Is de democratie gedoemd tot ineenstorten?

Francis Fukuyama, anders gelezen

Jezelf aan een strop zien bengelen, het is niet leuk. Maar Demir is een vrouw met ballen, hopelijk houdt ze het nog een tijdje uit. Hoewel haar roep ‘nu wil ik naar mijn kindje!’, toen ze door de boerenwoede werd gegijzeld, een veeg teken is. Is politiek een mannenberoep? Ja, want het is ook een mannelijke uitvinding, zoals jacht, oorlog, auto’s en voetbal. Sinds het lamento van Gwendolyn Rutten over de ‘bagger’ die ze altijd maar weer over zich krijgt, toen haar seksegenote Meyrem Almaci verklaarde er de brui aan te zullen geven, weet ik het wel zeker: vrouwen horen in deze arena niet thuis.

Dat is geen verwijt, het is gewoon een antropologisch gegeven. In ‘De oorsprong van onze politiek I – Van de prehistorie tot de verlichting’ (in het Engels verschenen in 2011) beschrijft Francis Fukuyama hoe de prehistorische jagers-verzamelaars in familieverbanden of clans leefden, en de ‘oer-politiek’ uitvonden: de communicatie binnen een groep van maximum zo’n 150 leden. Tot op vandaag voelen wij ons het best thuis in zo’n clan, in de vorm van een kring, club, vereniging. In die kleine clangemeenschap kende iedereen iedereen en werden geen grote discussies gevoerd. Voor sfeer en gezelligheid daarentegen vijf sterren. De taal diende vooral om praktische zaken te regelen en… om eens goed te roddelen.

Niet te verbazen dat vrouwen zich in die clan sociaal heel goed konden handhaven. Dit was politiek naar hun maat. Macht was vooral gebaseerd op sociale controle, conventies, organische orde, niet op regels of geschreven wetten of repressie. Er was geen scheiding tussen het openbare leven en de kookpotten, en mannen gedroegen zich netjes, weliswaar mits smeuïge kampvuurmoppen.

Van clan naar stam: het tribalisme

Edoch, dit was niet het aardsparadijs. Mensen leven zoals dieren in territoria die ze dienen af te schermen tegen externe vijanden, in een strijd om ruimte, water, voedsel. Dat vroeg om grotere allianties, samenwerkingsverbanden: de stam of tribus, een cluster van families die zich verenigden tot een groep van soms wel duizend individuen. Dat vereiste een andere maatschappelijke organisatie, waarin macht niet meer ‘spontaan’ verdeeld en uitgeoefend wordt, als in een gezin, maar volgens een systeem, een orde.

De tribale logica van deze grote groep is deze van het mannenbrein, waarin list, leugen én repressie een plaats hebben. Mannelijke hersenen zijn groter, met een sterker gevormde frontale kwab. Er moeten compromissen gesloten worden, strategieën uitgewerkt tegen vijandige stammen, een interne planning, een soort economie op poten gezet, een rolverdeling, met de vrouwen aan de kookpot. Fukuyama ziet dit ook als een taalrevolutie. Er ontstaat een ‘mannelijke’, objectieve taal, abstracter ook, die planmatig maar ook onpersoonlijk kan functioneren. De familiale ik-gij verhouding wordt getransformeerd in het grote ‘wij’, een ideologie, het gemeenschapsverhaal met een sterke identitaire onderbouw om de anonimiteit te compenseren. Hier kon religie goed gedijen, beheerd door een tovenaar, priester of sjaman.

In de stam wordt de familiale ik-gij verhouding getransformeerd in het grote ‘wij’, het gemeenschapsverhaal met een sterke identitaire onderbouw om de anonimiteit te compenseren.

Deze gemeenschap, levend in dorp of nederzetting, was nog in hoge mate agrarisch en zelfbedruipend. Als de eerste grote steden opduiken, in Mesopotamië, verschijnt de politiek 3.0: de institutionele macht, die regeert over mensen die elkaar niet noodzakelijk kennen en hun vrijheid inleveren ten voordele van zekerheid: burgers dus. Dat levert ook een schaalvergroting inzake handelsruimte op.

Om excessen te vermijden regelde de Atheense democratie, ontstaan in de 6de eeuw voor Christus, de verhouding tussen individu en overheid via een volksvergadering die ook wetgevend was. Onze democratie stamt er in rechte lijn van af. Noteer echter dat ook de Atheense democratie een fallocratie was, alleen mannen hadden stemrecht. Met het ontstaan van de grote natiestaten en via de Franse Revolutie wordt dit Atheens model uitvergroot en bijgeschaafd tot de parlementaire democratie en het driemachtenstelsel zoals we dat vandaag kennen, inclusief het bizarre begrip ‘rechtstaat’.

De natie en de particratie

Hier laat ik de piste van Fukuyama, een ‘believer’ in de liberale democratie -met de vrije wereldmarkt als motor- los. Want die natie wordt steeds meer een bureaucratisch monster en steeds minder een identitaire volksgemeenschap. Er is migratie en vervaging van grenzen; de moderniteit schept een kosmopolitische superdoctrine van de ‘wereldburger’, die botst met de realiteit van de toenemende vervreemding. De wereldhandel heeft zich ontpopt tot een speculatief casino, dat zich uitstekend voegt naar het protectionistische spel van de economische blokken. Handelsconflicten, naast echte oorlogen, zijn het noodzakelijk gevolg.

Belangengroepen en lobby’s vechten als roofdieren om het grootste stuk vlees, er wordt gescholden, gefleemd, gelogen, de gedegouteerde burger rest niets anders dan mee te gaan in het opbod.

De slechtste kanten van dat mannenuniversum komen nu naar boven, spijts alle praatjes over anti-discriminatie en gendergelijkheid. Belangengroepen en lobby’s vechten als roofdieren om het grootste stuk vlees. Er wordt gescholden, gefleemd, afgedreigd, gelogen, de gedegouteerde burger rest niets anders dan mee te gaan in het opbod naar de bodem. De volkstaal wordt nu scheldproza, welbekend van Twitter. Niet het parlement regeert -dat is theater- maar wel de partijen, kiesverenigingen die zichzelf genereus sponsoren met staatsgeld. Ze beweren mensen met dezelfde gezindte te verenigen in een soort modern stamverband, maar eigenlijk bikkelen ze alleen onderling om de macht. Opiniepeilingen zorgen voor feedback, en voor de rest moet het volk brood en spelen krijgen.

De partijen gedragen zich als staatjes in de staat, die de instituties naar hun hand zetten en hun eigen voortbestaan als doel hebben. Zij bevatten een machtsgeile bovenlaag van geboren arrivisten, ondersteund door spindoctors en communicatiestrategen, daaronder een legertje militanten die affiches plakken en bier tappen, maar daarna gaapt de leegte. Het institutionele staatskader dat het tribalisme moest overstijgen blijkt een lege doos, een spookhuis. Het parlement wordt dus een praatbarak, de regering een constructie van partijvoorzitters die ergens in de achterkamer van een restaurant deals sluiten.

Het kan niet anders of de kiezer breit hier een cynisch verlengstuk aan: lachen met de politiek, en de macht delegeren aan onbekwame paljassen. Quod erat demonstrandum.  De uitflodderende natiestaat wordt een karikatuur van zichzelf, waarin alleen karikaturen kunnen overleven.

De leegloop

Conner Rousseau, voorzitter-clown: de peilingen zitten goed

Dat is het begin van het einde, de evacuatie is nu volop aan de gang. ‘Si tous les dégoûtés s’en vont, il n’y a que les dégoûtants qui restent’ zegt het Frans spreekwoord. Dat zal ook gebeuren. Nadat de vrouwen al sinds de prehistorie uit het politieke universum gewipt waren, verlaten nu ook de mannen met fatsoen het narrenschip, wat de implosie van de democratie nog versnelt. Politiek wordt steeds meer een zuigkolk voor geperverteerde narcisten, met in hun zog een processie van slippendragers, klaar om de eersten een dolk in de rug te steken. De Jambons, Vandenbrouckes, Rousseau’s, De Croo’s en Somersen raken steeds meer in hun sas. Ondertussen wordt de rechtstaat geruisloos afgebouwd en worden de vrijheden ingeleverd van zodra de gelegenheid zich voordoet. Zie covid.

Politiek wordt steeds meer een zuigkolk voor geperverteerde narcisten, met in hun zog een processie van slippendragers, klaar om de eersten een dolk in de rug te steken.

Het woord ‘rechtstaat’ zelf wordt een grap. In dat eindstadium kan de democratie, verworden tot cacistocratie (‘bestuur van de grootste smeerlappen’), twee kanten uit: de populistische dictatuur à la Poetin, of de éénpartijstaat op zijn Chinees. De ironie is, dat de gedegouteerde, cynisch geworden burger zelf zal vragen om de politiestaat te grondvesten, vermits de democratie toch niet deugt. Was het daar allemaal om te doen?

Ooit, binnen een paar eeuwen misschien -want alles komt terug-  zal het volk dan wel de tirannen verjagen, zoals de oude Grieken het voorzien hadden, en dan, heel misschien, zijn de vrouwen terug aan zet. Maar nu moeten ze naar hun keuken en de wieg, als ze hun eitjes willen veilig stellen en niet op het galgenveld willen eindigen, ten prooi aan raven. Dat lot, Zuhal, wens ik echt een ander slag toe.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie, Het politiek theater. Bookmark de permalink .

8 reacties op Is de democratie gedoemd tot ineenstorten?

  1. drgjanssensskynetbe zegt:

    Schitterende tekst, Johan. Dank u wel !

  2. Johannes zegt:

    Het woord ‘kindje’, wat ook in Nederland wordt gebruikt, is een typisch geval van een democratisch-burgerlijk decadente affectie. Een democratisch-burgerlijke affectie superlatief? één van de velen.
    ‘Fatsoen met ballen’, is een soort van mix van democratisch-burgerlijk jargon met een volks karakter, iets wat ongeschoolde demagogie aan het volk zou verkopen.
    Dat politiek een mannenzaak is, is een expressie van democratisch-burgerlijk Sociaal Darwinisme. “Sfeer en gezelligheid” is ook democratisch-burgergerlijk jargon, het hoogste ideaal van de democratische burger. Zo zit er nog heel wat burgerlijk Sociaal Darwinisme verscholen in het artikel. Het ruikt dus allemaal naar burgerfilosofie, men zou er neerslachtig van worden.

    De essentie van het artikel is hier beter beschreven. De burgerlijke democratische uitholling en verweking van een natie, naties zonder ziel en cultuur, die diesgevolg steeds meer ten prooi vallen aan internationalisme.

    https://traditionalbritain.org/journal/the-anti-democratic-thought-of-erik-ritter-von-kuehnelt-leddihn-and-barone-giulio-cesare-evola/

    • boy in a bubble zegt:

      Plato, Nietzsche en … Evola, cultuurfilosoof van wat doorgaans wordt gelabeld als Nieuw Rechts. Julius Evola was een integraal denker, kunstenaar ook, een schilder, antifascist tijdens het fascisme en anti-systeemdenker van het systeem dat erop volgde, een soort Italiaanse Marcuse, controversiële figuur want al naargelang racist, antiklerikale pro-nazi, of ook communist genoemd. Een van zijn politieke discipelen Franco Freda, Italiaans nationaal-revolutionair redacteur, advocaat en essayist, pleitte in de woelige jaren 1969 in La disintegrazione del sistema voor een alliantie tussen de rechtse ultra’s en de linkse ultra’s om het systeem te vernietigen met daaropvolgend een aanslag op de Banca Nazionale dell’Agricoltura op de Piazza Fontana in Milaan op 12/12/1969 (met 16 doden en 88 gewonden!), waarvan hij voor de organisatie werd schuldig bevonden, maar niet veroordeeld. De vernietiging van de burgerlijke staat dus, de omkadering van de liberale vrije-markt-democratie, waar Francis Fukuyama in zijn ontstaansgeschiedenis van de politiek bij uitkwam en het daar ook bij hield. Men kent het gezegde : als twee honden vechten om een been loopt de derde er mee heen… . Freda was voor een vorm van aristocratisch communisme, spartaans en platonisch, een versmelting van de ware staat volgens Evola met de populaire staat volgens het Chinese maoïsme. (bron : frwiki.wiki).

  3. Johannes zegt:

    Het woord rechtstaat zou gebezigd kunnen worden om het verschil aan te duiden met een democratie waar het volk zelf recht spreekt. Maar ik vermoed eerder dat het democratische propaganda is, men zegt daarmee ‘ons systeem is rechtvaardig’ (ten opzichte van).

    Dat het krijgen van je recht een mens financieel kan ruïneren, en dat velen er daarom van afzien. Dat in alle democratieën de facilitering voor het krijgen van je recht een ondergeschoven kind is en dat men in alle democratieën vanaf het begin liever belastinggeld verkwanseld aan vergezochte hobby’s mag het indrukwekkende effect van de term ‘rechtstaat’ niet in de weg staan.
    Men dwingt de burger liever in het gareel met de hersendode concepten van de ultieme kleingeestigheid, zoals ‘fatsoen’.

  4. madyvermeulen zegt:

    Over welke democratie gaat het?

  5. julienbulcke zegt:

    uitstekend artikel, maar triestig

  6. Eric zegt:

    Antropologie van de bollenwinkel, wat opgefleurd met een scheutje Fukuyama, zowat de slechtste politieke voorspeller uit de periode voordat de geschiedenis geëindigd was. Fukuyamahahahahahaha

Reacties zijn gesloten.