De Limburgers kwamen in 1302 al te laat

Vlaamse dorpspolitiek en stammentwisten, deel II

Mijn analyse eergisteren van het vertoon rond het Beke-ontslag leverde wat afkeurend gemompel op omwille van de oneliner: ‘De katholieke zuil is dan wel dood en begraven, in de grond blijft Vlaanderen een kerktorenuniversum bemand door dorpspolitici’. Het vervolg van de soap bevestigt die uitspraak evenwel grandioos. Na enige gebakkelei werd Hilde Crevits naar Welzijn & Gezin versast, en werd haar plaats op Landbouw, Economie en Werk ingenomen door Jo Brouns. Jo wie?

Ja kijk, het moest en zou een Limburger zijn, en Jo Brouns (foto) is burgemeester van Kinrooi. Euh… Kinrooi? Een gemeente van 12.000 inwoners, en qua inwonersaantal vergelijkbaar met Leopoldsburg waar Beke de scepter (weer) zwaait. Limburg is namelijk nog steeds in zekere mate het CVP-bastion van weleer, en dat wil de partij absoluut handhaven, hoe slecht ze er in de peilingen ook voor staat.

Brouns’ vader was al burgemeester van dezelfde gemeente, waar zowat de helft van de bevolking die naam draagt. Neen, hier geen flauwe grappen over inteelt en zo. Wel dit: het afvaardigen van deze kerktorenpolitici naar de Vlaamse regering gaat over partijbelangen én over oude provinciale gevoeligheden, maar niét over competentie. Dat is ook telkens een afweging bij een regeringsvorming: West-Vlamingen, Oost-Vlamingen, Sinjoren, Brabanders en Limburgers netjes verdeeld, of het is hommeles. Kan dat in de 21ste eeuw? Ja dus. Een Vlaamse regering zonder Limburger is als een auto op drie wielen. En ook al functioneert die regering voor geen meter, een auto op drie wielen krijg je zelfs de garage niet uit.

Het Ros Beiaard

In Dendermonde worden Aalstenaars Ajuinen genoemd omdat ze de Dender doen stinken.

Waarom dat interprovinciaal evenwicht zo belangrijk is, binnen partijen en binnen de regering? Waarom burgemeesters zich naar boven laten katapulteren tot minister? De geschiedenis van de middeleeuwen maakt misschien iets duidelijk: het Vlaanderen van vandaag is nooit een politieke eenheid geweest, maar een kluwen van interlokale rivaliteit.

Het standaard-Nederlands is en blijft een lingua franca, iets om zich verstaanbaar te maken buiten de geboortegrond, geen doorleefde cultuurtaal.

In de Guldensporenslag vochten de ridders van het Hertogdom Brabant (waartoe Antwerpen behoorde) aan de Franse kant. De Limburgers onder leiding van Arnold V keken de kat uit de boom: ze kwamen pas aan… als de Slag gestreden was en deelden in de glorie. Uit traagheid of berekening, historici zijn het er niet over eens. Dat is natuurlijk een hele tijd geleden, maar ik vraag me af of Vlaanderen ondertussen vooruitgang heeft gemaakt inzake een soort natiegevoel dat ons rijp maakt voor echte zelfbeschikking. Ik vrees ervoor. Alleen al de taal. West-Vlamingen, Antwerpenaren en Limburgers verstaan elkaar totaal niet als ze hun dialect spreken. Ze hechten daar ook aan. Die dialecten hebben zich in de middeleeuwen ontwikkeld en zijn de belevingsbasis gebleven van het regionale chauvinisme.

Vergeet het nationalisme, wij zijn ten gronde een provincialistisch volk van stammen en clans. Het standaard-Nederlands is en blijft een lingua franca, iets om zich verstaanbaar te maken buiten de geboortegrond, geen doorleefde cultuurtaal. Daarbij komt dan nog de rivaliteit tussen de steden die in de middeleeuwen opkwamen, die soms folkloristisch bleef (Dendermonde versus Aalst rond het Ros Beiaard) maar soms ook tot zure, langlopende conflicten leidde (de economische oorlog tussen Gent versus Brugge, met nu de voetbalrivaliteit als echo).

Lokale stemmenkampioenen

Bart Somers: een Mechelse herder in het verre Brussel

Maar terug naar 2022. Met Jambon (Brasschaat), Crevits (Torhout), Somers (Mechelen), Peeters (Dilsen-Stokkem), en nu dus Brouns (Kinrooi) bevat de Vlaamse regering vijf titelvoerende burgemeesters. Brasschaat, Dilsen-Stokkem en Kinrooi zijn nu niet bepaald wereldsteden (Mechelen en Torhout natuurlijk wel), maar ze leveren stemmenkampioenen die zich via de lokale machtsbasis hebben opgewerkt tot partijbonzen, en zo tot minister. Is dat een goede zaak voor ’s lands bestuur? Natuurlijk niet. Ook Beke is zo’n twijfelachtig product van een even twijfelachtige particratische rekenkunde.

Een Vlaams minister is dan ook in de eerste plaats lobbyist voor zijn stad, of voor zijn regio. Hij is er om lokale belangen in Brussel veilig te stellen. Dat zei Bart Somers zelfs met zoveel woorden toen hij Boortmeerbeek probeerde te overhalen om zich door Mechelen te laten annexeren: ‘Zo kan ik beter jullie stem laten doorwegen in het Vlaamse beleid’. Dat systeem geldt natuurlijk ook voor het Belgische niveau, maar we gingen het anders en beter doen. Helaas.

Een Vlaams minister is dan ook in de eerste plaats lobbyist voor zijn stad, of voor zijn regio. Hij is er om lokale belangen in Brussel veilig te stellen.

Het werkt evenzeer omgekeerd: ministerposten dienen om lokale machtsposities te consolideren. Dat de nieuwe minister van landbouw, economie en werk, – toch een sleutelpost, alleen al het stikstofdossier!- primair een Limburger moest zijn, is het gevolg van een electorale rekensom waarbij de CD&V vooral een tegengewicht voor Zuhal Demir moest vinden. De ironie is daarbij, dat de CD&V haar enige echte sterkhouder, Sammy Mahdy, moet opofferen in een wanhoopspoging om de partijmeubelen te redden. Mahdy heeft op de post Asiel en Migratie bewezen als bestuurder uit het goede hout gesneden te zijn, maar het partijbelang gaat nu eenmaal voor.

De ironie is ook dat Bart De Wever, misschien wel de enige Vlaamse politicus met staatsmanallures, verkoos om die kelk aan zich te laten voorbijgaan en voor de burgemeesterssjerp is gegaan. De Wever weet als historicus wellicht als geen ander hoe Vlaanderen in mekaar zit. Ondertussen modderen we voort, en verwijten we elkaar dat de Dender stinkt. In 2024 bereiken N-VA en VB misschien samen een meerderheid. Benieuwd of dat ons uit de middeleeuwen haalt. Of er net nog wat dieper in.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Dit bericht werd geplaatst in cacistocratie, Het politiek theater, Sterke Vlaamse verhalen. Bookmark de permalink .

10 reacties op De Limburgers kwamen in 1302 al te laat

  1. dzjakke Dzjakke zegt:

    Dat is voor mij klaar en duidelijk de juiste analyse, zo steekt de politiek hier al sinds mensenheugenis ineen. Zo’n analyse wordt door niemand op prijs gesteld, omdat het hun in werkelijkheid inderdaad altijd over hetzelfde eigen ‘schoon kind’ gaat.
    Vandaar het gezegde over politieke bijeenkomsten: “Ze dronken een glas, en pisten een plas, en alles bleef, zoals het was.”

  2. Jos Lenaers zegt:

    U beseft toch wel dat wij Limburgers een dubbele handicap hebben, wij komen van verre en hebben ons taaltje niet mee.

    • boy in a bubble zegt:

      In de file heeft men zeker niet gestaan, want er lagen nog geen autosnelwegen.

  3. Linvantsas zegt:

    Aan de competentie van Jo Brouns als minister van landbouw mag je niet twijfelen. Hij is deze morgen bij zijn papa nog boekweitkoek gaan eten.

  4. Proficiat Johan. Ik had niet gedacht dat een mens met een rechts etiket dit zou neerschrijven. Misschien moet ik jou toch het etiketje onafhankelijk denker opspelden.

  5. Johannes zegt:

    Aristoteles,die geen hoge verwachtingen had van een democratie, maakte juist een pleidooi voor een democratie geleid door lokalen, zelfs parttime werkende politici, en niet door ‘professionele politici. Lokalen die weinig tijd hebben voor politiek, ten opzichte van de al te ambitieuze professionele workaholic politicus die niets anders doet dan regels bedenken, eeuwenlang regels op regels stapelen en reorganiseren,vanuit zijn ivoren toren, als decadente stadsmens die allang geen vrijheid meer heeft geroken, om zo de samenleving te verstikken met behulp van zijn woekerende ambenarenapparaat. Kertorenuniversum betekent ook in die zin dat men niet te alle grote ambities heeft, geen dingen doet die een visie vereist die men niet heeft, en dingen op touw zet waarvoor men inherent incompetent is, dat het kleinschalig blijft, onder ons, dat de politicus zijn volk echt kent, in plaats van een levenloze abstractie.
    Dat dat soort lokaal denkende politici in de grote politiek gaan maakt weinig uit, iedereen is incompetent op die schaal, alleen zij kunnen de schijn van competentie niet ophouden, ofwel, men is nog niet zo goed getraind, de geliktheid straalt er niet vanaf. Men heeft nog geen cursus publieke relaties van spindoctors ondergaan.
    Het lijkt me een foutieve gedacht, typisch voor democratisch ideologisch fanatisme, dat nationale eenheid door politici bewerkstelligd kan worden, alleen dan in de zin van het bewerkstelligen van nationale uniformiteit bekrachtigd door een abstract ideaal dat ver van elke menselijke werkelijkheid is verwijderd. Nationale eenheid is een kwestie van cultuur, nationale politici zijn driftige regelneven die impotent zijn op dat vlak, die kunnen alleen door een holle kretologie en dwang uniformiteit bewerkstelligen, terwijl men cultuur om zeep helpt. Zo bereikt een land democratisch nationale eenheid, door de eigenheid op te geven.

    • Johannes zegt:

      Een staatsman van niveau produceren (anders dan een kretologie spuwende regelneef politicus) is in een democratie ook steeds meer onmogelijk, de middelmatigheid wordt koning, een koning die al lang op de troon zit. Al zou zo’n staatsman zijn hoofd opsteken, dan zou die in de burgeroorlog die de democratie is al gauw van alle kanten met modder worden bekogeld. Het moddergooiende volk zou hem uiteindelijk ervan beschuldigen een dictator te zijn, hij zou gauw een kopje kleiner gemaakt worden, democratisch gestenigd en afgevoerd worden, en het eeuwig intolerante en afgunstige volk zou er nog decennia lang over spreken, hoe iemand zich durfde te verheffen. Gedurende de democratie houdt de mens van niveau zich schuil, een enkeling waagt het, maar zijn kansen om koning volk tevreden te stellen worden steeds kleiner. Dus men moet het terecht met de minderen en incompetenten doen.

    • boy in a bubble zegt:

      Een wijs man die Aristoteles…

  6. madyvermeulen zegt:

    Partijbelang. Partijbelang. Partijbelang.
    En toch halen de tsjeven geen 10% van de stemmen meer. Uitgerekend ‘dankzij’ het alles overheersende partijbelang. Het geschuifel binnen de stervende partij zal niet helpen. Boontje komt hoe dan ook om zijn loontje.

  7. boy in a bubble zegt:

    Groot Vlaenderen…
    Als West-Vlamingen, Antwerpenaren en Limburgers elkaar niet meer verstaan als ze dialect spreken, wat dan met het Frans-Vlaams, de streektaal van Vlamingen in Frans-Vlaanderen (alle gebieden die nu in Frankrijk liggen maar historisch bij Vlaanderen horen)?

Reacties zijn gesloten.