Na Oekraïne, nu (eindelijk) de mosseloorlog!

Het mosselseizoen is begonnen, en dat zullen we geweten hebben. Overal, in alle eetgelegenheden, van de meest prestigieuze tot de modale frituur, staan ze op het menu, met de obligate frietjes en mosterdsaus. Opvallend is daarbij dat 1) de Nederlanders ze kweken om ze aan de Belgen te verpatsen, en 2) dat ze daarbij alle concurrentie genadeloos aan flarden braderen via acties, stunts, promoties. Het merk ‘Zeeuwse mosselen’ is zo sterk, dat niemand weet dat er elders in Europa ook nog Mytilus edulis voor consumptie wordt gekweekt. Schotse, Ierse, Franse? Komaan zeg, Zeeuwse zult gij eten, en ze worden met een waar prijskanon in onze monden gekatapulteerd.

Hollandse koopmansgeest

Hangcultuur bij Neeltje Jans (Zeeland)

Deze mosseloorlog is in alle opzichten de positieve afspiegeling van het Oekraïense drama: geen puinhopen, geen doden, tenzij dan de weekdieren zelf, geserveerd met selder en ajuin in witte wijn, en zeer betaalbaar, zeker voor wie ze thuis bereidt. Een lichtpunt in de duisternis, onze hoop in bange tijden.

Ik zeg het als cultuurflamingant: in het mosselwezen merkt men de kloof tussen Noord en Zuid, en de nooit verteerde Val van Antwerpen.

Dat hebben we te danken aan weldoener Albert Heijn, stichter van de Nederlandse supermarktketen die ook in België actief is. 2,5 euro voor een kilo Zeeuwse mosselen, dat is gewoon geen geld. De andere discounts zoals Colruyt worden afgetroefd en moeten volgen. Ze leren wat Hollandse koopmansgeest betekent, de liefde voor de vrijhandel met agressieve marktmethodes, geen compassie met concurrenten, en alles aan de man of vrouw gebracht met de nodige prietpraat.

Dit mercantilisme staat niet los van de Hollandse branie, de taalvirtuositeit, het gevoel voor debat, niet teveel gehinderd door politiek correcte taboes. Het gezegde dat een Nederlander ‘in staat is om zijn moeder te verkopen’ klinkt behoorlijk vies, maar het is ingegeven door pure jaloezie omwille van hun intellectuele superioriteit. Zeg eerder: de Nederlander is in staat om de mossel te verkopen die al door zijn mond is gepasseerd.  Ik bevestig het als cultuurflamingant: in het mosselwezen merkt men de kloof tussen Noord en Zuid, en de nooit verteerde Val van Antwerpen. Toen de Vlaamse Jumbo’s naar Zeeland verhuisden en de mossels van mindere categorie achterbleven. Onze voorouders dus.

Belgische tegen-hanger

De Mosselpot van Broodthaers, of de ‘kunst’ van het oneetbare (S.M.A.K. Gent)

De Belgische (zeg maar Vlaamse) mosselen zijn namelijk volstrekt onzichtbaar: ergens in de marge zouden ze bestaan, maar ze betekenen niets, je hoort er nooit wat van, tenzij af en toe in de media bij komkommertijd. Niemand weet waar ze te koop zijn, al delen we met de Hollanders de Noordzee, hetzelfde water, hetzelfde zoutgehalte, hetzelfde plankton. De Zeeuwse hangcultuur -sneller en efficiënter dan de bodemcultuur- is het product van maritieme technologie én een ingenieus marketingplan, waar wij, Nederbelgen, nauwelijks wat tegen kunnen beginnen.

Gaat dit over cultuur? Natuurlijk wel. Terwijl de Hollanders vlijtig hun Zeeuwse mosselen zaaiden en ophingen, heeft het Belgische surrealisme in de dolle jaren ’60 gekozen voor een pot oneetbare mosselen, zoals bekend vereeuwigd door de grootste charlatan van het vaderlandse kunstwezen, Marcel Broodthaers (1924-1976), die de tweede grootste charlatan, kunstpaus Jan Hoet, wist te verleiden om daar 10 miljoen franken voor neer te tellen.

Deze zwendel staat in schril contrast met de stunt van Albert Heijn, en eerlijk: ik kies voor de laatste. Een land dat koks van oneetbare mosselen roemt, daar klopt iets niet aan. Dàt is de reden waarom we ze wel opeten, maar niet in staat zijn om ze te produceren. Wij hebben het realiteitsgevoel verleerd en zijn gegaan voor het artefact. Een fatale evolutie.

