Een ‘bevraging’, zo ingewikkeld en ondoorgrondelijk als België zelf

Veel ergernis over de on-line bevraging die de federale overheid organiseert onder de naam ‘Een land voor de toekomst’. Over hoe de Belgische staat en zijn regionale nevenkoterijen er moeten uitzien, de werking van onze democratie, de bevoegdheden, de plaats van de burger, etcetera, en dit allemaal opgesplitst in thema’s en uitdagingen. Mits veel scrollen mag u een mening geven over een van de thema’s, en deze zelfs toelichten. Peetvader en -moeder van het project zijn de Vlaamse en Franstalige ministers voor institutionele hervormingen, Annelies Verlinden (CD&V) en David Clarinval (MR). Een hele ploeg koffiedikkijkers, experten en zelfs een heus algoritme zullen de resultaten verwerken, doorspelen naar raden en panels, tot het onvermijdelijke eindrapport op het bureau van de betrokken ministers belandt.

Bepaald uitnodigend oogt het ding niet. Qua opmaak en structuur komt de bevraging nog het dichtst bij een belastingbrief, of een aanvraag voor subsidies voor woningrenovatie. ‘Een beproeving om de site te doorworstelen’, vindt zelfs de brave UGent-rector Rik Van de Walle. Anderen zijn strenger: een kat vindt er haar jongen niet in, een oefening in wereldvreemdheid, een Wetstraatees staaltje abrakadabra, een monsterlijke kruisbevruchting van ambtenaren, politicologen en autistische IT-ers. Wie deze vragenlijst helemaal tot het einde invult, is iemand met teveel tijd of met een masochistische geaardheid. Of de twee.

De N-VA ziet het, bij monde van Sander Loones, als pure geldverspilling (2,1 miljoen euro moet dat kosten) en als een louter cosmetische PR-campagne voor de zittende Vivaldi-regering. Bart Maddens en Doorbraak-hoofdredacteur Pieter Bauwens zijn onverbiddelijk: Belgicistische propaganda, luidt het verdict, ingegeven door de angst voor verkiezingen.

Als een doolhof

Allemaal waar. Toch missen al deze zure critici de clou: deze bevraging is helemaal geen volksraadpleging, maar een digitaal kunstwerk, dat de complexiteit van België zelf  weerspiegelt. Het moet geduid, uitgelegd, gecontextualiseerd worden. Zoals moderne kunst. De post-Kafkaiaanse webarchitectuur van demain-toekomst-zukunft.be overrompelt, verbijstert, zelfs bij mensen met een universitair diploma, maar dat doet de kunst van Arne Quinze met zijn fluoblokken op de Oostendse zeedijk ook. Dat u er een gevoel aan overhoudt alsof er laag beton in uw maag is gestort, is het probleem niet, integendeel: we moeten blijven wennen aan het idee dat we in een doolhof zijn geboren, en er ook zullen sterven.

Heel dit project van burgerparticipatie is ook een grap, meer bepaald een absurde grap die ons gevoel voor humor moet aanspreken.

Het Land van de Toekomst krijgt dus vorm via een duizelingwekkend webformulier dat ons moet verzoenen met die ene waarheid: rien ne va plus. België is al sinds 1830 een constructie, die gaandeweg steeds meer het karakter van een ruïne heeft gekregen. Het land werkt niet, maar nét dat is zijn reden van bestaan geworden, zijn historische missie.

Om dat leefbaar en acceptabel te maken, is er iets ontstaan dat tamelijk uniek is in zijn genre: de Belgische staatshumor. Heel dit project van burgerparticipatie is ook een grap, meer bepaald een absurde grap die ons gevoel voor nonsensikale humor moet aanspreken. De overheid zelf beoefent het absurde als een discours, een stijl, een taal, die het complexe moet combineren met een vorm van luchtigheid, lichtheid, spel, en zelfs vrolijke onderganggedachten. Het land gaat naar de kloten, maar het surrealisme, dé esthetica van het regime, toont dat die ontbinding ook kan gebeuren met zin voor het ongerijmde en, jawel, zin voor humor. Ceci n’est pas une pipe.

Een transcendente realiteit

Het mondmaskertekort, twee jaar geleden opgelost dankzij de overheidscampagne ‘Stik!’.

De webstek werkt dus niet, de enquête is een farce, zoals het land zelf. Maar hoe slechter alles werkt, hoe authentieker Belgisch. Er bestaan geen blunders, geen malfuncties in dit circus, dat is echt een misverstand. Rampenplannen zijn volkomen impertinent in een land dat zelf een catastrofe is.

Andermaal: ceci n’est pas une pipe. Toen minister Annelies Verlinden schitterde door afwezigheid op het moment dat burgers tot aan hun nek in het water van de Vesder stonden, en ze tegelijk snel de federale hulpfase afblies, heeft ze eigenlijk aangetoond dat België er niet is voor de Belgen, ook niet voor de Walen, laat staan voor de Vlamingen, maar enkel voor zijn eigen onbegrepen, onbegrijpelijke en ongrijpbare mystiek. De politiek is de rituele machinerie die deze transcendente realiteit celebreert.

Politici zijn er niet voor u, niet voor de gemeenschap, maar om te bewijzen hoe ingewikkeld dit land wel is, en hoe onmisbaar ze daarin zijn.

In die zin is de bevraging Demain-toekomst-zukunft.be een geniale reflectie van het Belgische labyrinth, zoals bijvoorbeeld ook het Staatsblad, of de Powerpoints van Sophie Wilmès. Wat moet u dan doen met de bevraging? Invullen. Echt. Met zo absurd mogelijke antwoorden, nonsensikale suggesties, komische invallen. Een beetje zoals de vrouwen massaal hun bh’s gingen doorknippen om er mondmaskers van te maken, toen Maggie De Block de voorraad had laten opstoken. Ceci n’est pas un soutien.

Politici zijn er niet voor u, niet voor de gemeenschap, maar om te bewijzen hoe ingewikkeld dit land wel is, en hoe onmisbaar ze daarin zijn. Het zal de fameuze kloof tussen burger en politiek met geen millimeter verkleinen, want we hebben nog maar net de vaudeville van Mechelen/Boortmeerbeek meegemaakt, waar Bart Somers dacht van achter ieders rug een fusie te forceren, tot een echte volkswoede de betrokken burgemeesters naar af stuurde. Ziedaar democratie, Annelies, meer moet dat niet zijn.

Twee dode mussen

Jules de Corte (1924-1996)

Maar ondertussen is er dus de uitnodiging tot Barticipatie. Uiteraard is deze bevraging ideaal voer voor anti-Belgicisten, separatisten, beeldenstormers en verraders des vaderlands. In 2024 volgt de echte enquête, de enige die ertoe doet. Waar de bedenkers van de bevraging de naam vandaan haalden, weet ik ondertussen ook: in 1974 bracht de Nederlandse, als kind blind geworden zanger Jules de Corte een liedje uit, met als titel: ‘Het land van de toekomst’. Jules was een notoir zwartkijker en ook dit chanson is van sarcasme doordrenkt. De eerste strofe laat nog enige hoop: 

Ik heb twee duiven opgelaten, hij en zij
Door simpelweg hun vleugels los te winden
Ze zouden vrijwel zeker, volgens mij
Moeiteloos de juiste richting vinden

De duiven blijven spoorloos, waarna hij in de tweede strofe een koppel raven uitstuurt, die al evenmin terugkeren van dat beloofde land. Tenslotte mogen twee mussen het proberen:  

De beide mussen kwamen weer, maar vraag niet hoe
Ze hebben in mijn hand de geest gegeven
Waar glijden we in ’s hemelsnaam naartoe
Als er zelfs geen vogel meer kan leven

Jules moet toen al geweten hebben wat er zou volgen. Annelies Verlinden, David Clarinval, Bart Somers, teveel om op te noemen, allen proberen ze ons blij te maken met een dode mus. Stuur ze terug naar afzender. Indien ernstig, zich onthouden.

 

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

 

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie, Het politiek theater. Bookmark de permalink .

11 reacties op Een ‘bevraging’, zo ingewikkeld en ondoorgrondelijk als België zelf

  1. madyvermeulen zegt:

    Prachtig stukje! Belgisch surrealisme op het toppunt van zijn bestaan.
    Je bent wél iets vergeten, alhoewel dit maar een zoveelste typisch Belgische akkefietje is: de bevraging is, net zoals de enige volksbevraging ooit in dit onmogelijke apenland, niet bindend. De niet verkozen regeerders zullen er uithalen wat in hun eigen kraam past, en de rest zal dezelfde weg opgaan als de nieuwe politieke cultuur van Verhofstadt. De gewone burger betaalt, zoals altijd, de rekening.

  2. Bruno Carpreau zegt:

    Het lijkt mij wel wat vergezocht om Jules de Corte als een Vlaamse zanger neer te zetten, weliswaar in Deurne geboren, maar dan wel Deurne in Noord-Brabant….

  3. Peter H. zegt:

    Blij dat ik dit stukje las.
    Ik begon al te vrezen dat mijn dementie een paar decennia vroeger dan verwacht was ingezet, toen ik die ‘bevraging’ tevergeefs probeerde te doorworstelen.
    Het ligt dus niet aan mij, maar aan de bedenkers van het onding.

    Nochtans ligt het onderwerp mij zéér nauw aan het hart, maar de hoop op een échte demokratie, waarin de burger écht beslist (in plaats van pro forma en vooral niet-bindend bevraagd wordt) is reeds lang verschrompeld.

    Wat me wel verwonderde: Jules De Corte een Vlaming?
    Niet dat het belangrijk is, maar misschien toch eens ‘fact-checken’.

  4. madyvermeulen zegt:

    Het maakt niet uit welke nationaliteit Jules de Corte had. Hij sprak Nederlands, was blind maar niet verblind. Met zijn “liedje van de minderheid” legde hij de vinger op een wonde die veel te lang geëtterd heeft. Daar zal de bevraging waarover een resem wel of niet politiek analfabete lotelingen hun licht mogen laten schijnen niets aan veranderen.

  5. Jan Humblé zegt:

    Scherp geslepen stuk proza.
    Ooit noemde men zo’n bevraging een ‘volkspetitionnement’. Dán kun je pas los gaan met je antwoorden!

  6. Johannes zegt:

    Commentaar van Peter H: “de hoop op een échte demokratie, waarin de burger écht beslist (in plaats van pro forma en vooral niet-bindend bevraagd wordt)”

    Beslissen is uiteindelijk binden. Bevraging is ook voorbereidend binden, een selecteren uit een vooraf bepaalde selectie, zeker in een massa democratie wordt dat altijd een realiteits-verarmende kwestie.

    Dit is ook echte democratie, dit is waar de burger wordt gevraagd een systeem in zijn geheel te ontwerpen, zelfs zijn plaats te definiëren, om dit uitgebreid vast te leggen in beleidsdocumenten, in plaats van een ‘systeem’ dat langzaam groeit vanuit de cultuur van een volk. Dit is het systeem van de bureaucraat én burgermans-bureaucraat, waar de burger ‘beslist’ en wil beslissen, i.p.v. een situatie waar de levende cultuur van een volk ‘vormt’. Dit is het type democratische systeem waar de ziel van een volk door een goed gedeelte van het volk en haar representanten zelf wordt uitgehold door overal over te willen beslissen, het alles willen vastleggen, democratie als bureaucratisering van onder naar boven. Een systeem waar men steeds verdere inspraak wil hebben, zo ook in het leven van de ander, en de ander wil definiëren, vastleggen, ‘vast-leggen’.

    “een monsterlijke kruisbevruchting van ambtenaren, politicologen en autistische IT-ers”

    Men hoeft trouwens geen enkele bijzondere kennis te hebben van dit project, men hoeft zelfs weinig kennis te hebben van de Belgische democratie en de Belgische overheid, anders dan eens sporadisch meekijken om het karakter van dit project op de juiste waarde in te schatten. Gezien dit het karakter is van zo goed als elke moderne democratie. Het constante willen definiëren, vastleggen, overal over beslissen, het constante reorganiseren en uitbreiden, vervolledigen en perfectioneren, daarmee doet het democratische volk zichzelf de das om. Zo’n type democratie is cultureel de strop en de galg.

  7. Johannes zegt:

    Het ‘mondmaskertekort’ (het woord zelf een karakteristiek Kafkaëske culturele productie) was slechts te wijten aan het feit dat men nog niet voorbereid was, en weinig ervaring had. Immers, de organisatie van een soap voor het volk, een volks gemaskerd bal op een anderhalve meter choreografie in elkaar geflanst door over elkaar buitelende expert orakels, op een massa schaal zoals nog niet eerder vertoond, waar deze soap ook niet vooraf aan de representaties van de democratieën was aangekondigd door de internationale elites -die overigens zelf organisatorisch alles nog niet onder controle hadden, is geen kleine zaak. Een dergelijk Kafkaësk kunststukje op laten voeren door een massa, begin er maar aan. Dat vraagt om klasse dictators, en een meer professioneel verstrekkend propaganda systeem, geen kleine dictatortjes in de dop met een halfwas propaganda systeem. Er zou toch enige sympathie voor moeten zijn voor het feit dat men nog niet op dat niveau is, vooral aan de libertarische zijde.
    In Nederland, altijd meer pragmatisch, had men er een oplossing voor, de orakels adviseerden zonlicht, geen zonlicht als zijnde een aangename verfrissing voor de mens, maar zonlicht voor het maskerschaamlapje, en meer specifiek: UV-licht. Blijkbaar zagen de altijd commerciële Nederlanders het niet zitten om zelf snel een bedrijf in gestroomlijnde productie van schaamlappen te starten.

  8. boy in a bubble zegt:

    Wanneer democratie demoncratie wordt…
    (van oudsher het spookbeeld voor gereformeerden)

    • dzjakke Dzjakke zegt:

      Wow! In 1843 ging ‘der fliegende Holländer’ van Richard Wagner in première. Eindelijk een prachtig 21e eeuws antwoord.

      • boy in a bubble zegt:

        Imperium maris! Geen replica van het spookschip, want na eeuwen nog in de vaart…

    • Johannes zegt:

      De haren van mijn kat stonden overeind.

Reacties zijn gesloten.