Doodslag door schuldig verzuim

corona_PanoWaarom een derde van de Belgische coronaslachtoffers in Vlaamse rusthuizen viel

6 op de 10 Belgen wil de gezondheidszorg herfederaliseren. Dat blijkt uit de Grote Peiling van Het Laatste Nieuws, VTM, RTL en Le Soir. Zelfs een meerderheid van de kiezers van N-VA en Vlaams Belang zou daar voorstander van zijn.

Als dat klopt is het voor Vlaams-nationalisten een teleurstellend gegeven. En ook wel enigszins bizar, gelet op het grote corona-blunderboek van Sophie Wilmès en haar superkern, met de mondmaskersoap als absolute uitschieter, waarbij ook manifeste leugens-om-bestwil niet mochten ontbreken.

Van begin februari schitterde de Wilmès-ploeg, met minister van volksgezondheid Maggie De Block in de glansrol van haar leven, door onkunde, schuldig verzuim en ontkenningsgedrag. Wie rond de krokusvakantie aan de alarmbel trok was een drama queen. De drastische maandenlange lockdown is grotendeels het gevolg van te weinig daadkracht en al te traag voortschrijdend inzicht: een panische vlucht-vooruit van amateurpiloten in de cockpit, met een economische en sociale fall-out die amper te becijferen valt.

België eerst

Wilmes3In mijn nieuw boek ‘Politiek incorrect’ (Doorbraak, herfst 2020) ga ik uitvoerig in op de coronacrisis, de lockdown en het politiek-institutionele verhaal erachter. Vlaanderen is sinds de uitvoering van de zesde staatshervorming volledig bevoegd voor de woonzorgcentra. Het is daar dat we het verschil konden maken. Maar het is net daar dat het compleet fout liep. Terwijl de focus federaal volledig werd gelegd op de snelle ombouw van de ziekenhuizen tot echte oorlogshospitalen -een operatie die vooral dankzij de inzet op het veld ook een succes was-, werden de rusthuizen aan hun lot overgelaten, ontbrak daar het medisch materiaal, de know-how en de coördinatie Het resultaat was een echte ravage, vooral in Vlaanderen: maar liefst één derde van de Belgische corona-slachtoffers is afkomstig uit Vlaamse rusthuizen.

Ik verdenk de minderheidsregering en de MR-achterban van Wilmès er ronduit van, dit met enig leedvermaak te hebben gevolgd. Heel haar lakonieke attitude wijst erop. In deze crisis kwam het er voor premier Wilmès en de (bij uitstek Belgicistische) MR-achterban op aan, te bewijzen dat het federaal niveau werkt, en alles wat regionaal geregeld is, slechts in tweede orde aan bod komt. Daarom kwam voor Wilmès en C° de malaise in de woonzorgcentra best wel goed uit, en was elke rusthuisdode een argument voor de terugkeer naar het federaal niveau.

Wat we zelf doen, doen we beter? Helaas. De sluipende oudermoord -want dat was het- kon alleen voltrokken worden dankzij incompetente treuzelaars zoals Vlaams zorgminister Wouter Beke die de federale logica onderging. De ramp die Beke over de woonzorgcentra uitriep, door het testen van personeel en bewoners alsmaar uit te stellen, de onbestaande mondmaskerbevoorrading, gebrekkige en/of foute instructies (in het begin werd het gebruik van mondmaskers afgeraden in de woonzorgcentra!), een verwarde interne en externe communicatie,… het wijst op een gebrek aan daadkracht en ambitie die de globale Vlaamse politieke klasse affecteert. Vlaams minister-president Jan Jambon schitterde door onzichtbaarheid in heel deze crisis.

‘Daarom kwam voor Wilmès en C° de malaise in de woonzorgcentra best wel goed uit’

In de marge van heel de coronasoap is dat een onthutsende vaststelling voor wie vindt dat we ons uit de Belgische constructie moeten loswrikken, in plaats van alsmaar om kruimels te bedelen die van de bevoegdheidstafel vallen. Op geen enkel moment zag men in deze crisis iets dat op radicaal Vlaams voluntarisme wees, de wil en het lef om het zelf te doen, het zwaartepunt te verleggen naar de eigen regio. Terwijl de virologen hun dagelijkse show opvoerden, werden de bewoners en het personeel van de rusthuizen zo twee keer in de steek gelaten. Eenmaal door de federale overheid, omdat die de regionaal bestuurde materies bewust negeerde en liet ‘verrotten’. En een tweede keer door de Vlaamse bestuurders, die besluiteloos ronddrentelden en niet konden of wilden het heft echt in hand nemen. Belgisch malgoverno en Vlaams nongoverno, zo zal de coronacrisis van het voorjaar 2020 de geschiedenis ingaan.

Underdogcomplex

Beke_2België werkt niet, maar Vlaanderen straalt besluiteloosheid uit. De coronacrisis had dé kans geweest om het Belgische niveau opzij te zetten en te overstijgen, breder dan de bevoegdheden het toelaten.

Men had bijvoorbeeld van meet af aan zelf een crisiscomité en een task force kunnen installeren, materiaal aankopen (of beter nog: zelf een strategische stock van mondmaskers en testmateriaal aanleggen, ook voor de woonzorgcentra), tests organiseren, uitgebreid contactonderzoek in een vroeg stadium, een Scandinavische aanpak dus. Erika Vlieghe adviseerde al in februari om mobiele teams op te richten om rusthuizen te testen. Wilmès reageerde niet: rusthuizen, dat was quantité negligable.

‘Dit had ons bye bye Belgium kunnen worden’

Nood breekt wet. Men had in zo’n uitzonderlijke crisissituatie een stuk van het federaal bestuursniveau eenzijdig  kunnen terzijde schuiven en in het parlement een Vlaamse crisiswet uitroepen, vanuit een Vlaamse regering met een échte meerderheid en met volle bevoegdheid. Dit had ons bye bye Belgium kunnen worden, zoals de RTBf het ooit in een karikaturale nepreportage noemde. In de plaats daarvan bleef men kakelen over bevoegdheden en wachten op Godot.

We zijn er niet klaar voor, in de eerste plaats omdat het politiek-intellectueel kapitaal ontbreekt. Boekhouders en gewezen scoutsleiders, maar geen staatslieden. Vandaag is Vlaanderen economisch welvarend en hebben we een soort halve autonomie, maar het beruchte underdogcomplex is gebleven. Daardoor houden we niet van het woord revolutie en trekken we op een cruciaal moment onze staart in.

In het licht van deze drievoudige dynamiek -de staatsgreep van Wilmès, het falen van de Vlaamse bestuursklasse, en het Lamme Goedzakcomplex- is het perfect logisch dat de Vlaming een herfederalisering van de complete zorg overweegt: je had als bejaarde de afgelopen maanden gewoon meer overlevingskans thuis – en vandaar naar ziekenhuis- dan in een woonzorgcentrum.

Het ontbrekende ‘draagvlak’

preventie_coronaEen gebrek aan grandeur en ambitie dus, het is een oud zeer. In essentie maakten de staatshervormingen pijnlijk duidelijk wat voor een knullige onderhandelaars we zijn en hoe we onze meerderheidspositie verkwanselen, met de beruchte grendelgrondwet van 1970 als uitsmijter. Tot op vandaag zijn het de Bekes die wikken en de Wilmèssen die beslissen. Met alle gevolgen van dien. De fameuze Belgische ziekte blijft besmettelijk, en leidt in Vlaanderen vooral tot een kleinburgerlijke dagjespolitiek, gekenmerkt door profileringsdrang, kibbelzucht, en op het cruciale moment toch weer proberen onder het maaiveld te duiken. Of de Zwarte Piet naar het federale niveau doorschuiven.

Democratie is ook en vooral: denkbeelden aanreiken, het publiek debat op gang brengen, mensen goesting doen krijgen

Geen meerderheid voor onafhankelijkheid in de Vlaamse publieke opinie? Ook dat zal statistisch wel kloppen. Het draagvlakflamingantisme, waarvan de N-VA grote gangmaker is, berust op een vicieuze redenering: men acht Vlaamse natievorming onhaalbaar ‘omdat er geen draagvlak is’, maar er is geen draagvlak omdat men het als onhaalbaar beschouwt en er dus ook niet voor wil gaan. Democratie bestaat nochtans niet alleen uit peilingcijfers en verkiezingen, en partijen zijn er niet alleen om mensen aan een job in de politiek te helpen. Democratie is ook en vooral: denkbeelden aanreiken, het publiek debat op gang brengen, mensen goesting doen krijgen, een visie onderbouwen en naar buiten brengen.

Niet de zorgverleners zijn verantwoordelijk voor de drieduizend doden in de Vlaamse woonzorgcentra: deze mensen hebben zich dubbel geplooid en gedaan wat ze konden. Het is het cynisme van de Belgische machtslogica en de Vlaamse laksheid die van onze rusthuizen sterfhuizen gemaakt hebben. Een echte onderzoekscommissie komt er niet, noch federaal, noch Vlaams: die arme politici hebben het de laatste maanden al lastig genoeg gehad. Dat zowat alle partijen, behalve VB en PVDA, verlamd van schrik zijn voor nieuwe verkiezingen, mag dan ook niet verbazen.

Johan Sanctorum: ‘Politiek incorrect’, een zwartboek over wat niet gezegd en geschreven mag worden (Uitgeverij Doorbraak, oktober 2020). Geen boekenbeurs dit jaar… Nu reeds bestellen en gesigneerd thuis ontvangen? Klik hier

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 63 reacties

‘Adviseren’ in tijden van pandemie: de soap gaat verder

Lendelede

Het mondmasker had verplicht moeten zijn in winkels en warenhuizen, punt. Al maanden voorheen.

De Veiligheidsraad -het politieke coronacomité dus- voert per 1 juli een verdere versoepeling door, vooral in de pret- en ontspanningssfeer (zwembaden, pretparken, bioscopen, trouwerijen en andere feesten) waar veel mensen dicht bij elkaar komen en het infectierisico groter is. Je zou denken dat men dan toch het mondmasker verplicht voor winkels en warenhuizen, dat is een kleine moeite, en de Groep van Experts belast met de Exit-Strategie (GEES) drong daar ook sterk op aan. Iets waar ook het winkelpersoneel zelf vragende partij voor is. Winkels zijn in deze omstandigheden geen speelplaatsen of bestemmingen voor een gezinstrip, dus neem daar geen risico.

Aprilvis

ThysExperten… behalve Johnny Thijs (foto) dan, de CEO van Electrabel die bij BPost vertrok omdat hij 650.000 Euro per jaar te weinig vond, nadat hij de posttarieven had verhoogd, de dienstverlening had afgebouwd, en de postbodes had getransformeerd tot streng gechronometreerde, GPS-gestuurde robotten die ongeveer voor een leefloon hun botten afdraaien. Johnny scharrelt momenteel nog wat bij door te zetelen in de raden van bestuur van o.m. Recticel, Corealis, Golazo en Hospital Logistics en H. Essers.

Dat mag allemaal hé, alleen: wat is de meerwaarde van mandatenkoning Thijs binnen de GEES? Op een of andere manier is heel de expertenclub gezwicht voor zijn standpunt dat je mensen de vrije keuze moet laten, en dat het gebruik van het mondmasker in winkels enkel mag geadviseerd worden.

Wel ik zeg u: Johnny Thijs is een gevaar voor de samenleving. Virussen zijn geen postzegels, Johnny, en vrijblijvendheid is in deze dodelijk. Ofwel hebben die maskers hun nut tegen dat beest en leg je ze op, ofwel laat je ze in de kast. Wat is dan eigenlijk adviseren, in deze context van de pandemie? Men kan mensen adviseren om niet te lang in de zon te gaan staan en voldoende water te drinken, of om ’s avonds niet eindeloos naar dat schermpje te staren want wit licht verhindert het inslapen. Maar een mondmasker adviseren in de winkels, een maand na de lockdown, en wanneer elke viroloog ons waarschuwt voor een tweede golf?

Virussen zijn geen postzegels, Johnny, en vrijblijvendheid is in deze dodelijk.

Gisteren naar de Aldi en de Colruyt geweest: bijna niemand droeg er nog één, en de sukkels die er toch mee rondlopen zullen het ook snel voor bekeken houden want niemand wil als een alien met zijn kar langs de rekken fietsen. Misschien mankeert die GEES toch een psycholoog of gewoon iemand met wat mensenkennis: als de helft niet meedoet gaat de andere helft snel overstag, onder het motto ‘het steekt allemaal niet zo nauw’. Dat is ook het standpunt van onze minister van volksgezondheid Maggie De Block: ook zij zag de verplichting van de mondmaskers in winkels en warenhuizen helemaal niet zitten en liet dat via de pers duidelijk weten.

Wacht, dus als ik het goed begrijp, Maggie: eerst likwideer je de bestaande mondmaskervoorraad zonder hem terug aan te vullen. Begin maart spreek je over een ‘griepje’ en scheld je wetenschappers, die waarschuwen dat het de verkeerde kant opgaat, uit voor drama queens. Heel het voorjaar door werden de mondmaskers als nutteloos en zelfs contraproductief weggezet, simpel, omdat we ze niet hadden. Ook op 1 april, in volle lockdown, kregen we die leugenboodschap mee, ondersteund door o.m. Marc Van Ranst en Steven Van Gucht (‘ik draag geen mondmasker in het warenhuis’): ik veronderstel dat het niet om een aprilvis ging. Tussendoor sloegen huisvrouwen zelf aan het naaien en werd de huisfabricage van de ‘nutteloze’ maskers gepromoot als bezigheidstherapie.

Geen vertrouwen

Maggie2Nu we eindelijk uit ons kot mogen komen, en hogervernoemde experten gegeneerd toegeven dat ze ernaast zaten, zo niet ons gewoon bedot hebben, maakt de politiek er zich vanaf door die dingen gewoon te ‘adviseren’. Volgt men dat advies niet, dan is het niet de schuld van het beleid. Vlaams minister-president Jan Jambon, lid van de Veiligheidsraad, was zo cynisch om de echte reden mee te geven: ‘eerst zeggen dat ze nutteloos zijn en ze dan verplichten, dat kan je niet maken.’ Ga even goed zitten en analyseer voorgaande volzin. Een fout kan alleen goed gemaakt worden door een tweede fout, een leugen hersteld door een nog straffere.

Heel het Belgische coronabeleid kwakkelt over en weer als de kwabben van de minister van volksongezondheid

We hebben dus Johnny en Maggie aan de kant van de vrijheidsstrijders, de lobby die ons recht naar de tweede golf voert. Niemand is meer tegen regels-om-de-regels dan ondergetekende, maar af en toe en in bijzondere omstandigheden is het gewoon van moetes. Heel het Belgische coronabeleid kwakkelt over en weer als de kwabben van de minister van volksongezondheid: eerst onderschat men het virus en treedt men veel te laat in actie, daarna gaat men ijlings over tot een lockdown met een catastrofale impact op de economie en het sociale leven, en vervolgens viert men de teugels met halve maatregelen en tot laksheid uitnodigende ‘adviezen’.

Een compleet gebrek aan consistentie dus, en in elk van deze stadia is de leugen aanwezig, of minstens het verdoezelen van de waarheid. Dat is misschien nog de belangrijkste reden waarom zoveel mensen er hun laars aan lappen: een overheid die men niet vertrouwt, die liegt, met alle winden meedraait, dwingt ook geen respect voor regels af, en dat is het grote verschil met landen als Denemarken en Oostenrijk. Het verbroken pact met de burger, ooit sociaal contract genoemd, is in België verder weg dan ooit. Ondertussen bakkeleien de draagvlakpolitici rustig verder.

 

Geplaatst in Geen categorie | 107 reacties

Gratis treintickets en groene rekenkunde

Delvaux

Uit een onderzoek van ‘The Economist’, die 21 OESO-landen vergeleek, pakte België globaal de coronacrisis het slechtste aan, en laat het rampgebieden als Spanje en Italië, maar ook de VS en het Verenigd Koninkrijk, achter zich.

Het succesverhaal houdt maar niet op: na het malgoverno tijdens de crisis en de lockdown belooft ook het economisch relanceplan één knullige improvisatie te worden, zonder visie en met veel ad hoc-ideetjes waarin politici om de beurt kunnen scoren.

Recent beviel de superkern (alle partijen, zonder het Vlaams Belang en PVDA/PTB, die de verkiezingen wonnen) van het idee om elke Belg tien gratis treintickets cadeau te doen. Kwestie van het treinreizen te promoten, in coronatijd dus.

Dat bomvolle treinen superverspreiders van het virus zijn, dat vonden Meyrem Almaci en Jean-Marc Nollet, de twee groene voorzitters en trotse bedenkers van het idee, geen punt. Evenmin dat recent onderzoek aangeeft dat mensen helemaal de trein niet willen nemen zolang hun veiligheid niet gegarandeerd is. Dus neen, niemand zat daarop te wachten.

Spoorbaas Sophie Dutordoir, wiens mening niet was gevraagd, was not amused toen ze het goede nieuws via de media vernam, waarna er toch enig overleg plaats greep, met als resultaat: geen tien maar twaalf gratis ritten. Twee per maand per persoon.

Sophisme

Een win/win-verhaal: de rekenkunde achter het voorstel is onovertroffen, ik citeer even kamerlid Kim Buyst (Groen) in De Tijd:

‘Na jaren besparen is er eindelijk een positieve maatregel voor het openbaar vervoer. De NMBS leed 400 miljoen euro verlies vanwege de coronacrisis. De steun in de vorm van een twaalfrittenkaart geeft de spoormaatschappij financiële ademruimte en ook reizigers hebben er een rechtstreeks voordeel aan. De financiering past in de globale covidcompensatie voor de NMBS en vraagt geen bijkomend bedrag’.

Dus ik vat samen, en corrigeer me als ik fout ben: mensen mogen gratis de trein nemen, en dat geeft de NMBS ‘financiële ademruimte’, kuchkuch, zeker als er bij groot succes extra treinstellen moeten worden ingezet. Hoe meer reizigers niet betalen, hoe beter voor de spoorwegen, rekent Groen voor.

Zelf schat de NMBS de extra verliezen door deze railpass op zo’n 100 miljoen euro, want nergens staat of en hoe de maatschappij hiervoor zal gecompenseerd worden. Soit, het is op het einde toch de belastingbetaler die het tekort aanzuivert.

Beeld u de genialiteit van het voorstel in, en waarom het ook in andere sectoren kan toegepast worden om de economie de broodnodige boost te geven: de overheid verstrekt een bierkaart waarmee men tien pintjes kan drinken in het café naar keuze, wat voor de horeca een aanzienlijke steun betekent, bier gratis tappen; idem voor tien beurten bij de coiffeur, tien bezoeken aan de autowerkplaats, tien gratis loodgieterinterventies, zonder dat iemand er ook maar een eurocent voor betaalt of eraan verdient. Het BNP zal steil de hoogte ingaan.

Jamaar, die gratis treintickets gaan toch het binnenlands toerisme stimuleren, hoor ik u zeggen, zo gezellig met de kroost naar de kust of de Ardennen. Ja sorry, de kaart is niet in de zomerweekends geldig en gaat pas in vanaf 17 augustus als de vakantie grotendeels voorbij is. Daarbij is er nog de administratieve rompslomp om die tickets aan te vragen, de extra werklast voor dat toch al hardwerkend spoorpersoneel, de overheidscomputers daterend uit de tijd toen de dieren nog spraken, die dat allemaal moeten verwerken…

Mijn voorspelling: die rittenkaart wordt een gigantische flop, en dat is ook de bedoeling van het compromis tussen de twee Sophies in dit verhaal, Wilmès en Dutordoir. Zo schaft een slecht idee, dankzij de juiste implementatie, zichzelf weer af, en zo komt alles toch nog goed in dit land en blijven we hopelijk gezond

Geplaatst in Geen categorie | 19 reacties

Discriminatie is een grondrecht

UniaEen maatschappij die vrije keuzes belet, verliest alle veerkracht.

Een zwarte Amerikaan sterft door disproportioneel politiegeweld, het publiek protest slaat over naar Europa en doet Leopold II van zijn sokkel vallen. Opeens allemaal zwarte gezichten in talkshows en politieke debatten over discriminatie en praktijktests, alsof er nooit corona of een mondmaskerschandaal is geweest. Hoe handig kan de waan van de dag zijn voor politici in nauwe schoentjes.

Niettemin moet een filosoof zich af en toe eens over het wezen van discriminatie buigen, en gezien juni de Maand van de Filosofie is, wil ik die taak graag op mij nemen. Ook al is de uitkomst misschien niet wat ze op RadioKlara zouden verwachten.

Een kwestie van geur

Tristanenisolde

Tristan en Isolde: primair begint elk contact met gesnuffel

Laten we met de privésfeer beginnen. Kiezen, insluiten en uitsluiten, doen we heel de tijd. De erotiek is hier het absolute paradigma. Een man die een vrouw kiest en erop verliefd wordt, kiest tegen alle andere vrouwen, waarvan er sommigen zich afgewezen zullen voelen. Zij maakt op dat moment het absolute verschil. Niet haat maar liefde is de oervorm van discriminatie, positieve én negatieve. Sympathie en antipathie houden elkaar in evenwicht. Dat geldt voor individuen en voor groepen. Het hoort bij de menselijke existentie,- naar het schijnt heeft het met feromonen, geurstoffen te maken, aanwezig in menig parfum. Primair begint elk contact met gesnuffel.  “Ik kan hem niet ruiken”, het is in onze taal een gezegde voor iemand niet lusten. Het zit echt in de neus.

Niet haat maar liefde is de oervorm van discriminatie

Liefde en afkeer houden elkaar in evenwicht, en bepalen de menselijke uitwisselingsprocessen. Deze chemie is het onderwerp van Goethe’s roman Die Wahlverwandtschaften (1809), waarin keuze effectief als iets fysieks en biologisch wordt geduid, en geen kwestie van politiek-correcte ideologie. Misschien heeft het discriminatiegegeven wel meer te maken met een filosofie van de eros, zoals mijn voormalige filosofische mentor Leopold Flam (1912-1995) ze omschreef, of een filosofie van de smaak zoals Kant die al formuleerde, dan met abstracte mensenrechtenkwesties.

Smaken en (voor)oordelen dus. Zo heb ik het enorm voor bakkersvrouwen, donkerhuidige koeriers en herdershonden. Ik mag homo’s en moslims niet, en dat is heel persoonlijk, het is ook wederzijds. Toen ik me in een vorig leven nog een dienstencheque-poetshulp kon permitteren, is hier een hele parade rassen, ethnieën en nationaliteiten gepasseerd, de VN in ’t klein, soms elke week een andere. Geen betere manier denkbaar om je een beeld van diversiteit te vormen en rangordes op te stellen. Gevoelige lezers gelieven volgende paragraaf over te slaan.

Lange kunstnagels

Dalilla

Dalilla Hermans

De verschillen komen overeen met afkomst, sorry voor wie dat lastig vindt. De dames uit de zogenaamde poetsvrouwenrepublieken (Kazachstan, Azerbeidjan) zijn met voorsprong de beste. Vlijtig, betrouwbaar, sociaal en toch discreet. Daarna komen de Roemeense en de Poolse, ook redelijk, maar wat trager en vaker ziek. Eén waggelende Roma-zigeunerin met een onmogelijk grote kont en diepe zakken heb ik na een paar sessies de deur moeten wijzen. De Marokkaanse/Arabische poetsdames zijn vinnig maar bot, en tonen subtiel dat racisme ook in de omgekeerde richting bestaat. De Russische zijn een geval apart: feeksen die op het einde zelf uw huis herinrichten, nieuwe regels opstellen en de vrouw des huizes resoluut naar het tweede plan verwijzen. Misschien interessant voor vrijgezellen op leeftijd.

Er bestaat nog zoiets als keuzevrijheid, zeker als het de persoonlijke levenssfeer betreft

Echter één categorie raad ik u resoluut af: zwarte poetsvrouwen, speciaal deze van Congolese komaf. Vrijwel altijd te dik, met juwelen behangen en uitgerust met gelakte kunstnagels die geen water met kuisproduct verdragen. Deze Nubische koninginnen stralen dédain uit, bekijken je alsof je een makaak bent die uit de brousse kruipt, en rijden met een auto die je in de sector van de zwarte zeep niet direct zou verwachten. Poetsen doen ze niet, alleen rondsleffen tot het tijd is, en af en toe een sigaret opsteken. Te mijden dus.

Sommigen zullen dat onversneden racisme noemen, ik verkies te spreken over ranking naar etniciteit, gebaseerd op persoonlijke expertise. Afgezien daarvan lijkt het me logisch dat je iemand die je in huis binnenhaalt, alles weet staan, op de duur alle routines en geplogenheden kent, een beetje vertrouwt en dus kiest volgens persoonlijke maatstaven. Of dat alleenstaande oudjes misschien een Vlaamse poetshulp verkiezen om eens een praatje te kunnen slaan. Of er zich gewoon veiliger bij voelen. Of dat ik als kinderoppas liever een meisje van achter de hoek heb dan een bruine medemens uit Borgerhout. Is dat discriminatie? Allicht. Maar er bestaat nog zoiets als keuzevrijheid, zeker als het de persoonlijke levenssfeer betreft. Voor de rest alle sympathie voor #BlackLivesMatter.

De vrije markt

Monroe

Marylin Monroe

Over naar de werkvloer. Praktijktests of monitoring, Vlaanderenbreed nog wel: de essentie is dat men via telefoons of mails een bedrijf bij een aanwerving probeert te ‘betrappen’ op het hanteren van normen naar de persoon toe. Dat idee berust op grondwettelijk drijfzand. De overheid en de rechtstaat hebben de absolute plicht om elke burger op voet van gelijkheid te behandelen. Maar daarbuiten is profiling en casting een recht. Zie de poetshulp of de kinderoppas. Of moet een operahuis zich verantwoorden omdat er voor de rol van Salome een jonge, blanke, lenige en vooral vlekkeloos zingende sopraan wordt gezocht? En moeten ‘witte’ voetballers zich gepasseerd voelen omdat onze velden vollopen met Afrikaanse renpaarden? En als een cafébaas een rondborstig blondje voor zijn klanten verkiest, eerder dan een rosse bonenstaak, wie gaat hem dat recht ontzeggen?

We leven in een geglobaliseerde wereld met vele nadelen, maar ook met enkele voordelen: namelijk dat er een open markt is van producten, diensten, en personen. Ik wil best opteren voor een communistisch systeem, waarin de staat me een poetshulp aanwijst, én mijn kost en inwoon waarborgt, een gewaarborgd inkomen betaalt, gratis medische hulp en onderwijs aanbiedt, alles regelt van de wieg tot aan het graf. Maar niets ertussen. Als we zelf onze boontjes moeten doppen, hebben we ook het recht om uit te maken met wie, wat, waar, hoe.

De VRT discrimineert dus, en werft aan volgens racistische maatstaven

Of zoals jurist Matthias Storme het benoemde: het recht om te discrimineren. Storme lanceerde dat begrip naar aanleiding van de Prijs voor de Vrijheid die hij in 2005 van Nova Civitas uitgereikt kreeg. Ik heb hem daarin altijd gesteund, lang vóór hij als N-VA-er bestuurder werd van het Interfederaal Gelijkekansencentrum, de officiële waakhond tegen alle discriminatie (België blijft met voorsprong politiek het grappigste land ter wereld).

Komt daarbij dat tal van grote bedrijven en instituten een zogenaamde diversiteitspolitiek voeren en positief discrimineren ten opzichte van personen met een migratie-achtergrond. De openbare omroep bijvoorbeeld hanteert de 4% norm op het vlak van het personeelsbeleid, dat staat zelfs in de beheersovereenkomst. De VRT discrimineert dus, en werft aan volgens racistische maatstaven, want het betekent onvermijdelijk dat men voor ‘gekleurde’ kandidaten de lat lager zal leggen, anders haalt men dat quotum gewoon niet. Voor mij allemaal niet gelaten, maar het werpt wel een ander licht op het zogenaamde racisme- en discriminatieprobleem

Net in de mediawereld is discriminatie schering en inslag: zo zit het opinielandschap gewoon in mekaar, men sluit in en sluit uit. De Standaard negeerde jarenlang opiniestukken van ondergetekende, tot ik het opgaf. Vermoedelijk niet omdat ze slecht geschreven of impertinent zijn, maar gewoon, nu ja, omdat het Sanctorum is. Moet ik me daarom slachtoffer voelen? Bij Unia aankloppen? Helaas, ik ben een witte man uit Oostende. Voor de rest bepaalt zo’n krant natuurlijk zelf haar bandbreedte, en is het niet-publiceren van een tekst of het doodzwijgen van een persoon een statement waar de lezer maar zijn/haar conclusies moet uit trekken.

Een kwestie van integriteit

Mila

Mila

Conclusie: mensen moeten kunnen kiezen, dat is een grondrecht. Een maatschappij die vrije keuzes belet, verliest alle veerkracht. Een liberaal als Bart Somers moet zich daar maar eens over bezinnen. Respecteert men dat niet, dan belanden we in de heksenjacht en de paranoia. We herinneren ons de zaak Mila, in februari van dit jaar: een zestienjarige lesbienne uit Grenoble die niet op de macho-avances van een moslim wenste in te gaan, en aansluitend voor raciste werd uitgescholden, een discussie die via Twitter escaleerde en waar vele geloofsbroeders van de afgewezene zich mee moeiden. Het werd een staatszaak, en ongelooflijk maar waar: de linkse feministen hielden zich gedeisd.

Een liberaal als Bart Somers moet zich daar maar eens over bezinnen

Zo’n gevallen van doorgeslagen politieke correctheid bewijzen dat de (anti-) discriminatielogica mensen in hun integriteit kan bedreigen. Soms creëert het verbod op discriminatie regelrechte censuur en onvrijheid. Komt daarbij dat beschermde minderheden zelf blijken uit te sluiten vanuit hun culturele waarden. Een vrouw die een Marokkaans theesalon niet binnen mag, bijvoorbeeld. Mijn buikgevoel zegt: dat ze die mannenbastions dan links laat liggen, en misschien zelf een ‘alternatief’ theesalon begint. Poets wederom poets, succes verzekerd. Hetzelfde denk ik zo bij de vrijmetselaarsloges die nog altijd vrouwen weigeren: mancaves moeten kunnen, respecteer het protocol.

Dus ja: discriminatie is het zout op onze culturele aardappelen. Negatieve en positieve, beide impliceren elkaar. Het is zelfs de grondslag van identiteit én diversiteit, in de openbare en privé sfeer. Persoonlijke smaak scherpt onze goesting en gevoel voor kwaliteit aan. Het feit dat u deze tekst tot op het einde gelezen hebt, is het beste bewijs.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

 

Geplaatst in Geen categorie | 38 reacties

De smeltbare monarch

Leopold_II_IJS

Wat overblijft is een plas water

Van alle Latijnse schrijvers die ik in het middelbaar op mijn bord kreeg -van de verfijnde hofdichter Horatius tot de brutale machtspoliticus Julius Caesar-, was er eentje mijn absolute favoriet: Ovidius, dichter van de Metamorfosen. Een aaneenrijging van mythologische verhalen waarin de verandering centraal staat. Zoals de nimf Daphne die, achtervolgd door Apollo, in een laurierboom verandert.

In het laatste deel van zijn bundel geeft Ovidius een filosofische toelichting, waar hij een gedachte van de Griekse filosoof en wiskundige Pythagoras parafraseert: omnia mutantur, alles verandert, niets blijft wat het is. Een gedachte die we ook kennen van diens illustere tijdgenoot Herakleitos (Panta rei, ‘alles vloeit’).

Meteen stelt dat identiteit in een bijzonder perspectief: bent u dezelfde persoon als deze van gisteren, vorige maand, vorig jaar, tien jaar geleden? Hoe kijken we naar ons verleden, naar die Andere waaruit we gegroeid zijn maar ook afstand van hebben genomen? De kracht van het leven zit wellicht vooral in de mogelijkheid om met verandering om te gaan en niet te blijven wie men is. Vloeibare identiteit dus, de oude Grieken waren al postmodern.

Hoe gaan we dan met de geschiedenis om? Als een stabiele, statische kroniek van feiten en gebeurtenissen, waarin alles en iedereen een plaats heeft? Of als een veeldimensionele wervel waarvan we maar een fractie kunnen vatten, en waarvan dus elk beeld ook maar onvolkomen en subjectief is? En welk statuut heeft dan een standbeeld, een monument?

Rood rubber

vibratorMeteen zitten we bij Leopold II, wiens postuur nu met rode verf wordt beklad omdat er in Amerika een zwarte man stierf onder politiegeweld. Zie de absurde humor ervan in, Ovidius had ervan gesmuld. Even absurd is de oplossing die historicus-journalist Marc Reynebeau in een DS-podcast suggereert: laten we het beeld staan, mits het afhakken van een hand. Hoe triest is dat.

Het beeld dan toch maar neerhalen onder luid gejoel? Bedroevend dat designers, kunstenaars en patissiers niet wat meer verbeelding aan de dag leggen om het huidige debat wat lucht te geven, de beeldenstorm wat subtieler te maken. De figuur van Leopold II is wat ze is, maar wat we ermee doen is het resultaat van flexibiliteit, en neem dat woord letterlijk. Ik doe een paar suggesties.

Deze vrouwvriendelijke oplossing is misschien niet politiek correct maar wel historisch te verdedigen.

Rubber was het spul waar het om draaide in Congo en dat Leopold II fortuinen heeft opgebracht. Van de vorst is ook bekend dat hij een onverzadigbare honger had naar vrouwelijk vlees, hoe jeugdiger hoe liever. Waarom niet van twee één maken en meteen een vorm van Wiedergutmachung industrieel produceren? Ik stel u voor: de rubberen Leopold van vorstelijk formaat, roterende kop, met tien versnellingen en bijgeleverde batterijen. Deze vrouwvriendelijke oplossing is misschien niet politiek correct maar wel historisch te verdedigen. En bovendien de beste tegenhanger van de al bestaande Prins Albert-penisring.

Andere mogelijkheden tot deconstructie: de eetbare Leopold van chocolade( zwarte en witte), eventueel een replica op ware grootte van het Oostendse reuzenstandbeeld; de onzichtbare Leopold, waarbij het monument wordt ingepakt à la Christo; de ecologische Leopold, in feite een tuinkabouter bestaande uit samengeperste organische mest die langzaam oplost; en niet te vergeten: de smeltbare Leopold.

Dat idee van een ijssculptuur (foto bovenaan) is een zeldzame artistieke poging om het Leopoldbeeld te doen verdwijnen zonder het zelf te hoeven vernietigen. Het idee is uitgewerkt door een kunstenares van Rwandese komaf, Laura Nsengiyumva. Door het monument traag te laten afsmelten symboliseert ze het vergeten als een positieve daad, met de tijd als omgekeerde beeldhouwer. Wat overblijft van de monarch is een plas water, waarna de poetsvrouw de plek kan droog dweilen. Daar kunnen de beeldenstormers en racismebestrijders nog wat van leren. Ze stelde het Africa­Museum in Tervuren haar project voor: helaas, de directie was niet geïnteresseerd in deze vloeibare visie op de geschiedenis.

Oorden van verschrikking

AuschwitzWe kunnen standbeelden neerhalen en de geschiedenisboeken herschrijven, maar dat blijven verdringingsfenomenen, door massahysterie gevoed of door nieuwe machthebbers opgelegd. Metamorfosen anderzijds wijzen op een speelse, ironische omgang met het verleden waardoor demonen oplossen en trauma’s helen, zonder dat amputatie vereist is.

Er zijn de monumenten, verbonden aan een personencultus in een patriottistische context. Maar er zijn ook verschrikkelijke plekken, relicten van een collectieve nachtmerrie. Wat ons toch weer bij de afgehakte handjes brengt. En ook hier zou men kunnen pleiten voor vloeibaarheid en een ironische benadering, een vorm van speelsheid die de plek gelaagd maakt en de nachtmerrie oplost.

Het huis van Marc Dutroux in Marcinelle is zo’n plek waarvan de bestemming al jaren een voorwerp van debat is. Het is helemaal beschilderd, men gaat het nu afbreken, maar dat is een zwaktebod. Ik had er een jeugdhuis of een kinderdagverblijf van gemaakt, of desnoods een hulp- en zorgcentrum. Vooral géén museum, want dat houdt de depressie in stand.

Soms is het beter om te vergeten, of aan het tragische verhaal een speelse epiloog toe te voegen,

Auschwitz is nog van een andere orde, en nu weet ik dat alle Joden gaan steigeren, maar zelfs hier zou conceptuele creativiteit het obsessionele spookbeeld van het verleden kunnen doen wegdeemsteren. Van het concentratiekamp zou ik een attractiepark of een sportcomplex maken, van het geboortehuis van Hitler, -ook een plek waar niemand raad mee weet-, misschien zelfs een seksshop of een bordeel. Herinneringsplaketten, OK, maar maak er geen tot de eeuwigheid veroordeelde bedevaartsoorden van.

De depressieve sfeer die nog jaren, zelfs decennia over plekken van de nachtmerrie hangt, maakt het geheugen tot permanente bron van lijden. Iedere keer herdenken, iedere keer opnieuw beleven. Bij individuen leidt die blijvende herinnering soms tot waanzin of zelfmoord, bij groepen of volken kan het de basis worden van martelaarsretoriek of zelfs een met alle middelen gevoerde perceptie-oorlog (de ‘Holocaustindustrie’). Het slachtofferdom wordt geïnstitutionaliseerd, de taboes tieren welig, zie ook de soap rond de Mechelse Dossinkazerne.

Op een zeker moment wordt de herdenking drukkend en obsessioneel. Soms is het beter om te vergeten, of aan het tragische verhaal een speelse epiloog toe te voegen, anders blijven we in de ban van het tragische en dat is biologisch onverantwoord maar ook cultureel verlammend.

Tenslotte zijn monumenten niet meer van deze tijd. De 19de eeuw was er dol op, maar voor ons zijn het bizarre ijssculpturen die niet eens kunnen smelten. We zien ze, maar we staan er niet bij stil, het zijn groteske obstakels in de publieke ruimte. In de 21ste eeuw wordt alles (weer) vloeibaar. Dankzij het internet en de digitale communicatie leren we mentaal snel schakelen en is de overgang interessanter dan het ding of de figuur op zich. Dat heeft ook gevolgen voor onze beleving van existentie en identiteit, én onze visie op het verleden. Dat een 2000 jaar oude Romeinse dichter al met dat idee speelde, bewijst dan toch weer de duurzaamheid van waardevolle inzichten.

Geplaatst in Geen categorie | 100 reacties

Fawlty verbannen: (hopelijk) de druppel te veel

Fawlty

OK, dat de TV-studio’s deze dagen gevuld zijn met zwarte mensen en witte spijtoptanten die allemaal het endemisch racisme van de Vlaming aanklagen, ik wil het zien als een voorbijgaande mediahype; dat 10.000 betogers in Brussel de coronaregels aan hun laars lapten met toelating van de burgemeester, we kunnen maar hopen dat ze vooral hun eigen gezondheid op het spel zetten; dat Zwarte Piet het nog eens moet ontgelden, met wat meeval is dat tegen Klaastijd weer gaan liggen; dat Leopold II van zijn sokkel wordt gehaald, het stemt me als republikein zelfs tot enige voldoening. Maar dat Fawlty Towers (en net die aflevering ‘The Germans’), door 100 Britse komieken verkozen tot hun favoriete sitcom, van het web wordt gehaald, daar is mijn verstand te klein voor om het te bevatten.

Hysterie

FinDe BBC heeft geen reden opgegeven voor deze ban, al is politieke correctheid vrijwel zeker aan de orde. Maar waar begin je te censureren in zo’n hilarische reeks? Werkelijk alles en iedereen wordt er geparodieerd, van de complete horeca over de bazige verpleegster tot uiteraard de vaste pineut-van-dienst, de klunzige migrant-kelner Manuel (‘I am from Barcelona’), geniaal vertolkt door Andrew Sachs. Bij mijn weten heeft geen enkele Spanjaard of Catalaan ooit een probleem gezien in dit typetje. En dan zijn er uiteraard de Duitsers die Fawlty Towers aandoen en van de letterlijk op zijn hoofd gevallen hotelbaas Basil allerlei insinuaties over het nazi-verleden op hun bord krijgen. Maar ook hier nooit een Duitser weten over mopperen.

Blijven over: de halfdemente kolonel die een uiteenzetting houdt over ‘niggers and wogs’, en vooral ook de scène waar Basil een zwarte dokter in het ziekenhuis ontmoet en verschrikt achteruit deinst (tijdstip 3.18 van de nog aanwezige piraatversie). Poco-alert! Ook al maakt die arts voor de rest een zeer beschaafde indruk en wordt hij helemaal niet als een mensaap voorgesteld -het is vooral Fawlty’s reactie die op de lachspieren werkt,- in deze tijd volstaat dat blijkbaar om de racismestempel opgedrukt te krijgen.

Na het idiote Trumpisme komt de nog idiotere poco reactie van over de plas gewaaid, die elke grasspriet satire afbrandt

Daarmee komt de hysterische interpretatie van de #blacklifematters-slogan in een nieuwe fase. Wat begon als protest tegen extreem politiegeweld in de VS, krijgt een algemenere vertaling van een anti-discriminatiebeweging, die eveneens specifiek de Amerikaanse context aangaat. In Europa echter is dit een hefboom voor links om de agenda te halen nadat de klimaathype verbleekte en door corona was verdrongen.

Het importeren van ‘bewegingen’ is een makkelijke manier om nuttige idioten te mobiliseren en de indruk te wekken dat de massa het licht heeft gezien. Meestal deugen die importproducten niet, en leiden ze tot een veralgemeende tunnelvisie bij links of rechts. Na het idiote Trumpisme komt de nog idiotere poco reactie van over de plas gewaaid, die elke grasspriet satire afbrandt. Dit in de vorm van een heksenjacht op alle zogenaamd ‘racistische’ fenomenen, uitspraken, symbolen, die uiteindelijk de vrije meningsuiting zwaar op de helling zetten.

Maakbaarheidsobsessie

CharlieDe gelijkschakeling van een heerlijke, vrijzwevende komedie met extreem politiegeweld en de avonturen van Leopold II, creëert een vreselijk amalgaam dat, horresco referens, begint te lijken op religieus fanatisme.

Sinds Charlie -en dat was wél een Europees moment- was nochtans het idee gegroeid dat lachen moet kunnen, ook met religie of met zogenaamde kwetsbare groepen. Het censureren van humor is een ernstige zaak, net omdat de lach een ultiem moment van bevrijding is, zelfs lichamelijk. In het verlichtingsdenken is vrijheid de basis en humor de climax. Maar met het Aalsters carnaval van 2019 en 2020 was al duidelijk dat deze driehoek ging plat geduwd worden, en het universele slachtofferdenken de toon zou zetten in een universum waar iedereen zich beledigd voelt. Zo maak je geen grappen meer, hooguit nog kalendermoppen. Ook Aalst verdween uit het Unesco-register. Misschien beter zo.

De ban van Fawlty zou eigenlijk tot een wake-up-moment moeten leiden

In het kader van de maakbaarheidsobsessie moet de taal gezuiverd worden en krijgt Basil dus een muilkorf, het eindstadium van het antieke satermasker. Straks komen andere performers, comedians, schrijvers en columnisten aan de beurt. Wat eigenlijk vooral bedoeld was als zelfspot -de hoogste vorm van humor-, krijgt door een ééndimensionele lezing een censuurstempel waar ook broodroof en sociale uitsluiting mee gemoeid is voor wie zich nog aan dit soort oefeningen zou wagen. Allerlei onaangename, schurende meningen kunnen dan als hate speech vervolgd worden.

De ban van Fawlty zou eigenlijk tot een wake-up-moment moeten leiden, een tegenbeweging die vrijheid opnieuw claimt, en waarschuwt voor de uitwassen van politieke correctheid. Maar ik vrees ervoor. Op de universiteiten, in de cultuurwereld, in de media, is de gedachtepolitie in opmars en krijgt de dood van Georges Floyd het karakter van een offer dat ons eeuwigdurend tot bezinning en schuldbesef moet aansporen. Opnieuw trekt links de kaart van de controle en de onvrijheid. Het graf van Voltaire is ondertussen al een ferme heuvel geworden wegens het omdraaien van wat eronder zit.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

 

Geplaatst in Geen categorie | 126 reacties

Leopold II, Congo en de Vlamingen

LeopoldII

Wat doen we met die veel te grote man op dat veel te grote paard?

Met de uit Amerika overgewaaide anti-racisme-hype wordt bij ons een zwart-wit-tegenstelling op scherp gezet die voor het merendeel van de Vlamingen amper nog relevant is. Nooit zagen we meer zwarte mensen op TV-praatprogramma’s hun identiteit definiëren vanuit hun huidskleur, en afgeven op ‘witte’ Belgen die in hun diepste binnenste onveranderlijk racisten zijn. Ons koloniaal verleden werkt daarbij als dé dooddoener, een onaflosbare morele schuld die met verhalen rond afgehakte handjes wordt geassocieerd

Hoewel, ‘Ons’? Van wie is dat verleden eigenlijk? Wat heeft de doorsnee Vlaming vandaag met Leopold II, beheerder van een privé-kolonie die ‘État indépendant du Congo’ heette, in slecht Nederlands vertaald als Congo Vrijstaat? Wat is onze plaats in dit verhaal?

‘Sale flamand’

afgehaktHet idee van een collectieve schuld en de noodzaak van een even collectief excuus zijn weer aan de orde. Helaas vertrekt dat vanuit stereotypen die historisch niet correct zijn.

De waarheid is dat de top van de koloniale hiërarchie in Congo grotendeels een francofone aangelegenheid was, ook de hogere clerus trouwens, en dat de Vlaamse nonkel missionaris zich vooral bezig hield met het basiswerk, onderwijs en gezondheidszorg, het bezoeken van afgelegen stammen, en uiteraard de bekering tot het ware geloof. Daardoor ontstond een vorm van ‘intimiteit’ tussen blank en zwart, een woord dat af en toe zelfs letterlijk moet geïnterpreteerd worden.

De communautaire tweedeling liep dus ook door Congo, en het ene kolonialisme is het andere niet.

Omgekeerd was er ook sprake van enige sympathie vanwege de inboorlingen voor de Vlaamse underdog in de Belgisch-koloniale context. Net daardoor werd onder de évolués (de zwarten die zich enigszins hadden opgewerkt in de administratie) het scheldwoord ‘sale flamand’ populair tegenover Nederlandstalige Belgen: zij namen het taalracisme van hun meerderen gewoon over. Een en ander staat te lezen in het uitstekend gedocumenteerde werk ‘Congo made in Flanders?’ van Bambi Ceuppens, een Vlaamse antropologe met Congolese roots

De communautaire tweedeling liep dus ook door Congo, en het ene kolonialisme is het andere niet. Dat van Leopold II en zijn topfunctionarissen stond in het teken van hebzucht, machtswellust, intriges en uiteraard blank suprematisme in een tijd dat dit nog volstrekt normaal was. Vandaar liep er een rechte lijn naar het grootkapitaal en de door Leopold verleende concessies voor de beruchte rubberwinning. Dat van de in hoofdzaak Vlaamse missiepaters was paternalistisch maar ook empathisch en gericht op welzijn. Het is overigens via de christelijke missionarissen dat de geruchten over uitbuiting en wreedheden Europa bereikten.

Leopold II humane motieven toedichten, als wilde hij de Congolezen redden uit de klauwen van de Arabische slavenhandelaren zoals Koenraad Elst beweert, is meer dan een brug te ver. Evenals de wreedheden in de rubberwinning afdoen als een soort economische collateral damage. We hebben hier wel degelijk te maken met een vorm van genocide, en de latere kolonie was vooral een troetelkind van de Belgisch-francofone elite waar de Vlamingen in hoofdzaak de tweede viool speelden.

Ridders en baronessen

DoornaertIn het kader van de actuele anti-racismehype is dat interessant, meer bepaald de neiging van Franstalig links om Vlaanderen collectief als een broeihaard van racisme te zien, waarbij na vijf zinnen ook steeds weer ons collaboratieverleden opduikt (en men figuren als Leon Degrelle gemakshalve vergeet). Terwijl de kiem van het Congoverhaal in Laken ligt en het koningshuis tot op vandaag zedig zwijgt over de strapatsen van despoot, pedofiel en massamoordenaar Leopold II. Noteer dat het actuele fortuin van dit koningshuis deels voortkomt uit de rubberoogst in Congo Vrijstaat én de vorstelijke vergoeding die de staat betaalde voor de overname, en dat Leopold II ten gerieve van zijn nageslacht heel het patrimonium onderbracht in de Koninklijke Schenking. Door de staat te onderhouden, vruchtgebruik voor de koninklijke familie.

Blijven dan nog de publieke symbolen die herinneren aan deze monarch, de straatnamen, de standbeelden. Wat doen we met die veel te grote man op zijn veel te groot paard? Vlaanderen moet zijn eigen proces maken van Leopold II, met onze relatie tot het koningshuis en heel de nv België als inzet. De koloniale geschiedenis is relevant, maar tegelijk dient men te beseffen dat het ene kolonialisme het andere niet is, en dat Leopold II behoort tot een regime dat van in zijn oorsprong de Vlamingen als tweederangsburgers behandelde.

Leopold II is niet van ons en inderdaad kunnen die standbeelden beter naar het museum verhuizen. 

De Vlaamse (en flamingante) rechterzijde heeft de neiging om zich welwillend tegenover die monarchie op te stellen en de afrekening met het kolonialisme als een linkse hobby te zien. Inderdaad heeft die Belgische monarchie haar voortbestaan te danken aan de pro-stemmen van de Vlamingen in de koningskwestie van 1950. Maar ook daar is plaats voor voortschrijdend inzicht. Naarmate een republikeins bewustzijn groeit -ondanks het feit dat zelfs de N-VA een protocollair koningschap accepteert-, en een exit uit de Belgische constructie een reële piste wordt, moeten we ons ook van die royalistische underdoghouding ontdoen.

Leopold II is niet van ons en effectief kunnen die standbeelden beter naar het museum verhuizen met een passend onderschrift. Dat artiesten als Jan Fabre zich het lintje van de Leopoldsorde laten opspelden, en schrijfster Mia Doornaert of ‘progressieve’ historica Sophie De Schaepdrijver als barones door het leven willen gaan, zegt veel over het Vlaamse cultureel establishment en zijn politieke achterlijkheid. Het is wachten op een nieuwe Vlaamse culturele elite die zich van de Belgische onderhorigheid ontdoet. Zolang zullen we negers blijven of hooguit évolués.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

 

Geplaatst in Geen categorie | 160 reacties

Van de corona-soap naar de anti-racisme-hype

BlacklifeHet werd gewoon tijd voor iets anders

Het werd hier al aangehaald: als men het dwergstaatje San Marino buiten beschouwing laat, blijkt ons land wereldwijd het hoogste aantal coronadoden per inwoner te hebben. In de tabel, opgesteld door de Johns Hopkins University, die al vanaf het begin van de crisis de besmettingscijfers nauwkeurig bijhoudt, staat België aan de top met 83,75 sterfgevallen per 100.000 inwoners (cijfer begin juni 2020), ver vóór het Verenigd Koninkrijk, de VS en rampgebieden als Spanje en Italië.
Het waarom van dit triest record, daarover wordt maar met mondjesmaat iets gelost. Zowel op federaal als op Vlaams niveau zijn er enorme blunders begaan, te beginnen met de ontbrekende mondmaskers en testmateriaal, waarna de virologen volhielden dat die ook niet nodig waren. De slachting in de woonzorgcentra (twee derden van de Belgische coronaslachtoffers vielen in de rusthuizen) is het gevolg van bestuurskundig broddelwerk binnen de nv België en schuldig verzuim. De economische en sociale kost van de lockdown valt amper te becijferen.
Nadat de mainstream media maanden lang een omerta handhaafden rond dit wanbeleid (zogezegd om onrust bij de bevolking te vermijden), duiken er in diezelfde media weer stemmen op dat de antipolitiek niet verder moet gevoed worden, en dat men met het kritisch uitvlooien ook weer niet te ver moet gaan. Dus zijn nieuwe hot items welkom. Euhm… de sport ligt plat, de droogteperiode is voorbij, en dat er een wolf in Duffel twee schapen doodbeet, daar kunnen we geen krant mee vullen. Iemand een idee?

De goede wind kwam van over de oceaan

breatheHet buitensporig politiegeweld in de VS is een probleem, en blijkbaar was de druk op de ketel hoog. Door het empathieloze cynisme van de president worden het steeds meer anti-Trumpbetogingen, ook dat is een intern Amerikaans gegeven. In november hebben zij verkiezingen, moge de beste winnen.

Maar als men in Europa en Brussel ‘Black life matters’ begint te scanderen, kan ik niet goed meer volgen. Welk black life? Moeten gekleurde mensen of allochtonen hier vrezen voor een politielaars in hun nek? Als dat gebeurt, is het kot te klein en staan de kranten er vol van. We hebben UNIA en een anti-discriminatiewetgeving. Sommige Vlaamse supermarkten lijken wel in een moslimland gelegen, over Brusselse no-go-zones à la Molenbeek spreek ik dan nog niet. In het nabije verleden noteerden we vooral agressie tegen politie en zorgverleners, beledigingen en spuwen, waarbij vooral mensen met een migratie-achtergrond zich in de kijker werkten.

Het is dus weer óns probleem en ónze fout, niet die van de overheid, tien duizend doden later

Ik wil dat allemaal nog relativeren, maar racisme hier tot staatszaak verheffen, is gewoon een brug te ver. Veeleer ontstaat de indruk dat het corona-geklungel van de laatste maanden moest toegedekt worden met een nieuw issue waarin de witte Vlaming weer de pineut is. Dat is een oude truc, waarin de VRT en de regimepers doen wat van hen verwacht wordt: de vis verdrinken. Het is dus weer óns probleem en ónze fout, niet die van de overheid, tien duizend doden later.
Bij gebrek aan concrete voorbeelden van discriminatie worden we dan nog eens aan ons koloniaal verleden herinnerd. Ach ja, die monumenten en straatnamen. Het zal me worst wezen of er nog ergens een standbeeld van Leopold II staat, voor mij hoeven er helemaal geen Coburgs het straatbeeld te (ont)sieren. Maar het coronabeleid en de lockdown verticaal klasseren, en vrolijk overgaan naar de nieuwe hype van het anti-racisme, dat is iets te gemakkelijk.

‘Eén groot experiment’

Van Ranst

Marc Van Ranst: viroloog, extreem-linkse militant en hoofdarchitect van de lockdown

Op 1 juni dagvaardde ene Jozef Lodewijk Maria Hoeyberghs in kortgeding de Belgische staat wegens ongrondwettelijke vrijheidsberoving, een totalitaire aanpak op zijn Chinees van de coronacrisis, gecombineerd met wetenschappelijk foute premissen, nalatigheid en schuldig verzuim van de overheid, met als resultaat 10.000 doden plus een catastrofale economische en psycho-sociale kost.

De besluiten van Hoeyberghs en zijn raadsman Michael Verstraeten liggen in de lijn van onze analyse ‘Lockdown of het regime van de leugen’ (Doorbraak, 30/5). De overdaad aan maatregelen en vrijheidsbeperking, gekend als lockdown, was een paniekreactie na een aantal beleidsfouten (de ontbrekende stock van mondmaskers, het niet in quarantaine plaatsen van de ski-toeristen na de krokusvakantie, het afremmen van grootschalig testen…), maar installeerde ook een regime van witte schorten die geen enkele democratische vertegenwoordiging uitmaakten. Figuren als Marc Van Ranst, expliciet sympathiserend met extreem links, speelden een dubieuze rol in deze installatie van een corona-dictatuur, vanwege een minderheidsregering met volmachten.

De kans dat Hoeyberghs en zijn mede-eisers gelijk krijgen, of dat de klacht ook maar ontvankelijk wordt verklaard, is zo goed als nihil.

Hoeyberghs

Jeff Hoeyberghs

In het spoor van het politieke paniekvoetbal zagen deze experten de kans schoon om een feitelijke technocratie in te stellen, terwijl ze medisch gezien zelf aangewezen waren op ‘voortschrijdend inzicht’. Zeg maar: gissen en missen, het betere nattevingerwerk. Men beschouwde het als ‘één groot experiment’ (dixit viroloog Van Gucht), met de burger als proefkonijn. Daarbij werden nog andere grenzen van de rechtstaat afgetast, zoals inbreuken op de privacy en pogingen om mensen via kliklijnen tegen elkaar uit te spelen.

Terwijl de politiek nog nadenkt over een ernstige sessie zelfkritiek (de Vlaamse regering past er alvast voor), en de media de fluwelen handschoen hanteren, is deze dagvaarding alvast een voorzet. De kans dat Hoeyberghs en zijn mede-eisers gelijk krijgen, of dat de klacht ook maar ontvankelijk wordt verklaard, is zo goed als nihil. De pers negeert grotendeels het initiatief: de flamboyante chirurg, bekend voor zijn politiek incorrecte uitspraken, staat nu eenmaal op de ‘zwarte lijst’. Toch -of net daarom- is het een belangrijk burgerinitiatief dat de vinger legt op een etterende wonde: het Belgische (én Vlaamse) malgoverno, en het democratisch deficit, ingebakken in dit regime.

We noteren dat de overheid ‘oogluikend’ toelating gaf voor een anti-racisme-massabetoging afgelopen zondag in Brussel, waar social distance sowieso van geen tel was. Ruim tienduizend betogers kwamen erop af, het Poelaertplein zat eivol. Met de zegen van BiZa-minister De Crem, de man die anders graag de spierballen laat rollen. Wij zullen de leden van onze bubbel wel zorgvuldig tellen en de tafeltjes ver genoeg uiteen zetten. Hopelijk komen niet teveel van die ‘I can’t breathe’-demonstranten later aan een beademingsmachine terecht, denken we dan met ons fout gevoel voor humor. De goede wind kwam alvast uit Amerika en ik ken een boel stuurlui van de laatste maanden die daar niet rouwig om zijn.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Geen categorie | 115 reacties

Twee instituten voor de prijs van twee

Hannah_Arendt_instituut

Foto VRT NWS. We herkennen achter het spandoek o.m. Christophe Busch (uiterst links), Prof. Caroline Pauwels (VUB, midden), Bart Somers, en Prof. Herman Van Goethem (UA, rechts).  

Waarom het Hannah-Arendt-instituut naast het Holocaustmuseum opduikt

Op een paar honderd meter van de Mechelse Dossinkazerne, waar het Holocaustmuseum is gevestigd, heeft het  kersvers opgerichte Hannah-Arendt-instituut zijn intrek genomen. Het wil als documentatiecentrum focussen op ‘stedelijkheid, diversiteit en burgerschap’.

Joodse gevoeligheid

Gantman

André Gantman

De locatie -een vleugel van het Mechelse stadhuis- zal wel toeval zijn, maar handig voor schoolreizen die de twee kunnen aandoen. Het instituut wordt geleid door wetenschappers die ontslag genomen hebben uit het Dossinmuseum, namelijk gewezen voorzitter Christophe Busch en professor Herman Van Goethem. Ook dat wordt als een speling van het toeval uitgelegd door Caroline Pauwels, VUB-rector en ook betrokken bij het initiatief. De startsubsidie van de Vlaamse overheid (in casu het kabinet Somers) bedraagt 235.000 euro, naast het gratis gebruik van het Mechelse stadhuis en alle aanverwante infrastructuur.

De missies van de twee instellingen overlappen nogal, want in oorsprong was de door de Vlaamse gemeenschap gefinancierde Dossinkazerne behalve Holocaustmuseum ook bedoeld als publiek documentatiecentrum voor mensenrechten. Dat was echter niet naar de zin van de joodse leden van de raad van bestuur, Claude Marinower (Open VLD) en André Gantman (N-VA). Die eisten, tegengesteld aan de oorspronkelijke beheersovereenkomst, de Dossinkazerne volledig op als herdenkingsplek voor deportatie en Holocaust.

Het conflict escaleerde toen Pax Christi de Midden-Oosten-experte Brigitte Herremans in die ruimte wilde lauweren, daar eerst toestemming voor kreeg, maar uiteindelijk aan de deur werd gezet. Herremans bestudeert namelijk het Israëlisch-Palestijns conflict en is in Israël niet welkom. Meteen wordt duidelijk hoever die usurpatie zich uitstrekt: de Dossinkazerne is geëvolueerd van Holocaustmuseum naar een vaste stek van de pro Israël-lobby. Gantman, eerder dit jaar ook een hevig criticus van het Aalsters carnaval, vindt een verruimde missie rond mensenrechten (die ook voor de Palestijnen gelden) namelijk niet stroken met de ‘Joodse gevoeligheden’ .

Men kan zich de vraag stellen waarom de van overheidswege gemandateerde wetenschappers niet bleven en op hun strepen stonden.

Dat is de reden waarom naast Busch en Van Goethem ook historicus Bruno De Wever, ethicus Freddy Mortier (UGent), rijksarchivaris Karel Velle en historicus Frank van Vree het voor bekeken hielden. Commentaar van N-VA-Kamerlid Michael Freilich, voormalig hoofdredacteur van Joods Actueel: ‘goed dat we ervan af zijn’.  Men kan zich de vraag stellen waarom de van overheidswege gemandateerde wetenschappers niet bleven en op hun strepen stonden. Of was hen toen al een waardige compensatie beloofd?

Het probleem is dus dubbel: ten eerste trekt een bepaalde lobby de doelstellingen van het instituut eenzijdig naar zich toe, en ten tweede betalen wij daar ook allemaal voor. De oprichting van het Hannah-Arendt-instituut komt niet uit de lucht gevallen. Busch en C° moesten aan hun trekken komen en Gantman en C° wilden het Museum niet lossen. Het nieuwe centrum heeft dan ook veel weg van het resultaat van een koehandel op zijn Belgisch. Het nieuwe instituut heeft dan ook veel weg van het resultaat van een koehandel op zijn Belgisch. Met dien verstande dat wij nu twee keer betalen voor een museum/documentatiecentrum dat eerst wél te combineren was.

Politieke agenda

Dries

Dries Van Langenhove

Met die Dossinkazerne was overigens al langer iets mis. Dat de Joodse lobby van dat breder mensenrechtenverhaal af wou, is één ding. Maar we herinneren ons ook dat Patrick Dewael in 2001 met dat Holocaustmuseum voor de dag kwam, als een dam tegen de opkomst van extreem rechts, in casu het toenmalige Vlaams Blok. Ook deze politiek-propagandistische schaduw is over de Dossinkazerne blijven hangen. In juni van vorig jaar diende Dries Van Langenhove (verkozen als onafhankelijke op de VB lijst) zich er voor een verplicht bezoek aan te melden. Het Gentse parket (!) had hem dat opgelegd in het kader van een onderzoek naar aanleiding van de fameuze Pano-reportage over Schild & Vrienden.

Zo werd dit memoriaal zelfs een ontluizingsplek voor foute politici en ‘opiniecriminelen’. Bemerk de ironie als het over vrijheid en mensenrechten gaat: je kan voor een bepaalde mening een boetetocht naar de Dossinkazerne doen, ooit een verzamelplaats voor gedeporteerden.

Zo werd dit memoriaal zelfs een ontluizingsplek voor foute politici en ‘opiniecriminelen’.

Gelukkig is dat nu allemaal verleden tijd en kunnen lieden met een ideologisch probleem naar de overkant worden gestuurd. Want daar is het Bart Somers, de politieke drijfkracht achter het Hannah-Arendt-Instituut en opvolger van partijgenoot Dewael, natuurlijk om te doen: ook hier geldt het Franse gezegde ‘Un train peut en cacher un autre’. Achter de façade ‘stedelijkheid, diversiteit en burgerschap’ schuilt een propaganda-missie voor de multicultuur, de manier hoe de minister van samenleven vindt dat we ons moeten aanpassen aan de islam, etc. In een volgende fase kan de moslimexecutieve zich misschien in het bestuur droppen, en dan hebben ze allebei een (door de overheid betaald) ‘kenniscentrum’ met bestuurders die stevig waken over de rechte leer.

Besluit: heel dit verhaal ruikt, al van in de oorsprong, naar gekonkel en getouwtrek, verborgen agenda’s en uiteindelijk misbruik van overheidsgeld. In de plaats van allerlei vluchtwegen te zoeken op kosten van de belastingbetaler, dient de Vlaamse overheid de missie van de oorspronkelijke Dossin-omgeving op scherp te stellen. Dat kan het best via een debat waar het thuis hoort: in het Vlaams Parlement. Tenzij een en ander toch voorwerp uitmaakt van een onderhandse deal, om een bepaalde lobby te plezieren en wat academici te laten bijklussen. Ik durf te hopen van niet.

Zeker in deze coronatijden mag het scheermes van Ockham gelden: Entia non sunt multiplicanda praeter necessitatem, vrij vertaald: stamp niet nodeloos instituten uit de grond.

 

Geplaatst in Geen categorie | 54 reacties

Daar is het racismespook weer

racismespook

Hoe links de onlusten in de VS probeert te recupereren voor een eigen agenda

De meesten onder u herinneren zich waarschijnlijk nog levendig het Lukaku-incident, augustus 2019, waarbij een Doorbraak-column van me onder grote externe druk van de mainstream pers offline werd gehaald. Weldenkende moraalridders genre Joël De Ceulaer roken toen hun kans om af te rekenen met dat flamingant webkrantje dat zich in een groeiende lezersschare mocht verheugen.

Ik ga het nu niet over die column hebben, hij staat voor de liefhebbers nog steeds in de originele versie te lezen op mijn blog. In mijn nieuw boek ‘Politiek incorrect’ maak ik een analyse van de kwestie, en ga verder in op de racismomanie van de linkerzijde, die aan het vrije spreken en schrijven fatsoensregels oplegt waarachter een ideologische agenda schuil gaat. ‘Racisme ‘is bij ons vooral een stempel die je krijgt als je niet akkoord bent met de pensée unique van de verlichte minderheid.

De pleitbezorgers van deze pococratie krijgen in alle grote media een uitgebreid forum. Sinds de legendarische column van Knack-hoofdredacteur Bert Bultinck (‘racisme zit in het DNA van de Vlaming’) en de vaste opinierubriek van Dalilla Hermans in De Standaard, weten we dat het racisme onder elke Vlaamse steen schuilt en de oorzaak is van zowat elk maatschappelijk probleem. Inclusief het moslimextremisme.

Victimisme

Schoors

Jessika Schoors communiceert in Brussel drietalig

Dat is althans het oordeel van Jessika Soors, kamerlid voor Groen. Net op het moment dat de vermoedelijke daders van de ontvoering van de Genkse tiener bekend geraken, namelijk zeven moslimradicalisten waaronder de voor het gerecht welbekende Khalid Bouloudo, vindt deradicaliseringsambtenaar Soors dat moslimterroristen én dito criminelen in die situatie verzeild geraken omdat ze het slachtoffer zijn van discriminatie.

Het is dus wel degelijk onze schuld dat deze beklagenswaardige luitjes de sharia willen instellen en de decadente democratie gewoon willen afschaffen om over te gaan tot de oprichting van een kalifaat. Het is ook onze schuld dat ze aanslagen plegen, kinderen ontvoeren en gaan vechten voor een ‘staat’ waarin homo’s van de daken worden gegooid. Het kromdenken van mevrouw Soors maakt van crapuul slachtoffers en wij zijn de schuld van alles.

Ze verwoordt het zo: ‘Als een deel van onze samenleving niet gelijk behandeld wordt, is het niet verwonderlijk dat die mensen de legitimiteit van de samenleving in vraag beginnen stellen en zich er uiteindelijk van zouden afkeren.’

Men hoeft dan geen verkiezingen te winnen, het etaleren van morele superioriteit is voldoende

Voor de groene politica primeert godsdienstvrijheid namelijk op alle andere mensenrechten, en is het hoofddoekenverbod, bedoeld als maatregel van de rechtstaat tegen genderdiscriminatie, een ‘racistische’ wet. Het Europese Hof van Justitie heeft daarover nochtans een ondubbelzinnig arrest geveld: hoofddoek en nikab zijn instrumenten van onderdrukking.

De clou is dat links in Vlaanderen electoraal een levensgroot probleem heeft, een groot deel van de arbeidersklasse is kwijt gespeeld aan boeman Vlaams Belang, en zijn gram probeert te halen via het fameuze victimisme, het zoeken naar slachtoffers van de alomtegenwoordige discriminatie. De modale Vlaming is de pineut. Men hoeft dan geen verkiezingen te winnen, het etaleren van morele superioriteit is voldoende, en daarvoor dienen De Morgen, De Standaard en Knack.

Spookrijden

Khalid Bouloudo

Khalid Bouloudo

De aanleiding voor het stukje van Jessika Soors is de Black Lives Matter-beweging in de VS na de dood van George Floyd. Voor alle duidelijkheid: Floyd is volgens een onafhankelijke autopsie wel degelijk door wurging omgebracht, nota bene terwijl omstaanders het gebeuren aan het filmen waren.  Je moet niet Björn Soenens heten om dat in te zien: Trump verdeelt Amerika in plaats van het te verenigen. Maar het is hoe dan ook een probleem dat de Amerikanen moeten oplossen. De onkritische Trump-adoratie bij een bepaalde Vlaamse rechterzijde vind ik ongepast en even impertinent als de recuperatiepogingen van links tegenover de huidige rassenrellen in de VS.

Het pamperen van ‘kansarme’ jihadisten is een gevaarlijk spel

Zo linkt Jessika Schoors George Floyd direct aan de zaak Adil, de jongeman die in Anderlecht omkwam, op de vlucht voor een politiecontrole. Helaas voor Jessika crashte Adil met zijn opgefokte brommer in een partijtje spookrijden stomweg tegen een politievoertuig, en niet andersom. Dat is erg, het zal je zoon maar zijn, maar met racisme of politiegeweld heeft dit niets te maken. Wij hebben bovendien een Comité P om dat uit te vlooien. Het feit dat stemmingmakers, ook politici zoals Pascal Smets (SP.A), dat proberen op te hangen aan de actuele onlusten in Amerika, leidt vooral tot verdere normvervaging bij allochtone jongeren die denken dat ze achtergesteld zijn en ergens wraak voor moeten nemen. Wat ons weer naadloos bij het moslimextremisme brengt en de vertakkingen in het crimineel milieu.

De dood van George Floyd roept veel vragen op. Maar de wereldwijde sympathiebetogingen ook. De rassenrellen in de Verenigde Staten moeten niet het canvas worden van een nieuwe campagne pro ‘politiek-correct’ in Europa, België en Vlaanderen. De heksenjacht op zogenaamde racisten is bij ons, ironisch genoeg, vooral gericht op het beperken van de vrije meningsuiting en het ondergraven van onze rechtstaat. Het pamperen van ‘kansarme’ jihadisten is een gevaarlijk spel, en de censuur die men probeert op te leggen aan wie dat aan de kaak stelt, evenzeer.

Ik hoop dat een alternatief medium als Doorbraak zich ten allen tijde goed bezint over zijn plaats tegenover deze zwijgcultuur van de mainstream-pers.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

 

Geplaatst in Geen categorie | 267 reacties