Fabres wolken zijn allemaal opgemeten (in Antwerpen toch)

Jan Fabre, De man die de wolken meet (1998) – SMAK Gent (Wiki commons/foto Paul Hermans)

In 2018 kwam Jan Fabre, hét monstre sacré van de Vlaamse podium- en beeldende kunst, onder vuur te liggen na een open brief die in het tijdschrift Rektoverso verscheen. De artiest zou zich te buiten hebben gegaan aan machtsmisbruik, pesterijen en seksuele intimidatie, wat alles samen tot een ‘toxische werkomgeving’ heeft geleid. Het resulteerde in een dagvaarding voor de correctionele rechtbank, een zaak die nog moet voorkomen.

De socialistische vakbond ACOD was een drijvende kracht achter deze actie. Wat enigszins de wenkbrauwen doet fronsen: het rode syndicalisme staat niet echt bekend voor zijn affiniteit met cultuur en artistieke scheppingsdrang. De achtergrond van de actie is uiteraard het MeToo gebeuren en de invraagstelling van ‘toxisch mannelijke’ fenomenen in het algemeen. Penisbezitters zijn voor MeToo wat ‘witte mensen’ voor BLM zijn: schuldig aan zowat alle leed van deze wereld. De flamboyante filmregisseur/producer Harvey Weinstein, veroordeeld tot 23 jaar brommen in het gezelschap van verkrachters en seriemoordenaars, kan ervan meespreken.

Zover zal het met Fabre wel niet komen. Toch is de kortsluiting tussen artistieke maatstaven en morele oordelen een interessant tijdsfenomeen, waarbij de blanke, mannelijke hetero het gelag lijkt te betalen. Helaas bulkt de kunst- en cultuurgeschiedenis van blanke, mannelijke hetero’s: de MeToo beweging zal nog werk hebben. Of zoals SMAK-directeur Philippe Van Cauteren het stelde: ‘Als we alle foute mannen uit de musea zouden halen, dan zouden er veel kale plekken zijn’.

Cancel culture

De Singel, vóór de ‘renovatie’

 

Ondertussen zit de Vlaamse kunstwereld wel degelijk verveeld met de zaak. Een algemene boycot van de kunstenaar zou niet echt getuigen van een open geest en een zin voor controverse waar hedendaagse cultuur toch voor staat. Helaas besliste directeur Hendrik Storme van de Antwerpse kunsthogeschool De Singel om het Fabre-beeld dat zijn dak sierde, ‘De man die de wolken meet’, af te voeren. Hij deed dat maanden geleden al, een beetje stiekem, naar aanleiding van renovatiewerken in de hoop dat niemand er erg in zou hebben.

Voor Singeldirecteur Storme is Fabre schuldig nog voor zijn proces, en moét dat beeld van zijn voetstuk tuimelen.

Philippe Van Cauteren, die ook een exemplaar op het SMAK-dak heeft staan, ging hier niet in mee, en vond het beter om het beeld in een speciale ruimte aandacht te geven, ten einde het debat over de relatie tussen kunst en leven aan te zwengelen. Daarna moet het terug het dak op. ‘Er zijn in de geschiedenis al veel beelden weggehaald, maar dat heeft weinig veranderd aan wat die beelden vertegenwoordigden. Het lost niets op’, aldus Van Cauteren. 

Dat vind ik een interessante visie die tegen de wokeness-trend en de cancel culture ingaat. Dat zou zijn voorganger Jan Hoet ook gedaan hebben. Voor Singeldirecteur Storme echter is Fabre schuldig nog voor zijn proces, en moét dat beeld van zijn voetstuk tuimelen. Of beter: geruisloos verwijderd. Het kan tellen als bewijs van openheid van geest. Op de wiki-pagina over deze Hendrik Storme lezen we een citaat rond ‘open debat’, het ‘uitwisselen van gedachten’ en het ‘overstijgen van binaire tegenstellingen’. Daar is hij perfect in geslaagd: niets zo goed voor het overstijgen van binaire tegenstellingen als een controversieel kunstwerk stiekem in de kelder dumpen. 

Controverse en schandaal

Jan Fabre, het 24u durende theaterstuk Mount Olympus (2016) 

De waarheid over Jan Fabre is sowieso grijs en niet zwart/wit: een boeiend kunstenaar, een provocateur, die in zijn omgang met medewerkers en ondergeschikten de grenzen opzocht. Wie bij Fabre belandde, wist dat hij tot het uiterste ging en zich als een tiran gedroeg: ‘alles voor de kunst’. 

De Open Brief van de dansers en acteurs heeft wel iets van mensen die in een vleesfabriek werken en zich tot het vegetarisme hebben bekeerd. 

En dan heb ik het nog niet zozeer over seksuele intimidatie, maar gewoon over de voor dansers en acteurs uitputtende werkrelatie met een narcistische perfectionist. De gewoonte om na een opvoering (die soms 24 uur duurde) nog een lange nabespreking te houden, het permanent uitdagen van performers waarbij krachttermen niet werden geschuwd, naast uiteraard de bloed-en-kots scènes zelf, de voorkeur voor naar het sadisme neigende choreografieën met naakte lijven die zweet en urine moesten afscheiden,… het werd ook allemaal geaccepteerd als deel van de artistieke essentie. Ook door de ondertekenaars van de open brief.

Die dubbelheid van het beest Fabre en de verheven kunstenaar werd door de overheid en de cultuuradministratie zelf decennia lang gecultiveerd via een vaste subsidiepijplijn naar het cashvehikel de vzw Troubleyn. Jan Fabre kreeg dankzij zijn sacrosancte positie op de Vlaamse kunstenscène een internationale uitstraling, altijd in een sfeer van controverse, schandaal en bestudeerde wansmaak: het was en is gewoon zijn handelsmerk. De Open Brief van de dansers en acteurs heeft wel iets van mensen die in een vleesfabriek werken en zich tot het vegetarisme hebben bekeerd. En het neerhalen van sculpturen van een kunstenaar die eerst bovenaan de hedendaagse canon stond, lijkt sterk op een afrekening. 

Borsten en billen te koop

Peter Paul Rubens, De drie gratiën (1639)

Niet dat we blind moeten zijn voor de industrie erachter, maar dat is van alle tijden. Fabres beeldend werk wordt via een aparte vennootschap, Angelos bvba, op de markt gebracht. Van de fameuze ‘Man die de wolken meet’ zijn er al zo’n 40 exemplaren in omloop, u hebt er al eentje voor 600.000 euro, reken maar uit wat deze serieproductie opbrengt. Zijn grote voorganger en stadsgenoot P.P. Rubens had uiteindelijk ook een schilderijenfabriek waarin talent het vak leerde, maar evenzeer bemand met penseelslaven die alleen de ogen mochten inkleuren. En waar de naaktmodellen voor een aangename werksfeer zorgden om kunstwerken op te leveren die vandaag de Facebookcensuur niet doorstaan.

Misschien is heel de actuele hetze, inclusief het proces, wel een opgezette stunt om de verkoop van wolkenmeters en tutti quanti een boost te geven.

Wat ons weer op de MeToo-kritiek brengt en het beeldenstormpje aan de Antwerpse Singel. Een kunstenaar zo’n erepositie geven dat hij op het dak van een kunsthogeschool mag prijken, bijna als het Christusbeeld dat boven Rio de Janeiro uitsteekt, en hem dan neerhalen omdat er een klacht wegens seksuele intimidatie tegen hem loopt, dat klopt gewoon niet. Ofwel was het maar een (dure) hype die vandaag overgewaaid is, ofwel is de schrapping een bedenkelijk geval van politiek correcte censuur.

In beide gevallen maakt directeur Hendrik Storme zich belachelijk. Alle Antwerpse wolken zijn opgemeten en de brave kinderen mogen vooral niet verontrust worden. Ook al ben ik niet de grootste fan van Jan Fabre, dat zijn danseressen een roze muts opzetten en zich tegen hem keren uit een nieuw soort puritanisme, vind ik zelf een weergaloze grap. Misschien is heel de actuele hetze, inclusief het proces, wel een opgezette stunt om de verkoop van wolkenmeters en tutti quanti een boost te geven. Pas in dat geval zou hij de titel ‘moderne Rubens’ verdienen.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .