Een volksfeest zonder volk: waarom de Ronde moést gereden worden

Het was een schone Ronde, zonder volk weliswaar, en alleen op televisie te bekijken, waar alles echt leek: vallende coureurs, zweten op de hellingen, een sprint tussen de twee favorieten. Ik wil toch een kanttekening plaatsen bij dit volksfeest zonder volk, de wielerfanaten mogen me verguizen.

De voorbije dagen was de CEO van Flanders Classics (u weet wel, het speeltje van mediamagnaat Wouter Vandenhaute) Tomas Van Den Spiegel niet uit het TV-beeld weg te slaan. Een ware filantroop en volksvriend is dat. ‘Vlaanderens mooiste’ moest en zou doorgaan, coronaproof uiteraard, het is cultureel erfgoed, een verbindend spektakel, alle wielerliefhebbers kijken ernaar uit (al moeten ze thuis blijven), en blablabla.

Spooklandschap

Tomas Van Den Spiegel

Tomas kreeg zijn zin. De Ronde ging door, net zoals de generale repetitie vorige week, Gent-Wevelgem, waar ook toeschouwers absoluut ongewenst waren (‘Ze noemen mij de Marc Van Ranst van de koers’). Reden? Dit gebeuren moést doorgaan, koste wat kost, maar niet in de eerste plaats omdat de wielerliefhebber het wil. De Ronde is namelijk big business en kan contractueel geen jaar overslaan. Om als startplaats te mogen fungeren telde Antwerpen 400.000 euro neer, en dat op een moment dat er geen toerist of supporter zal te bespeuren vallen, maar dat maakt nu eenmaal deel uit van een vaste overeenkomst tussen Flanders Classics en ’t Stad.

Om als startplaats te mogen fungeren telde Antwerpen 400.000 euro neer, en dat op een moment dat er geen toerist of supporter zal te bespeuren vallen

De TV-rechten (waarover F.C. traditioneel niet communiceert) zijn natuurlijk ook niet min, en eveneens gebonden aan langlopende contracten. Daarnaast zijn de ploegen zelf verplicht om uit te rijden, anders beginnen hun sponsors te mokken en tuimelt heel hun zakenmodel in elkaar. Maar snapt u het plaatje: the show must go on. Ik trap nu wellicht een hoop wielerfanaten op hun ziel, maar het zijn gewoon de cijfers achter de façade.

Op Facebook post de N-VA een filmpje over een desolate Koppenberg, waarover een geluid van dichte drommen toeschouwers is gemonteerd. De stem van Ben Weyts heeft het over Vlaamse veerkracht en nooit opgeven, waarin vermoedelijk ook een link wordt gelegd met de partij die betere dagen heeft gekend. Een brullende leeuw zonder tanden, het is allemaal tamelijk hallucinant en pathetisch. Het lichtelijk absurd beeld van een Ronde zonder toeschouwers, een lege Patersberg en een aankomst als in een spooklandschap na de nucleaire fall-out, zou mensen toch ook moeten doen nadenken over de zin en de onzin van zo’n circus. Sportief en menselijk had het dit jaar beter niet plaats gegrepen. Het is geen feest, geen hoogmis van la Flandre Profonde, maar een leeg ritueel, een verplicht nummer dat veeleer doet denken aan het Titanic-orkestje of een 1ste klas begrafenis.

Zonder oerwoudkreten

Idem dito voor de voetbalmatchen in lege stadions: het zijn vooral de clubs, de sponsors, de Bond, de FIFA, de spelers en heel de financieel-boekhoudkundige reutemeteut die de competitie en het ontelbaar aantal bekertornooien willen later doorgaan. Coronaproof, dat is de afspraak, toeschouwers buiten. Lukaku zal zijn goaltjes maken, dit keer zonder oerwoudkreten of bananen op het veld, maar onder dezelfde lucratieve condities. Het plebs kan het volgen op TV, niet eens op café maar thuis, tot dat vaccin ooit eens opduikt, ettelijke competitiejaargangen verder.

De grootste vrees van Flanders Classics is dat, als de Ronde niet doorgaat, het publiek hem na drie jaar gewoonweg zou vergeten zijn.

Het heeft iets van wachten op Godot, een hilarische act van de speelgoedverkoper Parpignol, en ordinaire volksverlakkerij. Zoals zovele maatschappelijke rituelen en fenomenen (reizen/toerisme bijvoorbeeld, maar ook cultuur en evenementen, quid Tomorrowland…?) zal corona ook het actuele sportcircus existentieel in vraag stellen. Niet de vrijetijdssport, wel de grootschalige competitiestructuren en de daaraan verbonden zakenmodellen.

Kort gezegd: in die lege Ronde proeft men vooral de trage afgang van iets dat sowieso alleen nog oudere mensen begeestert, die voor hun TV willen zitten als Tomas Van Den Spiegel dat vraagt. De grootste vrees van Flanders Classics is dat, als de Ronde niet doorgaat, het publiek hem na drie jaar gewoonweg zou vergeten zijn. Dat het ding een bepaalde sociale functie heeft, maar niet onmisbaar is. Dat is de nachtmerrie van elke marketeer: geconfronteerd worden met de onaangename waarheid dat zijn product in se overbodig is. Een merk dat vintage wordt, iets uit een oude film. Dus: trappen maar, jongens, leve het pseudo-normaal.

De lichte paniek van de grootverdieners en de sporthelden is niet onze zorg. Wij moeten andere vragen stellen en hebben andere prioriteiten. Niet meer kunnen buiten komen, geen pint meer kunnen gaan pakken, onze job verliezen, ouderen die eenzaam creperen, dat zijn de echte besognes.

Al van voor de start stond het vast dat het Van Aert of Van der Poel ging zijn. Mijn pronostiek was de veiligste, altijd prijs: Wouter Vandenhaute. Aangename werkweek nog.

Dit bericht werd geplaatst in Sport. Bookmark de permalink .