Misschien is Ludivine Dedonder wel goed in het taarten bakken

Al vergt ook dat enige kunde en vooruitziendheid

Het amateurisme waarmee de Belgische ‘evacuatie’ van Kaboel werd voorbereid en uitgevoerd, zeker de eerste dag, staat in schril contrast met de succesrijke operaties van onze buurlanden. Laten we eerlijk zijn: dit is niets voor ons. Vanuit militaire kringen wordt er vooral met de vinger gewezen naar de jarenlange bezuinigingen in defensie – dat is onbetwistbaar zo-, maar laten we een kat een kat noemen: het ontbreekt de Belgische besturende elite aan strategisch inzicht, doortastendheid en gevoel voor crisismanagement. Van zodra het méér wordt dan op de winkel letten, komen nogal wat beleidsmakers in de problemen.

Besturen is vooruitzien, dat gouden motto klopt in deze tijden meer dan ooit. Ook al heeft zogezegd niemand de snelle opmars van de Taliban en de val van Kabul zien aankomen, de Fransen, Britten en Duitsers waren wel al in juni (!) en juli bezig met het evacueren van ambassadepersoneel, lees ik in Het Parool. Dat mondde de laatste weken uit in goed georganiseerde commando-acties, inclusief busritten en helikoptervluchten door vijandig gebied, onderhandelingen met de Taliban en duidelijke afspraken met de Amerikanen. België hield het bij ‘reisadviezen’, waarvan een groot deel van de Belgisch-Afghaanse toeristen zich niks aantrok, dat weten we ondertussen ook.

Nomenklatura

Sophie Wilmès (MR), minister van buitenlandse zaken: ‘De dinge is als we moeten zien dat het doenbaar is’.

Ik wil dan ook niet te veel op onze militairen inhakken: ze doen wat ze kunnen, met het beperkte materieel en de beschikbare manschappen. Het probleem ligt vooral bij het oppercommando, in handen van de bevoegde politici. De twee politieke hoofdrolspelers in het verhaal, minister van Defensie Ludivine Dedonder (PS) en minister van Buitenlandse Zaken Sophie Wilmès (MR) – staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammy Mahdi (CD&V) vervult in deze maar een nevenrol- hebben inzake bestuurskundig talent heel weinig bewezen, en sorry dat het dames zijn én Franstaligen.

Blijkbaar ben je in sommige partijen minister voor je het beseft. Ludivine Dedonder is eigenlijk een sportjournaliste, gepokt en gemazeld in de PS, waar ze tot de onbetwistbare nomenklatura behoort, samen met haar partner, ex-kamerlid en burgemeester van Doornik. Dat ze ook maar iets van defensie zou afweten, kan ik uit geen enkel stukje van haar bio afleiden.

Ze zijn minister geworden, niet omwille van hun competentie, maar omdat het vrouwen zijn en tot de juiste partij behoren

Het cv van Sophie Wilmès oogt al niet veel beter. Studeerde communicatiewetenschappen en ging dan aan de slag in de reclamesector. Daarna  een mooie job in de EU-bureaucratie. In de Brusselse rand kennen ze haar vooral als boegbeeld van het Vlaminghatende PRL-FDF in Sint-Genesius-Rode. Nationaal werd ze bekend als eerste minister van de federale regering in 2019, nadat Charles Michel naar Europa was verkast. Haar aanpak van de coronacrisis wordt algemeen beschouwd als onzeker, klungelig en vooral belabberd qua communicatie, opmerkelijk toch gezien haar diploma. Haar Nederlands is zo slecht dat ik in stilte denk: spreek dan toch maar gewoon Frans. Op een persconferentie over de evacuatiecampagne noteerden we bedenkingen als: ‘De dinge is als we moeten zien dat het doenbaar is’.

Stuitende producten van positieve discriminatie noem ik dat, en ik weet wat u denkt: stuur deze dames naar de keuken om een taart te bakken. Probéren te bakken, want ook dat vergt enige kennis van zaken én slagvaardigheid op het juiste moment. Ze zijn minister geworden, niet omwille van hun competentie, maar omdat het vrouwen zijn en tot de juiste partij behoren die toevallig aan de knoppen zit. Doe daar gerust ook maar Biza-minister Annelies Verlinden bij, die tot op vandaag de hulp in het Waalse rampgebied niet gecoördineerd krijgt. En ja, voor u mij van Taliban-vooroordelen beschuldigt, er lopen ook mannen rond in de federale regering die ik nog niet als poetshulp zou willen. Mathieu Michel bijvoorbeeld, broer van en staatsecretaris voor digitale innovatie. Weet naar het schijnt nog niet waar de aan/uit-knop van zijn PC staat.

Particratie

Parlementairen moeten vooral op het juiste knopje kunnen duwen, anders worden ze zeker nooit minister.

Iets breder bekeken dan: wat voor ministers, staatsmanagers dus, krijgt de burger boven zich? Simpel: figuren bovenaan de pikorde van een politieke partij die mee in de coalitie zit. De uitvoerende macht is een afspiegeling van de particratie. Op de lijst van ‘ministrabelen’ terecht komen heeft vooral te maken met populariteit en electorale slagkracht. Het aantal stemmen dus. Dat vooral bepaald wordt door de plaats op de lijst, waarin de partijvoorzitter een doorslaggevende stem heeft. Snapt u het probleem?

In theorie zit het systeem nochtans goed in elkaar. De kiezer bepaalt de samenstelling van het parlement. Het parlement maakt de wetten en controleert de regering die, zoals het woord het zegt, vooral moet regeren. De rechterlijke macht past de wetten toe. Sinds verlichtingsdenker Charles Montesquieu(1689-1755) met dit stelsel voor de dag kwam, is het nog altijd het minst slechte gebleken.

Het ministerschap is een beloning voor bewezen diensten aan de partij, waarbij veel stemmen halen primordiaal is.

Helaas kwam de particratie als onvermijdelijk afvalproduct van de democratie opzetten, en bepalen vandaag partijvoorzitters zowat alles. In de Canvas-serie ‘De wissel van de macht’ zijn sommige gepensioneerde politici als Jan Peumans daar heel eerlijk over: minister worden is het hoogste streefdoel, de rest is troostprijs. Het ministerschap is een beloning voor bewezen diensten aan de partij, waarbij veel stemmen halen primordiaal is.

Die koppeling is nefast. Ik zou veel liever zien dat verkiesbare politici op het parlement focussen, en het staatsmanagement overlaten aan bestuurders die op basis van competentie worden voorgedragen. Dat hoeven geen stemmenkanonnen te zijn. Eerder integendeel. De beste beslissingen voor het algemeen belang zijn niet altijd de meest populaire. Ik heb er geen moeite mee dat partijen voor een regeringsvorming op zoek gaan naar externe competentie, het maakt ook de rol van het parlement terug relevanter. Want ook voor het parlementaire werk moet je uit het goede hout gesneden: hier houden we vooral van kritische opposanten met een grote bek, niet te beroerd om zich in een dossier vast te bijten. En geen knopjesduwers ter ere van de partijdiscipline.

Een zwevende ballon

Maggie De Block (Open VLD): : een stemmenkanon maar als minister een absolute miscast

In dat opzicht wordt nogal eens geschamperd dat federaal gezondheidsminister Frank Vandenbroucke (Vooruit) bij de laatste verkiezingen niet eens op een lijst stond. Eerlijk gezegd: so what, het is misschien zelfs een voordeel. Vandenbroucke is een bestuurskundig talent en staat ervoor bekend dat hij van zijn populariteit niet wakker ligt. Reden waarom ze hem bij de SP.A ooit wandelen hebben gestuurd. Sammy Mahdi (CD&V) heeft ook kwaliteiten die verder reiken dan het politiekertje spelen. Daarna gaapt de leegte in de Vivaldi-ploeg.

Stemmenkanonnen als Wouter Beke en Maggie De Block bleken waardeloze bestuurders op cruciale momenten. Ook populaire streekfiguren als Hilde Crevits en Bart Somers -de twee venstervluchters uit het Vlaams Parlement, juli 2020- zijn in feite lichtgewichten. Ze doen voornamelijk aan politiek, stemmen hun communicatie zorgvuldig af op de demagogische meerwaarde ervan, en leven naar de volgende verkiezingen toe.

Een nieuwe politieke cultuur dringt zich op, waarin de scheiding der machten terug op scherp wordt gezet.

Typerend is overigens ook dat ontslag nemen helemaal niet meer aan de orde is bij ministers die in de fout gingen. Die erecode hangt namelijk samen met competentie en professionele ingesteldheid. Ministers willen wel macht, maar verantwoordelijkheidsbesef en eerlijk inzicht in eigen falen is nog iets anders. Blijven zitten is de boodschap, opstaan zou kunnen leiden tot gezichts- en stemmenverlies.

In de driehoek macht/competentie/verantwoordelijkheid is populariteit een soort zwevende ballon die vooral nergens tegenaan mag botsen. Dat is zonder meer schadelijk voor het functioneren van een democratie die zichzelf respecteert. Een nieuwe politieke cultuur dringt zich op, waarin de scheiding der machten terug op scherp wordt gezet. Net in tijden van crisis wordt dat duidelijk. Sterke, vaardige mannen hebben we nodig aan het roer van een schip in zwaar weer. En vrouwen die taarten kunnen bakken natuurlijk ook. Neen, die uitsmijter was er teveel aan, snap ik nu, maar te laat.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .