Jongeren zwaarder door corona getroffen, echt?

studentenleven

Over zelfbeklag en generatie-egoïsme

Terwijl we tandenknarsend de coronamaatregelen opvolgen, de sociale ongemakken zich steeds meer laten voelen, een nieuwe lockdown er zit aan te komen, en de economische ramp pas in 2021 zichtbaar zal worden, probeert iedereen er het beste van te maken. Spartelend trachten sectoren boven water te blijven, en pompt ook de horeca om niet te verzuipen. Iedereen heeft wel grieven en desiderata. Eén categorie onderscheidt zich vandaag evenwel in het gejammer: de studenten en jonge twintigers, die zich van alles het slachtoffer voelen. Van corona, van de maatregelen, van de ouderen, van iedereen. De grootste klacht: het beknotten van de mogelijkheid tot feesten.

Pampering

studenten

Vervelende waarheid: té plezant onderwijs deugt niet.

Het Laatste Nieuws geeft onder de hoofding #generatiecorona een paar staaltjes van dit zelfbeklag. Een studente die tijdens de lockdown haar lief in Nederland moest missen, een DJ die even zijn hobby on hold moest zetten, cafés die om elf uur sluiten, ja, deze jeugd heeft het zwaar te verduren. Geen woord over mensen die hun job verliezen door corona, verplegend personeel dat zelf besmet geraakt, of oudjes die eenzaam creperen in een verzorgingsinstelling. Neen, het verbod om te fuiven, dat is een grote last.

Mijn gevoel: de jeugd (of een deel ervan) heeft het gewoon te gemakkelijk, is verwend door de welvaartstaat en heeft het moeilijk met de tering naar de nering te zetten. ‘Voor u zou het nog eens oorlog moeten zijn’ placht mijn vader te zeggen toen ik een stuk verbrande ajuin in het eten ontdekte. Inderdaad hebben wij, behalve de 90-ers onder ons, geen oorlog gekend, nauwelijks een crisis die naam waardig, we blazen elke futiliteit op -en kunnen daar via de sociale media ook voluit lucht aan geven-, alle dagen gemekker en gejammer en gefoeter om een scheve straatplavei.

‘Voor u zou het nog eens oorlog moeten zijn’ placht mijn vader te zeggen toen ik een stuk verbrande ajuin in het eten ontdekte. 

Er lijkt een gebrek aan weerbaarheid en veerkracht in onze samenleving te zijn ontstaan ingevolge teveel pampering, sociale overbegeleiding en een opgepepte gadgetcultuur (elk jaar een nieuwe GSM, liefst een smartphone). Dat geldt niet voor iedereen, er zijn mensen die uit de boot vallen, er zijn alleenstaande moeders die niet rond komen, er zijn gehandicapten op een uitzichtloze wachtlijst, er zijn scholieren die thuisopdrachten moeten afwerken zonder degelijke pc. Het geldt ook niet strikt alleen voor de zogenaamde generatie Z, zij die na 2000 geboren zijn. Toch is het vooral deze generatie die aan de klaagmuur staat en uitzonderingen op de regels claimt.

Democratisering van het onderwijs

mei68jsMei ’68: iedereen naar de univ en iedereen een diploma (let vooral ook op de man uiterst rechts)

Dat brengt ons bij het vrolijke studentenleven. Wie de zeer uitbundige taferelen aan de Gentse Overpoort en op de Leuvense Oude Markt heeft gezien, beseft dat de toekomstige intellectuele elite van dit land vooral begaan is met het recht op feesten en brassen, waarbij studeren maar bijzaak lijkt.

Dat vraagt om een nuchtere kanttekening: wat kost zo’n student eigenlijk aan de gemeenschap? Professor De Grauwe kwam na wat rekenwerk op gemiddeld 12.000 euro per jaar per universiteitsstudent. Uiteraard kost een opleiding geneeskunde aan de gemeenschap meer dan een leergang Oosterse talen. Ironisch genoeg zijn het wel de artsen die, eens afgestudeerd, hun diploma te gelde kunnen maken en cashen op kosten van de ziekteverzekering, weer belastinggeld dus.

Te lage drempels, teveel instroom van wie er niet thuis hoort, teveel academisch entertainment. 

alcohol_06_1626Indien nodig mag een gieter gebruikt worden.

Soit, dat is een andere discussie: misschien mag iemand die goed verdient dankzij een publiek gefinancierd diploma achteraf eens iets terug doen. Een jaar burgerdienst bijvoorbeeld. We hoeven het studiebeurssysteem niet af te schaffen, al vind De Grauwe wel dat het inschrijvingsgeld te laag is waardoor er teveel ‘toeristen’ aan de univ terecht komen en, jawel, jongeren die puur aangetrokken worden door de vermaakscultus, de braspartijen, de ad fundums, de cantussen, de dopen, en al wat het jolige studentenleven te bieden heeft buiten een cursus blokken.

Dat heeft ook te maken met een misbegrepen democratisering van het onderwijs, een relict van de ’68-ideologie volgens dewelke iedereen naar de univ moest gaan én recht had op een diploma. De resultaten voelen we tot op vandaag: het gaat bergaf met het intellectueel niveau van leerkrachten én leerlingen én studenten. Te lage drempels, teveel instroom van wie er niet thuis hoort, teveel academisch entertainment. Waardoor technische opleidingen onpopulair worden, je nauwelijks nog een loodgieter vindt, en we met een maatschappij vol water (excuseer: bier-) hoofden zitten. Niettemin: een beklagenswaardige populatie, die zuip-en-kotselite van de Vlaamse middenklasse.

De nerds en de seuten

OLYMPUS DIGITAL CAMERAFonske, standbeeld van de eeuwige student (Jef Claerhout)

Rector Sels van de KUL stelt zich nog gematigd op als hij de beelden ziet van de Leuvense Oude Markt, afgelopen donderdag, de laatste keer dat de cafés tot 1u konden open blijven. Een bacchanaal alsof de wereld ging vergaan, je de virussen zo zag dartelen, en iedereen het nog eens verplicht op een zuipen moest zetten. In zijn plaats zou ik zeggen: stop met treuren voor een gesloten café en neem misschien eens een cursus vast, in plaats van daar een maand voor de examens aan te beginnen. Het is even moeilijk, maar men kan van de nood ook een deugd maken en zich herinneren waarom men eigenlijk op de univ rondloopt.

Door het studentenleven wat ‘saaier’ te maken komen er misschien wat minder lichtgewichten op af. 

Het is dus, om het met een oud woord te zeggen, en los van elke christelijke connotatie: een beproeving, tot we dat virus de baas zijn, waarvoor we toch op de wetenschap rekenen. Corona kan misschien tot een ander ethos inspireren bij de studerende jeugd, minder gericht op hedonisme. Een oefening in discipline en veerkracht, vooruitkijken en hard werken, ora et labora in plaats van zelfbeklag. Om Nietzsche even aan te halen: wat ons niet doodt, maakt ons sterker.

Vervelende waarheid dus: té plezant onderwijs deugt niet. En elk nadeel heb zijn voordeel: door het studentenleven wat ‘saaier’ te maken komen er misschien wat minder lichtgewichten op af. En zijn we van een resem virale superverspreiders af. Wat minder hectoliters bier is overigens goed voor lichaam en geest. Niet voor de horeca, maar ik dacht dat een rector vooral de kwaliteit van het onderwijs moet in ’t oog houden, en niet de omzet van studentencafés.

Het zijn dus de nerds en de seuten die het zullen moeten doen, u weet wel, dat soort saaie studenten dat wél naar de les gaat, wel nota’s neemt en niet al te veel in drankgelegenheden te vinden is, en al zeker niet tot het ochtendgloren. Leuven is een der oudste universiteiten van dit continent, een wijsheidstempel dus, én de bakermat van Stella Artois. Evenwicht is belangrijk, maar Fonske, de eeuwige student, mag in coronatijden vooral de essentie niet uit het oog verliezen: er wordt iets van de wetenschap verwacht. OK boomer.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .