‘Gij gelooft zeker nog in Sinterklaas?’ – Antwoord aan Maarten Boudry

Waarom de charade rond de goedheilige man net ons kritisch instinct aanscherpt

Klaas

Op een van de lezingavonden rond mijn boek ‘Na het journaal volgt het nieuws’, stelde een toehoorder de vraag of ik als criticus in mijn binnenste toch niet blij was dat er een leugenpers bestaat, want hoe zou ik anders mijn dagen vullen? De man had verdorie een punt: ik kan columns en boeken schrijven, lezingen geven omdat de journalisten er een potje van maken. De dag dat ze echt hun job goed doen en de waarheid vertellen, verkommert mijn werkloos brein en droogt mijn pen genadeloos op. Dus, dank u, dames en heren van De Standaard, De Morgen, Knack. Dank u Bert Bultinck, Karel Verhoeven, Bart Eeckhout, u geeft mijn leven zin en zorgt voor mijn dagelijks brood!

Het verhaal van these en antithese dus. ‘De waarheid’ zelf wordt meteen een relatief begrip, die eerst een on-waarheid veronderstelt. Men ont-dekt haar, letterlijk vanonder de leugen, en als er geen leugenaars of fantasten zouden zijn, allerlei grote en kleine Von Münchhausens, in de politiek, de media, de wetenschap en de commerce, was er ook geen onthulling mogelijk. De beknopte antropologie van de leugen die ik in dat boek verkoop -jawel-, vertrekt van de jager aan het kampvuur die zijn wedervaren vertelt en er een stevige schep bovenop doet. Dikwijls is heel het gezelschap mee, maar altijd blijft de mogelijkheid dat iemand begint te lachen en de rest aansteekt. Humor hangt samen met ontluistering, het wegtrekken van het gordijn. Dat, beste vrienden, noem ik het Sinterklaasmoment van de cultuur.

Grand Bazar

snoep

Snoep, het aloude lokmiddel

Een paar dagen geleden beviel filosoof en titularis van de Vermeersch-leerstoel Maarten Boudry in De Morgen (20/11, sorry betaalmuur) van een stukje waarin hij, na Zwarte Piet als drager van racistische stereotypen, nu ook de figuur van Sinterklaas ter discussie stelt, als zijnde een ‘georganiseerde leugen’, die ‘de lichtgelovigheid van de kinderen schaamteloos uitbuit.’ Ik weet niet hoe Boudry achter deze waarheid is gekomen, maar de column moet een van de domste zijn die hij ooit binnen leverde op de DM-redactie. Want laat die Sintfiguur nu net een heel speciale pedagogische betekenis hebben, die precies de goedgelovigheid op losse schroeven zet.

Als ik even voor mezelf mag spreken: in mijn geestelijke ontwikkeling heeft de Sint een cruciale rol gespeeld. Als zesjarige vond ik hem al eng en op het randje van de geloofwaardigheid, die bebaarde kinderlokker met witte handschoenen die me in een hoek van de Grand Bazar iets te stevig op de schoot nam. Die schoen met de wortel, ik wilde het wel geloven, maar stond ’s nachts toch stiekem op om een en ander te verifiëren, wat uiteraard een stevige reprimande voor gevolg had. Ik had het toen al meer voor Zwarte Piet, met wiens twijfelachtig knechtschap ik sympathiseerde.

Als zesjarige vond ik hem al eng en op het randje van de geloofwaardigheid, die bebaarde kinderlokker met witte handschoenen

Dat de Sint als een bisschop was uitgedost, die de vertegenwoordiger is van God in dit tranendal, voegde aan mijn scepsis ook nog een stevige scheut blasfemische bedenkingen toe. Ik bedoel maar: het is voor een stuk dankzij het grotesk theater van de goedheilige man dat ik zo’n stoute jongen geworden/gebleven ben, en het is door de leugenachtigheid ervan, inclusief de ouderlijke enscenering, dat er op rijpere leeftijd een boek over de leugenpers uit mijn pen is gerold.

Dus helaas, Maarten: uw premissen deugen niet, en wijzen op een gebrekkige kennis van de dialectiek. De Sint is nuttig, wat zeg ik: onmisbaar. Zoals een politie-agent inbrekers nodig heeft, een dokter zieken, of een tuinder het onkruid, hebben wij leugens en leugenaars nodig, liefste goede, om ons verstand te scherpen. Het heeft bijna een evolutionaire dimensie, want hoe beter vermomd de leugen, des te vernuftiger ook de strategieën moeten zijn om hem te ontmaskeren. Een leerproces dus. De waarheid is daarbij niet iets dat eenmalig aan het licht komt, maar zich laat afpellen als een ajuin, laag per laag, masker na masker, want ook de verkondigers van de waarheid blijken soms een dubieuze agenda te hebben. Zie verder.

Eroica

Dit gaat dus ook over ontkenning, rebellie, omwenteling en vooruitgang. Ongeloof als voedingsbodem voor het kritisch instinct. Op het gevaar af van in herhaling te vallen, moet ik er Sigmund Freud nog eens bij halen, en wijzen op het feit dat het fameuze Oedipus-conflict van de knaap die zijn vader uitdaagt, alleen mogelijk is als die vaderfiguur ook uit de verf komt, met de nodige toeters en bellen.

Het is dankzij die destructieve energie van de revolte dat de maatschappij ook verandert, want zonen willen het vooral niét doen zoals de vaders.

De Goede Vader met de witte baard -een miniatuurafbeelding van het Opperwezen- doet wel zijn best om er geloofwaardig uit te zien, helaas, nog voor de puberteit hebben we hem al bij de lurven. Daarom geloof ik ook niet zo in de vaderloze maatschappij en de totale vervrouwelijking van de cultuur (misschien keert de verbannen Sint wel terug in een rokje): waartegen moeten we op de duur nog in opstand komen?

Het is dankzij die destructieve energie van de revolte dat de maatschappij ook verandert, want zonen willen het vooral niét doen zoals de vaders. Ook al doen ze dat allicht uiteindelijk wel. Fuck de Sint.

Beethoven

De jonge Beethoven

Beter nog, en veel aangenamer dan Freud te lezen: zet de 3de symfonie van Ludwig van Beethoven op, de Eroica. Ook de naam van een film uit 2003, waarin Beethoven zijn derde met het orkest ineen steekt, en ‘papa’ Haydn op bezoek krijgt. De arme man schrikt zich een aap bij dat nieuwe geluid, en beseft dat zijn tijdperk van het noten breien voorbij is. Consternatie bij de meeste aanwezigen, vloeken in de kerk was het, dat het pleister van het plafond viel, vanaf de eerste maten al.

Baf-baf. Ludwig geloofde niet meer in Sinterklaas, en dat moest met passend lawaai gevierd worden. Of waarom de actuele tegenstanders van artistieke provocatie, en verdedigers van de Schone Kunsten zoals Peter De Roover (N-VA), toch wat op hun woorden moeten letten. Dat de componist nadien het voorblad van de partituur verscheurde, waarop hij de symfonie had opgedragen aan de leugenaar Napoleon Bonaparte, bewijst des te sterker dat de antithese zich altijd opnieuw opdringt, en dat de waarheid nooit definitief verworven is.

Het belang van eenzaamheid

niet blijMoeiteloos maak ik dan de link met mijn vorige column over het belang van eenzaamheid, volgens diezelfde De Morgen -die ik steeds meer verdenk van systematisch fake news te brengen rond ethisch-maatschappelijke onderwerpen- ‘killer nummer één, dubbel zo dodelijk als alcohol’.

Dat is een flagrante leugen die ik bij deze aan flarden schiet. Zonder eenzaamheid zou hoger vernoemde Ludwig van Beethoven nooit zijn derde symfonie geschreven hebben, en al wat er nog volgde zeker niet. En ik ook mijn boek niet geschreven, zonder me ook maar in de verste verte met de componist van de Eroica te willen vergelijken.

De actuele jacht op eenzamen lijkt de allure te krijgen van een jacht op kritische enkelingen, kunstenaars die zich niet laten meedrijven in modieuze hypes, journalisten die niet naar de pijpen van hun hoofdredacteur dansen. De leugen is collectief, de ontmaskering meestal iets individueels, een privé-project van onvolgzame caractériels. Waarbij ik in diezelfde column ook de Sinterklaaspolitiek van Steve Stevaert niet onvermeld laat, een van de grootste leugenaars van onze naoorlogse politiek, en de manier hoe er met de eenzaat Frank Vandenbroucke werd afgerekend, net omdat die zei dat Sinterklaas niet bestaat en dat iemand de rekeningen moet betalen.

De leugen is collectief, de ontmaskering meestal iets individueels, een privé-project van onvolgzame caractériels.

Dus samengevat: het is goed dat kinderen geloven in Klaas, zodat ze nadien hun geloof ook kunnen verliezen, en dan nog liefst op eigen krachten. Kan zo’n paard op een dak lopen? Waarom is alleen het gezicht van Piet zwart? Waarom zie ik op een zeker moment overal Sinten tegelijk opduiken? Verkopen die winkels dat speelgoed aan de heilige man, of gaat hij het daar gewoon inladen en wegwezen? En vooral: waarom komt hij bij sommige kindjes, die er toch ook braaf uit zien, helemaal niet? Duizend en één vragen spelen in de jonge hoofdjes, en langzaam daagt de ontnuchterende waarheid: het is allemaal commerce.

Het inzicht dat verhalen niet kloppen en dat de braafste heilige daar een sleutelrol in speelt, is van een iconoclast niveau die in bijvoorbeeld de islamcultuur ondenkbaar zou zijn. In die zin is de mythe, zo’n 2000 jaar gedesemd in onze beschaving, vanaf de historische Nicolaas van Myra uit de 4de eeuw -nota bene een Turk- tot aan de toneelspeler in de Grand Bazar, een pure verlichtingsceremonie : een leugen die werkelijk gemaakt is om doorprikt te worden. Heel het proces van ontrafeling en ontnuchtering, met het gezag zelf als inzet, maakt dat wij als kind wel een schoen zetten maar ook dolgraag eens aan die baard zouden willen trekken. Dat, beste Maarten, zou een filosoof die zweert bij het kritisch empirisme toch als Beethovenmuziek in de oren moeten klinken.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

12 reacties op ‘Gij gelooft zeker nog in Sinterklaas?’ – Antwoord aan Maarten Boudry

  1. leysfi zegt:

    Beethoven de componist van de « Erocia »??? Tsss, Sanctorum toch! Foei!

  2. Yvo G zegt:

    Sorry leysfi, het was dyslexie.

  3. Yvo G zegt:

    Het stuk is recht door het hart van de goedgelovigen geschoten. Toch is het goed dat de onbewuste kinderen zo bedot worden: Zo krijgen ze een eerste oefening in de sinterklaas-zonder-kleren stoet. De volgende stoet is een processie, het al even zwaar bij-de-neus nemen als de eerste keer. En dan nog de politiekers, de derde leugen-macht die zich opdringt. Maar daar is al eens een boek over geschreven, meen ik.

    • CS zegt:

      Ik volg Maarten Bouvry hier toch in. Mijn 10j jongere broer heb ik snel op de hoogte gebracht dat Sinterklaas niet bestaat en een toneeltje opvoert. Zelf heb ik het nieuws moeten vernemen van onze buurjongens en klaskameraden.
      Ik was danig geschokt, want ik geloofde rotsvast in mijn vader en moeder. Sindsdien is het vertrouwen in hen nooit meer geweest wat het was.

      Daarnaast kregen we op school “het katholieke geloof” binnen gelepeld. Dat er één God de Vader was en hoger dan iedereen, dus ook mijn ouders. Mijn band met God werd er dus nog groter bij… later ontdekte ik evenwel dat die waarheid (God) ook geen echte waarheid was, maar alleen een ‘geloofswaarheid’ …
      Dit om maar te zeggen hoe verreikend de Sint-leugen wel kan zijn in een jong mensenleven… Het ondermijnt de relatie met de ouders…

      Dus, Maarten heeft gelijk:
      kinderen moeten niet bedrogen worden, dat heeft alleen negatief zin. Kinderen leren door te vertrouwen; is dat vertrouwen er niet meer dan zal het moeilijker leren.

      • Marc zegt:

        Onzin. Als je een enquête zou doen bij de bevolking en zou vragen wie het eens is met Boudry, denk ik dat je op maar een paar procent uitkomt. Sinterklaas is een sprookje, en kinderen hebben sprookjes nodig. Niemand minder dan A. Einstein (een stuk slimmer dan ik en zeker dan M. Boudry) zei het volgende over sprookjes: “als je wilt dat je kinderen intelligent worden, lees hen dan sprookjes voor. Als je wil dat ze nog intelligenter worden, lees hen dan nog meer sprookjes voor”. Ik denk niet dat zo iets de relatie met ouders ondermijnt. Als u dat vindt, zal er wel meer aan de hand zijn, vrees ik.

  4. Greta zegt:

    Wie meer wilt weten kan ik het boek van Bart Lauvrijs “”een jaar vol feesten” aanbevelen om te lezen.
    11 pagina’s over Sinterklaas van oorsprong Germaanse God Wodan met vliegend paard Sleipnir tot Nicolaas van Mira oorspronkelijk Grieks orthodox maar in brede regionen van Oost tot west neemt hij een belangrijke plaats in. De Nicolas kerken wijd verspreidt.
    6 december is wel de sterfdag van Nicolas van Myra dus geen verjaardagsfeestje.

    Verschillende mythes weliswaar, maar mooie legendes.

    Als kind het eerste verhaal dat ik kende was dat Sint Nicolas als bisschop en grote kindervriend de kindjes in de pekel bij de slager gered had.

    Ken de tekst van Maarten Boudry niet dus kan ik weinig over discussie hierover zeggen.

    Maar in de huidige brede samenleving en grotere verschillen tussen arm en rijk kan het een zinvol debat zijn.
    Hoe ga je ermee om in een klas, waar het ene kind ontzettend veel cadeautjes heeft gekregen en een ander braaf kind niet?
    Contrasten zullen wel groter zijn dan vroeger.

    In Nederland is Sinterklaas ook een volwassen feestje en Kerstmis niet of veel minder.
    Kerstmis met kerstboom bestaat bij ons ook maar pas na de Wereldoorlogen.
    Veel commercie uiteraard maar iedereen is toch vrij om hier zelf een invulling voor te vinden lijkt me.

    • Marc zegt:

      Klopt, wat die kerstbomen betreft. Mijn grootmoederken wou geen kerstboom, want zij had nog geleerd dat dat heidens was (wat het uiteraard ook was). Een kerststalletje mocht dan weer wél.

  5. Eric zegt:

    Dat kinderen in Sinterklaas en sprookjes geloven verwondert mij niet. Het ergert mij ook niet, het stimuleert hun verbeelding en later, wanneer het plaatje van de goede Sint wordt doorgeprikt, hun kritisch denkvermogen.
    Wat me wel deels ergert, maar tevens vrolijk maakt, is dat een Vlaams minister als Bart Somers nog in de goede Sint gelooft. Hij ziet bondgenoten waar er salafisten zijn en waar er Vlaams Belangers zijn ziet hij vermetele onrust- en brandstokers, Deze Holle Bolle Gijs is compleet het noorden kwijt. Hij gelooft echt dat hij zijn partij van de ondergang kan redden door in een links-groene regering met een Vlaamse minderheid te stappen. Zo opent hij het perspectief op een klaterende overwinning voor de Vlaams-nationalisten van divers pluimage in 2024 (of eerder, want ik geloof niet dat een rood-groen-blauwe regering het lang kan uitzingen). Voor de voorstanders van de splitsing van België is Somers de gedroomde wegbereider. Met zijn bolronde, van eeuwig optimisme blozende kop en zijn verdwaasde prietpraat kan een De Wever zich geen betere tegenstander dromen. Doe zo verder, Somers, u bent op de juiste weg !

Reacties zijn gesloten.