L’union fait la farce: hoe een regime zelf komisch werd

WappersSeptemberdagen 1830 op de Brusselse Grote Markt (Gustaaf Wappers, 1835)

Ideeën voor een alternatieve 21 juli-speech

Toen een spoorwegminister in april 2021 besliste dat treinreizigers, bij wijze van coronamaatregel, aan het raam moesten gaan zitten, maar enkel tijdens de heenrit naar de kust en niet terug, wist ik het weer zeker: België is geen natie als een ander. Dit land is een grappige fantasmagorie, en treinen spelen een sleutelrol in de afwikkeling ervan.

De boutade van Karl Marx, dat ‘de geschiedenis zich herhaalt, eerst als tragedie, dan als klucht’, lijkt dit land dan ook op het lijf geschreven. De auteur van het Communistisch Manifest had het toen wel over de ondergang van Napoleon als tragedie, en de afgang van diens neef, keizer Napoleon III als farce, maar de echte grap speelde en speelt zich meer noordwaarts af, met als startpunt de zogenaamde Belgische omwenteling. En waarom ik zeker ben dat dit ook in Marx’ achterhoofd speelde.

Als het regent in Parijs…

Anna_Pavlova_in_The_Dumb_Girl_of_PorticiScène uit ‘La muette de Portici’ (Daniel Auber)

Aanknopingspunt van mijn hypothese: het driejarig verblijf van diezelfde Karl Marx in Brussel, tussen 1845 en 1848. Het in 1830 gestichte koninkrijkje gold toen als de meest progressieve plek in Europa, waar tal van kunstenaars en politieke ballingen een onderkomen vonden. Met de meest ‘liberale’ grondwet van het continent. 

Tegelijk moet Marx toen al ingezien hebben, wat voor een onernstige quasi-natie België wel was, als een laattijdig nevenproduct van het Weense Congres in 1815, nadat onze contreien in de Nederlanden waren opgegaan. België was door de grootmachten voorbestemd als bufferstaat 2.0, een restzone in het politieke Europa, die zich diplomatiek low profile moest gedragen en zo min mogelijk aanspraak mocht maken op een eigen historisch besef. Een niet-natie dus met een non-identiteit. Vandaag een druk bereden verkeerswisselaar tussen Nederland, Duitsland, Frankrijk en het VK.

In La Muette zingt de vrouwelijke titelfiguur, misbruikt door een perfide prins, geen noot, een vondst die de tegenstanders van Willem I behoorlijk ophitste

Het ontstaansmoment, de Belgische Omwenteling (de term alleen al) was al een farce: opstootjes na een opvoering in de Brusselse Munt van ‘La muette de Portici’, een ‘Grand’Opera’ van de toenmalige supervedette maar nu compleet vergeten Daniel Auber. In La Muette zingt de vrouwelijke titelfiguur, misbruikt door een perfide prins, geen noot, een vondst die Fransgezinde tegenstanders van Willem I behoorlijk ophitste en naar het Warandepark dreef onder de kreten ‘Liberté!’. De warmte in de augustusdagen van 1830 deed de rest. Na wat Brussels gewoel en esbattementen aan de grens berustte Willem in het onvermijdelijke en liet de Belgen maar Belg worden. In het verdrag van Londen in 1839 regelden de Europese mogendheden de details.

Vergelijkt men deze tijdlijn met die van de Franse Revolutie, dan valt het komisch karakter op, helemaal in de geest van Marx’ geciteerde boutade: het is de tragedie tegenover de farce. In 1789 ontstond de republiek Frankrijk, in 1830 het constitutioneel koninkrijk België. De eerste was een heroïsch-bloedige afrekening met het Ancien Régime, de tweede een rommelige schermutseling maar vrijwel zonder bloedvergieten, uitlopend in een monsterverbond tussen conservatieve katholieken en Fransgezinde liberalen tegen Willem I. In Parijs werden de fundamenten gelegd van een radicaal-seculiere natiestaat, Brussel werd de permanente broedplek van een alliantie tussen kerk en staat, die zou uitwaaieren tot het alomtegenwoordige ‘Belgische compromis’.

Belgenmoppen allerhande

mannekenpis_0Manneken Pis (Hiëronymus Duquesnoy, 1619)

Zo werd La Muette het symbool van een operetterevolutie. Het feit dat België als een parodienatie is geboren, een grap van de geschiedenis, maakt tegelijk zijn zwakte en zijn sterkte uit. Deze staat lijkt eeuwig te sterven, maar gaat nooit dood. Om de simpele reden dat elke tragische dimensie mankeert. Op een bepaalde manier is de onernst blijven doorwerken en heeft zich in alle geledingen van de samenleving verspreid. Economie, onderwijs, het socio-culturele middenveld, maar in de politiek in de eerste plaats natuurlijk: het Wetstraatcircus met zijn regionale verlengstukken houdt zelfs de schijn van de ernst niet op.

Als in een ander land iets fout loopt is het een defect, als het in België gebeurt is het normaal en zelfs een uitvloeisel van het collectief DNA.

Tot op vandaag. Iedereen komt met alles weg, ook een staatssecretaris van digitalisering bijvoorbeeld, Mathieu Michel (MR) – broer van Charles-, die in schabouwelijk slecht Nederlands voor het parlement een bewijs van digitaal analfabetisme aflevert. Wat Mathieu in het buitenland de bijnaam ‘Belgische Mr. Bean’ opleverde, maar in zijn land zelf hooguit wat gegrinnik. Dat is nu maar één anekdote in een schier eindeloze lijst van komische acts die zelfs Rowan Atkinson niet zou kunnen bedenken. Straffer nog, het is het nationale normaal, althans zo krijgen we van kindsbeen ingelepeld. We hebben leren leven met de gekte. De media, samen met alle cultuuragenten en opiniemakers, houden ons voor dat deze Belgenmoppen nu net onze eigenheid uitmaken. L’union fait la farce. 

Dat is een van de redenen waarom de Groot-Nederlandse hereniging onbestaande is, zelfs niet in de hoofden, en al zeker niet bij onze Noorderburen: Nederlanders houden van ‘Belgen’ (in feite de Vlamingen) als onzindelijke maar sympathieke Zuiderlingen. Ze komen op daguitstap in Antwerpen tegen de achterkant van de kathedraal pissen, maar zouden zoiets in eigen land nooit doen. Van onze wens om zelf de chaos van de Belgitude achter ons te laten en een historisch herstelpunt te vinden, snappen ze niks.

Bier, frieten en een periodieke Rode Duivels-hysterie zorgen verder voor dit dolkomisch narratief, dat uiteindelijk elke vorm van wanbestuur verontschuldigt en de chaos esthetiseert. Als in een ander land iets fout loopt is het een defect, als het in België gebeurt is het normaal en zelfs een uitvloeisel van het collectief DNA. De farce wordt systeem. Daarvoor werd een culturele mythe gecreëerd en gecultiveerd die de parodiestaat pas zijn historische relevantie geeft: deze van het surrealisme.

Een bolhoed en een valse pijp

margritte-this-is-not-a-pipe‘La trahison des images’ (René Magritte, 1929)

Hoewel Frankrijk meer aanspraak kan maken op de titel van ‘bakermat van het surrealisme’,- zie het Manifest van het Surrealisme van André Breton, 1924- hebben de Fransen het snel aan de Belgen gegund. Terecht, gezien onze status van parodienatie. In Frankrijk bestaat er een traditie van de politieke karikatuur die het regime bespot, in België is het regime zelf de karikatuur en de beheerder van het circus. Welkom in het land van de valse bodems en het geënsceneerde gezichtsbedrog.

Daarvoor moet ik naar het allerbekendste 20ste eeuws kunstwerk refereren dat op Belgische bodem ontstond: La trahison des Images uit 1929, met het fameuze onderschrift ‘Ceci n’est pas une pipe’, getekend René Magritte. Een grap die de leugen van het kunstwerk vaststelt, maar deze ook sublimeert tot een ‘esthetische leugen’ met een komische bijwerking.

Het surrealisme is de officiële regime-esthetica geworden, waarmee een ‘failed state’ wereldwijd furore maakt.

De pijp is geen pijp, neen, je kan er niet mee roken, het is maar olieverf op doek. Het wonder is echter dat we dit bedrog kunnen appreciëren, het is kunst, het is een knipoog, een valse bodem waarvan we de maker mogen feliciteren. Het surrealisme is de kunst van het trompe l’oeil, de versluiering, het alsof, het nooit ter zake komen maar altijd uitstellen. De pijp werkt niet, sorry, hors service. Kunt u er niet om lachen? Flauw, u bent een zuurpruim, u snapt niks van kunst, u bent een slechte Belg, beroerde Europeaan en een mislukte wereldburger. Het surrealisme is de officiële regime-esthetica geworden, waarmee een ‘failed state’ wereldwijd furore maakt. 

En kijk, in 2001 maakt Guy Verhofstadt, naar aanleiding van het Europees voorzitterschap, de bolhoed van Magritte tot zijn persoonlijk insigne, of beter: tot logo van een natie. Verhofstadt, de politicus van de gebakken lucht en de boekhoudkundige constructies om het staatshuishouden in evenwicht te brengen. De man die de professionele leugenaar en charlatan Noël Slangen tot zijn spin doctor promoveerde. We zweten de opgebouwde staatsschuld van toen nog steeds uit.

De eigenlijke boodschap van dat Magrittecitaat is deze: we zijn de k(l)oterij van Europa, een hellhole en een politiek-institutioneel labyrinth, maar iets dat op de lachspieren werkt heeft bestaansrecht. Meteen is België het allermoeilijkste land voor cartoonisten: als het regime zelf de grap heeft gekaapt, welke karikatuur kan men dan nog verzinnen? 

Van de tricolore vlag naar de regenboog

regenboogvlagMet Magritte’s niet-pijp als nationaal, ‘verbindend’ symbool, heeft de Belgische farce zich doorheen de 20ste eeuw blijvend heruitgevonden, dat is een enorme verdienste. De mythe van de multiculturele natie, uitgaande van een identitair amalgaam, is het verlengstuk van de neutrale status die België werd toebedeeld en die asielzoeker Karl Marx al wist te benutten. Een land zonder ziel heeft ook geen grenzen, die twee kenmerken lopen perfect evenwijdig.

‘Diversiteit’ is het nieuwste containerbegrip dat door de surrealistische pretboot aan boord werd genomen om alle tegenstellingen te neutraliseren.

De migratie- en asielpolitiek vanaf 1960 reflecteert opnieuw het surrealistische motto dat alles met alles te combineren valt en dat dit zelfs geluksgolven kan opwekken, enige dopamine produceert. Tegelijk was het strategisch middellange termijndoel demografisch: de import van niet-Europese migranten moest zorgen voor een blijvende ‘verdunning’ en neutralisatie van elke historisch-identitaire reflex zoals het Vlaams nationalisme. 

Met succes. Vandaag betekent deze politieke piste van het separatisme niets meer, zelfs de V-partijen hebben het nauwelijks nog over een post-Belgische realiteit, zijnde de Vlaamse republiek. Zoals gezegd: België is een schip dat steeds water maakt maar nooit zinkt. Integendeel vormen zich steeds nieuwe luchtbellen vanuit de kajuiten en het ruim van dit narrenschip.

Diversiteit is het nieuwste containerbegrip dat door de surrealistische pretboot aan boord werd genomen om alle tegenstellingen te neutraliseren. Wanneer de ambtswoning van de premier op homodag de Belgische vlag door de regenboogvlag vervangt, dan is dat veel méér dan een symbolische geste pro verdraagzaamheid. Het is een nieuwe vlucht vooruit van een staat zonder innerlijke cohesie, op zoek naar een esthetiek van de ontgrensde melting pot.

Men zou zelfs kunnen zeggen dat de Belgische omwenteling van 1830 daarmee zijn ultieme draai ingaat, en de gevleugelde uitspraak van Jules Destrée in 1912 ‘Il n’y a pas de Belges’ zijn volle reikwijdte krijgt: er zijn geen Belgen, maar ook geen Walen of Vlamingen, geen rassen of etnieën, geen taalgemeenschappen, geen religiën, geen culturele tegenstellingen. Er is alleen nog de genderspecificiteit van elke inwoner, en al deze signaturen samen vormen de superdiverse LGBTQ+ gemeenschap. 

Het grote tableau van Magritte, ditmaal met het onderschrift ‘ceci n’est pas un pays’, kan nu helemaal oplossen in de post-nationale regenboogvlag. Geniale ontknoping van de farce. De absurde spreidstand van de progressieven die tegelijk deze regenboogvlag koesteren én de homofobe islam opvrijen, zou men evenzeer een komisch fenomeen kunnen noemen, eigen aan de parodiestaat. Met dien verstande dat de vlag én het tableau op elk moment aan flarden kunnen geschoten worden. Vanaf dan is het gedaan met lachen en treden we een andere realiteit in. De echte, niet de sur-realiteit. 

U bent dus Belg, of u dat nu wil of niet, en de valse pijp zult u roken, of doen alsof en er ook nog mee kunnen lachen. Van de tricolore vlag naar de regenboog, uw seksuele identiteit is uw enige euh… echte houvast, zoals Manneken Pis kan beamen. De paraatheid van de staat is deze van uw apparaat, en daarmee is elk 21-juli-défilé geslaagd.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .