Van de IJzerbedevaart naar de IJzerwake

En hopelijk ooit eens terug

Zondag a.s. vindt weerom de jaarlijkse IJzerwake plaats in Steenstrate, een onooglijk gat in de Westhoek. Sinds 2003 een alternatief voor de ‘verwaterde’ IJzerbedevaart die quasi is doodgebloed. Heel het verhaal van de bedevaart en het tegenevenement is één van de genantste episodes in de Vlaamse beweging. Onder het motto ‘Godsvrede’ moest het jaarlijks gebeuren alle Vlaamsgezinden verenigen, terwijl het een fatale splijtzwam werd. De insiders kennen het, maar ik wil graag nog eens het geheugen opfrissen.

Kanonnenvlees

De IJzersymboliek wortelt in de taaltoestanden binnen het Belgisch leger tijdens de 1ste wereldoorlog, met een exclusief Franstalig officierenkader dat zich vernederend opstelde tegenover de Vlamingen die dikwijls de bevelen zelfs niet begrepen. Die mistoestand was uiteraard een reflectie van heel de Belgische realiteit: als je geen Frans sprak telde je gewoon niet mee, ook in Vlaanderen niet. De oproep van Albert I ‘Vlamingen, gedenkt de slag der Gulden Sporen!’ bleek alleen maar een oproep aan het kanonnenvlees om zich in het slagveld te storten.

In die context ontstond aan het IJzerfront de Vlaamsgezinde Frontbeweging, die door het francofoon establishment als zeer bedreigend werd gezien, hoewel er op dat moment van anti-Belgische gevoelens nauwelijks sprake was. Leden ervan werden gevolgd en vervolgd, wat na de wapenstilstand zelfs tot enkele ruchtmakende processen leidde.

De jaarlijkse bedevaart op de laatste zondag van augustus groeide uit tot een hoogmis van de Vlaamse beweging

Uit de naoorlogse Frontpartij werd dan het idee geboren om een herdenkingsmonument voor de Vlaamse gesneuvelden op te richten, met een Christelijk-pacifistische inslag (‘Nooit meer oorlog’, het AVV-VVK-logo ‘Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus’) maar ook een strijdvaardig-flamingante teneur. Die twee combineren is altijd voorwerp van een evenwichtsoefening geweest, zie verder.

In 1920 kon de eerste IJzerbedevaart doorgaan, oorspronkelijk op wisselende locaties in de Westhoek waar dodenhuldes werden gebracht, en vanaf 1930 rond een echt monument in Diksmuide. De jaarlijkse bedevaart op de laatste zondag van augustus groeide uit tot een hoogmis van de Vlaamse beweging, een happening met strijdvaardige toespraken, waarin evenwel ook steeds meer het anti-Belgicisme werd beleden, want na de eerste wereldoorlog was het Belgisch-francofoon establishment anti-Vlaamser dan ooit. De collaboratie was een uitvloeisel van deze radicalisering.

Negationisme

In het nieuwe Museum aan de IJzer gaat het alleen nog over de ‘Belgische soldaat’

In 1946 werd de IJzertoren door onbekenden tot puin gedynamiteerd. Het onderzoek werd snel afgesloten, de zaak geseponeerd, maar dat de daders uit een Belgicistisch-koningsgezind milieu komen staat vrijwel vast. Pas in 1965 kon de nieuwe IJzertoren ingehuldigd worden, gebouwd met bijdragen van talloze kleine Vlamingen, getuige daarvan de gedenksteentjes in de traphal. In de naoorlogse periode werd dit een plek voor een jaarlijkse massamanifestatie die tot 100.000 aanwezigen trok.

Helaas doemde in de late jaren ’80 het schisma op, toen de linksliberale voorzitter Lionel Vandenberghe -die later op een SP.A-Spirit-lijst terecht kwam- er de scherpe kantjes af wilde, met de nadruk op tolerantie, begrip voor de multiculturele realiteit, waarbij zelfs popconcerten moesten kunnen op de weide. Een rechtse reactie kon niet uitblijven, waardoor de polarisering rond de toren toenam. Dat ontaardde midden de jaren ’90 in incidenten, awoertgeroep tijdens de toespraken van Vandenberghe, tegenmanifestaties aan de andere IJzeroever, en in 1996 zelfs een bestorming van de tribune. Dat Lionel Vandenberghe expliciet in zijn toespraken het toenmalige Vlaams Blok schoffeerde, deed de gemoederen ook niet bedaren.

Na de vernietiging van de eerste IJzertoren in 1946 kregen we dus een tweede, meer subtiele kaping van de plek en zijn symbolen.

Het IJzerbedevaartcomité koos voor de vlucht vooruit, zuiverde zichzelf uit van radicale elementen, en zocht aansluiting met de bestaande Belgische memoriaalplekken. Het werd beheerder van een ‘Museum aan de IJzer’  waarin alle verwijzingen naar de taaltoestanden in wereldoorlog I zorgvuldig werden uitgewist. Historica Sophie De Schaepdrijver heeft in dat negationisme een sleutelrol gespeeld. Ze werd ervoor beloond met een baronestitel.

Onder Paul De Belder werd de naam van het gebeuren omgedoopt in Vredesdag, en was de honderdjarige herdenkingsperiode van 1914-1918 een gelegenheid om verder te depolitiseren, lees: de omgeving van de IJzertoren terug te brengen tot een toeristische dimensie. Een ‘wetenschappelijk comité’ waarin we namen als Bruno De Wever terugvinden, moest deze transformatie verder begeleiden.

Na de vernietiging van de eerste IJzertoren in 1946 kregen we dus een tweede, meer subtiele kaping van de plek en zijn symbolen. Vandaag trekt de zogenaamde Vredesdag nog een paar honderd bezoekers. Het gesjoemel met de naam, de missie en de epische draagwijdte van heel het gebeuren is dodelijk gebleken. Onbegrijpelijk dat de Vlaamse beweging zich dat heeft laten ontfutselen. De concurrerende IJzerwake die sinds 2003 doorgaat in Steenstraete, aan het herdenkingsmonument van de gesneuvelde broeders Van Raemdonck, trekt zo’n 5000 bezoekers aan. Dat is veel, maar tegelijk weinig vergeleken met de oude Bedevaarten. Het evenement wordt dan ook door de media én door de politieke klasse, behalve het Vlaams Belang, geframed als ‘extreem rechts’ en te mijden door al wat zich politiek fatsoenlijk noemt.

Stockholmsyndroom

In hoeverre zijn naïeve vredesboodschappen nog aan de orde?

Het is ironisch dat politici als Peter De Roover en Jan Jambon, die zich in de jaren ’90 bij de dissidente radicalen schaarden, nadien de IJzerwake zorgvuldig meden, evenals heel de N-VA trouwens. Voor de Vlaamse beweging in zijn geheel is dit een grote blamage. Men kan over de eigentijdsheid van de symboliek, het discours en de rituelen discussiëren, maar de essentie van een jaarlijkse ceremonie die alle Vlaams nationalisten verenigt, dat was toch de grote kracht sinds het ontstaan.

De tijdsgeest noopt daarbij tot duidelijke taal en het echt benoemen van de problemen. Die behoefte zit diep in de Vlaamse grondstroom ook al verkiezen de media het wollig taalgebruik. Met de leuze ‘nooit meer oorlog’ moet men zorgvuldig omspringen. Het mag niet eindigen in het aanbieden van de rechterwang nadat men op de linker een mep heeft gekregen. De dynamitering van de oude toren was al een oorlogsverklaring vanuit de Belgisch-royalistische bastions zelf. Het is systeemterreur, waarop naïef pacifisme niet het juiste antwoord is, want dat begint op het Stockholmsyndroom te gelijken. Deze systeemterreur heeft vandaag de vorm gekregen van een ‘liberale’ opengrenzenpolitiek, bedoeld om de autochtone populatie verder te ‘verdunnen’. Het regenboogdiscours dat mensen opsplitst in allerlei genders en tussengenders, is een ander aspect van die demografische strategie.

Met de leuze ‘nooit meer oorlog’ moet men zorgvuldig omspringen. Het mag niet eindigen in het aanbieden van de rechterwang.

Ondertussen weten we waarheen deze multiculturele staat evolueert: naar een door Europa gepatroneerde suburb waarin de kleine man en vrouw zich steeds minder thuis voelen. De eclatante peilingcijfers voor het Vlaams Belang komen niet uit de lucht gevallen. Voeg daarbij de dreiging van het moslimfundamentalisme, het islamiseringsproces en de bloedige aanslagen die ons nog te wachten staan, en men begrijpt dat de leuze ‘Nooit meer oorlog’ niet mag gelezen worden als ‘Weg met ons’.

Vandaar het IJzerwake-motto voor 2021 dat niets aan de verbeelding overlaat: ‘Vlaanderen of Afghanistan-aan-de-Noordzee?’ Met een uitdrukkelijke eis tot ‘de vrijheid om te denken, te zeggen en te schrijven wat we willen, zonder de censuurwetten van het liberale Belgische systeem’.

Dat kan ik alleen maar onderschrijven. Geen plaats voor softe kosmetische boodschappen op de IJzerwake. Het blijft een soort ballingschap, een tactische terugtrekking, in de hoop dat we op die IJzervlakte mét toren ooit terugkeren. Ik ben verliefd op de Vlaamse tragikomedie, de eeuwige onenigheid, de broederstrijd, de dolksteken in de rug en dan weer glimlachend verder lopen, de kleiversie van Shakespeare, de Slag der Gulden Dommekloten, en vóór alles op de vrijheid die zo veraf lijkt. Vrienden, tot op de

IJzerwake

zondag 29 augustus om 11 uur

Van Raemdonckstraat, Steenstrate (Ieper)

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .