Prijzen verdeel je onder vrienden (en die moet je verdienen)

Philip Roth (1933-2018)

Er is enige beroering ontstaan in de Amerikaanse literatuurwereld. De veel gelauwerde Joodse schrijver Philip Roth blijkt volgens zijn biograaf Jacques Berlinerblau allerminst een doetje, als het erop aan kwam van te lobbyen en te netwerken om opgesmukte recensies te krijgen en literaire prijzen binnen te rijven.

Dat lezen we in een artikel in The Guardian, kort overgenomen door NRC. Schaamteloze zelfpromotie, intriges, ellebogenwerk, het manoeuvreren van pionnen in de juiste posities die hem goed uitkwamen…: de grote letterkundige stak er minstens de helft van zijn tijd in. Uit de briefwisseling die Berlinerblau kon inkijken dampt een incestueus wereldje op van uitgevers, recensenten, juryleden van literaire prijzen, die het allemaal met elkaar deden en waarin Roth als een perfecte ritselaar een Machiavellistische agenda afwerkte.

Ons-kent-ons

Chris De Stoop, model van een marktconform auteur

Eerlijk gezegd verrast dit verhaal me helemaal niet. Schrijvers zijn geen heiligen, wat Jacques Berlinerblau, zoals hij zelf toegeeft, teveel veronderstelde. De cultuurindustrie, waartoe de literatuur behoort, levert producten af die aan een vraag beantwoorden. Deze moeten gepromoot worden via de juiste kanalen en met voldoende glijmiddel.

Wezenlijk verschilt het boekwezen dan ook niet van de muziekindustrie of de frisdrankensector. De promotie voor een boek of een schrijver draait rond een geoliede machine die een hype en op de duur een mainstream creëert. Dat uitgevers lobbyen bij recensenten is algemeen geweten, en dat de cultuurredacties van kranten beste maatjes zijn met het schrijversgild -waarvan er sommigen ook de krantenkolommen regelmatig vullen, zoals Tom Naegels en Dalilla Hermans- is ook geen geheim.

In de driehoek media-uitgevers-prijzenjury kom je altijd dezelfde mensen tegen die aan onderling dienstbetoon doen.

Dat leidt tot een specifiek ecosysteem. In de driehoek media-uitgevers-prijzenjury kom je altijd dezelfde mensen tegen die aan onderling dienstbetoon doen. De auteur is daarbij iemand die vooral gekneed wordt en moet passen in een stramien. Het geval Roth, die zijn eigen PR organiseerde, is een uitzondering. Je moet sowieso aan literaire maar ook menselijke criteria beantwoorden om de driehoek rond te maken: bij een grote, bekende uitgeverij aan de slag kunnen, paginagrote krantenrecensies krijgen, en dan volgen die prijzen wel vanzelf.

In het Vlaamse literaire universum is Chris De Stoop het prototype van de goed in de markt liggende auteur: als ex-Knackjournalist kent hij het perswereldje door en door, wat hem veel goodwill oplevert bij recensenten. Dat maakt hem dan weer tot vaste waarde bij een grote uitgeverij -in zijn geval De Bezige Bij-, en ja hoor: de man rijgt de literaire prijzen aan elkaar. De Stoop is geen onverdienstelijk schrijver, maar is vooral iemand die geen vijanden heeft, perfect binnen de politiek correcte mainstream blijft, en met semi-autobiografische emothema’s de lieveling is van alle bibliothecarissen en lezingorganisatoren.

Elegantie

Martine Tange, juryvoorzitter van de nieuwe Boon-prijs afdeling jeugdboeken

De prijsuitreikingen vormen op die manier de climax van een incestueuze cohabitatie. Er wordt iemand gelauwerd, maar in feite fêteert het milieu daarmee vooral zichzelf. Om u een idee te geven: in de jury van de gloednieuwe Vlaamse Boon-literatuurprijs, zetelen recensenten, uitgevers, de Vlaamse Auteursvereniging en zowat alle literaire organisaties. Heel het kleine wereldje van de Vlaamse letterkunde komt er gezellig samen om iemand te bekronen waar niemand een probleem mee heeft. In wezen is dit een onderscheiding voor elegantie.

De Vlaamse overheid financiert de prijs (eigenlijk drie: fictie, non-fictie en jeugd) en stelde een zekere Jos Geysels tot voorzitter aan, boegbeeld van groenlinks en de man die besliste welke uitgeverijen ongewenst waren op de nu ter ziele gegane Antwerpse boekenbeurs. Martine Tanghe zit de jury van de jeugdboeken voor. Een terechte keuze, want Martine heeft school gemaakt als nieuwslezeres met de dictie van een kleuterjuf. De voorzitter van de Raad van Bestuur van het overkoepelende Literatuur Vlaanderen is dan weer schrijfster en DS-columniste barones Mia Doornaert. Kwestie van de kerk wat in het midden te houden.

Op die manier versterkt dit netwerk zichzelf en verhindert het de instroom van controversiële elementen of disruptieve spelers. 

Het is ondenkbaar dat in dit cenakel iemand zou gelauwerd worden die buiten de mainstream valt en niet tot de ons-kent-ons-club behoort. Of die zelfs maar bij een kleine uitgeverij aan bod zou komen. Op die manier versterkt dit netwerk zichzelf en verhindert het de instroom van controversiële elementen of disruptieve spelers. Breder bekeken blijkt heel het (gesubsidieerde) cultuurgebeuren in handen van dezelfde nomenklatura: media, journalisten, artiesten, instellingen en overheidsadministraties die allemaal hoofdzakelijk hun eigen voortbestaan tot doel hebben en elkaar daartoe ondersteunen.

Terwijl cultuur nu net buiten de Chambre d’Amis en de netwerkjes zou moeten staan. Wat ons tot de slotbedenking brengt: als je in de prijzen valt, moet je je ernstig zorgen beginnen maken. Tenzij je dus Philip Roth heet en heel het circus zelf manipuleert om aan de politiek correcte tabulatuur onderuit te komen. De Nobelprijs heeft hij nooit gekregen, daarvoor waren zijn boeken naar het schijnt niet vrouwvriendelijk genoeg. Om diezelfde reden is Herman Brusselmans zelfs nooit verder dan een nominatie geraakt voor een Vlaams/Nederlandse literatuurprijs. Met het woke-tijdperk voor de deur mag hij dat verder wel vergeten, voor zover hij ervan wakker zou liggen.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .