Vlaanderen feest, de rand verfranst verder

Het is weer gepasseerd: de jaarlijkse 11-juli vieringen, verworden tot Vlaamse kermissen met K-3, charmezangers en andere leut, waar tussendoor glunderende politici in maatpak ronkende verklaringen ten beste geven over hoe goed we wel bezig zijn.

Niet de opeen geklemde kaken van premier De Croo tijdens het zingen van de Vlaamse Leeuw was het nieuws van de dag. Het is de speech van Jan Jambon zelf die verwondert en onthutst. De stoere taal waarin de minister-president hamert op ‘fierheid en ambitie’ omwille van ons technologisch kunnen en de zin voor industriële innovatie, staat in schril contrast met de ongekende diepten die door het Vlaamse onderwijs worden verkend. De feestende beleidsverantwoordelijken schijnen zich niet druk te maken over deze paradox.

Tegelijk wordt het idee van Vlaamse onafhankelijkheid definitief opgeborgen ten voordele van de bekende Echternach-processie: het via een koehandel ‘overhevelen van bevoegdheden’ naar het regionaal niveau. Het zelfbestuur moet functioneren via een Belgische rompstaat (‘confederalisme’) en voor separatisme is er geen draagvlak, aldus Jambon. Dat laatste klopt: er zal er nooit een zijn als het Vlaamse beleid voort broddelt zoals nu, en de politici geen wervend verhaal kunnen brengen.

De parel van de Vlaamse rand

Overijse, marktplein met Sint Martinuskerk

De Brusselse Grote Markt was zoals elk jaar het epicentrum van de 11 juli-feesten. Dat is een grap op zich, want in Brussel wordt er minder dan ooit Nederlands gesproken. Frans en Marokkaans zijn er de voertalen, Engels alleen om en rond de Europawijk. Als bewoner van de Vlaamse rand maak ik bovendien het proces van dichtbij mee, waarin Franstalige inwijkelingen voor een demografische verschuiving zorgen die, – dat weten we uit de recente geschiedenis,- altijd een politiek-institutioneel staartje krijgt. Brussel is nu al onbestuurbaar en quasi-failliet, maar de francofonie is en blijft ambitieus in haar expansieplannen.

In feite had men dat groot 11 julifeest beter op een strijdplek als Overijse georganiseerd, dan op de protocollaire Brusselse Grote Markt.

Overijse is een mooie gemeente, een heuvelachtig landschap met veel groen, zeer in trek bij fietsers en wandelaars: zonder meer de parel van de Vlaamse rand. Dat vertaalt zich in hoge vastgoedprijzen, nauwelijks nog haalbaar voor gewone Vlamingen. Wat er wel verrijst zijn appartementen, luxe-rusthuizen en serviceflats waar begoede Brusselaars, afkomstig uit de rijkere residentiële buitengemeenten, zich in vestigen. Geen amok makende allochtone jongeren, wel madammekes en meneerkes die de lokale horeca en winkels bezoeken, met de absolute zekerheid dat ze er in hun taal bediend worden. Bonjour monsieur, madamme.

Dit is problematisch: elk jaar wordt het Nederlands een beetje marginaler in deze gemeente. In feite had men dat groot 11 julifeest beter op een strijdplek als Overijse georganiseerd, dan op de protocollaire Brusselse Grote Markt. Als signaal en hart onder de riem voor mensen die niét toegeven aan de sociologische druk. Ik blijf er bij: het is de laksheid van de middenstand en horeca die ervoor zorgt dat Franstaligen het vertikken van Nederlands spreken. Waarom zouden ze. Omgekeerd, als ik 5km verder in Waver ga winkelen, kom ik met Nederlands nergens, de winkeliers kijken je aan alsof je iets in het Sanskriet debiteert.

Extremist en nazi

Bart De Valck, alias ‘Bart le flamingant’

Deze rekkelijkheid van de brave Vlaming wordt, behalve door een kleine kern flaminganten, niet in vraag gesteld. Ook niet door Ben Weyts, minister van de Vlaamse Rand, die wel maandelijks het magazine Randkrant in de bus laat ploffen, dat voor 90% onmiddellijk bij het oud papier wordt gesorteerd. Deze goed-nieuws-show, waarin altijd wel een anderstalige wordt opgevoerd die Nederlands leert, gaat compleet voorbij aan het omvolkingsproces -ik wik mijn woorden- dat aan de gang is.

Ook in een economisch superieure regio huist de underdog die de taal van de meester spreekt. De Vlaming heeft in 200 jaar niets bijgeleerd.

Wie zich tegen dat proces verzet, is een extremist en een nazi. Eén anekdote: mijn streekgenoot Bart De Valck, ex voorzitter VVB, was leerlingenbegeleider/toezichthouder in de buurtgemeente Ottenburg, en maakte in die hoedanigheid een opmerking over het alomtegenwoordige Frans dat in het Vlaamse lagere schooltje op de speelplaats wordt gesproken. Hij kreeg onmiddellijk de ganse ouderraad tegen zich -waarin francofone ouders het voor het zeggen hadden-, en werd als Bart le flamingant buitengepest.

Een Vlaamse neonazi dus. We denken aan de manier waarop Vladimir Poetin over Oekraïeners spreekt. Deze Umwertung wordt ondersteund door een misbegrepen tolerantiemoraal waar vooral links mee pronkt: de Vlaming moet zich leren gedragen en hoffelijkheid ten toon spreiden. Ook in een economisch superieure regio huist de underdog die de taal van de meester spreekt. De Vlaming heeft in 200 jaar niets bijgeleerd.

Voldongen feit

Jezus-Eik/Overijse, ‘Café-Restaurant de la Forêt’: nutteloos in het Nederlands proberen te bestellen, tenzij men heel veel tijd heeft.

Overijse verbrusselt dus aan een snel tempo. De lokale politiek, sinds jaar een dag een coalitie van N-VA met wat kleiner grut, laat begaan. De wijk Jezus-Eik, palend aan Oudergem, was de eerste dominosteen. Wie daar op een terrasje iets in het Nederlands bestelt, krijgt een hautaine blik van de kelner als verwelkoming. Nu wordt ook het dorpscentrum, de winkelstraat en zelfs het postkantoor, een plek waar men zich als Nederlandssprekende niet meer thuis voelt. Het kàn nog, maar het is alsof de Vlamingen van faciliteiten genieten. De omgekeerde wereld.

Défi haalt daarmee een oud recept terug naar boven, waarin bevoegdheidsoverdrachten worden toegekend in ruil voor het bekomen van taalfaciliteiten.

Zou Ben Weyts beseffen wat er gaande is? Of wordt deze evolutie als een fait accompli aanvaard? Défi (Démocrate Fédéraliste Indépendant), de opvolger van het Fransdolle FDF, stelde onlangs voor om Brussel uit te breiden tot de randgemeenten, ‘waar toch al een belangrijk deel van de bevolking Franstalig is’. Hoe dat moet gebeuren? Via een referendum, en vervolgens het resultaat op tafel gooien in een volgende staatshervorming, zo simpel is dat. De Belgische klok tikt in hun voordeel: hoe meer inwijkelingen, hoe groter de druk om de grenzen te hertekenen.

Défi haalt daarmee een oud recept terug naar boven, waarin bevoegdheidsoverdrachten worden toegekend in ruil voor het bekomen van taalfaciliteiten. Dat is een geniale vondst die dateert uit 1963, toen die taalgrens werd vastgelegd en er faciliteiten voor Franstaligen in Vlaanderen werden gecreëerd: voor de brave Vlamingen een overgangsmaatregel om anderstaligen toe te laten zich aan te passen, voor de francofonen een breekijzer om de verfransing te institutionaliseren. Zo wordt de ‘culturele’ vrijheid om een taal te spreken, -toch essentieel in een democratische rechtstaat,- omgezet in gebiedsuitbreiding. Zo nodig wordt het Europese minderhedenverdrag erbij gehaald om dit juridisch hard te maken.

Le très grand Bruxelles

Verfransingsgraad in de Vlaamse rand (Bron: Vives, 2019)

Onze conclusie is tamelijk onthutsend, en ik hoop dat ik ongelijk heb: misschien houdt de minister van de Vlaamse Rand zich wel low profile en past hij voor een meer assertieve politiek, in het besef dat dit gebied ooit kan dienen als pasmunt in een bevoegdheidsoverdracht. De verfransing van de rand kan dan voor Vlaamse onderhandelaars de deal vergemakkelijken om dit gebied op te geven in ruil voor wat institutionele kruimels.

Overijse staat te koop, alleen weet de doorsnee Vlaamse bewoner het nog niet. Als deze gemeente taalfaciliteiten krijgt, wordt de fameuze corridor tussen Brussel en Wallonië werkelijkheid, de natte droom van de francofone strategen. Het ‘uitkleden’ van België zal dan gepaard gaan met de creatie van een très grand Bruxelles, waarbij Vlaanderen territoriaal verder inlevert. Ook de kustgemeenten en de as Brussel-Mechelen komen in aanmerking voor deze expansie.

De enige oplossing voor de verfransing van de rand is het principe ‘taalgrens wordt landsgrens’, het staatkundig afbakenen van een territorium. Dat is volgens het internationale recht volkomen legitiem. 

Wat ons weer op de mooie toespraak van Jan Jambon brengt, zijn pleidooi voor bevoegdheidsopdrachten én het behoud van de rompstaat nv België. Helaas, de enige oplossing voor de verfransing van de rand is het principe ‘taalgrens wordt landsgrens’, het staatkundig afbakenen van een territorium. Dat is volgens het internationale recht volkomen legitiem. Maar dan wordt de Belgische constructie wel verlaten. Binnen die Vlaamse natie kunnen anderstaligen wél een beschermd statuut krijgen, maar dan als minderheid, niet als expansieve cluster. Dan pas ook kunnen wij terug met groot plezier de taal van Molière gaan spreken, als Europese cultuurtaal én de taal van onze Zuiderburen. Vlamingen zijn, om Europeeërs te worden, het motto van August Vermeylen uit 1900, is actueler dan ooit.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Dit bericht werd geplaatst in Res publica, Vlaams. Bookmark de permalink .

4 reacties op Vlaanderen feest, de rand verfranst verder

  1. Johannes zegt:

    “Zo wordt de ‘culturele’ vrijheid om een taal te spreken, -toch essentieel in een democratische rechtstaat,- omgezet in gebiedsuitbreiding.”

    Over slavennatuur gesproken, de Vlaming heeft dan blijkbaar een dubbele slavennatuur, hij spreekt de taal van twee meesters, de democratische overheid, en daar waar Sanctorum op doelt. Er is namelijk geen vrijheid en dus recht om een taal te spreken, en dat behoort niet tot een ‘democratische rechtstaat’. Het hoort simpelweg bij de vrijheid van expressie, en kan worden gegarandeerd in elk systeem dat rechten eerbiedigt. Zodra je dat soort vrijheden gaat isoleren en politiseren, expliciteren en in detail definiëren, in de zin waarin Sanctorum het doet, ook typisch democratisch, krijg je de situatie dat het misbruikt wordt.

    Op zich is de frase “de ‘culturele’ vrijheid om een taal te spreken, -toch essentieel in een democratische rechtstaat” dus een frase van de democratische slaaf, die alles officieel wil laten vastleggen en beschermen, en dan in dit geval met de gebakken peren zit omdat anderen er misbruik van maken, en terecht, dan moet men die democratische God, de regelgevende staat maar eens afzweren.

    En wat moet dat met die quotes rond het woord ‘culturele’, de hele (en ganse) term ‘culturele vrijheid’ is een politieke statisten babbelaar concept, zodra men die term gaat hanteren, betekent dat: gaan reguleren en zich met de tengels bemoeien waar men zich niet mee moet en kan bemoeien (cultuur), tenzij men van zins is om de staat voor negentig procent af te schaffen, om zo ware voorwaarden voor culturele vrijheid te creëren. Zodat de staat doet wat ze moet doen, een ware rechtstaat garanderen, en vooral verder overal met de incompetente tengels afblijven.

    • Johannes zegt:

      Laat ik het korter formuleren:

      Als een statist/socialist, d.w.z. de overheids-slaaf-dictator-mens de term ‘culturele vrijheid’ in de mond neemt, dan weet je zeker dat je de pineut bent, en men die vrijheid om zeep gaat helpen.

  2. dzjakke Dzjakke zegt:

    De zin: ‘de laksheid van de middenstand en horeca’ is enkel en alleen een gevolg van de almacht van de centen: Wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Middenstand en horeca en aanverwanten verstaan en spreken enkel de taal van het geld.
    En als het zo moet zijn, dat de verfransing in alle hevigheid tot aan de kustgemeenten reikt, dan zie ik niet meer in welke van de huidige politeken nog verkozen gaat worden door de nieuwe en oude Belgen. Heel veel arme en altijd tot der dood hard werkende mensen (natte droom van een Antwerpse heerser) zullen garant staan voor de luxe van de baronnen van Défi.
    Ik lees in https://doorbraak.be/la-belgique-sera-latine-ou-ne-sera-pas/ de zin: “‘La Belgique sera latine ou ne sera pas’”
    Een zeer leerzaam artikel.

  3. Christel zegt:

    Tja, het lijkt me eerder een Don Quichotte- gevecht tegen de windmolens.
    Vlaanderen is een zakdoek groot en in deze tijden sterk geglobaliseerd (zelfs N-VA is daar een grote voorstander van want de economie primeert!) getuige de toenemende verengelsing van het universitair onderwijs, de horeca, culturele instellingen en zelfs van de lokale middenstand.
    Als je ziet hoe achteloos de media omgaan met onze moedertaal ( spelfouten op het VTM-nieuws zijn niet meer te tellen) en hoe het Nederlands sterk achteruitgaat in het onderwijs, is het niet zo verwonderlijk dat het Engels en door de demografische verschuiving in grote steden – binnen enkele decennia – waarschijnlijk ook het soort Arabisch het Nederlands gaan verdringen. Niet alleen Vlaanderen maar in feite heel Europa verkeert in een existentiële crisis. Het doet me denken aan de val van het Romeinse rijk en hoe het Latijn uiteindelijk een dode taal werd. Toch wel ironisch dat burgemeester De Wever vaak en graag gebruik maakt van Latijnse spreuken. Een teken aan de wand?

Reacties zijn gesloten.