Louis Tobback, of het heimwee naar de Teletubbies

De meeste politici schrijven hun columns en boeken niet zelf maar laten ze schrijven door wat men noemt een ghostwriter. Snelheid en behapbaarheid zijn een vereiste. Liefhebbers kunnen hiertoe contact op nemen met ondergetekende. Schaars zijn de politieke literatoren die helemaal eigenhandig hun zielenroerselen wereldkundig maken, het resultaat is meestal saai tot tenenkrullend. Louis Tobback koos voor een tussenoplossing: hij liet zich interviewen door ene Jan Lippens en doopte het boek Dwarsgedachten.

Dat klinkt goed, maar dwars zijn de gedachten van Louis niet echt, hoogstens voor de partij waartoe hij behoort en die hij met lede ogen ziet afkalven van de aloude machtspartij, het koninginnenstuk van een brede zuil, tot een kiesdrempelgebeuren. Vlaanderen is klaar met het socialisme en de gewezen staatsman wordt er niet vrolijk van. Dat levert een reeks leuke gedachtekronkels op en dito oneliners die meer zeggen over de bedenker dan over het onderwerp. Zoals daar zijn:

Dries Van Langenhove is een neonazi, de N-VA-top ook ondanks het jodengefleem, de SP.a moet weer SP worden en roder, de kerken zullen weer vol lopen als de mis weer in het Latijn wordt opgedragen, De Standaard is een flutkrant die schrijft wat ze denkt dat de lezers willen lezen, de kans op Vlaamse onafhankelijkheid is nul, de Oosterweelverbinding is een typisch voorbeeld van wanbestuur, … het zijn maar enkele van de dwarsgedachten die Louis Tobback verkondigt. Is dit nu echt het politiek testament van een oude staatsman, of is het weer een verzameling toogpraatjes van een krokodil die in de marge graag nog wat mediavoer opdist? De twee eigenlijk.

SP.A en VB

teletubbies

De Teletubbies in hun glorietijd

Dat de SP.a een partij van semi-corrupte parvenu’s is geworden, zoals de Waalse zusterpartij overigens, die vooral de statussymbolen ambiëren van de gehate kapitalistische maatschappij, ja, dat zit Louis hoog. Denken we maar aan de Gentse burgemeester Termont en de champagnefuiven aan de Azurenkust met veel schoon volk uit de banken- en immosector. Een fenomeen waaraan ook zoon Bruno een niet geringe bijdrage heeft geleverd, zie de iconische foto waarop Tobback junior vol trots op zijn bootje poseert.

Maar er worden ook dingen gezegd die niet kloppen en waarvan Louis Tobback dat ook heel goed weet. Bijvoorbeeld zijn ‘analyse’ dat de SP.a veel stemmen is kwijt gespeeld aan de liberalen, waartoe hij ook de N-VA rekent-, dat neemt toch niemand ernstig? Alle politicologen van links tot rechts zijn het erover eens dat het Vlaams Belang een flink deel van het socialistische kiezercorps heeft overgenomen. Dat was begin de jaren ’90 al zo sinds de ‘zwarte zondag’. Het VB geraakte na 2000 op de sukkel net door te weinig aandacht voor het sociaal verhaal, en is er nu weer helemaal terug. Dankzij die sociaal-linkse koers die Van Grieken uittekende, maar vooral ook door het standpunt rond migratie en (het gebrek aan) veiligheid, waar de salonsocialisten hun neus voor ophaalden.

Waarom zegt Tobback dat niet? Omdat hij het VB de waarheid niet gunt en die partij tot in het diepste van zijn merg haat, net omdat ze zijn vijver hebben leeggevist. Dé quote echter die blijft hangen, is de remedie die Louis naar voor brengt om zijn partij uit het slop te halen: ‘Geef ons een nieuwe Steve Stevaert en we halen weer twintig procent.’ Sorry Jinnih Beels, niet goed genoeg. Wijven moeten niet zoveel complimenten maken, zoals een andere socialistische voorman zich ooit liet ontvallen. Wellicht onbedoeld gaat Tobback met zijn uitspraak naar de kern van het socialisme.

De zaak Van Houtte

Roger Van Houtte: te kritisch voor Stevaert

Robert alias Steve Stevaert, in zijn glorietijd ook bekend als Steve Stunt en zelfs god, betrad als protégé van Willy Claes in 1982 de politieke arena en werd al gauw de promotor van de gratispolitiek. Lees: belastinggeld op straat uitstrooien. Met Johan Vande Lanotte, Frank Vandenbroucke en Patrick Janssens vormde hij een kwartet genaamd De Teletubbies die het gezellige socialisme voluit in de etalage zetten als drijvende kracht van de paarse belofte- en perceptiepolitiek. Het Hasseltse thuisnetwerk waartoe naast de Claes-clan o.m. ook Noël Slangen en Pukkelpopbaas Chokri Mahassine behoorden, vormde een stevige back-up voor die vrolijk-gezellige stadsideologie die alle gistende samenlevingsproblemen onder de mat probeerde te vegen. Hasselt was het laboratorium van die gezelligheidsideologie: Steve had alle partijen meegenomen in de coalitie en het VB voor dood verklaard. Daarmee was de oppositie opgeruimd en heel Vlaanderen applaudisseerde voor deze stunt der stunten.

Achter de steeds minzaam monkelende burgemeester verschool zich een poenschepper die mandaten naar hartenlust cumuleerde, zich als Vlaams parlementslid in die instelling maar zelden liet zien, en verder zaken en zaakjes bedreef in de horeca, schimmige havenbesturen in Vietnam of Cuba, verzekeringsmaatschappijen en financiële instellingen. Dat werd nog allemaal met de mantel der liefde bedekt, onder het verhaal van de volksjongen die zich had opgewerkt.

Maar Steve was niet meer te stoppen in zijn ambitie om Vlaanderen gezellig te maken en duldde geen tegenstand of kritiek. Hij ontpopte zich als een Machiavellist die tegenstanders genadeloos uitschakelde, ook journalisten die zich te kritisch over zijn persoon uitlieten. Het bekendste voorbeeld is de liquidatie à la Poetin van GvA-journalist Roger Van Houtte in 2008, die al in 2003 door Stevaert werd geviseerd omwille van zijn te kritische columns over de Antwerpse SP.a en toenmalig burgemeester Patrick Janssens. Roger Van Houtte lag onder meer mee aan de basis van de geruchtmakende Visa-affaire. Stevaert had via de familie Baert, eigenaar van Concentra, een stevige vinger in de pap van die krant. Van Houtte moest en zou gaan. Zijn ontslag werd officieel niet gemotiveerd maar hulde zich in een sfeer van verdachtmakingen, als zou hij bijvoorbeeld banden met het VB hebben gehad. Toen een doodzonde.

Dat verhaal wordt gedetailleerd beschreven in het hoofdstuk ‘Voltooide Zuivering’, onderdeel van het door Frank Thevissen en mezelf uitgegeven boek ‘Media en Journalistiek in Vlaanderen’ (2009). Het verdere traject van Steve Stevaert is bekend, het eindigde in het Albertkanaal omwille van een nakend proces wegens verkrachting. Vrouwen waren zijn zwakke plek en ‘hoogmoed komt voor de val’, zoals een van zijn favoriete spreuken luidde.

Socialisme en corruptie

Een gezellige tiran

Dat is allemaal niets nieuws, ik geef het maar mee als context voor de bewering van Louis Tobback dat de Vlaamse socialisten een nieuwe Stevaert nodig hebben, terwijl de erfenis van de oude nog niet is verteerd. Het is een pijnlijke illustratie van het feit dat er misschien wel iets mis is met het socialisme op zich, als beweging die de zogenaamde kleine man vooral klein wil houden zodat de partij annex de vakbond hun vleugels helemaal kunnen spreiden over deze armzalige sukkels. Het egalitaire-humanistische parool maskeert de frappantste vorm van bevoogding. De kleine man/vrouw vindt steun in het partij-apparaat maar moet zich ook onderwerpen, een logica die onlangs treffend tot uiting kwam in het verhaal van de PvdA die haar militanten afperst en dwingt tot loonafstand.

Iedereen is gelijk, maar er moet een offer gebracht worden aan de halfgoden die de gelijkheid verdelen en met gouden polshorloges gaan rondlopen. Effectief, onvermijdelijk nestelt er zich in de top en subtop een gulzige elite die haar eigen sociale en financiële privileges met hand en tand verdedigt, in corrupt vaarwater terecht komt (van Claes en de Agusta-affaire tot Termont en Optima), maar ook de media graag ziet als gedweeë verlengstukken van haar agenda. Zie de greep die de partij lang heeft gehad over de Vlaamse openbare omroep als ‘rode burcht’.

De kerndynamiek van het socialisme is dus zeer ambigu, het is een ideologie die de corruptie en het machtsmisbruik als het ware in haar DNA heeft. Steve Stevaert was daar de perfecte exponent van: een gezellige tiran. De roep om deze dubieuze messias, die door de modale Vlaming eigenlijk al lang de woestijn is ingestuurd, illustreert hoe barstig de ideologische ondergrond van oude iconen als Louis Tobback wel is.

Zijn politiek testament beweegt zich in de schemerzone tussen paternalisme, arrogantie van de ex-potentaat, rancune van de verliezer, en heimwee naar oude recepten. En uiteraard misprijzen voor de Vlamingen die weer allemaal fout hebben gestemd. ‘Met hun darmen’, zegt hij in een ander interview. Terwijl gezondheid toch begint met een goede ontlasting. Excuses voor deze bruine epiloog, er zijn nu eenmaal boeken die de darmtransit geweldig stimuleren.

‘Dwarsgedachten – Louis Tobback in gesprek met Jan Lippens’, Uitgeverij Polis, 240 blz, 978-94-6310-401-2, €22,50.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

2 reacties op Louis Tobback, of het heimwee naar de Teletubbies

  1. Ger Deltour zegt:

    Er moet nog veel meer aan het licht komen over degelijke arrogante zakken in de Belgische politiek. Bedankt om dit te delen.

    Mvg.

    >

  2. Eric zegt:

    Ach, de socialisten. Hun zwanenzang is niet om aan te horen, het lijkt meer op gekrijs van varkens die weten dat hun einde in zicht is (en ik heb niks tegen varkens, met die intelligente dieren heb ik medelijden, maar de domheid van de drie laatste generaties socialisten kan enkel afschuw, verachting én leedvermaak bij het aanschouwen van hun ondergang opwekken). Als ze konden zouden ze een speciale vorm van democratie invoeren waarbij elke stem voor een socialist dubbel zou tellen, want als een socialist gelijk heeft heeft hij dubbel gelijk, terwijl anderen maar gewoon gelijk kunnen hebben (dat Lowieke niet zelf op deze oneliner gekomen is bewijst dat zijn spindoctor niet deugt). Ik zou zeggen: kruip in uw graf, Lowieke, het wordt tijd, zowat iedereen is u beu en degenen die u niet beu zijn zijn afvallig en maken zich gereed om zelf een kortstondige glanscarrière in gebakken lucht te beginnen (Conner Rousseau, schoon smoeltje, verder niks).

Reacties zijn gesloten.