Twee memorabele ambetanteriken

Zwoernaal

Is Vlaanderen rijp voor een nieuw kritisch-satirisch magazine?

Het is een verzuchting waarmee ik mijn jongste boek over de Vlaamse media afsluit: Vlaanderen heeft dringend nood aan een blad/magazine dat de bakens van de vrije meningscultuur tussen Maaseik en De Panne verzet. Naast (of onder) een opiniewebstek als Doorbraak of een nieuwssite als Sceptr lijkt de tijd rijp voor een radicaal-tegendraads medium waar stoute cartoons, humor die de grenzen opzoekt, naast snedige columns en ongenadig filerende analyses het verschil maken. Het onderscheid met wat men doorgaans de mainstream media noemt, maar ook met de zogenaamde alternatieve pers die zich nabij het zwart gat van de politieke correctheid bevindt.

Sluipende censuur

journaal

Inhoudelijk ijzersterke Samizdat-literatuur…

Onze zogezegd democratische samenleving gaat gebukt onder een verregaande en nog steeds uitbreiding nemende pococratie. Daarmee wordt bedoeld een dwangregime van de politieke correctheid, waarvan de media zelf de bewakers zijn, en de openbare omroep de marktleider.

Zoals ook mijn collega-bedelaar Sid Lukkassen opmerkt, is de heilige koe van de vrije meningsuiting een quasi-dood kadaver. Journalisten en intellectuelen van allerlei slag schermen voortdurend met dat principe en roepen zichzelf haast tot martelaar van de vrije pers uit -lees De Journalist, het orgaan van de Vereniging van Vlaamse Journalisten er maar eens op na-, maar tegelijk bouwen ze voor zichzelf allerlei barrières in, zogezegd omwille van de deontologie, het fatsoen, etc. Deze barrières zijn ingegeven door groepsdenken en corporatisme, het idee dat het beroep zichzelf moet ‘reguleren’ waardoor journalisten zich bewust of onbewust aanpassen aan wat de mainstream verwacht. De redactionele hiërarchie bij de grote kranten, waaraan de inktkoelies zich onderwerpen, doet de rest. Perslui vormen op die manier een sub-establishment, een ons-kent-ons-cultuur die zachtjes in de richting drijft van de welbekende powers that be, de machtscenakels, het Wetstraatmilieu, de culturele nomenklatura, het wereldje van de opiniemakers.

Deze middelpuntzoekende beweging, uiteraard ingegeven door de zeer menselijke hang naar status, wordt door de rechtstaat zelf gefaciliteerd. Het recht op vrije pers en vrije mening is grondwettelijk verankerd, maar tegelijk zijn er allerlei beperkingen ingebouwd, die zich al evenzeer op morele waarden beroepen: tegen het racisme, tegen het seksisme, tegen discriminatie, tegen het beledigen van minderheden, overtuigingen en religiën, enzovoort. Dat zijn uiteraard sluipende censuurmechanismen waarvoor organisaties als UNIA zijn opgericht, en waardoor rechtsvervolging altijd als een zwaard van Damocles boven het hoofd van een columnist hangt.

Perslui vormen op die manier een sub-establishment, een ons-kent-ons-cultuur die zachtjes in de richting drijft van de welbekende powers that be. 

In deze dubbelzinnige realiteit kan een ‘stout’ medium niet anders dan op gespannen voet met het systeem leven. De dag dat een hoofdredacteur van zo’n blad in een gladde talkshow als De Afspraak verschijnt, is het om zeep, en het moment waarop De Standaard of De Morgen zich in lovende bewoordingen uitlaten over dat magazine, mogen we er een kruis over maken. Een kritisch-satirisch blad dat niet tenminste eens per jaar met een klacht wordt geconfronteerd, is die naam niet waardig. Het gaat dus om een dialectisch spel tussen macht en dissidentie, waarbij het de kunst van de Tijl Uilenspiegels is om het publiek aan hun kant te krijgen.

Kerken en zuilen

DeZwijger

Een Vlaamse Canard enchaîné bleek op dat ogenblik niet leefbaar…

In dat opzicht hebben twee figuren bakens uitgezet en een draad gesponnen die we vandaag misschien weer kunnen opnemen. Enerzijds Mark Grammens (1933-2017), oprichter-uitgever van het Journaal, en anderzijds Johan Anthierens (1937-2000), hoofdredacteur van De Zwijger. Niet toevallig twee generatiegenoten die in de donkere jaren ’80 van vorige eeuw naar buiten kwamen met hun project. De ene schreef zijn veertiendaags krantje alleen vol en deed dat 25 jaar lang. De andere moest er na een paar jaar de brui aan geven: een Vlaamse Canard enchaîné bleek op dat ogenblik niet leefbaar.

