Ignaas zal niet zwijgen ! (Wij ook niet)

Gisteren nog eens naar De Afspraak gekeken omdat de afwas bleef staan en ik stomweg vergat de televisie af te zetten. Elke keer wordt mijn visie op dat programma, zoals ik het uiteenzette in ‘Na het journaal volgt het nieuws’, bevestigd. De Afspraak is en blijft een format waarin Bart Schols de minzaamheid cultiveert en onverdroten steeds dezelfde opiniemakers uit zijn fichebak plukt die zeggen wat er moet gezegd worden. De inhoud van dit soort talkshows borrelt niet op in de livestudio tijdens het gesprek, maar wordt vooraf in de redactielokalen geëlaboreerd volgens bepaalde scenario’s. Verrassingen uitgesloten, geeuw.

Zo hoorde ik vanuit de keuken Christoph D’Haese (N-VA) zich dadelijk tot held van de vrije meningsuiting promoveren, omdat hij het een paar maanden geleden had opgenomen voor het recht op carnavalshumor in de kwestie van de praalwagen met Joodse haakneuzen. Hij kreeg zowaar de tranen in de ogen van fierheid, wij ook, weliswaar van het lachen: D’Haese is als Aalsters burgemeester ideaal gecast, men ontwaart altijd een grote gekleurde pluim die van achter oprijst. Mijn bedenking: als ‘stoute’ humor alleen in carnavalstijd mag, dan hebben wij zeer dringend een Vlaamse Charlie nodig die dat een heel jaar door beoefent.

Dat was echter maar een opwarmer. De echte martelaar van de democratie kwam aan het woord in de persoon van Ignaas Devisch, professor filosofie en ethiek aan de Ugent. Hij maakt zich zorgen over de intimiderende stijl van groupuscules als Schild en Vrienden, en merkt dat sommige van zijn collega’s de sluitspieren dicht knijpen, hun woorden wikken en wegen uit schrik voor haatmails en dies meer. Maar Ignaas is van geen kleintje verveerd. ‘Ik zal niet zwijgen’, roept de professor, ‘het gaat om de integriteit van mensen, de dood is geen gratuit woord’.

Een drol in de brievenbus

huisallochtoon

Wel dappere Ignaas, u moet niet zwijgen. Ik vind het zelfs bizar dat een intellectueel van uw status er ook maar aan denkt van zich de mond te laten snoeren omwille van een paar haatmails. Ik steun u helemaal als ervaringsdeskundige. Ik krijg ze ook, die haatmails en sporadische bedreigingen van mijn integriteit, meestal anoniem. Ik zit evenwel niet in de comfortabele positie van professor ethiek, werkend en levend onder een academische schelp, die op het vaste lijstje van Schols-invités voorkomt.

Ik word daarentegen al jaren gemeden als een pestlijder in academische middens omwille van mijn standpunten die niet altijd conform de standaarden van de weldenkendheid zijn. En weet u wat? Het kan me geen fluit schelen, het is eigenlijk hun probleem. Zolang professor Devisch maar niet denkt dat hij de hete kastanjes uit het vuur haalt. Idem dito voor de zogenaamde mainstream media die blijkbaar eendrachtig besloten hebben om geen opiniestuk van ondergetekende te publiceren. En met mijn lezing over de Vlaamse media ben ik overal welkom behalve in het officiële circuit van de cultuurcentra. Daar werken best wel sympathieke jongens en meisjes, maar er heerst, heb ik gemerkt, jawel, een soort angst om een filosoof binnen te halen die niet goed ligt in de pococratische middens. U hebt het goed gelezen: angst. Af en toe is er dan toch eens eentje dat zijn nek uitsteekt en Sanctorum programmeert, en dan wordt het ook met klamme handjes en droge keel als een heldendaad gepresenteerd.

Hetzelfde door links gestuurd poco-klimaat regeert op de universiteiten, onder andere deze waar u les geeft, professor, het is een fenomeen dat u vast niet onbekend is en overgewaaid komt uit de VS: proffen én studenten die andere academici en sprekers de toegang tot de unief ontzeggen omdat hun meningen ‘te confronterend’ zijn. Dreigende broodroof voor wie niet meegaat in deze pensé unique. Een sluipende (zelf)censuur die zich meester maakt van een ruimte waar de vrijheid van het woord heel breed zou moeten beoefend worden: u zult het met mij eens zijn, en ik herhaal uw woorden uit De Afspraak van gisteren: ‘Dit kan niet, dit is absoluut ontoelaatbaar in een democratie’.

Desalniettemin zal ik niet zwijgen en ervaar ik de omerta van de academische bubbel, de cultuursector en de media als een bevestiging van het vermoeden dat wij wel formeel in een democratie met vrije meningsuiting leven, maar dat in de realiteit vooral de zogenaamde opiniemakers, de geconsacreerde meningen van een elite, de echokamer bevolken. ‘Op het scherp van de snee’? Komaan, u verschijnt in uw smetteloos witte pak alleen in debatten tussen min of meer gelijkgezinden, en wel om de hierboven vermelde reden.

Ik ben niet de enige, we vormen ondertussen een clubje van niet-zwijgers die de alternatieve media, netwerken en uitgeverijen opzoeken om de omerta te ontlopen. Wij weigeren dit weliswaar als een ‘normale orde’ te aanvaarden, om nogmaals uw woorden, professor, te gebruiken, maar we hebben zo onze eigen strategieën ontwikkeld en amuseren ons. We hebben ons om zo te zeggen aangepast aan de abnormaliteit van de pocodictatuur omdat kniezen niet helpt, een gezonde dosis humor en ironie daarentegen wel. Bovendien, maar dat is nu strikt persoonlijk, impliceert een Voltairiaanse attitude zelfs dat je bepaalde mensen boos maakt, en dat een drol in je brievenbus het einde van de wereld niet is. Zie het als een flauwe grap en haal de kuisemmer boven. Ook die zogenaamde doodsbedreigingen, ach, vergeleken met echt geweld dat toch meestal uit een bepaalde hoek komt, behoort dat soort mails en twitterposts tot de folklore van het internettijdperk. Ik heb er zelfs een speciaal mapje voor aangemaakt, getiteld ‘fanmail’.

Ziezo, we hebben weer eens de kans niet benut om te zwijgen. Ooit moet dat lukken, eens ingetreden in de Orde der Cisterciënzers van de Strikte Observantie te Westvleteren. Ook geen normale orde.

Na het journaal volgt het nieuws, het boek en de lezing: voor meer info klik hier.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .