50 jaar Knack, 50 jaar mainstream media in Vlaanderen

Een paar dissonante beschouwingen

Knack-Magazine bestaat 50 jaar en geeft deze week een jubileumnummer uit, dus snel naar de krantenboer gehold en het laatste exemplaar uit het rek gegrist. Collector’s item! Behalve de redactie zelf komt een rist ‘bevoorrechte getuigen’ in deze editie aan het woord, collega-journalisten en (vooral) politici, om het halve-eeuwfeest luister bij te zetten.

Veel schoon volk, dat zegt natuurlijk al iets over het mainstreamgehalte van dit weekblad, zie verder. Actueel hoofdredacteur Bert Bultinck klopt zich op de borst en ziet vooral in de coronacrisis die mainstream media triomferen tegen het fake news, Facebook, de ‘internettrollen’ en… Donald Trump, allemaal in één adem vernoemd.

Dat triomfalisme is wat ongepast. Zelden werd de geloofwaardigheid van de klassieke pers meer in vraag gesteld dan het voorbije jaar, nadat onder meer bleek dat er in het mondmaskerverhaal een soort omerta was afgesproken, kwestie al te veel volkswoede te voorkomen. En ter rechterzijde kan Knack maar op weinig krediet rekenen, zeker niet onder de internettrollen. Misschien is dat voor Bert Bultinck een goed teken.

Linkse pers versus rechtse publieke opinie

Afbeeldingsresultaat voor Rik Van CauwelaertRik Van Cauwelaert vond zijn draai niet meer in een blad, bestuurd door een SP.A-tekstschrijver.

Het eerste Knacknummer rolde van de persen op 18 februari 1971, onder het hoofdredacteurschap van VRT-journalist Jan Schodts, na één jaar vervangen door Frans ‘sus’ Verleyen die de job uitoefende tot aan zijn dood in 1997. De West-Vlaamse uitgeversfamilie De Nolf (Roularta) wilde een Vlaams kwaliteitsblad in de rekken, genre Der Spiegel en Newsweek, en pakte het groots aan. Knack werd een referentie, vooral inzake politieke journalistiek.

Na het vertrek in 2012 van Rik Van Cauwelaert en zijn boezemvriend Koen Meulenaere richting De Tijd verloor het blad journalistiek veel van zijn pluimen.  De aanstelling van de nieuwe hoofdredacteur Jörgen Oosterwaal, de man die de campagne van Patrick Janssens (SP.A) in de verf had gezet, was voor Rik en Koen een onverteerbare pil. Het zou nog verergeren toen Bert Bultinck in 2015 de fakkel overnam en in Vlaanderen onsterfelijk werd met de stelling dat ’racisme in het DNA van de Vlaming zit ingebakken’.

De journalistieke bubbel wordt bevolkt door analisten en opiniemakers die in Vlaanderen een politieke minderheid vertegenwoordigen.

Het is een algemene vaststelling inzake het Vlaamse perslandschap: een overwegend rechtse publieke opinie (onder meer kritisch voor migratie en islam) tegenover een linkse pers die deze grondstroom argwanend en soms zelfs ronduit stigmatiserend benadert. De journalistieke bubbel wordt dus bevolkt door analisten en opiniemakers die in Vlaanderen een politieke minderheid vertegenwoordigen, en vanuit deze positie een soort missionarishouding aannemen. Serieuze journalisten meten zich een demagogische taak aan, een rol van volksopvoeder. We spreken dan in eerste instantie over De Standaard, De Morgen en, jawel, Knack. Tussen deze media wordt ook veel aan jobhopping gedaan: het zijn redacties die mekaar kennen en bevolkt worden door gelijkgezinde zielen. Binnen deze mainstream is het opletten geblazen voor een stagiair of beginnende journalist met eigen ideeën: de zelfcensuur begint al op het onderste niveau.

Deze papieren pers wordt bovendien zwaar gesubsidieerd door de overheid -het cijfer van 170 miljoen euro per jaar wordt genoemd-, wat in het internettijdperk gewoon een anachronisme is. Maar keren we even terug naar de beginjaren van ons jubilerend weekblad.

‘Verpulping’

Een greep uit de Roularta-titels

Begin de jaren ’70 maakte het idee opgang dat de journalistiek in Vlaanderen en België zich moest losmaken van de klassieke zuilen. Dat was een uitloper van het ’68-verhaal, en op zich een prima idee: eindelijk zouden de journalisten kunnen werken in een bevrijde, kritische omgeving, zonder politieke of levensbeschouwelijke schoonmoeders, ze wezen katholiek, socialistisch of liberaal.

In de plaats kwam er evenwel een ander soort bevoogding: deze van de marketeers. Een krant moest verkopen, oplagecijfers halen, winst maken. Dus was het zoeken naar makkelijke, hapklare content die voldoende lezers kon aantrekken. Controverse en polarisering werden gemeden, dat schrikt adverteerders alleen maar af. Een proces dat ik in verpulping heb genoemd. Kranten werden, vooral in het weekend, grote pakken papier waar het eigenlijke nieuws verzoop in allerlei lifestylebijlagen,- advertentieruimtes die de kern gingen vormen van het nieuwe zakenmodel. Het middel -een krant of weekblad economisch rendabel houden- werd het doel, en omgekeerd: de redactionele content werd vulsel. De trendy nadruk op multicultuur en diversiteit werd steeds belangrijker voor het aantrekken van adverteerders: commerciële logica en politieke correctheid zijn niet te scheiden in dit verhaal.

Kranten werden, vooral in het weekend, grote pakken papier waar het eigenlijke nieuws verzoop in allerlei lifestylebijlagen

Van die evolutie is Knack een belangrijke gangmaker geweest. De wekelijkse vracht papier, bestaande uit Knack zelf, het lifestylemagazine Knack Weekend, de TV-bijlage Knack Focus, en tenslotte MO (een raar NGO-achtig blad rond derde wereld en ontwikkelingshulp) geeft de indruk van een eindeloze brij infotainment waarin echte, spraakmakende analyses en controversiële opinies veeleer de uitzondering zijn. De verzuiling verdween, de verpulping kwam. Wie op zoek was naar meer diepgaande en objectieve journalistiek, moest toch nog uitwijken naar Newsweek of Der Spiegel, al kwam daar uiteraard de Belgisch/Vlaamse situatie nauwelijks aan bod.

De logica van de marketeers, die ook de andere papieren media ging beheersen, zoals De Morgen en De Standaard, heeft ontegensprekelijk tot een vervlakking geleid, het lager leggen van de journalistieke lat. Het is ironisch dat net de emancipatorische missie van Mei ’68 de journalistiek naar de grote kapitaalkrachtige persgroepen heeft gedreven die alsmaar fusioneren of nieuwe kartels vormen. Zo is Knack-uitgever Roularta momenteel voor 50% eigenaar van Mediafin, uitgever van… De Tijd waar de uitgeweken rebel Rik Van Cauwelaert onderdak vond. Ook redacties zelf fusioneren, ‘rationaliseren’, worden opgehokt in grote nieuwsfabrieken. In 2019 versmolten bijvoorbeeld de redacties van Het Laatste Nieuws en VTM, beide eigendom van DPG, het mediavehikel van de familie Van Thillo. Journalistieke onafhankelijkheid? Laat ons niet lachen.   

Netwerkjournalistiek

20 jaar na de dood van Knack-directeur Frans Verleyen: zijn gedachten waren vrijFrans Verleyen (1941-1997): boezemvriend én ghostwriter van Wilfried Martens en Guy Verhofstadt

Zijn er dan geen serieuze journalisten actief in de mainstream pers? Toch wel, en laten we beginnen bij de absolute coryfee die Knack zijn status van kwaliteitsmedium heeft gegeven, Frans Verleyen. Een briljant journalist en erudiete intellectueel, maar qua integriteit en onafhankelijkheid kunnen er vraagtekens geplaatst worden bij zijn hoofdredacteurschap: Frans hield er een amicale omgang op na met vele politici. Hij was onder meer een boezemvriend van Wilfried Martens en nadien van Guy Verhofstadt, voor wie hij in 1989 het eerste Burgermanifest schreef. 

Al wie er politiek of cultureel ergens toe deed, moest langs godfather Sus passeren en kreeg een invitatie voor zijn legendarische huis- en tuinfeesten.

Verleyen kwam uit de katholieke zuil, schreef eerst voor het katholieke studentenblad Ons Leven en daarna voor De Standaard, tot hij dus Knack mocht leiden. Hij bouwde daarin een machtspositie zonder voorgaande uit. Al wie er politiek of cultureel ergens toe deed, moest langs godfather Sus passeren en kreeg een invitatie voor zijn legendarische huis- en tuinfeesten. Hij was een actief lid van de Gentse Loge en zelfs medeoprichter van Athanor, een onderafdeling van de Reguliere Grootloge van België waarin we onder meer ook Karel De Gucht tot op vandaag als eminente broeder tegenkomen.

Frans Verleyen creëerde in de post-’68 sfeer zowaar een nieuw journalistiek profiel: een ingebedde netwerker met een omvangrijk adressenboekje, rechtstreekse lijnen naar politici, en later een vaste plek in praatprogramma’s zoals De Afspraak. Ook die netwerkcultuur is kenmerkend voor de huidige mainstream media. Politici zijn aangewezen op journalisten voor hun communicatie, journalisten hebben politici nodig om aan informatie te geraken.

Het resultaat is een uitermate geframede, selectieve nieuwspresentatie die zich strikt binnen de krijtlijnen van de politieke correctheid beweegt. Disruptief nieuws dat het politieke establishment op zijn grondvesten doet schudden, de zogenaamde schandalen, komt maar zelden of met vertraging naar buiten. En dan nog dikwijls onder druk van wat in de sociale media rond gaat. Zie bijvoorbeeld Open VLD en Sihamegate.

Het geval Anthierens

Johan Anthierens (1937-2000): na De Zwijger wou geen journalist nog met hem gezien worden.

De angst van de journalist om in het vacuüm terecht te komen, uitgesloten te worden van de politiek-maatschappelijke cenakels én de collegiale ons-kent-ons-kringen, is de beste waarborg voor het behoud van de mainstream. Een journalist of columnist die schrik heeft om vijanden te maken, en vooral met zijn adresboekje bezig is: daar houden politici van.

Zo iemand is Joël De Ceulaer, stercolumnist van De Morgen. Van hem noteren we de uitspraak in het VRT-programma over Johan Anthierens, ‘Niemands meester, niemands knecht’, dat hij zich als columnist inhoudt ‘omdat hij nog altijd met mensen door één deur moet kunnen’ en zijn vriendenkring wil behouden. Zoiets heet zelfcensuur, en waarom u nooit méér te weten komt dan wat aanvaardbaar is binnen de chambre d’amis van onze senior writer.  

Vlaanderen is niet klaar voor een eigen Canard Enchaîné, noch voor een dag- of weekbladpers die diepgang met objectiviteit combineert.

In die documentaire struikelen alle Vlaamse perskaartjournalisten zoals Joël De Ceulaer over elkaar heen om Anthierens te bewieroken, terwijl deze vrijbuiter na zijn kamikazeproject genaamd De Zwijger nergens meer welkom was, en al zeker niet bij de dames en heren van de mainstream media. Knack allerminst, die hem dat avontuur nooit heeft vergeven.

Met deze figuur wil ik besluiten. Het geval Anthierens en zijn vereenzaming (in Politiek Incorrect trek in een parallel met die andere vrijbuiter, Mark Grammens) speelt zich af in een benauwelijk biotoop van de Vlaamse mainstreampers die gekenmerkt worden door marktgestuurde oppervlakkigheid én een te grote inbedding in de politieke en culturele circuits. Daar bovenop komt dan die linksgroene vorm van eigenwijsheid die met het Vlaamse buikgevoel helemaal niet overweg kan. En evenmin met humor die op zere tenen trapt. Vlaanderen is niet klaar voor een eigen Canard Enchaîné, noch voor een dag- of weekbladpers die diepgang met objectiviteit combineert.

In de marge van het Knack-jubileum en de apologieën van alle ‘bevoorrechte getuigen’, kan een dissonante noot geen kwaad. ‘Wat is er mis met de (mainstream)media?’, vraagt hoofdredacteur Bultinck zich retorisch af in zijn gelegenheidscolumn. Bij deze. 

Meer over de mainstream pers in Vlaanderen: Na het journaal volgt het nieuws’ (uitg. Doorbraak)

 

Dit bericht werd geplaatst in Media. Bookmark de permalink .