Samuel Paty, Allerheiligen en Halloween

Vandaag is het Allerheiligen (Sollemnitas Omnium Sanctorum), snel gevolgd door Allerzielen, het moment waarop de Christenen hun doden herdenken. Er komen er alsmaar bij, de kerkhoven geraken vol. soms wordt er ineens een straat graven opgedoekt. In de carnavalswinkels zijn de Halloween-parafernalia in uitverkoop, morgen gaat de lockdown in.

Dat er toch nog plaats is voor griezelfolklore en zwarte humor doet me ergens deugd, in deze tijd waar de dood zo nadrukkelijk aanwezig is. Er zijn de gruwelijke aanslagen van de Jihadisten, er is uiteraard corona. Het eerste is een politiek-maatschappelijk probleem, het tweede tot nader order een medische ramp, maar beiden vragen eigenlijk om hetzelfde: alertheid maar geen paniek, doortastendheid, koelbloedigheid, samenhorigheid. Rituelen moeten dat ondersteunen, en ik ga in deze voor Halloween, samen met blogger Ronny De Schepper. Een korte excursie.

Halloween-Halewijn

Halewijn2

Joe English (1907)

In tegenstelling tot wat nogal eens wordt aangenomen, is Halloween geen Amerikaanse uitvinding maar het relict van een Keltisch herfstritueel dat de Ierse en Schotse migranten meebrachten. In feite is het zelfs een Nieuwjaarsfeest (Samhain) want de kalender liep bij de Kelten af op onze 1 November, moment dat het vee de stal in ging. Daarbij gaat het om een uitdrijvingsritueel tegenover kwade demonen, catastrofes, verpersoonlijkt door de kwelgeest Allowin, wiens hoofd door een jonge vrouw wordt afgehakt. Alstublieft.

In de middeleeuwse ballade van Heer Halewijn, naar alle waarschijnlijkheid eveneens Keltisch van origine, komt dat motief terug. Een verleidelijk zingende seriemoordenaar die het op vrouwen gemunt heeft en al een heel galgenveld heeft verzameld, tot een niet nader genoemde prinses het welletjes vindt, hem opzoekt en, jawel, gewoon zijn kop afslaat na een geweigerde pijpbeurt (‘Al in het koren en gaen ik niet, Op uwen horen en blaes ik niet..’). Geen sentiment, geen flauwe kul, geen geleuter over een ongelukkige jeugd. Na een passage bij de moeder van de onthoofde schurk (‘Uw zoon Heer Halewijn is dood/Ik heb zijn hoofd in mijnen schoot/Van bloed is mijne voorschoot rood’) rijdt ze huiswaarts met haar trofee en wordt de kop ‘op de tafel gezet’. Omdat dit rijmt met ‘banket’ wordt het nog een vrolijk feestje.

Hier berijdt een krijgster schrijlings het ros en doet waar geen enkele man de ballen voor heeft: de demon decapiteren.

Deze legende bespeelt een volkomen onchristelijk motief van vergelding, daadkracht en, jawel, polarisatie. De term politiek incorrect is hier op zijn plaats (opgelet, reclame): laten we nu maar gewoon de dingen observeren, scherp stellen, benoemen, gevolgd door directe actie. Dat een vrouw met de demon Halewijn/Allowin/Halloween afrekent is ook niet oninteressant, en bevat een feministisch motief dat je in de middeleeuwen niet zomaar zou verwachten. Vergeet de kuise maagd, de door minnestrelen aanbeden milf van stand, de zorgende seut: hier berijdt een krijgster schrijlings het ros en doet waar geen enkele man de ballen voor heeft: de demon decapiteren. Ze verwijst dan ook eerder naar het vrouwelijke keurkorps van Wotan (de Walkuren) dan naar de Maagd Maria. Eat this, gebreide mutsen van #MeToo.

Het verhaal van de doden

pompoenZoals zovele heidense feesten heeft het Christendom ook deze herfstceremonie gerecupereerd en er een zieltjesdag van gemaakt met grafbezoek en chrysanten. We rouwen en zoeken troost, ergens klinkt een orgel of een liedje van Will Tura als SABAM het toelaat. Meteen verdwijnt de prinses met het zwaard, het motief van de gerechtigheid en het verzet. De christelijke boodschap van tolerantie en verzoening, het aanbieden van de andere wang, bereikte ook de Kelten, en vanaf dan gaat het eigenlijk bergaf met dat wat we vandaag ‘veerkracht’ noemen.

Heden pleiten nogal wat christenen voor een ‘dialoog’ met de islam, terwijl vooral de kerken en geestelijken het mikpunt zijn van Jihadisten. Zoiets gaat mijn verstand te boven: hoeveel pastoors en paters moeten er nog hun hals aanbieden voor een leger nonnen in de tegenaanval gaat? Wordt het geen tijd voor wat meer Halewijnlegendes en wat minder aanbidding van martelaren?

Heden pleiten nogal wat christenen voor een ‘dialoog’ met de islam, terwijl vooral de kerken en geestelijken het mikpunt zijn van Jihadisten.

In de christelijke leer is ook het oproepen van de doden een taboe. Ze worden begraven en hier en daar heilig verklaard, aanroepen tegen allerlei onheil, van Sint Rochus tegen de pest tot Sint Antonius tegen het verlies van uw sleutels, maar ze hebben geen stem, ze kunnen niet ondervraagd worden.

In het Halloweenritueel keren de doden wél terug, ze hebben een verhaal te vertellen dat ons nuttige informatie kan geven, een leidraad kan vormen. Wat zou die Franse leraar, door een moslimfanaticus onthoofd, ons bijvoorbeeld kunnen duidelijk maken? Zou hij berusten, ons aansporen om kaarsjes te branden en gebedwakes te houden? Is die macaber uitgesneden pompoen, behalve een uitbeelding van het kwaad, ook niet een beetje de evocatie van het effect, de kop van Samuel? Een waarschuwing aan de beulen? Een signaal dat niet alles kan herleid worden tot dialoog en relativiteit?

Het kamp van de angst

moslimvrouwenDat brengt ons op de fascinerende uitdrukking ‘de angst moet van kamp veranderen’, recent door Emmanuel Macron in de mond genomen. Eerlijkheidshalve moet we erbij vermelden dat Filip De Winter al in 2012 identiek dezelfde uitdrukking gebruikte in een harde campagne tegen ‘criminelen en misdadigers, de drugdealers en gangsters’ die er op de affiche bijzonder veelkleurig uitzagen. Niettemin blijft dit de kern van de zaak: terreur kan alleen met tegenterreur bestreden worden. Denk ook maar aan corona, de zachte maatregelen en de chaos die zich vandaag afspeelt.

De Halloweensymboliek richt zich tot alles wat wij als nefast zien voor de samenleving en dat ook zo willen benoemen: de griezelpompoen is een cruciaal attribuut in het omkeren van de angst. Hij beeldt de slachtoffers uit, maar tegelijk terroriseert hij de daders door te tonen waar hun hoofd zou kunnen eindigen.

Een fatwa tegen de fatwa-producenten en heel hun brede achterban, anders krijg je het virus nooit weg.

De pompoenwording van Macron, het besluit om de jihadisten én de plannenmakers op te jagen, kan dus niet anders dan gepaard gaan met het intimideren van de geradicaliseerden, maar van ook de ‘brave’ en weldenkende moslims, die ene beschaafde imam tegenover de 999 haatpredikers, geen sorry als dit nu weer zo fout klinkt als wat. Als de angst écht van kamp moet veranderen, moet hij niet alleen individuen treffen -de zelfmoordterrorist krijg je overigens niet geïntimideerd- maar vooral een groep, een populatie, een religieuze subcultuur in haar geheel. Een fatwa tegen de fatwa-producenten en heel hun brede achterban, anders krijg je het virus nooit weg.

Een grote groep mensen van een bepaald profiel de stuipen op het lijf jagen: natuurlijk wordt dat in Turkije, Koeweit, Saoedi-Arabië en Pakistan niet geapprecieerd, niet toevallig landen waar de staatsterreur tot het normaal behoort. Natuurlijk wordt dat in Turkije, Koeweit, Saoedi-Arabië en Pakistan niet geapprecieerd, niet toevallig landen waar de staatsterreur tot het normaal behoort. Hier, in onze situatie, is een schikbewind jegens de beulen een aangepast verweer. En laten we niet vergeten: dit gaat om vrijheid. Tot elke prijs. Misschien volstaat een pot chrysanten dan wel niet.

Dit bericht werd geplaatst in Multicul, Religieuze vapeurs. Bookmark de permalink .