Het Aalsters basket en zijn ‘racistische’ dansmiekes

De Okapi-cheerleaders van Studio One

Half november, en alweer tijd voor een Zwarte Pietenrel, in Aalst nog wel

Terwijl op VRT-Canvas een serie loopt over het onuitroeibare Vlaamse racisme, werd afgelopen zaterdag in Aalst nog maar eens bewezen wat moest bewezen worden. De traditionele cheerleaders van basketclub Okapi besloten voor de opwarming van de match tegen Antwerp Giants twee danseresjes voor de gelegenheid uit te dossen als Zwarte Piet. Zwart geschminkt en met kroeshaar, olala, wat zullen ze zich dat beklaagd hebben. Giant-speler Jean-Marc Mwema, kind van een Congolese vader en Belgische moeder, nam er aanstoot aan, bekloeg zich op Instagram over het Pietendansje en kreeg meteen de volle persaandacht. ‘Mijn Amerikaanse ploegmaats wisten niet wat ze zagen’, aldus Jean-Marc Mwema. ‘In de VS is dit heel omstreden.’

Dat is nader beschouwd een raar statement. Om te beginnen ligt Aalst bij mijn weten niet in de VS en moeten die ploegmaats toch enige kennis van aardrijkskunde hebben. Ja, dat hebben ze zeker. Bovendien is Jean-Marc Mwema zelf een Belg, geboren in Merksem en heeft zelfs nooit in een buitenlandse club gespeeld. Hij heeft als kleine jongen -nu ja- vast in Antwerpen ook wel de Sint op de stoomboot weten aankomen, met een hele schare gitzwarte Pieten in zijn zog die alsmaar snoep gooien.

Racisme als spookbegrip

Jean-Marc Mwema: ‘zeer fout anno 2021′

Niettemin doet Mwema alsof hij een Amerikaanse zwarte is, die niet weet dat de lenige Zwarte Piet een duo vormt met de stramme Sinterklaas, en daartoe volgens de legende door de schoorsteen kruipt. Zijn ‘knechtschap’ is, geheel in de Hegeliaanse visie, deze van de superieure assistent zonder wie de Sint nooit zijn ronde zou kunnen voltooien. De roots van Zwarte Piet liggen overigens niet in het kolonialisme maar in de Christelijke duivelsfiguur en, ouder nog, de Germaanse kobold of aardgeest als tegenspeler van Wotan/Klaas.

Columnisten genre Dalilla Hermans voeren zichzelf op als gekleurde beroepsslachtoffers en moeten het beeld van het Vlaamse racisme om den brode in de actualiteit houden.

Dat Mwema niets van filosofie of cultuurgeschiedenis kent, neem ik hem niet kwalijk. Maar dat George Floyd hier opduikt, om een stuk folklore te stigmatiseren binnen een totaal andere context dan het fatale -en voor alle duidelijkheid laakbare- politie-optreden in Minneapolis, is het zoveelste bewijs dat racisme in onze maatschappij grotendeels een spookbegrip is. Het roept zichzelf op en creëert een pseudo-realiteit, een narratief waarbinnen onzinnige discussies worden gevoerd over symbolen en intenties. Columnisten genre Dalilla Hermans voeren zichzelf op als gekleurde beroepsslachtoffers en moeten het beeld van het Vlaamse racisme om den brode in de actualiteit houden. 

Ik heb in een recente eerdere column al benadrukt dat kritische research over het kolonialisme en de slavernij tot het normale wetenschappelijke Vrij Onderzoek behoort en dat dit voorwerp mag zijn van een maatschappelijk debat. Dat er ergens een borstbeeld van Leopold II sneuvelt, I couldn’t care less, ik voel me niet aangesproken.  Iets anders is, dat de BLM-doctrine geuniversaliseerd wordt tot een wit/zwart-ideologie die constant op uitzuivering is gericht en in feite het averechts racisme promoot. In de sport worden campagnes rond politieke correctheid gepromoot die met veel moraliserende hypocrisie het publiek beleren. Onze Rode Duivels, de hemel in geprezen maar nog nooit een internationaal tornooi gewonnen, blinken er in uit.

Werelderfgoed af

Zullen ze het in Aalst dan nooit leren? (De Vismoojl’n, 2020)

De kortgerokte meisjes uit de dansschool Studio One, een vaste attractie bij Okapi-thuiswedstrijden, hebben nog veel minder iets met racisme te maken hebben dan enige carnavalswagen. Ze dansen naar eigen zeggen vooral omdat ze vallen voor die stoere binken van 1m90 en meer. Hoe mooi is dat. Sport tot ver buiten de veldomtrek.

De reactie van Aalst was en is de enige juiste: een opgeheven vinger.

Het is daarom goed dat de betrokken Aalsterse club Okapi, bij monde van woordvoerder Sven De Smet, niét toegeeft aan de door de media opgepookte hetze, en zelfs verklaart dat er volgend jaar nog meer Pieteressen zullen dansen. Men herinnert zich nog de hetze rond de zogenaamd antisemitische praalwagen van de Vismooil’n waardoor Aalst uit het UNESCO werelderfgoed werd gekegeld. Waardoor het pas écht werelderfgoed werd. De reactie van Aalst was en is de enige juiste: een opgeheven vinger. Men hoeft zich niet te excuseren voor ingebeelde beledigingen of voor beleving van cultuur of traditie.

‘Ik ben benieuwd hoe de Amerikaanse spelers van Aalst hierover denken’, aldus nog de boze Giant. Helemaal niets dus, geen interesse van die kant. Behalve Jean-Marc Mwema had niemand zin in een potje Zwartepieten. Weten die Amerikanen meer van wanten dan de Congolese Belg? Afwachten maar of er van bovenuit, de Bond, toch weer niet een of andere reprimande onderweg is. Overigens wonnen de Antwerp Giants de match, die zonder het minste incident verliep. Het lijkt wel alsof één man daar niet zo gelukkig mee is.

 

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .