‘Met de hand op het hart…’

Tussen leugens, geheugenverlies en gewone nonchalance

Het was alweer even geleden dat een toppoliticus bij ons nog spitsroeden moest lopen en zich in alle mogelijke bochten moest kronkelen om ‘het’ uit te leggen. Zelfs rusthuisminister Wouter Beke, aan wie Vlaanderen toch een drastische oplossing inzake de vergrijzing te danken heeft, kwam vrij makkelijk weg, onder meer omdat de N-VA niet moeilijk wou doen. Ik vroeg me toen al af waarom.

De onrustige weduwe

Concentratie tijdens het debat over de Vlaamse regeringsverklaring. Ook Hilde Crevits is één en al aandacht.

Het antwoord is onder meer -en dat zei ik al in tempore non suspecto dat deze Vlaamse regering een onnoemelijke zwakte en besluiteloosheid uitstraalt, en dat alle leden ervan gedoemd zijn om mekaar min of meer te dekken. Met ministers die uit het raam springen om de pers niet hoeven te woord te staan, en een rampzalig coronabeleid, krijgt ‘sterke’ Jan Jambon nu zelfs kritiek uit eigen N-VA-kringen, inclusief van de voorzitter himself: deze Vlaamse regering heeft nooit anders dan in waakvlammodus gestaan. Het beeld van een minister-president die tijdens het debat over de regeerverklaring Angry Birds speelt op zijn GSM, komt deze dagen terug boven water.

Deze Vlaamse regering heeft nooit anders dan in waakvlammodus gestaan.

Het is onbehoorlijk om het privé-leven van een politicus erbij te sleuren, maar laten we ook niet flauw doen: de voorbije maanden was Jambon er met zijn gedachten niet bij wegens hertrouwplannen en het vooruitzicht van een huwelijksreis naar Toscane. Waarvan hij dus gebruind maar vervroegd moest terugkeren omdat er een oud lijk, genaamd Jozef Chovanec, uit de kast was gevallen. Waarvan de onrustige weduwe uit frustratie Het Laatste Nieuws had gecontacteerd omdat ze na twee jaar op haar vragen nog altijd geen antwoord had gekregen.

Ik heb de uitgebreide verzameling persberichten en beschouwingen over deze zaak nog eens nagelezen om hier geen stommiteiten te vertellen. Het klopt dat Jan Jambon geen federaal minister van binnenlandse zaken meer is en dus stricto sensu geen verantwoordelijkheid meer draagt, zoals Jan Ghysels betoogt. Het klopt ook dat de huidige (én toenmalige) minister van justitie Koen Geens boter op het hoofd heeft. Het klopt dat dit vooral aantoont wat voor een groezelig maffieus milieu in politie én gerecht nog altijd de dienst uitmaakt (inclusief fascistische groeten, vervalste PV’s, omerta, en meer Italiaanse belcanto). Het klopt zelfs dat hier politieke spelletjes worden gespeeld, waarvan de N-VA overigens ook geen talent kan ontzegd worden.

‘Nooit, met geen enkel woord’

‘I had never, I repeat, I had never…’

De angel zit echter in de figuur van Jan Jambon zelf , zijn beperkt bestuurstalent en zijn bekakte communicatie. Dat laatste woord is een eufemisme: vanaf het moment dat er ‘gecommuniceerd’ wordt, met een of andere soufflerende communicatiedeskundige in de coulissen, is de leugen nooit veraf. Ten eerste moest hij de bewering op VTM Nieuws dat hij ‘nooit, met geen enkel woord’ van die affaire had gehoord, al snel bijstellen met de smoes dat hij de zaak compleet vergeten was, inclusief het onderhoud met de Slovaakse ambassadeur (één keer via het kabinet, één keer persoonlijk). Dat geheugenverlies haalde hem niet uit de problemen, integendeel: een Vlaamse minister-president met dementia praecox, daar hebben we in deze tijden weinig aan.

Jambon bleek dus wél op de hoogte, en dan dient de vraag gesteld waarom hij zijn kabinet niet een en ander liet uitvlooien. Op die vraag vind ik nergens een duidelijk antwoord. Dat er al een gerechtelijk onderzoek liep, betekent niet dat hij de beelden niet kon opvragen om te zien wat zich daar in Charleroi had afgespeeld. Laten we het houden bij nonchalance, en het voornemen van een middelmatig bewindsvoerder om gewoon de winkel open te houden.

Jambon bleek dus wél op de hoogte, en dan stelt zich de vraag waarom hij zijn kabinet niet een en ander liet uitvlooien.

Maar goed, ondertussen moeten er even wat brandjes geblust worden. ‘Met de hand op het hart: ik heb nooit de waarheid willen verdraaien’, klinkt het. Gooi die communicatie-adviseur van je snel buiten, Jan. De moderne geschiedschrijving staat bol van mensen die met de hand op het hart of op het hoofd van hun kinderen de grootste leugens vertelden. Bill Clinton is zonder twijfel de bekendste.

Ausputzer

Gisteren mocht N-VA-fractieleider Peter De Roover in Terzake het puin ruimen voor zijn boezemvriend Jan Jambon, die zich niet liet zien. De Roover is wat men in het Duitse voetbal een Ausputzer noemt, de laatste man die in staat is om zowel op het veld gesmeten brandbommen als doorgebroken spitsen onschadelijk te maken. Zo’n beerputruimer met branie, die zelfs als gewezen leraar technisch onderwijs lessen in taalpragmatiek kan geven (‘zeggen dat je je iets niet meer herinnert is niet hetzelfde als liegen’), is van goudwaarde voor een partij.

Niettemin, het laat allemaal een wrange smaak na, dat gecommuniceer om de vis toch maar te verdrinken. Ik ben het niet eens met advocaat Hans Rieder dat het onderzoek louter moet focussen op de daders en de doofpotcultuur binnen politie en gerecht. We kiezen en betalen politici om de boel te beheren en in de gaten te houden. In een bedrijf wordt een CEO wandelen gestuurd als de aandeelhouders vinden dat hij er een boeltje van maakt. Eindverantwoordelijkheid dus, en waarom dat begrip in deze Belgische flutstaat met zijn regionale koterijen nauwelijks nog bestaat.

Het laat allemaal een wrange smaak na, dat gecommuniceer om de vis toch maar te verdrinken.

Iedereen wil gewoon zijn hachje redden, en dat lukt doorgaans ook, omdat iedereen iedereen dekt. Meester Rieder sprak van promiscuïteit, inderdaad, maar dan niet alleen binnen het gerecht maar ook in het politieke milieu. Laten we zeggen zoals het is: Jan Jambon is de exponent van een middelmatig politiek establishment, en we wensen hem nog uitgebreide wittebroodsweken toe, om misschien toch rustigjes aan plaats te maken voor wat meer klasse en toewijding. We zullen het woord ‘staatsman’ nog even in de kast laten liggen.

Zoals ik eerder al schreef: met dit soort Vlaamse bestuurders haalt België moeiteloos zijn 200ste verjaardag. In Charleroi en omstreken hoeven ze zich voorlopig geen zorgen te maken.

Dit bericht werd geplaatst in Het politiek theater. Bookmark de permalink .