 

Uiteraard was er qua invalshoek en stijl een wereld van verschil tussen beiden. De immer serieuze asceet Grammens analyseerde ongenadig in een ietwat archaïsche stijl; de altijd spottende Anthierens ironiseerde en schoffeerde met een taalvirtuositeit die zelfs benoorden de Moerdijk bewondering afdwong. Journaal sprak vooral een rechts-flamingant, ouder publiek aan, De Zwijger had eerder een jonger, links-vrijzinnig lezersbereik.

‘Linkse’ of ‘rechtse’ humor zijn gewoon vormen van slechte humor, het komt er net op aan alle ideologische loopgraven te overstijgen.

Die tweedeling is jammer en onterecht, het typeert het Vlaamse kerken- en zuilensyndroom. Mark Grammens was overigens een ’68-er, maar dan van het soort dat zich niet liet mee glijden in de lange mars door de instellingen. Johan Anthierens kwam uit een Vlaams-nationalistisch nest maar evolueerde tot de compromisloze rebelse sarcast die na De Zwijger nauwelijks nog werk vond wegens zoveel tegen de schenen gestampt dat ‘vrienden’ en netwerken het lieten afweten. Daarom zie ik beide figuren als complementaire modellen voor een Vlaams kritisch-satirisch medium dat het vuur aan de schenen legt van al wie in Vlaanderen iets betekent, rood, groen, blauw, geel, maakt niet uit.

Ook al vond De Zwijger vooral gehoor bij een links-progressief publiek, Johan Anthierens besefte heel goed dat hij ook dat publiek een uilenspiegel moest voorhouden en elke levensbeschouwelijke comfortzone diende op te geven. ‘Linkse’ of ‘rechtse’ humor zijn gewoon vormen van slechte humor, het komt er net op aan alle ideologische loopgraven te overstijgen. Een blad als Pallieterke neemt in dat opzicht geen enkel risico en richt zich sinds zijn ontstaan tot een rechts-nationalistisch nichepubliek. Op zich is daar niks mis mee, behalve dat satire er zichzelf mee kortwiekt, het eindigt als een echokamer van gelijkgezinden.

Samizdat

De voorbeelden van Anthierens en Grammens tonen daarbij aan dat echte kritiek en satire in Vlaanderen tot op heden altijd eenmansprojecten zijn geweest van caracteriels met een sterk gemotiveerd publiek, maar al bij al vrij eenzaam. Dat is in Nederland niet zo, het is een typisch Vlaams fenomeen. Ze behielden de status van struikrovers die als het ware – zoals bij Grammens- in de achterkeuken met hun vrouw het krantje plooiden, in een omslag staken en postzegels plakten.

Dit amateurisme is sympathiek maar op de duur ook uitputtend: je hebt wel degelijk een structuur, een back-office, degelijke distributiekanalen en een stevig financieel model nodig om echt die luis in de pels te worden die geen enkele politicus of culturo wil hebben. Waarbij de centen moeten gezocht worden bij geldschieters, donateurs, lezers (uiteraard), maar vooral niét bij officiële subsidiekanalen of allerlei ‘fondsen’. Ik merk dat iedere keer als ik een lezing geef rond mijn mediaboek: de Vlamingen hebben het gehad met de hypocrisie van de weldenkendheid. Er is geld, er is goodwill, er is talent, er is hang naar straffe satire, er zijn tekenaars en columnisten die de sprong willen wagen.

We moeten ons voorbereiden om een toename van de censuur, o.m. via nieuwe EU-restricties op het vrije internet, daarom is een ‘papieren’ editie belangrijk.

Dat neemt niet weg dat een radicaal kritisch-politiek medium, dat niemand graag heeft maar toch iedereen wil lezen, een zeker Samizdat-gehalte moet hebben, een woord dat verwijst naar de clandestiene dissidente pamfletten in de voormalige Sovjet-Unie. We moeten ons voorbereiden om een toename van de censuur, o.m. via nieuwe EU-restricties op het vrije internet, daarom is een ‘papieren’ editie belangrijk. Wat vandaag nog vanzelfsprekend lijkt, is het morgen niet meer. Met een digitale én een papieren poot kunnen we daarop anticiperen: misschien wordt dat gazetje dat ‘onder de toonbank’ wordt verkocht en clandestien van hand tot hand gaat, wel de laatste vluchtheuvel van de vrije menuingsuiting, en was Grammens in dat opzicht profetisch.

De Vlamingen hebben door de geschiedenis heen geleerd om hun lach- en sluitspieren te beheersen, hun kak in te houden zoals het spreekwoord zegt. Onder Jambon-I en straks Di Rupo zoveel mag het wat meer zijn. Tijd om met de erfenis van twee memorabele ambetanteriken echt iets te doen.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

18 reacties op Twee memorabele ambetanteriken

  1. Yvo G zegt:

    Dit is nog eens een tekst met knoken, vet en een stevig ruig vel, geschreven door de erfgenaam/opvolger van twee van mijn overleden idolen erin vermeld, en zet er Maurice De Wilde ook maar bij. Goed zo, heer Sanctorum, u bent goed bezig om u een weg te banen naar de status van “formidabele ambetanterik”. Ik had graag de ongekuiste versie gelezen voor de censuurkam door de zogenaamde alternatieve pers die zich nabij het zwart gat van de politieke correctheid bevindt.

  2. siegfried verbeke zegt:

    “Een kritisch-satirisch blad dat niet tenminste eens per jaar met een klacht wordt geconfronteerd, is die naam niet waardig.” Zo’n blad zie ik voor morgen nog niet verschijnen.
    Mark Grammens was destijds de enige journalist die mijn recht op vrije meningsuiting (inzake het holocausttaboe) heeft verdedigd. Toen ik op Doorbraak een recht op antwoord wilde plaatsen (nadat ik door Benno Barnard was aangevallen in verband met historisch revisionisme) werd ik door de hypocriet en lafaard Piet Bauwens op de zwarte lijst gezet. Dat is u trouwens onlangs ook overkomen, maar Piet Bauwens is toen door het protest van talrijke lezers door de knieën gegaan.
    Overigens is de beperking van de vrije meningsuiting door de Verenigde Naties dusdanig scherp gesteld, dat de anti-revisionisme-wetgevingen in 15 Europese landen in feite onrechtmatig zijn. Zie General Comment nr. 34 on freedom of opinion and expresion – Human Rights Committee of the United Nations). Op dit ogenblik heb ik bij het gerecht de eerste stappen gezet voor de afschaffing van deze wet in België.
    Voor het overige maak ik mij geen illusies.

    • Yvo G zegt:

      Bauwens’ plat opportunisme heeft me doen besluiten, om Dorbraak op mijn zwarte lijst te zetten. Voor mijn part kan hij, samen met zijn censoren, in het zwarte gat van de politieke correctheid verzwinden.

  3. rony stokart zegt:

    Hypokriet en lafaard, deze twee woorden passen niet voor Pieter Bauwens. Moet minstens “doortrapte hypokriet en vunzige lafaard” zijn. En dan nog is het te zwak om dit soort onbenul naar waarde(?) te beschrijven.

  4. XOXOXOX zegt:

    Een satirisch blad in Vlaanderen?
    Welnee !

    A. Vlamingen hebben (algemeen genomen) nu eenmaal geen gevoel voor satire. Grotendeels te wijten aan het eeuwenlange gebrek aan literaire en andere cultuur. Het niveau van Vlaamse humor overstijgt dientengevolge niet dat van Jaques Vermeire, Philip Geubels, Geert Hoste of Urbanus, inderdaad… van Anus. Het moet altijd braaf zijn… en vooral ongevaarlijk. De basisregel om Vlamingen te laten lachen is: De humor moet dommer zijn dan het publiek. Om spitante humor en venijnig vileine politieke satire te schrijven met een pen gedrenkt in vitriool, moet zowel de schrijver / performer als het publiek een zekere belezenheid en intelligentie vertonen. Ziedaar het probleem in Vlaanderen. Zie: Vtm, Gert late night etc.

    B. Een blad? Bedrukt papier? Excuus? Johan toch?! Dat is zo 19de eeuws! Bedrukt papier is voor oude mensen en die gaan op middelkorte termijn toch allemaal dood. Dus who the fuck cares? Men denkt toch niet dat er ook maar iemand onder de 30 nog een magazine koopt of leest??? De jeugd heeft de toekomst en de jeugd bereikt je met het medium video en instagram. Dus koop een camera of neem je smartphone en post je politieke tirade gespeend met een dosis bijtende humor. Die humor is zeer belangrijk, want als je een vlog beperkt tot enkel politieke video rants, dan verzeil en verzand je al snel in een saai en deprimerend moralisme. Kwestie is dus de lachers op je hand te krijgen. (aan uitingen van tig jaren opgebouwde Vlaams Nationalistische frustraties heeft niemand behoefte) Tenslotte, links heeft ABSOLUUT geen humor, dus de markt ligt open! Maarja, ook Vlaams Nationalisten houden niet van kritiek. Toch is Vlaamse zelfkritiek is brood (en spelen) nodig! Zoiets als een baguette, maar dan anaal geïmplementeerd.

    C. Als je politieke figuren hebt als: Ben – Kuifje – Weyts, Jean Hesp, Wouter de koster Beke, Meyrem de groene olifant Almaci, kleuterjuf Gwendoliene Trutten en Elio (di Roepi roepi penito in di poepi)… en er is in Vlaanderen niemand die daar iets humoristisch mee kan doen… dan wijst dat op een gebrek aan talent in Vlaanderen. En niets anders. Dus, kijk eens in de (Tijl Uilen-) Spiegel.

    D. Is het niet opmerkelijk dat er overal politieke vloggers zijn, de ene al beter dan de andere, maar dat Vlaanderen zoals gewoonlijk weer achterblijft (en achterlijk blijft – nee, kon het niet laten, niet sorry!) en dus zijn kop uit zijn eigen aars moet trekken?

    E. De impact en de reikwijdte van video is ook veel groter (en gratis voor de consument / kijker) dan bij het te kopen bedrukt papier. Tenslotte is één (1) goed gemaakte politieke satire en / of humoristische maatschappij kritische video veel effectiever dan 1000 droge artikels op het zout en peperloze Doorbraak(sel), die toch maar door een, in aantal, marginaal niche publiek van oude witte en grijze fossiele mannelijke cisgender Vlamingen gelezen worden.

    • “Zondag met Lubach” is leuk (nog veel te braaf (naar mijn smaak – en te links, tja, VPRO) maar zelfs dat niveau haalt Vlaanderen niet. Dus Southpark blijft een aanrader inzake humor en maatschappijkritiek. Zoals Mr. Garrison als president zei: Fuck ‘em all to death !

    De monarchie – Zondag met Lubach (S02)
    (Ik zie de links verkalkte VRT / en de hersendode VTM zoiets nog niet maken / uitzenden)

    De ideale wereld (VRT).
    Tja, een verdienstelijke poging, teveel cliché, dus moet nog veel harder en stouter.

    • siegfried verbeke zegt:

      Bedrukt papier heeft toch het voordeel dat het blijft, terwijl de nieuwe sociale media vervlogen zijn nog voor men ze uitgelezen heeft.

    • Genoeg Kontdraaierij zegt:

      “Ben – Kuifje – Weyts, Jean Hesp, Wouter de koster Beke, Meyrem de groene olifant Almaci, kleuterjuf Gwendoliene Trutten en Elio (di Roepi roepi penito in di poepi)… ”

      Penito in di poepi? Ben jij 12 jaar oud of zo? Met jou soort kunnen we na de revolutie ook niets aanvangen.

      Overigens kunnen digitale media makkelijker gecensureerd worden dan papieren publicaties, nl. door derde bedrijven die hen technische infrastructuur beheren (aanbieders van ddos bescherming, webhosts, domeinregistreerders) onder druk te zetten via mediahetzes en Facebook- en Twittermeutes. En indien je de publicatieplatformen van techreuzen genre Facebook, Twitter, Instagram (maar ook WordPress, wat Sanctorum momenteel gebruikt om dit blog te hosten) gebruikt zit de kans er dik in dat je zelfs pro-actief gecensureerd wordt. Al wat ingaat tegen de pococratische positiviteits- en leukheidsimperatief wordt namelijk gezien als “trolling” of “lastigvallen” en kan van de ene dag op de andere verwijderd worden. Veel van die publicatieplatformen anticiperen trouwens dat ze de facto monopolisten zullen worden of blijven, wat een goede relatief met de links-neoliberale politiek zeer belangrijk maakt om niet in het vizier van de mededingingsautoriteiten te komen. De huidige relatie is gebaseerd op een impliciet begrip dat de politiek zich niet moeit met de platformen, op voorwaarde dat de platformen er pro-actief voor zorgen dat enkel politiek correcte meningen er vertegenwoordigd kunnen worden.

      • Yvo G zegt:

        En wat meende je dan na de revolutie aan te vangen? Heeft u al een plan om een selectie door te voeren? Ik ben zestig jaar ouder dan 12 en vind het een goeie omschrijving van mijn gevoel van walging als ik strikbrilletje zie paraderen. Draaikonterij is ook een goeie omschrijving. Dat is nu een illustratie van een gebrek aan humor, in mijn ogen. Maar soit, de rest van je post klopt inderdaad als een bus, helaas.

  5. Yvo G zegt:

    Wow, chapeau!
    Dat is duidelijk, in woord en beeld.
    Dankjewel voor de (mij nu bekende) Lubach, het ideale kampvuur is al niet om aan te zien.
    En het ergste, u heeft helemaal gelijk.
    Nec plus ultra!

  6. Joost zegt:

    Ik zou graag in de voetsporen van mijn vader zaliger treden. Mijn vader was één van die weinigen die een abonnement op De Zwijger had genomen en die dus ook zijn geld kwijt was toen De zwijger ophield te bestaan. Ook ik dus ben wel bereid wat geld te steken in een gelijkaardig initiatief, met in het achterhoofd dat ik het waarschijnlijk ook kwijt zal raken. Maar kom, wie niet waagt niet wint.
    Wat me opvalt is dat het hier wel het afvoerputje lijkt van de malcontenten en de rancuneuzen. Wie niet zuiver in de leer is – Pieter Bauwens om hem bij naam te noemen – wordt verketterd. Nu was het ik ook niet eens met het gedoe rond de mensapen column. Ook ik vond ik dat Bauwens wat meer principe had mogen tonen. Maar dat neemt niet weg dat die man mijn respect verdient om Doorbraak uit te bouwen tot wat het nu is. Bauwens is niet de vijand maar een medestander waar ik van mening kan verschillen. Dankuwel Bauwens, en ook, dankuwel Sanctorum voor broodnodige tegengewicht.
    En o ja, voor ik het vergeet: siegfried verbeke is een lul.

    • rony stokart zegt:

      Niet mijn vader, niet mijn moeder, maar ikzelf had een abonnement op De Zwijger, maar om te zeggen dat ik daar “mijn geld ingestoken had…”? Johan Anthierens, DIE had daar zijn geld ingestoken, en niet alleen zijn geld. P. Bauwens vergelijken met J.A is een belediging voor alles waar J.A. voor stond en postuum voor staat. Anthierens was géén lafaard. P. Bauwens is dat wel. En dan nog een schijnheilige. Van dat soort “medestanders” beware mij de goede ouwe Allah (of een van zijn spitsbroeders).

  7. Anoniem zegt:

    Ook ik was mijn centen kwijt….En ik denk dat De Zwijger in de verste verten niet kan worden vergeleken met Doorbraak. Sanctorum trouwens ook niet, de andere Johan zou hem hebben beaamd. Doorbraak is op drift, en niet in de richting die strookt met mijn opvatting over kritisch. Ik acht Bauwens daarvoor verantwoordelijk, om bovenvernoemde reden lees en steun ik doorbraak niet meer. Visionair België is en schrijft consequent. Oh ja, voor ik het vergeet, Verbeke is een mens. Wat in uw onderbroek zit, dat is een lul, die van uzelf nog wel. Mijd verwarring, inspiratie tijdens het plassen is toch meestal banaal.

    • Joost zegt:

      Als ik in alle dorpscafés ruzie heb gemaakt en uiteindelijk met de querulanten in het laatste café aan de rand van het dorp eindig dan is het misschien het moment gekomen om eens in eigen ziel te kijken. De volgende stap is nml. dat ik zit te mokken in mijn eigen keuken.

      • Yvo G zegt:

        Komaan Joost, het leven is te kort om te verspillen aan het mokken. Tenzij je een grote mok koffie bedoeld, dat is heilzaam na een zatsel.

  8. Yvo G zegt:

    GVD, dat komt ervan als je te snel op ‘reactie plaatsen’ klikt. Staat daar een levensgrote spelfout te blinken, ik schaam me dood!

Reacties zijn gesloten.