Humor en satire in coronatijden: het mag wat méér zijn

Nu we meer en meer op het nieuws worden voorbereid dat ook deze zomer naar de kloten is, met dank aan de trein der traagheid die zowel voor Europa als voor het Belgisch/Vlaamse crisisbeheer rijdt, wordt de donkere coronatunnel nog wat langer en onze mentale weerbaarheid nog meer op de proef gesteld. De specialisten souffleren de politici, de journalisten volgen gedwee de ordewoorden. Wat ik vandaag mis zijn niet alleen scherpe systeemcritici, maar ook ongenadige grappenmakers die onze lichaamssappen wat in evenwicht brengen. De gal en het maagzuur domineren het corona-universum. Dat is minstens even erg als covid op zich. 

Bruto nationaal (on)geluk

DecrooAlexander De Croo: de populairste politicus in Vlaanderen

Of hoe het ongenoegen verstilt tot melancholie. De zoektocht naar politieke verantwoordelijken voor de malaise wordt bijna als inciviek beschouwd -er al eens op gelet hoe schroomvallig de media zich daarin gedragen?-, de striemende kritiek aan het Belgische en Vlaamse beleid dooft uit, Beke is weer helemaal terug. De Euroscepsis die men toch bij bakken uit de lucht verwacht bij het aanzien van Ursula’s geklooi, wordt weer een zaak van de usual suspects. Vergeet de volksopstand, de coronarevolte: de machthebbers zitten dankzij het virus steviger in het zadel dan ooit. Marc Rutte won in Nederland de verkiezingen met vlag en wimpel, in Vlaanderen is federaal premier Alexander De Croo (Open Vld) de populairste politicus. Ondanks het feit dat we de tabellen wereldwijd aanvoeren inzake coronadoden, de falende teststrategie, lege vaccinatiecentra, de alarmerende berichten over contactopvolgers die met hun vingers draaien. Il faut le faire.

Vergeet de volksopstand, de coronarevolte: de machthebbers zitten dankzij het virus steviger in het zadel dan ooit.

Tegelijk is het bruto nationaal geluk lager dan ooit. Vlamingen zijn niet (meer) kwaad, ze berusten. Ik zie mensen rondom mij afhaken, foert zeggen, of wegglijden in de depressie, ook bij wie ik dat niet verwachtte. Er wordt nu gesproken over een ouderlijke burn-out, er zijn ellenlange wachtlijsten bij psychologen voor droefgeestige jongeren. Bejaarden vallen na de vaccin-euforie terug op hun eenzaamheid in een wereld die maar niet naar de ‘normaliteit’ terugkeert. En gaan dan toch maar dood van verveling.

De toename aan depressiviteit houdt ook in dat er bitter weinig gelachen wordt: dat is een teken dat het écht de verkeerde kant uitgaat. Dit lijkt toch de gedroomde tijd voor satireschrijvers, tekenaars van spotprenten, grappenmakers allerhande, maar behalve wat internetmemes is de spoeling dun. Was Maggie met haar onmogelijk obees lijf en domme uitspraken vorig jaar nog een dankbaar slachtoffer voor cartoonisten, en ontstond er een ware lawine van naaimachine-humor toen iedereen thuis zelf mondmaskers begon te maken, -tot en met Youtubefilmpjes over hoe één beha te verknippen tot twee mondkapjes,- vandaag regeert de moedeloosheid.

Eten wat de pot schaft

Beke_2Wouter Beke, de man die zijn volk stront leerde eten

In een poging om zelf grappig te zijn heb ik het coronavirus al eens uitgeroepen tot organisme van de eeuw, een model van efficiëntie waar elke regering of machthebber een voorbeeld kan aan nemen. Effectief: het virus zorgt niet alleen voor zijn fysieke overdracht, maar ook voor de mentale worm die in ons kruipt. Het heeft daartoe specialisten opgeroepen die vanonder hun steen zijn gekropen, elke dag op TV komen om ons duidelijk te maken dat binnen blijven het enige zinvolle is dat we kunnen doen, en liefst met zo weinig mogelijk. Dat cafés oorden des doods zijn, dat treinen leeg moeten rondrijden, en dat naar een concert gaan pure zelfmoord is. Dat grootouders van hun kleinkinderen moeten wegblijven, dat met vier op straat rondhangen een zwaar vergrijp is waartegen de politie streng moet optreden, en dat de avondklok het best al vanaf ’s middags zou ingaan.

Deze virologische dictatuur is een stuk van de besmetting zelf, ze hoort bij de pandemie als wormen in een overrijpe kaas, daarom is de instinctieve afkeer van experten als Marc Van Ranst, Pierre Van Damme en Steven Van Gucht zo groot. De moederlijke reprimande van Erika Vlieghe dat we ‘minder moeten zeuren’ montert niemand op, integendeel, het is als het dwingen van een kind om stront te eten en het nog lekker te vinden ook. Dankzij zijn mutaties wordt het virus niet alleen besmettelijker, het lijkt ook een taboe over zichzelf te hebben uitgeroepen en inspireert politici ronduit tot machtswellust, ook waar er zware fouten zijn gemaakt.

De virologische dictatuur is een stuk van de besmetting zelf, ze hoort bij de pandemie als wormen in een overrijpe kaas

En ze worden echt brutaal, de potentaatjes. Een vaccin kiezen? Liever geen AstraZeneca? Wat denk u wel? ‘Het is eten wat de pot schaft’, stelt Dirk Dewolf, een dorpspoliticus uit Overijse die het dankzij de juiste partijkaart (CD&V) tot administrateur-generaal bij het Vlaams agentschap Zorg en Gezondheid schopte. Niet zeuren over bloedklonters, staartgroei en andere nevenwerkingen, eten verdomme, het is het Agentschap dat het u zegt!!

En dan heb je de psychologen, een andere beroepstak die als een bende aasgieren rond de levende coronalijken cirkelt. Motivatiepsycholoog Maarten Vansteenkiste (UGent) is de rijzende ster aan het expertenfirmament. Hij stelt het systeem niet in vraag, de oorzaak waarom mensen afhaken -nooit een psycholoog geweten die dat doet-, maar biedt zich integendeel aan als communicatie-expert voor de overheid. Hoe de mensen duidelijk maken dat de regels moeten opgevolgd worden? Hoe breng je de Vlaming ertoe, zijn eigen stront op te eten? De motivatiepsychologie geeft het antwoord. Een beroep met toekomst.

Het licht aan de horizon

coronacarnavalCoronahumor als deze vinden professionele komieken ‘ongepast’

Gisteren nog eens een herhaling bekeken van een Philippe Geubels-show van vier jaar geleden. Een verdienstelijk grappenmaker, daar niet van, maar ik hoor of zie hem nauwelijks vandaag, behalve als sidekick in een debiele TV-kwis. De Kampioenen zijn ook nog steeds paraat, voetbalkolder van een halve eeuw oud. Mag het iets meer zijn? Het is uitkijken naar grappen met spikes, virusachtige karikaturen, groteske verwerkingen van het kwaad.

Satire dus, als rebellie én alternatieve gezondmaking. Deze tijd schreeuwt om nieuwe humor die ons doet lachen met de nieuwe realiteit waarin we al meer dan een jaar leven, en de falende machthebbers, van Ursula tot Wouter, genadeloos in hun hemd zet. Helaas, behalve de geregisseerde lachuitbarstingen op TV zie ik vandaag weinig tot geen stand-up comedians of andere grappenmakers een poging doen om de depressie te doorbreken. Noteer dat de Aalsterse (!) humorist Bert Kruismans uitdrukkelijk stelde dat hij coronahumor ‘ongepast’ vond. Mwè-mwè-mwè-mwè-mwèèè (in dalende toon).

De professionele komieken lijken mee te kniezen met de rest van de cultuur- en amusementssector, over het zware onheil dat hen is overkomen. Je ziet of hoort ze nauwelijks, terwijl we ze net nu nodig hebben, virtueel of op TV, het doet er niet toe. Dat bewijst dat ze niets waard zijn en alleen moppen kunnen tappen op communiefeesten. Er is dringend nood aan een nieuw genre, dat ik coronasatire doop. Minder virologen en psychologen, meer parodiërende versies ervan, dat hebben we nodig. Clowns in witte schort, of begrafenisondernemers die goochelaars blijken met een bodemloze kist, ik zeg maar wat. En dus ook virus-carnavalmaskers in plaats van mondmaskers. 

De professionele komieken lijken mee te kniezen met de rest van de cultuur- en amusementssector, over het zware onheil dat hen is overkomen.

Misschien is dat wel het ergste gevolg van de horecasluiting: dat de stroom van toogmoppen is stil gevallen. Het carnaval gaat dit jaar ook al niet door, dat is weer een probleem minder. De humorloze depressie die vandaag over ons komt, en zelfs tot zelfmoorden leidt, is vooral het werk van de overheid en de experten, én van de media, voor wie het onderhouden van de angst primeert, want daaraan ontlenen ze hun gezag. Plezier is verdacht en lachen doe je met mate, en zo min mogelijk met mensen die aan de knoppen zitten. Alleen mekaar aan de schandpaal nagelen via Twitter, ja, dat lukt nog. De beroepsnarren houden zich in quarantaine. Het is misschien veelbetekenend dat Vlaanderens bekendste satirejournalist, Koen Meulenaere, op de dag van zijn pensioen tevreden leek van te kunnen stoppen, en dat De Tijd hem blijkbaar niet wil/kan vervangen.

Veerkracht is een modewoord, maar zonder satire blijven we steken in melig verlangen naar ‘het einde van de tunnel’ en schaapachtig gemekker over verbondenheid. Het kwaad benoemen, uitkleden, ermee lachen, en meteen met alle sterrenwichelaars die er rond hangen, is niet alleen mentaal gezond, het veroorzaakt wie-weet misschien ook een vorm van immuniteit. Voorwaarde nummer één daartoe: niét eten wat de pot schaft. Vooral niet. Nog een prettige zondag. 

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

 

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie, Het politiek theater, Inleiding tot de humorologie. Bookmark de permalink .