig vond om met misplaatst poëtisch gefrazel de sfeer wat aan te dikken, begonnen vrouwen luid te snotteren. Dat vind ik degoutant. Van die in het zwart geklede emo-dirigent dan.

Feel-good-moment

Dat is ook wat me dwarszit omtrent de fameuze foto van het huppelende meisje op de tarmac in Melsbroek. Ook te zien op een filmpje dat blijkbaar synchroon werd gemaakt. Het beeld gaat de wereld rond als een ‘hartverwarmende’ opsteker voor de evacuatiecampagne, maar breder ook voor een open en ‘humaan’ asielbeleid.

De maakster van de foto, Johanna Geron van persagentschap Reuters, is meteen kandidate voor de World Press Photo, zijnde de gegeerde foto-van-het-jaar. Dat speelt mee in de virale circulatie van de foto: het prestige en de publiciteit, verbonden aan zo’n kiekje, mits er een politiek correcte boodschap aan vast hangt. Ook zogenaamd ‘spontane’ foto’s durven deze persfotografen wel eens in scène zetten.

Er wordt via de media een standaardlezing opgedrongen met geregisseerde emoties, ook wel sentiment genoemd

Onze eigen staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammy Mahdi (CD&V) pakte er in een persconferentie ook al mee uit. Het staat goed, het levert een feel good moment op, je moet van graniet zijn om zo’n kind van een jaar of acht in gele pantalon de fun te misgunnen. Helaas, is het bredere verhaal niet zo roos-, pardon geelkleurig: er is bijvoorbeeld geen gehuppel voor de vrouwen en kinderen die achterblijven. Ten tweede importeren we met de asielzoekers mensen waarvan de cultuur maar heel moeilijk met de onze te rijmen valt, en die aan die cultuur ook vasthouden. Derde, nog onaangenamere waarheid: de vluchtelingenstroom uit Afghanistan zal ook het risico op terreuraanslagen in Europa aanzienlijk doen toenemen.

Dat weten we allemaal wel. De sentimentele dimensie van de bewuste foto maakt nu echter dat soort bedenkingen impertinent en zelfs immoreel. Er wordt via de media een standaardlezing opgedrongen met geregisseerde emoties, ook wel sentiment genoemd. Sorry, dan krijg ik weer die benauwelijke oprisping als bij de begrafenisman.

Desinformatie

De gefotoshopte versie die algemene verontwaardiging opwekte

Misschien is het dan wel goed dat er als tegengewicht andere, dissidente lezingen opduiken die het probleem wél benoemen. De Russische staatszender RT fotoshopte het beeld en voegde wapens toe aan de bagage van de gelande Afghanen. Een grap, want niemand gelooft toch echt dat er granaatlanceerders uit de rugzakken van die geëvacueerden puilden? Bijschrift van de meme: ‘Are some terrorists getting a free ride out of Afghanistan?’ Het antwoord is helaas: ja. Niet dat meisje, nee, dat gelooft niemand. Maar dat de chaotische evacuatie ons nog parten zal spelen, staat vast en beseft zelfs Sammy Mahdi.

Misschien is het dan wel goed dat er als tegengewicht andere, dissidente lezingen opduiken die het probleem wél benoemen.

Schande wordt er niettemin gesproken over dat Russisch geval van pretbederf. Echter, ook zonder fotoshop is het beeld bijzonder manipulatief en voorzien van een politieke framing waar men zich vragen bij kan en moet stellen. Simpel gezegd: als de originele foto de wereld mag rondgaan met een impliciete of expliciete boodschap, dan mag er ook een repliek op volgen met een tegenboodschap.

Er zijn de beelden, en er is de realiteit. De beelden zijn gericht op onmiddellijke consumptie en de emotionele voorgrond. Daardoor verhullen ze soms meer dan ze onthullen. De realiteit ontdekken we maar door de puzzel te leggen, te interpreteren en kritisch te analyseren. Dat is dan het werk van de pretbedervers, het zij zo. Wie beeld en realiteit met elkaar verwisselt, doet misschien de fotograaf een plezier maar begeeft zich op het pad van de desinformatie.

Ja, meisjes mogen huppelen, hoe meer hoe liever, overal ter wereld. Maar dat niet één persorgaan een kritische bemerking bij de foto en de boodschap durft te maken, is op zich ook bijzonder informatief.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor Het huppelende meisje en de valstrik van de emo-journalistiek

Van de IJzerbedevaart naar de IJzerwake

En hopelijk ooit eens terug

Zondag a.s. vindt weerom de jaarlijkse IJzerwake plaats in Steenstrate, een onooglijk gat in de Westhoek. Sinds 2003 een alternatief voor de ‘verwaterde’ IJzerbedevaart die quasi is doodgebloed. Heel het verhaal van de bedevaart en het tegenevenement is één van de genantste episodes in de Vlaamse beweging. Onder het motto ‘Godsvrede’ moest het jaarlijks gebeuren alle Vlaamsgezinden verenigen, terwijl het een fatale splijtzwam werd. De insiders kennen het, maar ik wil graag nog eens het geheugen opfrissen.

Kanonnenvlees

De IJzersymboliek wortelt in de taaltoestanden binnen het Belgisch leger tijdens de 1ste wereldoorlog, met een exclusief Franstalig officierenkader dat zich vernederend opstelde tegenover de Vlamingen die dikwijls de bevelen zelfs niet begrepen. Die mistoestand was uiteraard een reflectie van heel de Belgische realiteit: als je geen Frans sprak telde je gewoon niet mee, ook in Vlaanderen niet. De oproep van Albert I ‘Vlamingen, gedenkt de slag der Gulden Sporen!’ bleek alleen maar een oproep aan het kanonnenvlees om zich in het slagveld te storten.

In die context ontstond aan het IJzerfront de Vlaamsgezinde Frontbeweging, die door het francofoon establishment als zeer bedreigend werd gezien, hoewel er op dat moment van anti-Belgische gevoelens nauwelijks sprake was. Leden ervan werden gevolgd en vervolgd, wat na de wapenstilstand zelfs tot enkele ruchtmakende processen leidde.

De jaarlijkse bedevaart op de laatste zondag van augustus groeide uit tot een hoogmis van de Vlaamse beweging

Uit de naoorlogse Frontpartij werd dan het idee geboren om een herdenkingsmonument voor de Vlaamse gesneuvelden op te richten, met een Christelijk-pacifistische inslag (‘Nooit meer oorlog’, het AVV-VVK-logo ‘Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus’) maar ook een strijdvaardig-flamingante teneur. Die twee combineren is altijd voorwerp van een evenwichtsoefening geweest, zie verder.

In 1920 kon de eerste IJzerbedevaart doorgaan, oorspronkelijk op wisselende locaties in de Westhoek waar dodenhuldes werden gebracht, en vanaf 1930 rond een echt monument in Diksmuide. De jaarlijkse bedevaart op de laatste zondag van augustus groeide uit tot een hoogmis van de Vlaamse beweging, een happening met strijdvaardige toespraken, waarin evenwel ook steeds meer het anti-Belgicisme werd beleden, want na de eerste wereldoorlog was het Belgisch-francofoon establishment anti-Vlaamser dan ooit. De collaboratie was een uitvloeisel van deze radicalisering.

Negationisme

In het nieuwe Museum aan de IJzer gaat het alleen nog over de ‘Belgische soldaat’

In 1946 werd de IJzertoren door onbekenden tot puin gedynamiteerd. Het onderzoek werd snel afgesloten, de zaak geseponeerd, maar dat de daders uit een Belgicistisch-koningsgezind milieu komen staat vrijwel vast. Pas in 1965 kon de nieuwe IJzertoren ingehuldigd worden, gebouwd met bijdragen van talloze kleine Vlamingen, getuige daarvan de gedenksteentjes in de traphal. In de naoorlogse periode werd dit een plek voor een jaarlijkse massamanifestatie die tot 100.000 aanwezigen trok.

Helaas doemde in de late jaren ’80 het schisma op, toen de linksliberale voorzitter Lionel Vandenberghe -die later op een SP.A-Spirit-lijst terecht kwam- er de scherpe kantjes af wilde, met de nadruk op tolerantie, begrip voor de multiculturele realiteit, waarbij zelfs popconcerten moesten kunnen op de weide. Een rechtse reactie kon niet uitblijven, waardoor de polarisering rond de toren toenam. Dat ontaardde midden de jaren ’90 in incidenten, awoertgeroep tijdens de toespraken van Vandenberghe, tegenmanifestaties aan de andere IJzeroever, en in 1996 zelfs een bestorming van de tribune. Dat Lionel Vandenberghe expliciet in zijn toespraken het toenmalige Vlaams Blok schoffeerde, deed de gemoederen ook niet bedaren.

Na de vernietiging van de eerste IJzertoren in 1946 kregen we dus een tweede, meer subtiele kaping van de plek en zijn symbolen.

Het IJzerbedevaartcomité koos voor de vlucht vooruit, zuiverde zichzelf uit van radicale elementen, en zocht aansluiting met de bestaande Belgische memoriaalplekken. Het werd beheerder van een ‘Museum aan de IJzer’  waarin alle verwijzingen naar de taaltoestanden in wereldoorlog I zorgvuldig werden uitgewist. Historica Sophie De Schaepdrijver heeft in dat negationisme een sleutelrol gespeeld. Ze werd ervoor beloond met een baronestitel.

Onder Paul De Belder werd de naam van het gebeuren omgedoopt in Vredesdag, en was de honderdjarige herdenkingsperiode van 1914-1918 een gelegenheid om verder te depolitiseren, lees: de omgeving van de IJzertoren terug te brengen tot een toeristische dimensie. Een ‘wetenschappelijk comité’ waarin we namen als Bruno De Wever terugvinden, moest deze transformatie verder begeleiden.

Na de vernietiging van de eerste IJzertoren in 1946 kregen we dus een tweede, meer subtiele kaping van de plek en zijn symbolen. Vandaag trekt de zogenaamde Vredesdag nog een paar honderd bezoekers. Het gesjoemel met de naam, de missie en de epische draagwijdte van heel het gebeuren is dodelijk gebleken. Onbegrijpelijk dat de Vlaamse beweging zich dat heeft laten ontfutselen. De concurrerende IJzerwake die sinds 2003 doorgaat in Steenstraete, aan het herdenkingsmonument van de gesneuvelde broeders Van Raemdonck, trekt zo’n 5000 bezoekers aan. Dat is veel, maar tegelijk weinig vergeleken met de oude Bedevaarten. Het evenement wordt dan ook door de media én door de politieke klasse, behalve het Vlaams Belang, geframed als ‘extreem rechts’ en te mijden door al wat zich politiek fatsoenlijk noemt.

Stockholmsyndroom

In hoeverre zijn naïeve vredesboodschappen nog aan de orde?

Het is ironisch dat politici als Peter De Roover en Jan Jambon, die zich in de jaren ’90 bij de dissidente radicalen schaarden, nadien de IJzerwake zorgvuldig meden, evenals heel de N-VA trouwens. Voor de Vlaamse beweging in zijn geheel is dit een grote blamage. Men kan over de eigentijdsheid van de symboliek, het discours en de rituelen discussiëren, maar de essentie van een jaarlijkse ceremonie die alle Vlaams nationalisten verenigt, dat was toch de grote kracht sinds het ontstaan.

De tijdsgeest noopt daarbij tot duidelijke taal en het echt benoemen van de problemen. Die behoefte zit diep in de Vlaamse grondstroom ook al verkiezen de media het wollig taalgebruik. Met de leuze ‘nooit meer oorlog’ moet men zorgvuldig omspringen. Het mag niet eindigen in het aanbieden van de rechterwang nadat men op de linker een mep heeft gekregen. De dynamitering van de oude toren was al een oorlogsverklaring vanuit de Belgisch-royalistische bastions zelf. Het is systeemterreur, waarop naïef pacifisme niet het juiste antwoord is, want dat begint op het Stockholmsyndroom te gelijken. Deze systeemterreur heeft vandaag de vorm gekregen van een ‘liberale’ opengrenzenpolitiek, bedoeld om de autochtone populatie verder te ‘verdunnen’. Het regenboogdiscours dat mensen opsplitst in allerlei genders en tussengenders, is een ander aspect van die demografische strategie.

Met de leuze ‘nooit meer oorlog’ moet men zorgvuldig omspringen. Het mag niet eindigen in het aanbieden van de rechterwang.

Ondertussen weten we waarheen deze multiculturele staat evolueert: naar een door Europa gepatroneerde suburb waarin de kleine man en vrouw zich steeds minder thuis voelen. De eclatante peilingcijfers voor het Vlaams Belang komen niet uit de lucht gevallen. Voeg daarbij de dreiging van het moslimfundamentalisme, het islamiseringsproces en de bloedige aanslagen die ons nog te wachten staan, en men begrijpt dat de leuze ‘Nooit meer oorlog’ niet mag gelezen worden als ‘Weg met ons’.

Vandaar het IJzerwake-motto voor 2021 dat niets aan de verbeelding overlaat: ‘Vlaanderen of Afghanistan-aan-de-Noordzee?’ Met een uitdrukkelijke eis tot ‘de vrijheid om te denken, te zeggen en te schrijven wat we willen, zonder de censuurwetten van het liberale Belgische systeem’.

Dat kan ik alleen maar onderschrijven. Geen plaats voor softe kosmetische boodschappen op de IJzerwake. Het blijft een soort ballingschap, een tactische terugtrekking, in de hoop dat we op die IJzervlakte mét toren ooit terugkeren. Ik ben verliefd op de Vlaamse tragikomedie, de eeuwige onenigheid, de broederstrijd, de dolksteken in de rug en dan weer glimlachend verder lopen, de kleiversie van Shakespeare, de Slag der Gulden Dommekloten, en vóór alles op de vrijheid die zo veraf lijkt. Vrienden, tot op de

IJzerwake

zondag 29 augustus om 11 uur

Van Raemdonckstraat, Steenstrate (Ieper)

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor Van de IJzerbedevaart naar de IJzerwake

De nieuwe Reynaert-prijs voor de foute man: short-list krijgt vaste vorm

Een gat in de markt van de Vlaamse eretekens

Naar aanleiding van de publicatie van mijn nieuw boek ‘Terug naar Malpertus – over humor en satire in woketijden’, zal er een Vlaamse Reynaert-prijs in het leven geroepen worden voor de slimste, geestigste, vinnigste, maar ook wel onsympathiekste sarcast en pretbederver in het Nederlands taalgebied. Iemand die geen schrik heeft om vijanden te maken, doch daar integendeel een sardonisch genoegen in schept. Slimme zot, foute man, kwaadaardige trol. Als tegengewicht voor de om zich heen slaande politieke correctheid en het moraalridderschap van de wokes. Neen, ik weet wat u denkt, maar als enig jurylid ben ik uitgesloten van deelname.

Een gat dus in de markt van de Vlaamse eretekens. De bestaande Prijs voor de Vrijheid, uitgevaardigd door Libera! (voorheen Nova Civitas)  heeft al boeiende figuren gelauwerd zoals Urbanus -waarvoor ondergetekende trouwens de laudatio uitsprak-, maar ook doodsaaie steunpilaren van het establishment als bankier Peter De Keyzer of schimmige politici van het zevende knopsgat als Alain Destexhe. Altijd wel netjes ter rechterzijde te vinden. De tegenpool, de Arkprijs van het Vrije Woord, houdt het dan weer even netjes bij de usual suspects ter linkerzijde, waarvan de jongste laureaat, VUB-rector Caroline Pauwels een idee geeft aangaande het soortelijk gewicht.

Nooit lonken deze prijsuitdelers eens naar de overkant, als een teken van breeddenkendheid en wat men in het Frans esprit noemt. Dat moet beter, en daarvoor dus die Reynaert-prijs, wars van alle links-rechts-spelletjes, lobbywerk of ons-kent-ons-gedoe. 

Onversneden

In de shortlist die momenteel vaste vorm krijgt, valt de naam van Jeff Hoeyberghs op, de plastische chirurg die met kundige handen vrouwen gelukkig maakt en ze tegelijk in een lezing uitkafferde, om precies te zijn op 4 december 2019, onder de toepasselijke titel ‘Onversneden’. Alleen al omwille van die legendarische performance aan de UGent verdient Jeff een nominatie. Een weergaloos staaltje satire dat ik weinig stand-up comedians zie nadoen.

De weerklank vergroot nog de amplitude van de grap: meer dan 1500 (!) klachten bij het Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM), vanwege mensen die vermoedelijk de lezing niet eens hadden bijgewoond, maar wel de filmpjes hadden bekeken. De UGent schorste tijdelijk de organiserende studentenvereniging KVHV en kwalificeerde de uitlatingen van de spreker als ‘walgelijk’. Waarmee Jeff meteen een topfavoriet wordt voor de Reynaert-prijs.

Alleen al omwille van die legendarische performance aan de UGent verdient Jeff een nominatie.

Een andere waardige kandidaat wiens cv momenteel ter studie ligt, is Jean-Pierre Van Rossem, republikein, econoom, ooit schrijver van thesissen voor iedereen die ervoor wilde betalen, oprichter van de partij R.O.S.S.E.M. en uitvinder van de Moneytron, een geldautomaat waarmee hij talloze hebzuchtige middenstanders van hun zwart geld verloste.

Rossem was bepaald geen domme jongen. Hij had een prijs behaald met zijn licentiaatsverhandeling, genaamd ‘de omloopsnelheid van het geld’, en mocht daardoor op cursus bij Nobelprijswinnaar Lawrence Klein. Doorheen alle wiskundige modellen realiseerde Jean-Pierre zich dat economie per definitie gaat over bedotten en bedot worden, en zo ontstond de Moneytron -de naam alleen al- als een groteske grap. Met de Moneytron creëerde Rossem een parodie op de financiële markten en het beursgebeuren, die ik geen enkele komiek of satireschrijver zie nadoen.

Magic Box

Gezien in Belga Sport: "Met 2 zakken vol Belgische franken in Tokio" |  Belga Sport | sporzaOndertussen had Jean-Pierre ook een partij opgericht, genaamd R.O.S.S.E.M, die in de kamerverkiezingen van 1991 zowaar drie zetels behaalde. Nadat hij tijdens de eedaflegging van Koning Albert II ‘Vive la république’ had geroepen, kreeg hij het aan de stok met zijn partijgenoot, acteur en slijmbal Jan Decorte. Onnodig te zeggen dat de partij een snelle dood stierf, tot jolijt van velen.

In februari 1995 werd Van Rossem door de correctionele rechtbank van Antwerpen bij verstek veroordeeld tot vijf jaar cel voor valsheid in geschrifte, bedrieglijke bankbreuk en misbruik van vertrouwen. De rechtbank oordeelde dat zijn Moneytron-beleggingssysteem bedrog was. Dat klopt. Maar het was vooral ook een metafoor voor de domheid en hebzucht van wie er zich door laat fascineren. Een magic box waar je één bankbiljet in steekt en er twee uit komen. En tegelijk een formidabele allusie op het motto van de Romeinse keizer Vespasianus ‘Pecunia non olet’ (‘geld stinkt niet’), toen die een belasting hief op de urinoirs.

Jean-Pierre Van Rossem was voor mij aan van de kleurrijkste smaakmakers, en een absolute pain-in-the-ass van de Vlaams-Belgische goegemeente.

Ik sla wat dingen over in zijn chaotisch cv: de grote F1-vloot die hij erop nahield toen het geld binnenstroomde, zijn floppen als theaterschrijver, zijn bewogen privé leven met drie huwelijken en evenveel scheidingen, het interview waarin hij aankondigde euthanasie te zullen plegen maar dat de dag nadien herriep, enzovoort.

Jean-Pierre Van Rossem was/is voor mij een van de kleurrijkste smaakmakers, en een absolute pain-in-the-ass van de Vlaams-Belgische goegemeente. Een genie én een schurk. Vive la république. Op 14 december 2018 legde hij toch het loodje, alleen, in een ziekenhuis. De media meldden kort het einde van de oplichter, en iedereen was blij, behalve de vijf getrouwen die op zijn begrafenis waren. Ook dat hoort erbij, ik zei nergens dat dit een populariteitsprijs was.

 

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor De nieuwe Reynaert-prijs voor de foute man: short-list krijgt vaste vorm

Misschien is Ludivine Dedonder wel goed in het taarten bakken

Al vergt ook dat enige kunde en vooruitziendheid

Het amateurisme waarmee de Belgische ‘evacuatie’ van Kaboel werd voorbereid en uitgevoerd, zeker de eerste dag, staat in schril contrast met de succesrijke operaties van onze buurlanden. Laten we eerlijk zijn: dit is niets voor ons. Vanuit militaire kringen wordt er vooral met de vinger gewezen naar de jarenlange bezuinigingen in defensie – dat is onbetwistbaar zo-, maar laten we een kat een kat noemen: het ontbreekt de Belgische besturende elite aan strategisch inzicht, doortastendheid en gevoel voor crisismanagement. Van zodra het méér wordt dan op de winkel letten, komen nogal wat beleidsmakers in de problemen.

Besturen is vooruitzien, dat gouden motto klopt in deze tijden meer dan ooit. Ook al heeft zogezegd niemand de snelle opmars van de Taliban en de val van Kabul zien aankomen, de Fransen, Britten en Duitsers waren wel al in juni (!) en juli bezig met het evacueren van ambassadepersoneel, lees ik in Het Parool. Dat mondde de laatste weken uit in goed georganiseerde commando-acties, inclusief busritten en helikoptervluchten door vijandig gebied, onderhandelingen met de Taliban en duidelijke afspraken met de Amerikanen. België hield het bij ‘reisadviezen’, waarvan een groot deel van de Belgisch-Afghaanse toeristen zich niks aantrok, dat weten we ondertussen ook.

Nomenklatura

Sophie Wilmès (MR), minister van buitenlandse zaken: ‘De dinge is als we moeten zien dat het doenbaar is’.

Ik wil dan ook niet te veel op onze militairen inhakken: ze doen wat ze kunnen, met het beperkte materieel en de beschikbare manschappen. Het probleem ligt vooral bij het oppercommando, in handen van de bevoegde politici. De twee politieke hoofdrolspelers in het verhaal, minister van Defensie Ludivine Dedonder (PS) en minister van Buitenlandse Zaken Sophie Wilmès (MR) – staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammy Mahdi (CD&V) vervult in deze maar een nevenrol- hebben inzake bestuurskundig talent heel weinig bewezen, en sorry dat het dames zijn én Franstaligen.

Blijkbaar ben je in sommige partijen minister voor je het beseft. Ludivine Dedonder is eigenlijk een sportjournaliste, gepokt en gemazeld in de PS, waar ze tot de onbetwistbare nomenklatura behoort, samen met haar partner, ex-kamerlid en burgemeester van Doornik. Dat ze ook maar iets van defensie zou afweten, kan ik uit geen enkel stukje van haar bio afleiden.

Ze zijn minister geworden, niet omwille van hun competentie, maar omdat het vrouwen zijn en tot de juiste partij behoren

Het cv van Sophie Wilmès oogt al niet veel beter. Studeerde communicatiewetenschappen en ging dan aan de slag in de reclamesector. Daarna  een mooie job in de EU-bureaucratie. In de Brusselse rand kennen ze haar vooral als boegbeeld van het Vlaminghatende PRL-FDF in Sint-Genesius-Rode. Nationaal werd ze bekend als eerste minister van de federale regering in 2019, nadat Charles Michel naar Europa was verkast. Haar aanpak van de coronacrisis wordt algemeen beschouwd als onzeker, klungelig en vooral belabberd qua communicatie, opmerkelijk toch gezien haar diploma. Haar Nederlands is zo slecht dat ik in stilte denk: spreek dan toch maar gewoon Frans. Op een persconferentie over de evacuatiecampagne noteerden we bedenkingen als: ‘De dinge is als we moeten zien dat het doenbaar is’.

Stuitende producten van positieve discriminatie noem ik dat, en ik weet wat u denkt: stuur deze dames naar de keuken om een taart te bakken. Probéren te bakken, want ook dat vergt enige kennis van zaken én slagvaardigheid op het juiste moment. Ze zijn minister geworden, niet omwille van hun competentie, maar omdat het vrouwen zijn en tot de juiste partij behoren die toevallig aan de knoppen zit. Doe daar gerust ook maar Biza-minister Annelies Verlinden bij, die tot op vandaag de hulp in het Waalse rampgebied niet gecoördineerd krijgt. En ja, voor u mij van Taliban-vooroordelen beschuldigt, er lopen ook mannen rond in de federale regering die ik nog niet als poetshulp zou willen. Mathieu Michel bijvoorbeeld, broer van en staatsecretaris voor digitale innovatie. Weet naar het schijnt nog niet waar de aan/uit-knop van zijn PC staat.

Particratie

Parlementairen moeten vooral op het juiste knopje kunnen duwen, anders worden ze zeker nooit minister.

Iets breder bekeken dan: wat voor ministers, staatsmanagers dus, krijgt de burger boven zich? Simpel: figuren bovenaan de pikorde van een politieke partij die mee in de coalitie zit. De uitvoerende macht is een afspiegeling van de particratie. Op de lijst van ‘ministrabelen’ terecht komen heeft vooral te maken met populariteit en electorale slagkracht. Het aantal stemmen dus. Dat vooral bepaald wordt door de plaats op de lijst, waarin de partijvoorzitter een doorslaggevende stem heeft. Snapt u het probleem?

In theorie zit het systeem nochtans goed in elkaar. De kiezer bepaalt de samenstelling van het parlement. Het parlement maakt de wetten en controleert de regering die, zoals het woord het zegt, vooral moet regeren. De rechterlijke macht past de wetten toe. Sinds verlichtingsdenker Charles Montesquieu(1689-1755) met dit stelsel voor de dag kwam, is het nog altijd het minst slechte gebleken.

Het ministerschap is een beloning voor bewezen diensten aan de partij, waarbij veel stemmen halen primordiaal is.

Helaas kwam de particratie als onvermijdelijk afvalproduct van de democratie opzetten, en bepalen vandaag partijvoorzitters zowat alles. In de Canvas-serie ‘De wissel van de macht’ zijn sommige gepensioneerde politici als Jan Peumans daar heel eerlijk over: minister worden is het hoogste streefdoel, de rest is troostprijs. Het ministerschap is een beloning voor bewezen diensten aan de partij, waarbij veel stemmen halen primordiaal is.

Die koppeling is nefast. Ik zou veel liever zien dat verkiesbare politici op het parlement focussen, en het staatsmanagement overlaten aan bestuurders die op basis van competentie worden voorgedragen. Dat hoeven geen stemmenkanonnen te zijn. Eerder integendeel. De beste beslissingen voor het algemeen belang zijn niet altijd de meest populaire. Ik heb er geen moeite mee dat partijen voor een regeringsvorming op zoek gaan naar externe competentie, het maakt ook de rol van het parlement terug relevanter. Want ook voor het parlementaire werk moet je uit het goede hout gesneden: hier houden we vooral van kritische opposanten met een grote bek, niet te beroerd om zich in een dossier vast te bijten. En geen knopjesduwers ter ere van de partijdiscipline.

Een zwevende ballon

Maggie De Block (Open VLD): : een stemmenkanon maar als minister een absolute miscast

In dat opzicht wordt nogal eens geschamperd dat federaal gezondheidsminister Frank Vandenbroucke (Vooruit) bij de laatste verkiezingen niet eens op een lijst stond. Eerlijk gezegd: so what, het is misschien zelfs een voordeel. Vandenbroucke is een bestuurskundig talent en staat ervoor bekend dat hij van zijn populariteit niet wakker ligt. Reden waarom ze hem bij de SP.A ooit wandelen hebben gestuurd. Sammy Mahdi (CD&V) heeft ook kwaliteiten die verder reiken dan het politiekertje spelen. Daarna gaapt de leegte in de Vivaldi-ploeg.

Stemmenkanonnen als Wouter Beke en Maggie De Block bleken waardeloze bestuurders op cruciale momenten. Ook populaire streekfiguren als Hilde Crevits en Bart Somers -de twee venstervluchters uit het Vlaams Parlement, juli 2020- zijn in feite lichtgewichten. Ze doen voornamelijk aan politiek, stemmen hun communicatie zorgvuldig af op de demagogische meerwaarde ervan, en leven naar de volgende verkiezingen toe.

Een nieuwe politieke cultuur dringt zich op, waarin de scheiding der machten terug op scherp wordt gezet.

Typerend is overigens ook dat ontslag nemen helemaal niet meer aan de orde is bij ministers die in de fout gingen. Die erecode hangt namelijk samen met competentie en professionele ingesteldheid. Ministers willen wel macht, maar verantwoordelijkheidsbesef en eerlijk inzicht in eigen falen is nog iets anders. Blijven zitten is de boodschap, opstaan zou kunnen leiden tot gezichts- en stemmenverlies.

In de driehoek macht/competentie/verantwoordelijkheid is populariteit een soort zwevende ballon die vooral nergens tegenaan mag botsen. Dat is zonder meer schadelijk voor het functioneren van een democratie die zichzelf respecteert. Een nieuwe politieke cultuur dringt zich op, waarin de scheiding der machten terug op scherp wordt gezet. Net in tijden van crisis wordt dat duidelijk. Sterke, vaardige mannen hebben we nodig aan het roer van een schip in zwaar weer. En vrouwen die taarten kunnen bakken natuurlijk ook. Neen, die uitsmijter was er teveel aan, snap ik nu, maar te laat.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor Misschien is Ludivine Dedonder wel goed in het taarten bakken

Multiculturele ‘rijkdom’ en belabberde Brusselse vaccinatiecijfers

Hoe Ecolo en PS virusje over springen

Als u dagelijks op het VRT-journaal de Belgische vaccinatiecijfers ziet passeren, dan worden de regionale verschillen niet weergegeven. Dat is misleidend, want die verschillen zijn aanzienlijk, met Brussel als zwarte vlek. Maar blijkbaar vindt men dat op onze openbare omroep geen relevante informatie.

Een paar cijfers. Voor België zitten we momenteel aan 72,15% minstens gedeeltelijk gevaccineerden (eerste prik) en 67,02% volledig (officiële cijfers van Sciensano). Globaal is dat in Europees perspectief een degelijk resultaat dat richting groepsimmuniteit gaat, gesteld dat de Deltavariant geen roet in het eten gooit. Een derde prik staat in het vooruitzicht, zeker voor mensen met een zwakkere weerstand.

De cijfers per regio geven een minder rooskleurig beeld: in Vlaanderen heeft 78,18% al minstens één prik gekregen, in Wallonië 67,29% en in Brussel 50,39%. Amper de helft dus. Het vertaalt zich in een onevenredig groot aantal ziekenhuisopnames: Brussel scoort hier met een veel kleiner bevolkingsaantal even hoog als Vlaanderen en Wallonië. Maar liefst 39 procent van de Belgische covidpatiënten op IC ligt in een Brussels ziekenhuis.

‘Sensibiliseren’ en zo

Marc Noppen: ‘een algemeen hoofdstedelijk probleem’?

Over deze alarmerende situatie hebben al wat analisten hun licht laten schijnen. Een van de bekendste, Marc Noppen, CEO van UZ Brussel, spreekt over een ‘typisch hoofdstedelijk probleem’ met onbereikbare doelgroepen. Die analyse is ondertussen achterhaald: onze hoofdstad bengelt helemaal achteraan wat de Europese hoofdsteden betreft, er is dus wel degelijk een specifiek  ‘Brussels probleem’. Om dezelfde reden vervalt ook het ‘miserabilistische’ argument dat het allemaal zou te maken hebben met lage inkomens en armoede. Die zijn er in andere steden en hoofdsteden ook. En de inenting is volledig gratis.

Onze hoofdstad bengelt helemaal achteraan wat de Europese hoofdsteden betreft, er is dus wel degelijk een specifiek ‘Brussels probleem’. 

Opiniemakers als Marc Van Ranst, maar tot voor kort ook federaal gezondheidsminister Frank Vandenbroucke (Vooruit), zagen het als een probleem van communicatie en sensibilisering van de verschillende gemeenschappen. Zo gezegd zo gedaan: met bussen trok men de wijken in en werden rusthuizen bezocht om mensen (en zorgpersoneel!) over de streep te trekken.

Tevergeefs, de ‘gemeenschappen’ hebben er geen zin in. Steven Van Garsse, columnist van het webmagazine Bruzz, dat zich doorgaans heel vriendelijk uitlaat over de Brusselse multiculturele mix, concludeert misnoegd: ‘…Al die moeite valt blijkbaar bij een groot deel van de Brusselse bevolking als op een koude steen. Ze hebben er geen zin in.’ Om zich dan toch wat te herpakken en te concluderen:

‘Brussel is een fantastische stad, met zijn kosmopolitische samenstelling en zijn vele vrijheden. De keerzijde is dat het ontbreekt aan sociale samenhang en misschien ook wel aan burgerzin.’

Machtsstrijd

Vervoort: "Ministerraden zijn therapiesessies geworden voor Pascal Smet" |  VRT NWS: nieuwsVoor minister-president Rudi Vervoort (PS) is elke vingerwijzing naar Brussel ‘racistisch’

Ik zal Steven even helpen uit zijn omfloerste ontgoocheling, want het gaat wel degelijk over de heel specifiek Brusselse politieke context.

Deze ‘fantastische stad’ én het Brusselse Gewest worden electoraal gedomineerd door de PS en Ecolo-Groen die naar 2024 toe in een machtsstrijd op leven en dood verwikkeld zijn. De gunst van de allochtone kiezer primeert vóór elke beleidsoptie of regelgeving. Het is in wezen een laissez-faire-politiek. Het is ook de reden waarom in dit gewest bijvoorbeeld het onverdoofd slachten nog altijd is toegestaan. De electorale rekenkunde primeert op dierenwelzijn. Ook voor de groenen.

In die zin vinden allochtone gemeenschappen heel het vaccinatiegebeuren een Europees-westerse cultuurkwestie die hen niet aangaat. 

De façade van Brussel als multiculturele stadstaat verbergt de keiharde werkelijkheid van een stad zonder echte identiteit, maar met een groeiend moslim-allochtoon substraat dat zich fundamenteel wil onderscheiden van de Europese morele en maatschappelijke standaarden. Het is een samenleving op zich.  Ze kennen de weg naar de sociale voorzieningen en het uitkeringsstelsel, maar een vaccinatiecampagne zien ze als een onduldbare bemoeienis in hun eigen sociale privacy en mogelijk zelfs hun godsdienstvrijheid. In die zin vinden allochtone gemeenschappen heel het vaccinatiegebeuren een Europees-westerse cultuurkwestie die hen niet aangaat. Alsof je hen met aandrang zou vragen een kerstboom te zetten.

Het pamperen van de verschillende gemeenschappen, de moslimpopulatie van Marokkaanse komaf in de eerste plaats, staat haaks op een assertieve, dwingende aanpak van problemen zoals de lage vaccinatiegraad en de daarmee gepaard gaande besmettingscijfers. Dus wordt er verder ‘gesensibiliseerd’ en blinken topfiguren als welzijnsminister Alain Maron (Ecolo) en minister-president Rudi Vervoort (PS) uit in discreet stilzwijgen over de kwestie. Vingerwijzingen naar Brussel als slechte leerling worden afgedaan als ‘xenofoob’ en ‘racistisch’.

Covidpas: dringend

Emmanuel Macron: soms dringen beslissingen in het algemeen belang zich op 

Dat er binnen deze allochtone milieus een hardnekkig antivaxsentiment sluimert, is een bijkomend symptoom van wat de Bruzz-columnist eufemistisch omschrijft als een ‘gebrek aan burgerzin’ bij de Brusselse inwoners, vooral in gemeenten als Sint-Joost-ten-Node. Men kan beter gewoon stellen dat het linkse diversiteitsbeleid, gericht op een non-integratie van de subculturen, een gecoördineerde aanpak, zeker in tijden van pandemie, onmogelijk maakt.  

Het probleem is dus politiek-ideologisch en niet zomaar een communicatiekwestie. De Franse president Macron is niet in die val getrapt van de misplaatste tolerantie tegen mensen die andere mensen ziek maken. Hij heeft dus een coronapas ingevoerd, zonder dewelke je geen café of restaurant meer in mag. En zie: een miljoen onwillige Fransen gaf snel hun vaccinscepsis op. Santé.

Zonder vaccinbewijs geen volwaardige burgerrechten, dan zal de burgerzin snel volgen.

Dat is wat hier ook moet gebeuren, het is de enige taal die de meer dan honderd taalgemeenschappen in Brussel allemaal snel zullen begrijpen: zonder vaccinbewijs geen volwaardige burgerrechten, dan zal de burgerzin snel volgen. In dezelfde logica kan er ook geen plaats zijn voor zorgverleners om het vaccin te weigeren: vrijheid stopt waar de veiligheid en integriteit van de medemens in gevaar komt, dat is toch een elementair principe van de rechtstaat én van de medische deontologie.

Ook op dat vlak scoort Brussel trieste records: amper de helft van de zorgverleners en medisch personeel is gevaccineerd. Onvoorstelbaar. Ter vergelijking: in Vlaanderen is dat 92%. We horen groenlinks graag bezig over milieu, gezondheid en levenskwaliteit. Begin dan maar met de Brusselse vaccincijfers op te krikken via doortastende maatregelen. Busjes met megafoons en jolige sociaal assistenten zullen niet volstaan.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor Multiculturele ‘rijkdom’ en belabberde Brusselse vaccinatiecijfers

Als we nu Afghanistan eens gewoon aan de Afghanen laten

Wie weet richten ze een nationale voetbalploeg op 

Kabul is gevallen, snel, in chaos, zoals Saigon in 1975. Inpakken en wegwezen, met radeloze burgers die represailles vrezen en zelfs van opstijgende vliegtuigen vallen. Eén van dé beelden van 2021 die zullen blijven hangen. 

Menig analist en koffiedikkijker heeft hier al zijn licht op laten schijnen, inclusief het gezwets van Rudy Vranckx ergens vanuit zijn Toscaanse villa. De hoofdlijnen tekenen zich af. Ex-president Trump maakte een zwakke deal met de Taliban zonder garanties. President Biden mag de eer opstrijken deze chaos niét te hebben zien aankomen of voorkomen. De politieke elite zelf in Afghanistan, vooral Kabul dan, was corrupt en verdeeld, getuige een Afghaanse president Ashraf Ghani die het land verliet met vier wagens vol cash. En dan is er natuurlijk de uitgekookte strategie van de triomferende Taliban, die iedereen in snelheid nam met Pakistan als ideale vrijhaven en schuiloord.

Laten we, los van alle bedenkingen over vrouwenrechten en sharia, het volgende niet vergeten: Afghanistan hoort aan de Afghanen toe. Al eeuwen, sinds Alexander de Grote, is dit stuk maanlandschap op aarde al de inzet van conflicten, omwille van zijn strategische ligging langs de zijderoute. 

Westerse gazettenpraat

Osama Bin Laden, het brein achter 9/11, was ooit een door de VS gesponsorde rebel in Afghanistan

In de jaren ’80 namen de Russen het land in, officieel om het communistische regime overeind te houden, maar vermoedelijk ook omwille van de grondstoffenrijkdom. Dat lokte een verzetsbeweging uit, de Mujahidin, gesteund door de VS, met ene Osama bin Laden als enthousiaste militant. Met de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1989 verdwenen de Russen van de Afghaanse scène. Er volgt een periode van chaos en oorlog tussen allerlei krijgsheren, tot vanuit buurland Pakistan de Taliban op het toneel verschijnt en grote kuis houdt. We zijn dan al 1994. Ze stichten het Islamitisch Emiraat en leggen de sharia op.

Vanuit het platteland en de bergen bleven de Taliban al die tijd de steden bedreigen en spekten ze hun oorlogskas met drugsteelt

Tot op 11 september 2001 de Twin Towers in New York worden doorboord en Al Qaeda van Osama bin Laden de eer opeist. Dat leidt tot een Amerikaanse invasie, met internationale militaire steun, en een klopjacht op Al Qaeda. Een westersgezinde Afghaanse regering verschanst zich in Kabul. Het Talibanregime valt zogezegd, maar dat is Westerse gazettenpraat: vanuit het platteland en de bergen bleven de Taliban al die tijd de steden bedreigen en spekten ze hun oorlogskas met drugsteelt, vooral papaver, de grondstof voor heroïne. Deze semi-woestijn en uitloper van de Himalaya blijkt militair oninneembaar. In 2011 wordt Osama Bin Laden in zijn Pakistaans resort wel geliquideerd, maar dat is niets meer dan symboliek.

In 2014 trekt de NAVO-troepenmacht weg en is het nog maar kwestie van tijd voor de Amerikanen hun uitzichtloze posities opgeven. In 2020 ondertekenen president Trump en de Taliban een vredesakkoord, waarbij de VS zich ertoe verbindt om zich binnen de 14 maanden terug te trekken, en de Taliban een vreedzame machtsovername belooft, inclusief onderhandelingen met de Afghaanse regering.

Think local

De bonzen van de Afghaanse Nationale Voetbalbond geven een persconferentie waarin ze de aanstelling van Paul Put bevestigen

Dat laatste was natuurlijk flauwe kul, niet te geloven dat Trump die belofte zomaar voor lief nam. Of kon het hem echt niet schelen? De situatie is nu hoe dan ook dat het land weer vrij is van buitenlandse bezetters. Het wordt een soevereine natie, onder de sharia, en dat stemt ons niet vrolijk. Maar er zijn nog shariastaten in de wereld, Qatar bijvoorbeeld, waar straks het WK voetbal doorgaat.

Heel misschien staat de Taliban eerder dat voorbeeld voor ogen, dan een echt terreurbewind zoals de Islamitische Staat. Onze lichtjes ijdele wens dat heel de planeet geniet van een parlementaire democratie met scheiding van kerk en staat, 100 pretzenders op de kabel en genderneutrale toiletten, strookt helaas niet met de politieke en religieuze realiteit. Dat is eigenlijk wat Sid Lukkassen in zijn analyse zegt: ‘Het Afghaanse project bewijst dat beschavingen niet maakbaar zijn. De vooral door de VS gehuldigde misvatting dat je met militaire middelen een beschaving vestigt, heeft alleen maar radicalisering veroorzaakt. Het is dat imperialisme dat uitwassen als Al Qaeda heeft gecreëerd.  

De vooral door de VS gehuldigde misvatting dat je met militaire middelen een beschaving vestigt, heeft alleen maar radicalisering veroorzaakt.

Dus moeten we meer plekgericht gaan denken in plaats van globalistisch. Het motto ‘Afghanistan aan de Afghanen’, gecombineerd met het groeiend inzicht dat moslims in een moslimstaat thuis horen in plaats van in Europa een sharia af te dwingen, kan een en ander verteerbaar maken.

Nogmaals: het lot van de vrouwen in dit land is weinig benijdenswaardig, maar misschien zijn ze weerbaarder dan we denken. En zijn de Taliban iets slimmer dan hun knotsgekke IS-geloofsbroeders. Dat er een nieuwe golf van terrorisme over de wereld gaat rollen door de overwinning van de Taliban, durf ik betwijfelen. Waarom zouden ze, nu ze hun eigen land terug hebben. Dat ze maar snel een echte staat worden en een nationale voetbalploeg oprichten. Na de blitzkrieg op het terrein moet de Taliban misschien eens een goeie voetbaltrainer onder de arm nemen, weliswaar betaald met drugsgeld, maar wie maalt daarom. Niet veel later staan Coca Cola en McDonalds aan de deur. Helemaal halal uiteraard. Treedt dit land dan toch nog toe tot de brede kring der beschaafde naties, nadat daar in de voorbije twintig jaar zowat 100 miljard dollar aan verspild is.

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor Als we nu Afghanistan eens gewoon aan de Afghanen laten

Wokeness of de nieuwe domheid

curryworst

Het virus poco 2.0 wordt dominant

U hebt het vast al vernomen: Volkswagen gaat zijn legendarische curry-bratwurst bannen. Die worst was even iconisch als bijvoorbeeld de kever en een vast onderdeel van het kantinemenu in alle Duitse vestigingen, zelfs apart verkoopbaar als onderdeelnummer 199 398 500 A. De officiële uitleg is dat het bedrijf gezonder voedsel wil aanbieden aan zijn werknemers en dus de vegetarische toer opgaat. Er spelen echter vermoedelijk ook ideologische motieven: de worsten worden van puur varkensvlees gemaakt en dat is niet halal.

Het is ook grappig en ongeloofwaardig dat de hoofdspeler van het fameuze dieselgate schandaal (het programmeren van de dieselmotor zodat die op de testbank gunstigere uitstootwaarden geeft dan in werkelijkheid) zich ineens zou bekeren tot een gezondheidspolitiek die zelfs gewone vleesworsten bant. Halalisering dus, maar breder ook een verwoking, het toetsen van alles aan über-politiek correcte maatstaven waarbij racisme en seksisme (de vorm en afmeting van de worst!) de dooddoeners vormen. Even het geheugen opfrissen.

Van Pipi Langkous over Buffalo tot Zwarte Piet

RoetpietGedekoloniseerde roetpiet

De woke-ideologie, overgewaaid uit de Amerikaanse universiteiten, is eigenlijk een straffere variant van het klassieke politieke correctheidsvirus (poco 1.0), dat sinds de jaren 70 van vorige eeuw opgang maakte, niet toevallig parallel aan de instroom in Europa van Maghreb-migranten. De mutant poco 2.0 is niet meer gebaseerd op fatsoen en zelfcensuur, maar op een fanatiek uitsluitingsdenken (cancelling), werkzaam als  een permanente zuiveringsoperatie. Ik gebruik bewust virologische termen: het is een besmettelijk verschijnsel dat steeds extremere varianten oproept.

Vooral het koloniale verleden is een steen des aanstoots die leidt tot een permanente heksenjacht op ‘racistische’ relicten. De dood in mei 2020 van de kleurling Georges Floyd, omgekomen tijdens een uit de hand gelopen politie-optreden in Minneapolis, was de finale trigger voor de BlackLivesMatter-beweging. Vanaf dan werd racisme een dooddoener die in alle mogelijke contexten daders kon opleveren. Vooral witte oudere hetero mannen zijn aangeschoten wild.

Het is een beweging die zodanig overdrijft in de ernst dat ze zichzelf aan de lopende band schijnt te parodiëren.

De wokes gingen zich, meer nog dan poco 1.0, focussen op taal, levensstijl en attitudes van Jan en alleman, zich bemoeien met de kleur van kleurpotloodjes, straatnamen, tot en met ‘toxische’ uitdrukkingen als zwartrijden of iemand de zwarte piet doorspelen. Het is een vorm van paranoïde hysterie verpakt als ‘dekolonisering’. Een amalgaam van op zich redelijke vraagstellingen, -zoals de rol van Leopold II als privé-eigenaar van Congo Vrijstaat-, wordt vermengd met groteske discussies rond de huidskleur van de vertaler van een zwarte Amerikaanse schrijfster (de kwestie Amanda Gorman), het idee om kinderen te verbieden nog cowboy-en-indiaan te spelen (een serieus voorstel van de Gentse Groen-schepen Tine Heyse), de ontmaskering van de Buffalo-mascotte van voetbalclub AA Gent, tot en met de ban van de veel te blank-Germaans ogende Pipi Langkous. Een normaal mens schiet dan in de lach, een foute reflex want dat vergroot nog de pijn van de slachtoffers.

In mijn nieuw boek over humor en satire besteed ik ruim aandacht aan het verschijnsel. Wokeness is zo onnoemelijk serieus, dat het grappig wordt. De naam alleen al, de wokes, de ‘ontwaakten’, alsof de wereld voor hen heeft geslapen. Het is een beweging die zodanig overdrijft in de ernst dat ze zichzelf aan de lopende band schijnt te parodiëren. Sommige voorstellen lijken zo absurd en van de pot gerukt dat men soms denkt dat het allemaal een geënsceneerde grap is die ooit eens uitkomt. Quod non: het is allemaal doodernstig, want in een universum vol slachtoffers van discriminatie aan de ene kant en ‘witte’ daders aan de andere kant, is geen plaats voor humor en relativering.

Net door dat taboe zijn de sociale media de plek geworden waar de echte en de valse wokes door elkaar lopen: er wordt nogal wat af geparodieerd en dat leidt soms tot hilarische situaties. Als ik op Twitter bij wijze van kwinkslag het voorstel lanceer om de benaming ‘zwart gat’ in de sterrenkunde af te schaffen wegens te koloniaal-racistisch, of dat de dwarsbuis op herenfietsen moet verdwijnen als seksistisch fallussymbool, dan krijg ik applaus van de ontwaakten, boe-geroep van de tegenstanders, en slechts een minderheid van 10% heeft de mop door en schiet in een lach.

De flagellanten

flagellantenDit is voer voor cultuurfilosofen. Specialist Matthijs van Boxsel, die het fenomeen van de domheid al gans zijn leven bestudeert, definieert het als ‘de zelfdestructieve kracht die in ons zit, de manier waarop we onszelf voortdurend dwarsbomen’, en verwijst in dat verband juist naar de koloniale schaamte die bijna masochistisch wordt. Je moet het verleden niet ontkennen, maar het moet ook ons denken en doen niet zodanig beheersen dat we niet meer tot de orde van de dag overgaan.

Hij heeft het dus eigenlijk over de wokes zonder ze te benoemen, zo slim is hij wel. Ze doen denken aan de middeleeuwse flagellanten, de geselbroeders die in karavanen rondtrokken en zichzelf met de zweep bewerkten om Gods genade af te smeken tegen de heersende pest. Later zou blijken dat ze door dat rondtoeren mee verantwoordelijk waren voor het verspreiden van de Zwarte Dood. De domheid in volle glorie, de religieuze logica is nooit ver weg.

Het middeleeuws karakter van de wokeness toont alleszins hoe irrationeel die beweging is, en in feite zelfs immoreel als het gaat over de verspilling van middelen. Het is niet eens onschuldige, infantiele domheid maar kwaadaardig obscurantisme. Terwijl we al onze grijze hersencellen nodig hebben om de enorme uitdagingen van deze tijd aan te gaan, zoals epidemieën, klimaatopwarming, overbevolking, zijn er dus een hoop mensen, verontrustend genoeg vooral jongeren, die zich aan het verleden vastklampen om een schuld- en schaamtecultuur te belijden die ons vandaag geen sikkenpit verder helpt, integendeel, het is puur verlies van tijd en energie. Niet dat domheid een monopolie van links is. Aan de rechterzijde vindt men de destructieve domheid bijvoorbeeld bij de antivaxxers en hun van de pot gerukte complottheorieën.

Vermits reclame en marketing leven van de menselijke domheid, gaan ze helemaal mee in de wokeness gekte.

Mannen zetten trots opzij en kopen damesfiets - De Standaard MobileVooral oudere witte hetero-mannen moeten de dwarsbuis bannen

Noteer nog dat de achteruitgang van het onderwijsniveau, lager, middelbaar én hoger -die drie hangen aan elkaar-, de wokeness als domheidsverschijnsel in de kaart speelt. Mensen met een geringe algemene kennis, een lamentabele leescultuur, en een absoluut onvermogen om nog maar een zin foutloos te schrijven, zijn niet in staat tot kritisch denken, en ook niet tot het produceren van een satirische kijk op heel het menselijk theater.

Dat van die herenfietsen is trouwens helaas geen grap: de genderneutrale fiets is in opmars zodat ook queers eindelijk eens zonder problemen in het zadel kunnen springen. Probeer daarbij serieus te blijven. Zo’n gekheden leveren ook winst op voor slimmeriken, dat is een deel van het succesverhaal. Vermits reclame en marketing leven van de menselijke domheid, gaan ze helemaal mee in de wokeness gekte. Van de Coca-Cola reclame tot de kledingketen JBC die jongens- en meisjeskledij afschaft wegens ‘seksistisch’. Allen daarheen. Het kapitalisme ruikt domheid vanop uren afstand, het is hét systeem waarin intelligentie zichzelf beloont ten koste van de stupiditeit en de meeloperij.

En zo zijn we weer bij de verbannen curryworst: bezitters van een VW-diesel met foute software, die zich bedrogen voelen en van plan waren om schadevergoeding te eisen, kunnen nu als goede deugmensen vrede nemen met een gratis Vege-Wurst cataloognr. 199 398 500 V. Bitte schön, ganz dekolonisiert. Hoor ik daar iemand lachen?

Het boek van Johan Sanctorum ‘Terug naar Malpertus – Over humor en satire in woketijden’ verschijnt in september bij Uitgeverij Doorbraak. 

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor Wokeness of de nieuwe domheid

TV-reclame als verplichte kost: het lijkt wat op dwangvoederen

TV reclameZorg vooral dat het bier koud staat

Huh? Behoort het doorspoelen van reclame dra tot het verleden bij opgenomen TV-programma’s? Welja, we kennen allemaal dat fantastische knopje op onze afstandsbediening om 2, 4, 24, of 64x sneller door reclameblokken te zoeven. De laatste optie is voor de snelheidsduivel die ik ben altijd de favoriet geweest. Mooi stoppen op het eerste frame van het vervolg, sommigen hebben het ontwikkeld tot een behendigheid die de reflexen van Kevin De Bruyne evenaart. De reclamelui zelf, de zenders en de adverteerders zagen het met lede ogen aan. Hoe durven ze, die zwartkijkers die wel content willen maar niet de commerciële onderbrekingen waarin de grijnzende Kerstman van Coca-Cola opduikt.

Om dit parasitisme te beteugelen heeft Telenet het nu op een akkoordje gegooid met DPG Media (VTM 1, 2, 3, 4 en Gold) en SBS (Play 4, 5, 6 en 7): één minuut verplichte, niet-doorspoelbare reclame bij elk opgenomen programma staat u te wachten. Bij terugkijk-TV (programma’s die tot zeven dagen terug opgevraagd kunnen worden) zijn het de reclameblokken zelf die niet langer doorgespoeld kunnen worden. Opmerkelijk genoeg gaat ook de openbare omroep VRT, die met belastinggeld wordt gefinancierd, zich aansluiten bij deze dwangprocedure.

De jaren stillekes

sunlightHet begon allemaal met zeep

Het argument van de commerciële zenders is dat ze die inkomsten nodig hebben om programma’s te maken (we spreken dan over hersendood bevorderende producten als De Mol, Blind Getrouwd en Reizen Waes, soit) en dat de adverteerders anders zouden afhaken, uitwijken bijvoorbeeld naar het internet en de sociale media. Dat doen ze sowieso, TV-reclame is een aflopend verhaal wegens te weinig mogelijkheid om doelgroepen aan te spreken. 

De sector mist echte verbeelding, is in een sneltempo aan het ‘verwoken’ of blijft hangen in eeuwenoude stereotypen, goede humor is zeldzaam.

Ten gronde schijnen al die betrokken partijen zich de vraag niet gesteld te hebben waarom mensen zo nodig die reclame willen skippen. Het antwoord is simpel: reclame wordt beschouwd als saai of schreeuwerig, oppervlakkig, irrelevant, manipulatief en leugenachtig. Daar moeten al die creative directors maar eens over nadenken: ze prijzen alle mogelijke producten aan, maar hun ding zelf heeft een groot perceptieprobleem. Het woord ‘reclamelui’ is bijna een scheldwoord. De sector mist echte verbeelding, is in een sneltempo aan het ‘verwoken’ of blijft hangen in eeuwenoude stereotypen (autoreclame, help), goede humor is zeldzaam. Spots als deze voor het biermerk Omer, die een echt verhaal vertellen, zijn uitzonderingen. Product placement werkt wel en lijkt een beter alternatief, denk aan de iconisch geworden Lexus van Witse. We weten het, weinigen storen zich eraan. 

Voor de rest is het huilen met de pet op, of rustig naar de keuken voor een biertje. TV-reclame -en eigenlijk reclame tout-court- is in de gebiedende wijs blijven steken (drink dit, gebruik dat) van in de oertijd, zijnde het jaar 1933, toen een radiohoorspel werd gesponsord door de Amerikaanse zeepfabrikant Procter & Gamble. Vandaar komt het woord ‘soap’. En nu moeten we die gebiedende wijs zelfs letterlijk nemen: reclame kijken zult u! Het lijkt wat op dwangvoederen van ganzen. Straffe psychologen die dit bedacht hebben.

Achterhoedegevecht

Telenet2Ooit was dit een kroonjuweel van de Vlaamse economie, nu is het een ‘cash cow’ in Amerikaanse handen

Het kapitalisme wil winst maken, verkopen dus en dat doe je met je product zo hard mogelijk aan te bevelen. Op zich kunnen daar vragen bij gesteld worden: er wordt enorm veel rommel aan de man gebracht, dingen die we niet nodig hebben maar dan toch aanschaffen om ‘mee’ te zijn. Dat besef groeit, de marketeers zullen het moeten accepteren.

Het is de consument daarbij beginnen dagen dat elke seconde TV-reclame ook in de prijs verrekend zit die hij uiteindelijk voor dat product betaalt. Dit gebrek aan sociale relevantie drijft ons naar B- en C-merken die er zich op beroemen van zo min mogelijk geld te verspillen aan dure publiciteitscampagnes. Het vergelijken tussen producten willen we steeds meer op een ‘objectieve’ basis. Het zou voor mij volstaan als ik, bij de aankoop van een nieuwe wasmachine, een lijst kan inzien van alle merken, hun evaluatie door een neutraal panel, en hun ranking in een prijs/kwaliteit tabel. Dat is dus wat Test Aankoop doet. Jammer genoeg vervalt deze consumentenvereniging zelf in schimmige verkooppraktijken die op het randje van de oplichterij zijn. Zelf wat grasduinen op het web en vergelijken, wat beoordelingen lezen, is misschien nog de beste oplossing, dan vind je snel je gading.

Het is de consument daarbij beginnen dagen dat elke seconde TV-reclame ook in de prijs verrekend zit die hij uiteindelijk voor dat product betaalt.

Conclusie: dit gaat om een achterhoedegevecht. Het motto blijft: skip publicity where possible. De jeugd kijkt nauwelijks nog televisie, in het beste geval wat nieuws en duiding op de zenders. Netflix is de nieuwe leverancier van content en ontspanning. TV-reclameblokken serveren als quasi verplicht kijkvoer is arrogant, dom en typisch voor het reptielenbrein en het kortetermijn-winstbejag dat zeker ook Telenet typeert. Ooit in 1995 opgestart door de Vlaamse regering als speerpunt in de digitale innovatie, groeide het Mechelse bedrijf uit tot een parel aan onze industriële kroon, tot de Amerikaanse investeringsmaatschappij Callahan Associates in 2001 een meerderheidsparticipatie verwierf, nadien op zijn beurt uitgekocht door Liberty Global Consortium.

Dit bedrijf had in Vlaamse handen moeten blijven met een stevige overheidsparticipatie, temeer omdat Telenet er met Proximus een duopolie op nahoudt waardoor onze telecomdiensten tot de duurste van Europa behoren. Maar dat is voer voor een andere discussie. Vermoedelijk is de stap van Telenet ook bedoeld om het aanbod betaal-TV (‘on demand’), vrij van reclame, te promoten. Weer kassa.

Tot slot nog enkele tips om toch die reclameblokken niet te moeten ondergaan:

  • Je kan met een gewone dvd-recorder programma’s opnemen, dan spoel je door zoveel je wil
  • Bij rechtstreeks kijken: een programma vooraf een vijftal minuten op pauze zetten staat u nadien toe alle reclameblokken door te spoelen, tot aan ‘real time’.
  • Of zoals voorheen: tijdens de reclame rustig een biertje uit de frigo halen, mails checken, het toilet bezoeken, uw vrouw eens knuffelen.

Kent U nog trucs, laat het me weten. De Vlaming verkwanselt wel zijn kroonjuwelen, maar in het omzeilen van ambetanterij en pestregels zijn we wereldtop. Tot zo, na de reclame.

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor TV-reclame als verplichte kost: het lijkt wat op dwangvoederen

De klaagcultuur grijpt om zich heen

Cats2En een kat een kat noemen wordt steeds moeilijker

Je mag niet onderschatten wat dat doet met een mens’: in De Morgen trekt basketbalster Ann Wauters nog eens alle registers open om te benadrukken hoe zwaar de Belgian Cats lijden onder het gezwets van Sporza-journalist Eddy Demarez, afgelopen zaterdag voor heel Vlaanderen hoorbaar dankzij een micro die per ongeluk nog open stond.

Olympische atleten die een sterke prestatie afleverden maar zich, eens thuis gekomen, als kneusjes voordoen en de media blijven opzoeken om lucht te geven aan hun gekwetst zijn. Wat is er aan de hand?

‘Machocultuur’

TomJerryTom en Jerry: ook daar de kat meestal in een slachtofferrol

Uitgerekend op de Internationale Kattendag (!), zondag 8 augustus, publiceerde ik heet van de naald een eerste reactie die op Twitter een storm van verwensingen (‘fascist’, ‘neo-nazi’) uitlokte. Ja, ik vond het kleintjes van die tweemetervrouwen en getuigend van een gebrek aan relativeringsvermogen, dat ze zich als calimero’s gedroegen en de veerkracht niet betonen die in topsport toch vereist is. Als de grapjes van de Sporzajournalist ongepast waren, toon dan eens wat echte humor is. Take this, Eddy, de bal terugkaatsen: dat kan voor een basketkampioen toch geen probleem zijn.

Helaas, die sukkel van een Demarez leek op de duur een zondebok voor de gerateerde medaille van de Cats op de Spelen. Genant en hilarisch tegelijk. Of waarom scènes uit de legendarische Tom en Jerry-tekenfilms me voor de geest kwamen over een pesterige muis en een kat die daar nooit een echt antwoord op vindt. De Cats veranderden in seutige cavia’s eens op Zaventem geland. Veel had met de context en de framing te maken: hun GMS’s stonden al roodgloeiend van de oproepen door journalisten, en de basketbobo’s hadden hen al gebriefd dat er ‘iets ergs gebeurd was’. Kwestie van de meisjes wat op te warmen.  Koen Tanghe heeft er zijn licht over laten schijnen in een kleine filosofie van het roddelen. Laat ik er nog een bedenking aan toe voegen over de hedendaagse klaagcultuur. Dan zijn we ongeveer rond.

Helaas, die sukkel van een Demarez leek op de duur een zondebok voor de gerateerde medaille van de Cats op de Spelen.

In dat DM-interview schijnt Ann Wauters toch wat gas terug te nemen, maar ze kadert het voorval meteen in een bredere ‘macho-cultuur’ die op de VRT zou heersen, zelfs met homofobe randjes. Dat is een vreemde beschuldiging, want zowat alle sportjournalisten hebben zich in alle toonaarden gedistantieerd van hun ondertussen geschorste collega. In een politiek hypercorrecte omgeving kies je beter direct de juiste kant bij zo’n incident.

‘Er moeten meer vrouwen in de redacties komen’, foetert Wauters. Ook bizar. Er zijn weinig domeinen -naast politiek, onderwijs en zorg- die zo aan een snel tempo vervrouwelijken als de journalistiek. Op de VRT zelf, zowel nieuws als duiding, en in de geschreven pers waar ik vooral vrouwelijke hoofdredacteurs weer in diezelfde praatprogramma’s zie verschijnen. De enige vrouwelijke voetballer die iets betekent, Imke Courtois, is van het scherm niet weg te slaan. Ze heeft nu zelfs haar eigen programma. Waar heeft Wauters het dan over? Simpel: ze is zoals zovele opiniemakers en influencers de stem van een zelfvoedende klaagcultuur geworden.

Beroepsquerulanten

FatmaFatma Taspinar, VRT-nieuwsanker, ingebeeld slachtoffer van ingebeelde discriminatie

Dat is een pervers mechanisme waarin een complete maatschappelijke mainstream steeds maar nieuwe slachtoffers van discriminatie aanwijst, die zich vervolgens ook zo gaan gedragen. Uitgerekend de publieke omroep is daarvan het beste voorbeeld.

Hoe meer de VRT zich beijvert om vrouwen, allochtonen en andere ‘gediscrimineerde’ groepen te benoemen en te bevoordelen -het staat zelfs met quota in de beheersovereenkomst-, hoe meer en luider die groepen zich als gedupeerden opstellen. Dat is de fatale kringloop van het victimisme. Maak mensen beklagenswaardig en ze handelen er ook naar. We herinneren ons de tweet van Fatma Taspinar, die het als kersvers gepromoveerd nieuwsanker niet kon laten om haar status van allochtone underdog in het racistische Vlaanderen in de verf te zetten. Een paradox die ik in een open brief toch even wou belichten. Weer met veel Twittergescheld als gevolg.

De klaagcultuur ontneemt finaal mensen hun weerbaarheid en dompelt hen in een permanente toestand van zelfmedelijden.

Er moet dus geklaagd worden, vooral door mensen die in feite ruimschoots aan de bak komen en zogezegd in naam van hun vervolgde broeders en zusters spreken. Want die ‘gediscrimineerden’ hebben ook toegang tot de opiniebladzijden, sommigen zelfs een vaste rubriek (Dalilla Hermans in DS is de bekendste), en houden niet op met hun marktwaarde als beroepsquerulanten op te drijven. Zij besmetten echter een ganse samenleving waarin beledigd-zijn en gediscrimineerd-worden de hoofdtoon van het discours gaan uitmaken. Dat heeft politieke consequenties die de linkerzijde goed uitkomen: het nieuwe socialisme is een opvangcentrum voor misbegrepen doelgroepen en subculturen die zo nodig moeten beschermd worden. De klaagcultuur ontneemt finaal mensen hun weerbaarheid en dompelt hen in een permanente toestand van zelfmedelijden. Het onderwijs speelt daarin ook een rol: het is altijd de schuld van een ander als je faalt. We kennen het resultaat.

Heel het regenboogverhaal van diversiteit en inclusie sluit daarop aan. Natuurlijk hebben mensen het recht om hun eigen seksuele geaardheid te beleven als niemand daar verder last van heeft, wie betwijfelt dat nog. Homofobie is vandaag in Europa vooral een euvel dat door de islam wordt in stand gehouden. Maar ondertussen wappert de regenboogvlag als het teken van een bemoederende overheid die de kleuren, de geslachten en de tussengeslachten, allemaal potentiële slachtoffers van discriminatie, beschermt. De echte pechvogels die bijstand nodig hebben zoeken het maar uit, zie verder.

Cancel culture

schema3Vervolgens zijn de wokes opgedoken, het militante voetvolk dat de daders en schuldigen van discriminatie -vooral de blanke, mannelijke Vlaming- als hoofddader van de ‘kolonisering’ aanwijst, en waarin alle mogelijke iconen van de westerse samenleving openbaar worden verbrand, ook genoemd cancel culture. Het anti-discriminatieverhaal is nu overgegaan in de haattaal en de grote zuiveringslogica van het anti-koloniseringsdiscours. Sporthelden met een weekloon dat u en ik nog niet in een jaar verdienen, en volop fiscale achterpoortjes benutten,  lezen nu het publiek de les door middel van een BLM-ritueel. Het plaatje wordt vervolledigd door het mechanisme van censuur en zelfs juridische vervolging, waarin het systeem afrekent met ‘racisten’ en ‘seksisten’ die buiten de lijntjes kleuren.

Had Ann Wauters nu maar eens een traan gelaten over de daklozen die na de waterramp aan de Maas en de Vesder op zichzelf zijn aangewezen.

Ik heb dat eens in een schone driehoek uitgetekend, die u boven uw bed mag hangen, te raadplegen als u nog eens een Olympische basketvedette haar beklag hoort doen omdat een Eddy zich wat toogpraat onder venten laat ontvallen.

Het schandalige in deze klaagcultuur is vooral dat echte slachtoffers in de kou blijven staan. Had Ann Wauters nu maar eens een traan gelaten over de daklozen die na de waterramp aan de Maas en de Vesder op zichzelf zijn aangewezen. Helaas had ze het te druk met een woke lezing van haar eigen trauma. Ook politiek mogen nu conclusies getrokken worden. In een door links gedomineerd Wallonië draaien de PS, PTB en Ecolo eendrachtig hun rug naar de kleine man en vrouw. Het koppel met de éénbenige vrouw in de rolstoel, kamperend aan een spoorwegberm in Pepinster, heeft uiteindelijk onderdak gekregen dankzij een kleine vzw, niet het Croix Rouge of de overheid, die het te druk heeft met diversiteit en inclusiviteit.

Een kat een kat noemen, het wordt van langsom hachelijker, want de deugmensen willen alleen hun eigen gelijk bevestigd zien. Dat er in zo’n cultuur van de klaaglitanieën amper nog plaats is voor humor en satire, is ook de logica zelve. Ik moet de eerste cartoon nog zien die met het onnoemelijk leed van de Cats de draak steekt. En dat er alleen aan de rechterzijde nog gelachen wordt, dat vind ik oprecht jammer maar het is het probleem van links. Wauters en haar medepoezen hebben dringend nood aan frisse lucht buiten de pocobubbel. De VRT ook, maar daar maak ik me nog minder illusies over.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor De klaagcultuur grijpt om zich heen

De Belgian Cats reageren kattig

Cats

En Eddy moet op de bank

Ongenaakbare reuzen en reuzinnen heb ik ze altijd gevonden, de dames en heren basketspelers, maar meteen ook symbolen van het onrecht en de discriminatie die ik al sinds mijn prille jeugd moest ondergaan: ‘Neen ventje, hier is in de club voor u geen plaats, probeer een loopnummer, ge kunt gewoon onder de horde door.’ Of: ‘Voor u zijn ’t eerder de Paralympics’. Overal werden wij, dwergen, in het basket wandelen gestuurd met hetzelfde soort moppen. Begrijpelijk. Hoe zij die bal in de ring deponeren, quasi zonder te springen, het blijft voor ons een onbereikbare droom. Dit is een sport voor supermensen, natuurlijke steltenlopers, de 2m+ elite waar de Führer altijd van droomde.

‘Leuk thuiskomen’

Na de Olympische hymne, de Catstweetsklaagzang

Gelukkig is het in het gewone leven omgekeerd en halen we onze gram. Menig buil hebben de reuzenatleten al opgelopen bij het door een deur gaan en zich vergeten te bukken. Autorijden kunnen ze alleen in dubbel gevouwen toestand. Behoudens een soortgenoot is rechtstaand converseren enkel mogelijk met navelstaarders. Over meer dan vriendschappelijke betrekkingen met een ondermens laat ik me verder niet uit. Neen, buiten het basketveld is het leven niet simpel voor tweemetermensen.

En het ergste van al: er zijn de Eddy’s, oudere witte mannetjestrollen die stomme grappen maken over deze sporters die door de natuur werden begiftigde/misdeeld -al naargelang het gezichtspunt-. We noemen dat het Napoleoncomplex: vooral kleine ventjes hebben de neiging om zich in grootse daden te overtreffen, of tenminste hun Liliputtergestalte enige allure te geven. Juist ja, door onnozel gezwets over manwijven en kolossen bijvoorbeeld als het over de Belgian Cats gaat, de Olympische damesbasketploeg.

Sterspeelster Emma Meesseman had zich al beklaagd over de enorme gestalte van de Chinese dames waartegen ze de duimen hadden moeten leggen. En nu dit.

De meisjes waren van een kale reis teruggekomen uit Tokio, want op een zucht van een bronzen medaille gestrand. Sterspeelster Emma Meesseman had zich al beklaagd over… de enorme gestalte van de Chinese dames waartegen ze de duimen hadden moeten leggen. En nu dit.

De sfeer was bij het thuiskomen dus al niet denderend, begint sportjournalist Eddy Demarez toch wel stomme grappen te maken zeker tijdens de live Sporza-uitzending over de in Zaventem gelande Cats, op een moment dat hij niet wist dat de micro nog aan stond. Iets met ‘kolossen’ en speculaties over hun onderstel. Dat lieten de meisjes niet over zich gaan. ‘Respectloos, pijnlijk en denigrerend. Leuk thuiskomen zo’, twitterde Hanne Mestdagh. Eddy zal de volgende keer wel beter de knopjes checken.

Zuurpruimentijd

WitrusKristina Timanovskaja

Ja, waarover gaat dit? Juist: over niks. Kijk eens, dames. Ik ken iemand die helemaal niet meer moet thuiskomen, Kristina Timanovskaja bijvoorbeeld, de Wit-Russische atlete die ei-zo-na werd gekidnapt op de vlieghaven van Tokio op bevel van dictator Loekasjenko wegens een ‘ongepaste uitspraak’.

Sorry, daarbij vergeleken is het puberachtig gezeur over een mopje van een journalist -nota bene privé, onder collega’s- lachwekkend. Blijkbaar kan teveel media-aandacht het relativeringsvermogen schaden en de humorknop zelfs helemaal blokkeren. Waarom lachten de Belgische kattinnen niet eens gewoon met het stomme voorval? Of gewoon vettige Eddy een gevatte sneer teruggeven? Iets met Olympische gedachte en mentale weerbaarheid?

Over de publieke omroep en haar personeel maken we ons natuurlijk vrolijk. Blijkbaar is er een politiek correcte façade met een daaraan verbonden ‘positief beleid’ (sic), maar off the record, stiekem, blijken het toch gewone mensen die kunnen lachen. Sommigen toch, de Eddy’s dan. Oef.

Blijkbaar kan teveel media-aandacht het relativeringsvermogen schaden en de humorknop zelfs helemaal blokkeren.

In deze zuurpruimentijd, waar er met niets nog mag gelachen worden, iedereen voortdurend beledigd wordt, en de Britse komische serie ‘Allo ‘Allo!’ nu van waarschuwingen wordt voorzien over ongepaste stereotypen (You stupid woman!), is het goed dat er eens een micro of een camera blijft open staan. Het bewijst dat heel de politiek-correcte reutemeteut van de media, en de VRT in het bijzonder, een ideologische façade is, een onvoorstelbare komedie over schone schijn, taboes en (zelf)censuur.

Soit, Eddy Demarrez, even op non-actief gezet, is al door het stof gekropen met veel excuses. Zo hoort dat, foute moppen dienen streng bestraft. Dank u, VRT-technicus die de geluidsknop liet openstaan, zo heeft ook de thuisblijver in deze regenzomer nog eens zijn leut. Nog even en premier De Croo wordt teruggeroepen uit vakantie en zal het parlement in spoedzitting bijeenroepen over deze staatszaak. Neen, niet over de chaos in Wallonië waar een dakloos koppel met een éénbenige vrouw in een rolstoel aan de spoorlijn in een tentje overleeft. Ook deze mensen komen voorlopig niet meer thuis.

Een beeld dat ik de Belgian Cats van harte kan aanbevelen, kwestie van alles weer wat in de juiste proporties te zien.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor De Belgian Cats reageren kattig