De Neptunus van de Noordzee

Johan Vande Lanotte alias ‘den baard’, bij Debby en Nancy (2007)

Want er is nog meer aan de hand met die onzichtbare inlandse mossel. In 2015 deed Noordzeedeskundige Jean-Marie Dedecker al een boekje open over de ‘Siciliaanse toestanden’ rond Oostendse mosselkwekers die geboycot werden door een lobby rond -wie anders- Johan Vande Lanotte, die betrokken was in de kweek van een gesubsidieerde mossel waar vooral de socialisten de smaak van te pakken hadden gekregen.

Het resultaat was, dat zowel het oorspronkelijke commerciële initiatief als de staatsplantage van ‘de Neptunus van de Noordzee’ een stille dood stierven. Men zegt dat de vis aan de kop begint te stinken, maar de Belgische mossel stinkt al nog voor hij gezaaid wordt. Want mossels zaait men, wist u dat? Ik ook niet.

Het bleef een hele tijd stil rond dit spook van Loch Ness, tot recent de Colruytgroep van start ging met een groot proefproject voor de kust van Nieuwpoort. Eindelijk zou de Zeeuwse exoot een Vlaamse tegenhanger (!) krijgen, met een zeeboerderij die de vloek van Broodthaers zou verbreken.

Men zegt dat de vis aan de kop begint te stinken, maar de Belgische mossel stinkt al nog voor hij gezaaid wordt. 

Tegen dit initiatief rees protest van de stad Nieuwpoort (een CD&V bastion), zogezegd omdat de kweekzone de waterrecreatie en de vaart van de jachten zou hinderen. Bullshit, er is plaats genoeg voor de pleziervaart, de Raad van State verwees het bezwaar dan ook naar de prullenmand. Er lopen nog twee andere procedures vanwege de oesterslurpende zeilsnobs met hun flashy reddingsbandjes. Minister van Noordzee -want dat hebben we dus wel- Vincent Van Quickenborne (Open VLD) loopt evenmin warm voor het project waar de overheid geen euro hoeft in te investeren. Men zou van een liberaal wat meer enthousiasme mogen verwachten.

Het is overigens nog maar de vraag of de Colruytmossel zal kunnen concurreren met de Zeeuwse, qua prijs en kwaliteit. Als Colruyt gedwongen wordt mee te gaan in de mosseloorlog, zal die zeeboerderij misschien wel nooit rendabel worden, tenzij met tonnen overheidsgeld zoals de zonnepaneelparken.

Het zal de fijnproever een zorg zijn. 2,5 euro dus bij AH voor 1 kg Zeeuwse supers.  De Gouden Eeuw, de Oost-Indische Companie en het Calvinisme doen nog steeds hun invloed gelden. Nederland overklast ons, en exporteert net datgene waar de bewoners van Belgenland zich perfect in herkennen: hang-weekdieren. Smakelijk.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Dit bericht werd geplaatst in Sterke Vlaamse verhalen. Bookmark de permalink .

4 reacties op Na Oekraïne, nu (eindelijk) de mosseloorlog!

  1. dzjakke Dzjakke zegt:

    Smakelijk gelezen!
    Minister van Noordzee -want waarom zouden we dat ook niet hebben-, Vancent Van Qakenborne, zou beter warm lopen, want hij vergeet dat daarin een bron van belastingopbrengsten allerhande opwelt, die, weliswaar na aftrek van wat subsidies, alweer een parel toevoegt aan de kroon van het grootse belastingland ter wereld, of waarin een klein land groot kan zijn.

  2. Johannnes zegt:

    Als de Nederlanders geen goedkope mosselen zouden leveren, de markt niet beheersen, dan zou de Vlaming er minstens driedubbel voor betalen. De bourgeois Vlaming is namelijk opgefokt, in de zin dat hij goed het geld over de balk wil gooien en laten zien dat hij dat doet, en de commerciële Vlamingen weten heel goed hoe ze die Vlamingen kunnen rippen. Mededogen met de concurrent, zeker in de zin dat concurrent ook de klant ript, men twee handen op één buik is, om zo de prijzen hoog te houden. Men wordt natuurlijk ook weer geript door de staat, en vaak door degenen aan wie ze de huur betalen, dus het is een hele keten, men kan de individuele ondernemer niet van alles beschuldigen.

  3. Roger Pylyser zegt:

    Johan, nu nog leren dat de Zeeuwse mosselboeren geen Hollanders zijn al weet ik dat mijn opmerking voor jou niets helpt. Iedereen die ’n halve meter voorbij de Belgisch-Nederlandse grens woont is immers een Hollander, nietwaar?

  4. Pingback: In elke living (minstens) een buffetpiano, een kust om van te kotsen | Acta Sanctorum

Reacties zijn gesloten.