Het ontslag Beke: grensverleggend Vlaams volkstoneel

Stop theatersubsidies, dit is het echte ding

Af en toe krijg je de essentie van een column in een handvol woorden gezegd, die ik dan ook maar als titel heb gebruikt. Mensen met weinig tijd hoeven niet verder te lezen. De anderen wil ik graag wat bijkomende duiding geven.

Het filmpje waarin Wouter Beke (CD&V) een persbericht afleest van een papiertje, om zijn ontslag als Vlaams minister van Welzijn en Gezin aan te kondigen, en om dan af te druipen zonder één vraag van een journalist te beantwoorden, ligt nu al bovenaan in de map ‘Jaaroverzicht 2022’. Niet zozeer het feit zelf, maar vooral de manier waarop, was zo tenenkrullend dat ik hoop dat buitenlandse zenders dit skippen in heel de nieuwskolk van Oekraïne, onder het motto ‘drop the dead Belgian’.

Een grote meneer

Een dode Belg, inderdaad, meer bepaald een dode Vlaming, bezweken aan een acute aanval van redelijkheid: de man die al minstens drie keer de eer aan zichzelf had kunnen houden (de rusthuiscatastrofe, het fiasco van de contactopsporing, de wantoestanden in de kinderopvang), is drie maanden na de dood van de baby in Mariakerke ‘geschokt’.

Normaal kom je met zo’n emotie naar buiten de dagen erna, niet het volgende kwartaal, na een zwaar tegenvallende peiling. Maar zoals gezegd: dit is grensverleggend Vlaams theater, sinds Claus niet meer vertoond. De hoofdtoon was er bovendien een van verongelijktheid en miskenning, een martelaarsretoriek waarvan ik dacht dat Pinar Akbas het patent had. Vandaar de ellenlange cijferlitanie die moest aantonen wat voor een fantastische minister we aan hem verloren waren, de sneren naar de pers die hem onrechtvaardig behandeld had, en het geweeklaag over de ‘bagger’ van de sociale media, -standaard tegenwoordig als een politicus er de brui aan geeft-.

Zichzelf de politieke absolutie geven, via een hemdje dat je van je kind krijgt, dat is eigenlijk een brutaal symbool van ontkenning, dat ik zelfs in de gladiatorenarena van de Amerikaanse politiek nog niet zie gebeuren.

Maar vooral de inval van het laatste moment, de echtgenote die met een lijkbiddersgezicht een T-shirt aan het jongste dochtertje geeft, bestemd voor papa, met het opschrift ‘Nothing to prove’, maakt het verschil: zichzelf de politieke absolutie geven, via een hemdje dat je van je kind krijgt, dat is eigenlijk een brutaal symbool van ontkenning, dat ik zelfs in de gladiatorenarena van de Amerikaanse politiek nog niet zie gebeuren. ‘Een grote meneer’, dixit Sammy Mahdi, de man die de begrafenis van de CD&V verder zal regelen. Zeg dat wel.

Cacistocratie

Meteen zitten we in het bredere plaatje: het geval Beke staat niet op zichzelf, ook al is hij vandaag zondebok nummer één. We zitten namelijk opgescheept met een klasse van bestuurders die ik een cacistocratie heb genoemd: een regime van onbekwamen. De politiek trekt de verkeerde mensen aan, die vervolgens bestuursmandaten krijgen -of in het geval van Beke zelfs kapen-, waar ze gewoon het talent niet voor hebben. Burgemeester van Leopoldsburg zijn, is iets anders dan Vlaanderen door een pandemie loodsen. In de luwte van de studiedienst een boekje pennen over ‘de revolutie van de redelijkheid’ is nog geen brevet om een levensbelangrijk departement als zorg en welzijn te beheren.

Dit gebrek aan bestuurstalent knaagt al geruime tijd en werd vooral gedurende de regering Jambon frappant zichtbaar, met het geklungel rond de PFOS-affaire als dieptepunt. Blijkbaar vindt men bij de coalitiepartners N-VA, CD&V en Open VLD samen geen handvol lieden met echte bestuurders- en leiderskwaliteiten. Het zijn apparatsjiks, door de partij opgetilde en via de koppositie in kieslijsten gelegitimeerde regenten, die zich dus het motto ‘nothing to prove’ laten opspelden als ze echt onderuit gaan.

Beke is niet alleen de belichaming van een partij in terminale fase, hij is ook de weerschijn van een zwalpende Vlaamse regering die misschien een zesje had kunnen krijgen in normale tijden

Anders gezegd: heel de ploeg Jambon staat hier te kakken. Beke is niet alleen de belichaming van een partij in terminale fase, hij is ook de weerschijn van een zwalpende Vlaamse regering die misschien een zesje had kunnen krijgen in normale tijden, zonder covid, maar die net op het moment dat ze iets kon bewijzen, dat vertikte. Het niet kon. Geen ambitie, geen allure, geen esprit.

Deze impasse heeft het karakter van een droge plas zonder dat er één druppel regen in zicht is. Hier kunnen alleen nog wormen overleven. We hebben de bestuurders die we verdienen, dat klopt, maar op de duur ontrolt er zich een cynisch spel waarbij de burger de grootste blaaskaken naar de volksvergadering kegelt om tenminste eens goed te kunnen lachen. Of om hen af te zeiken via Twitter.

Vlaamse underdog

Hugo Claus/Fons Rademakers: ‘Het sacrament’ (1989)

Eerlijk: Belgicisten moeten zich verkneukelen bij dit soort taferelen. Want inderdaad, er valt niets meer te bewijzen: de Vlaamse regering is de dagelijkse reductio ad absurdum -ofte bewijs uit het ongerijmde- dat wij ooit iets als een eigen natie zouden kunnen vormen en bestieren. Wallonië parasiteert op België, maar het economisch welvarende Vlaanderen mist een politiek-intellectuele elite die een republikeinse ‘drive’ zou kunnen aansturen. Dus blijven we hangen in het Belgische coulissenspel, het afknagen van de rompstaat zonder er afscheid van te kunnen nemen, als een been waar geen vlees meer aan zit.

De katholieke zuil is dan wel dood en begraven, in de grond blijft Vlaanderen een kerktorenuniversum bemand door dorpspolitici.

Dat is onze Vlaamse underdogmentaliteit, een historisch geconditioneerd gebrek aan cultureel zelfbewustzijn, gecombineerd met kleinburgerlijke reflexen, sluwdomme overlevingstaktieken, en een stevige scheut pastoorshypocrisie. De katholieke zuil is dan wel dood en begraven, in de grond blijft Vlaanderen een kerktorenuniversum bemand door dorpspolitici. De vrijzinnig-humanistische lobby, vooral belichaamd door socialisten en liberalen, heeft in dat opzicht voor geen enkele verfrissing gezorgd, integendeel, ze heeft alleen verkleutering opgeleverd, nog meer kliekjesgeest en nog minder zin voor grandeur. Wie twijfelt moet de konijn-act van Conner Rousseau nog eens herbekijken.

Ach ik weet wel, dat verzinkt allemaal in het niets bij de echte tragiek van het leven. Na Arno is nu ook de hond van Niels Destadsbader overleden, lees ik in HLN, het zet een en ander in perspectief. ‘Under-dog’, neen, nu moet ik echt stoppen of alle redelijkheid is weer zoek.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Dit bericht werd geplaatst in cacistocratie, Het politiek theater. Bookmark de permalink .

8 reacties op Het ontslag Beke: grensverleggend Vlaams volkstoneel

  1. dzjakke Dzjakke zegt:

    Mijnheer Sanctorum, ditmaal zijt U te hard voor Wouter Beke.
    Zijn verdiensten zijn tenslotte niet min: Hij heeft de budgetten van de ziekteverzekering, volksgezondheid en pensioenen aanzienlijk gesaneerd, en alzo grote bedragen gesaneerd zonder nieuwe belastingen. Bovendien zijn de ontvangers van de registradie man verdient een lintje, in plaats van geschamper.
    Bovendien bewijst hij dat een psychopaat best in staat is om een gezin te stichten en te leiden. Hulde aan de vrouw, die zo met haar man meeleeft, en haar kind laat delen in haar empathie, die uit haar wezen straalt. Geen kwaad woord over Leentje!

  2. yvo gijsbers zegt:

    Bovendien zijn de ontvangers van de registratie in hun nopjes, want er komen ook nog eens een pak meer aangiften in de nalatenschap binnen. Hat is inderdaad een vergissing van formaat, om zo’n verdienstelijk staatsman weg te zenden. Maar ja, ondank is ’s werelds loon.

  3. eddy zegt:

    “Dat is onze Vlaamse underdogmentaliteit, een historisch geconditioneerd gebrek aan cultureel zelfbewustzijn, gecombineerd met kleinburgerlijke reflexen, sluwdomme overlevingstaktieken, en een stevige scheut pastoorshypocrisie. De katholieke zuil is dan wel dood en begraven, in de grond blijft Vlaanderen een kerktorenuniversum bemand door dorpspolitici.”

    Correcte analyse.

    De meesten blijven Vlaamse ‘boertjes’, te stom voor iets. Geen intellect, tenzij technisch in dienst van het grootkapitaal, maar ja, wat kunnen ze anders ? Niks. Te stom en te dom. Inderdaad, Vlaamse boertjes.

    • stan lembregts zegt:

      Spreek voor uzelf Eddy !! Ik wil het wel eens zien: gezond boerenverstand versus intellect. Ik behoor liever tot de eerste groep en jij?

      • yvo gijsbers zegt:

        Gezond boerenverstand en intellect horen samen, ze staan niet tegenover elkaar.

      • boy in a bubble zegt:

        Mest hoort er ook nog bij… Inmiddels is de lente al een tijdje in het land. “Frühling ist erst dann, wenn’s nach Gülle riecht…”

  4. Pingback: De Limburgers kwamen in 1302 al te laat | Acta Sanctorum

Reacties zijn gesloten.