Het leven op een wachtlijst

Randbemerkingen bij de septemberverklaring van de Minister-President

Na een kleurloos eerste regeringsjaar, twee uit het raam gevluchte ministers en een Slovaaks lijk dat uit de kast viel, mocht een gebruinde minister-president Jan Jambon het Vlaams parlement toespreken. Stoere taal over ‘Vlaamse veerkracht’, ‘uitdagingen’ en ‘stenen tafelen’, naast een hulde aan ‘het innovatieve genie van Jan Van Eyck’ (dat klopt niet, de innovatieve techniek van het perspectief was aan de Vlaamse Primitieven niet besteed), doorspekte zijn septemberverklaring.

Alle aspecten van een sterk beleid kwamen aan bod: beter betaald rusthuispersoneel en het wegwerken van de wachtlijsten voor zorgbehoevenden (velen behoeven ondertussen al geen zorg meer), een efficiëntere overheid (waar wacht men op), innovatie en digitale revolutie (we zijn al 2020), duurzaamheid en betere fietspaden (slechter kan niet), de eerste spade in de grond voor Oosterweel na twintig jaar bakkeleien, het onderwijsniveau opkrikken (gezien de alarmerende curve geen slecht idee), en uiteraard de coronacrisis beter beheren na het rusthuisfiasco. Samen goed voor 4,3 miljard, waarvan 3 miljard Europees geld.

Terug naar af

Pieter Brueghel de Oude: ‘De kreupelen’ (1568)

Over die wachtlijsten wil ik het nog even hebben, en over de jaarlijkse voornemens om ze weg te werken. Concreet gaat het vooral over het zgn. persoonlijke assistentiebudget (PAB), een door de Vlaamse overheid toegekende som waarmee personen met een handicap zelf hun ondersteuning kunnen beheren, van huishoudhulp tot de opname in een instelling. Dat idee is goed, het geeft mensen meer keuzevrijheid en autonomie, en het zet aan tot zuinigheid.

De adder onder het gras is dat de daartoe voorziene pot vast ligt en dat die middelen veel te krap berekend blijken. Men kan dan in principe wel een goedkeuring krijgen voor zo’n assistentiebudget, men komt gewoon op een lijst terecht en ondertussen draait de zorgbehoevende zelf op voor alle kosten. Het gaat in totaal om zo’n 20.000 personen. Wachttijden lopen op tot dertig (!) jaar. Ouders die voor hun gehandicapt kind van drie een aanvraag doen, hebben op zijn achttiende nog geen cent gezien en mogen herbeginnen want dan valt hun zoon/dochter in een andere categorie, terug naar af.

Op de duur kan je niet anders dan berusten en de tering naar de nering zetten. Mijn schoonzus met een ongeneeslijke spierziekte heeft een levensverwachting van nog zo’n zes jaar, en staat op de wachtlijst om binnen twaalf jaar geholpen te worden. Ze heeft het geluk dat de familie zich wat over haar ontfermt, praktisch en financieel.

Op de duur kan je niet anders dan berusten en de tering naar de nering zetten.

Wanhopige mensen worden al eens nerveus en contacteren dan een journalist, altijd goed voor een ocharme-verhaal. Gehandicapten verdienen ons medelijden maar ze moeten content zijn met wat ze krijgen. We danken er ook een topwerk van een topmeester aan: De Kreupelen van Pieter Brueghel de Oude. Kunsthistorici hebben zich lang het hoofd gebroken over de vraag wat die mismaakte personages nu eigenlijk staan te doen. Mijn hypothese is simpel en onweerlegbaar: niets, ze staan op een Vlaamse wachtlijst. Meteen een veel adequatere kunsthistorische referentie dan het Lam Gods.

Trukken van de foor

Janosch Dupont (nu 14) staat al tien jaar op de lijst voor een bijstandsbudget (foto Het Nieuwsblad/Wim Kempenaers)

Zorgminister Wouter Beke (van oudsher is dit een CD&V-bevoegdheid) erft dus ook dit verrot dossier. Weinig waarschijnlijk dat dit politiek lichtgewicht bakens verzet. We zijn 2020, en om de wachtrij wat structuur te geven werden er dan maar categorieën van urgentie bepaald, 1, 2 en 3.

Vooral wie in 3 terecht komt mag in decennia gaan tellen: de perverse situatie ontstaat dat een gehandicapte, die door een familielid wordt verzorgd (mantelzorg heet dat tegenwoordig), onderaan de wachtlijst terecht komt en die goedmenende broer of zus voor de rest van zijn/haar leven verpleger mag spelen. Gratis uiteraard. Een andere truc van de foor is, het begrip ‘hulpbehoevend’ te herdefiniëren, zodat mensen die al tien jaar wachten een bericht krijgen dat het maar om te lachen was en ze niet meer in aanmerking komen.

Stel u maar eens voor dat men 65-plussers voor een jaar of tien op een wachtlijst voor hun pensioen zou plaatsen

Zo’n Kafkaiaanse situatie is mensonwaardig en druist fundamenteel in tegen de filosofie van het contract tussen overheid en burger. Wie recht heeft op een pensioen ontvangt het ook, hetzelfde geldt voor de werkloosheidsuitkering of een leefloon. Of bijvoorbeeld het groene stroomcertificaat voor bezitters van zonnepanelen: zij moeten zich over budgetten of wachtlijsten geen zorgen maken, na elke 1000 geproduceerde Kwh krijgen ze dat bedrag binnen de week op hun rekening. Dat is ook maar normaal: er zijn objectieve criteria, en de overheid moet zijn engagementen nakomen. Stel u maar eens voor dat men 65-plussers voor een jaar of tien op een wachtlijst voor hun pensioen zou plaatsen.

‘Een euro kan men maar één keer uitgeven’, het is een gezegde dat vandaag veelvuldig opduikt. Men kan inderdaad de vraag stellen of asielzoekers en vluchtelingen zo nodig snel een leefloon én een sociale woning (waarvoor de wachtlijsten ook oplopen) moeten krijgen. België geldt wereldwijd als het land van melk en honing op dat vlak. Het is aan de politiek om die vraag rond asielbeleid te beantwoorden, en aan de burger om voor de partij te kiezen die volgens hem het juiste antwoord geeft.

Res publica?

Het Vlaams nationalisme moeten ook op sociaal vlak een punt maken

Het succes van de Vlaams Belang-betoging afgelopen zondag geeft een indicatie over de Vlaamse grondstroom in deze. Idem dito over het identitaire verhaal en het verzet tegen de oprukkende islamisering. Otham El Hammouchi mag dan wel zijn gal uitspuwen over deze betoging en de organisatoren, en Vlaanderen tot ‘de geestelijk meest achtergestelde regio van Europa’ uitroepen omdat nogal wat Vlamingen zijn sharia-narratief niet lusten, de democratie zal de volkswil toch het laatste woord geven.

Deze wachtlijsten zijn niet gevuld met asielklanten of gelukszoekers, maar voor het overgrote deel met ‘doodgewone’ Vlamingen.

Maar terug naar de wachtlijsten voor gehandicaptenzorg. Ze drukken een minachting uit voor mensen die onze solidariteit nodig hebben. Deze wachtlijsten zijn niet gevuld met asielklanten of gelukszoekers, maar voor het overgrote deel met ‘doodgewone’ Vlamingen. Laten we hen aan hun lot over of niet? Misschien huldigt de Vlaamse overheid wel het devies van de verzekeringsmaatschappijen tegenover de slachtoffers van de terreuraanslagen in Brussel en Zaventem in 2016: als we lang genoeg wachten met uitkeren gaan ze dood en lost het probleem zich vanzelf op. Dat klopt: gehandicapten in leven houden brengt een maatschappij economisch niets op.

Ik hoop dat het rechtsliberaal cynisme niet zover reikt, want dan mogen we over de Vlaamse Res Publica wel een kruis maken. Een Vlaamse ‘topnatie’ zonder degelijk zorgnet is een dode mus. Zeg dat Brueghel het gezegd heeft.

 

Dit bericht werd geplaatst in Res publica. Bookmark de permalink .