Amerika, de grootmacht van gisteren, de dino van vandaag

Bedenkingen the day after

Januari 1991: generaal Colin Powell geeft een woordje uitleg bij operatie Desert Storm, de inval in Irak.

De klanken van de herdenkingsceremonieën 20 jaar 9/11 zijn weggeëbd, de TV-journaals hebben ons geheugen opgefrist (waarbij VRT 1 opmerkelijk genoeg aan de vooravond meer interesse had voor ‘gestigmatiseerde moslims’ dan voor de slachtoffers van de aanslag), tijd voor een nabeschouwing. 

De algemene vaststelling -ook in Amerikaanse militaire kringen- dat de Afghanistan-strategie gefaald heeft, moet ons aan het nadenken zetten over heel het concept van de war on terror, zoals president Bush jr. die daags na 9/11 aankondigde. In dat concept zou het moslimterrorisme vooral met grootschalige militaire middelen bedwongen worden, en wel in het thuisland van Al Qaeda. De NAVO werd mee in het bad genomen, ook Belgische militairen (waaronder ene Jürgen Conings). We zouden die terroristen eens een poepje laten ruiken.

Dat pakte anders uit: het Afghaanse terrein leent zich niet tot een invasie -dat leerden de Russen ook al tot hun scha en schande-, de Taliban hield de terreurbeweging de hand boven het hoofd, en we waren vertrokken voor twintig jaar blind vechten tegen een onzichtbare vijand, tot aan de chaotische aftocht deze zomer. In Irak was het resultaat na de inval in 2003 (onder valse voorwendsels dat dictator Saddam Hoessein massavernietigingswapens bezat) nog desastreuzer. De ‘bevrijding van Irak’ (Operation Iraqi Freedom) leverde 100.000 burgerdoden en miljoenen vluchtelingen op. 4000 Amerikaanse soldaten keerden tussen vier planken terug. Het land werd in puin geschoten, een chaos waaruit IS verrees. De rest van dat verhaal kennen we: een enorme vluchtelingenstroom richting Europa.

Het D-Day syndroom

Deze fiasco’s vloeien voort uit een Amerikaans zelfbeeld dat in de 21ste eeuw onherroepelijk achterhaald is: dat van een militaire en economische supergrootmacht die wereldwijd de lakens uitdeelt en orde op zaken stelt. De huidige NAVO is er een residu van. Dit militaire bondgenootschap van Europa met de VS werd in 1949 opgericht en consolideerde de opdeling van Europa in een Russische en een Westerse invloedssfeer. Deze laatste zou zich opwerpen als een economische groeipool van de vrije markt én -dat gaat altijd samen- de behoeder van morele waarden rond vrijheid, democratie en mensenrechten.

In de euforie werden tanks met bloemboeketten bekogeld en vielen talloze meisjes in de armen van hun bevrijders, dat doet iets met een leger

Dat brengt ons bij de bevrijding in 1945 en de succesrijke militaire operatie die daaraan voorafging, de landing op 6 juni 1944 in Normandië. In de euforie werden tanks met bloemboeketten bekogeld en vielen talloze meisjes in de armen van hun bevrijders, dat doet iets met een leger. Negen maanden later zouden de eerste tekenen zichtbaar worden van de fameuze babyboom.

De Amerikanen brachten corned beef en vrijheid mee, keken erop toe dat de communisten snel uit de West-Europese parlementen verdwenen -wat niet overal lukte-, waren gul met middelen om de verwoeste gewesten herop te bouwen zodat ze een nieuwe afzetmarkt vormden voor Amerikaanse producten (het Marshall plan), en forceerden een culturele omslag met Coca-Cola, Disney, Elvis Presley en 3M-plakband als smaakmakers.

Dat laatste is ironisch bedoeld, mocht u het niet snappen: de fabriek in Zwijndrecht bleek pas recent een enorme gifbelt gecreëerd te hebben waar we nog tientallen jaren zoet mee zullen zijn. De arrogantie waarmee de bedrijfsleiding de vragen over de vervuiling van het Vlaams Parlement afwimpelde, is in feite een uitloper van het D-day syndroom: ‘Amerika is de baas, we hebben jullie bevrijd, dus geniet vooral van de voordelen en zwijg’.

Kabul-elite

Belgische militair bij de evacuatiemissie in Kabul

Het is moeilijk te geloven dat deze Amerikanisering van Europa na 1945 de haviken in het Witte Huis inspireerde om aan het begin van de 21ste eeuw Afghanistan en Irak binnen te vallen. Toch ziet het ernaar uit: we hebben ons heel de tijd laten leiden door een grootmacht die er geen meer is, die in het verleden leeft en die strategisch zware blunders maakt. In plaats van de zogenaamde ‘nation-building’ (een belachelijk concept dat alleen nog kan bestaan in een megalomaan veroveraarsbrein) was het alleen de Kabul-elite die Coca-Cola dronk en naar westerse muziek luisterde. Ondertussen wachtten de Taliban hun moment af om uit de grotten te komen en met een onvervalste Blitzkrieg naar de hoofdstad op te rukken, in het zog gevolgd door Al Qaeda en hun aartsvijand IS. 

Het westen heeft 20 jaar zijn tijd verknoeid in Afghanistan, met dank aan een foute Amerikaanse mind set.

Expert Jonathan Holslag zal het met me eens zijn dat de Pax Americana na 9/11 vooral méér onveiligheid heeft opgeleverd. Zelf maakt hij de vergelijking met de nadagen van het Romeinse Rijk, met China als nieuwe uitdager (in de Romeinse periode was dat de Germaanse wereld) . De les die wij eruit moeten trekken is hard maar duidelijk: het voorbijgestreefde paradigma van Washington volgen kan ons alleen maar verder in het moeras duwen. Het westen heeft 20 jaar zijn tijd verknoeid in Afghanistan, met dank aan een foute Amerikaanse mind set.

Het probleem van de moslimterreur kan je namelijk niet met een klassieke militaire logica te lijf gaan. Legers -in de zin van grote troepenmachten- zijn dinosaurussen die de vorige eeuw hun relevantie al verloren. Er is geen D-Day meer mogelijk, geen dag van de grote bevrijding met boem en paukenslag. Het gaat integendeel om een 21ste eeuwse schaduwoorlog tegen een fanatieke, meedogenloze sekte die evenmin als een conventioneel leger opereert, maar speculeert op het onverwachtse en onvoorzienbare. En op het verslappen van onze alertheid.

Ogen en oren

Salah Abdeslam: na de aanslag in Brussel/Zaventem nog drie maanden knus ondergedoken in Molenbeek

Tijd voor wat out-of-the-box denken dus. Het alternatief voor een bombastische militaire operatie is de kleinschalige inzet van een elite-eenheid met een welbepaald doel. Het uitschakelen van Osama Bin Laden in Pakistan was het voorbeeld van een geslaagde operatie, al was dat in de globale war on terror hooguit een symbolisch succes. Ondertussen moeten we beseffen dat er een veel te slechte kennis van de vijand is. Het blijft bij gissen en speculeren, nattevingerwerk. Wie zijn ze, wat doen ze, wat zijn ze van plan, waar, wanneer en hoe?

In de limiet zou elke aanslag moeten kunnen verijdeld worden, maar dat kan alleen als we echt in het hoofd van de tegenstrever kunnen kijken. Zo winnen grootmeesters het schaakspel. De klassieke spionage- en infiltratietechnieken moeten aangevuld worden met een gesofisticeerd ‘intelligence’-netwerk waarin communicatie, informatie en psychologie primordiaal zijn, naast uiteraard IT-technologie en webcontrole. Niet te vergeten een grondige kennis van de Koran zelf om te snappen wat er in die zieke breinen omgaat.

In de limiet zou elke aanslag moeten kunnen verijdeld worden, maar dat kan alleen als we echt in het hoofd van de tegenstrever kunnen kijken

Dat klinkt allemaal nogal James Bond-achtig, maar het is op dat punt dat wij als Europeanen een strategisch alternatief kunnen bieden: de vijand overwinnen begint met hem te leren kennen. Daartoe heb je insiders nodig en moet je antennes uitzetten, tot diep in vijandig gebied. Helaas berust het Belgische Molenbeek-syndroom evenzeer op een frappant gebrek aan kennis over wat zich in dat biotoop afspeelt. Dat leverde de aanslagen in Parijs 2015 en in Brussel/Zaventem 2016 op. Salah Abdeslam, de man die nu in Parijs terecht staat, kon zich drie maanden verstoppen in het wormgat Molenbeek, niet bepaald een verrassende locatie. Bestaan er scrupules bij de veiligheidsdiensten om te infiltreren? Ontbreekt er de politieke aansturing voor? Of is men echt teveel bezig met de ‘gestigmatiseerde moslim’?

Interessant is daarbij dat de CIA in 2001 wel degelijk signalen had opgevangen dat Osama Bin Laden iets ‘groots’ van plan was, en dat de Twin Towers schietschijf nr 1 waren, maar die informatie is nooit in de inner circles van het Pentagon en het Witte Huis geraakt. De stukken die nu worden vrijgegeven over de Saoedische betrokkenheid zijn hallucinant, maar maken ook duidelijk dat men toen niet bij de les was. Dat is eigenlijk onvoorstelbaar. Op die manier blijven we de feiten achterna lopen en puin ruimen, begeleid door het geleuter van Rudi Vranckx. 

We hebben ogen en oren nodig, en natuurlijk hersenen die dat aansturen én verwerken. Tegen de barbarij kan men alleen met list en sluwheid winnen, niet met emoties of politiek correcte koudwatervrees. Vergeet het Europees leger, de natte droom van pathetische paljassen als Guy Verhofstadt. We hebben vooral behoefte aan scherp intellect. Al Qaeda en IS moeten in een situatie komen dat ze hun eigen schaduw niet meer kunnen vertrouwen. We moeten de islam niet pamperen, maar integendeel infiltreren en zelf terroriseren, in de paranoia drijven. Dat ze elkaars bloed kunnen drinken, die twee, is dan altijd mooi meegenomen. Dat de Taliban -een nationalistische vereniging met weinig ambities om de wereld te veroveren- in dit stratego een bondgenoot kan zijn, is een waarheid die we ook beter onder ogen zien. 

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .