Delphine Boël, de houtworm in het Lakense meubilair

DG_151114_DELPHINE_BOEL_9Ze beweert dat ze zeker de monarchie niet wil ondergraven, maar dat is zoals de duivel zegt dat hij niet bestaat: Delphine Boël is wel degelijk de houtworm in het Lakense meubilair. Deze vrucht van een buitenechtelijke relatie tussen Albert II en barones Sybille de Selys Longchamps (ex van de steenrijke industrieel Jacques Boël, wiens naam Delphine dus draagt) eist dat Albert haar als zijn dochter erkent, en zet deze eis kracht bij via een artistiek parcours waar ironie en sarcasme de boventoon voeren in een radicaal statement. U begrijpt onze sympathie. Voor mij verdient ze dan ook de titel van Doorbraak-persoon van het jaar, al twijfelde ik tot op het laatste moment om de zopas overleden Jean-Pierre Van Rossem de palm te geven, omwille van diens historische ketterij bij de eedaflegging van Albert II (‘Vive la république!’), toevallig dus de vader van Delphine.

Drie Doorbraak-bijdragen heb ik ondertussen aan deze merkwaardige dame gewijd, telkens met twee jaar interval. Een eerste keer kwam ze in mijn vizier toen ze haar natuurlijke vader voor het gerecht daagde met een eis tot erkenning (Delphine Boël als fin-de-régimeverschijnsel?, 25 sept 2014). Toen al had Albert op zijn Mitterrands kunnen zeggen ‘Et alors?’, maar daar is hij gewoon te dom voor, en zijn echtgenote Paola te rancuneus.

Dat brengt ons op de echte clou in deze koningsklucht: de onbeschrijflijke haat die Alberts echtgenote koestert jegens de liefdesvrucht van Albert en Sybille, en die ongetwijfeld de reden is waarom Albert niet mag zeggen wat iedereen al lang weet. De hooghartige Paola Ruffo di Calabria, die nooit één woord Nederlands over haar lippen kreeg, weet namelijk zelfs niet wat het woord liefde betekent en wil haar stiefdochter gewoon de wereld uit. Een complotpiste die Mario Danneels uit de doeken deed in zijn berucht geworden Paola-biografie uit 1999. Dat sneeuwwitjescomplex kreeg in Doorbraak zijn beslag via een tweede beschouwing (Delphine Boël, soapfiguur of splijtzwam?’, 26 okt 2016).

Beide titels eindigen op een vraagteken, maar het derde stukje, De ontbloting van de troon’ (8 nov 2018) had ik met een uitroepteken kunnen inleiden: ja, Delphine Boël heeft, via een gerechtelijke beslissing die Albert II dwingt een DNA-staal af te leveren, de koning en meteen het koningshuis schaakmat gezet. Het échec straalt dodelijk af op de huidige koning Filip, wiens autistische houterigheid verklaard wordt door een afwezige scheefpoepende vader, maar die tevens dezelfde vreselijke kerstboodschappen afleest met dezelfde wollige taal waarin vooral belangrijk is wat niét gezegd wordt.

Het ontsnapte DNA

Delphine Boël

[/media-credit] ‘Predictably vulgar’

Los van deze familiale tics is de publieke sympathie voor Delphine groot, veel groter dan voor de dynastie. Een kantelmoment. Want zeg nu zelf, wat is een koning waard die hardnekkig doet alsof zijn kind niet bestaat? Het volkssentiment van de boekskens, traditioneel voorbehouden aan het vorstenpaar, verlegt zich naar de miskende bastaardprinses die, ik herhaal het, van geen republikeinse recuperatie wil weten, maar gewoon als vrouw en dochter de natuur laat primeren op het officiële protocol. Ze wil ook geen deel van de erfenis noch een titel, beweert ze toch, wat haar activisme nog meer allure geeft.

En dan zijn er die schilderijtjes. Ik gebruik het verkleinwoord, omdat deze pareltjes van huisvlijt ook bewust als miniaturen staan tegenover de pompeuze staatsieportretten en de ijdele grootspraak van de artistieke baronnen, baronessen en commandeurs die wél de gratie genieten van de Coburgs. De taal is zoals gezegd sarcastisch en concreet, niks mistigheid of flou artistique. Belgisch tricolore wordt gecombineerd met verwijzingen naar geslachtsorganen, waardoor Albert dus letterlijk in zijn blootje wordt gezet, naar het Vlaamse spreekwoord ‘de keizer heeft geen kleren aan’. Vergeet al het gladde Fabre-gedoe: zo graag hofleverancier Janneman koketteerde met Paola om zijn kevers te verkopen en aan het plafond te plakken, zozeer dwingt Delphine heel de Lakense kliek om naar onder te kijken, of ergens in de richting van de onderbuik. Einde van de hypocrisie, einde van de kersttoespraken, einde van Paola’s plannen om alles nog glad te strijken en in vrede op de Middellandse Zee te slemperen op onze kosten.

Het ontsnapte DNA van Albert II is het ultieme kunstwerk van Delphine Boël. Het zit in haar, het hangt overal, het kleeft aan al wat de bejaarde vorst aanraakt, het gebruikte zilverbestek, elke snotzakdoek. Geef toe: Shakespeare kon het zo niet bedenken. Terwijl het politieke circus verder loopt en de koning zijn raadplegingen houdt, kruipt het vorstelijke DNA verder, uit het Paleis, richting de roddelkranten en de toog. Het kruipt waar het niet gaan kan, en fluistert: ‘vive la république’ of minstens ‘f*ck la monarchie’.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

8 reacties op Delphine Boël, de houtworm in het Lakense meubilair

  1. banneling zegt:

    Om Delphine voort te brengen, heeft Albert nog wat anders dan de Kroon moeten ontbloten.

  2. geo zegt:

    Johan, Een prachtig staaltje realiteit , ze is een prachtige houtworm die de hele kliek in hun neus ziet geboord.. Proficiat !

    Mvg Ger. Deltour

    >

  3. Johan Verleye zegt:

    Ik heb toch mijn bedenkingen bij de ‘kunst’ van Delphine.

    • Christel VdM zegt:

      Te expliciet? U hoeft het niet mooi te vinden, het ging haar niet om l’art pour l’art maar om haar boodschap – zeg maar gerust een hartenkreet – erin te verwerken. Ik heb haar kunstwerken in papier-maché gezien aan de kust (Koksijde), toen heb ik er hartelijk om gelachen. Een gigantische manneken pis met een ‘B’ en een kroontje erboven op de billen, tricolore dildo’s, een tweekoppige monster met kroontjes, een troonstoel met haar naam erin verweven. En later nog eens in Antwerpen. Een lichtinstallatie met ‘Love Child’. Dat zegt genoeg.
      Wist u dat JP Van Rossem, de andere schenenschopper, ook schilderde? Ik niet, tot ik deze video tegenkwam 🙂 : https://www.youtube.com/watch?v=WjJCc8KAu8E

  4. Ines zegt:

    Sorry, haar “kunst” is Kwalitatief Uitermate Teleurstellend.

    • Christel VdM zegt:

      Haha, je hoeft niet sorry te zeggen, hoor. Als je haar kunst ‘kut’ vindt, dan is het zo. Maar ‘kwalitatief’ scoort het werk van Delphine iets hoger dan die van Fabre. Al eens beschimmelde zuilen of een museumzaal vol ongedierte (en dan bedoel ik niet die keverschilden maar larven, motten, beestjes die overal op de muren en op de vloer kropen) gezien? https://fd.nl/fd-persoonlijk/1159269/beperkt-houdbaar
      En het plaatje hierboven (predictable vulgar) of zo’n werk met ‘my familyphoto 1966-1984 met tricolore pluimen in een achterwerk van papier-maché is misschien niet fijnzinnig, maar wel een rake uppercut van de miskende bastaarddochter. Albert had maar niet zijn koninklijke fluit moeten steken in Sibylles kutje. Gelijk heeft ze.

      • Ines zegt:

        In deze historie heb ik het gevoel dat we veel puzzels niet te zien krijgen. Miskend betekent niet direct onbemind in die kringen. Tot haar 18de had ze een stabieler gezinsleven met haar ouders, Albert en Sibylle, dan de kinderen van Paola. Laurent bv. is dan wel erkend maar loopt erbij als een wrak. Zonder dat ene zinnetje in dat boek van Danneels was er was nooit een vuiltje aan de lucht geweest. Ze heeft een goede basis gehad in het leven en hoeft niet te klagen over de kansen in het leven. Nu lijkt ze een open mediaoorlog te willen uitlokken en uitvechten om haar gekwetst zelfbeeld te herstellen. Of haar kunst een therapeutisch gevolg dan wel een lucratief randverschijnsel is van dit heel mediacircus, lijkt mij niet duidelijk.

      • Christel VdM zegt:

        We weten inderdaad niet alles of hoe het precies zat tussen Delphine en Albert. Volgens de moeder Sybille (interview op tv) wist Delphine pas op haar zeventiende dat Albert haar vader is. Toen kreeg ze al te kampen met psychische problemen. In de tijd dat Albert vaak bij hen over de vloer kwam, werd hij voorgesteld als een ‘heel goede vriend’. Het moet toch wel voor Delphine een serieuze kaakslag geweest zijn, dat Albert nadien de deur dichtdeed en koudweg aan de telefoon zei : ‘tu n’es pas ma fille’. Ik zou begot niet weten wat ik in haar plaats had gedaan, maar snap haar al te goed. Kunst werd haar uitlaatklep en ze stak niet alleen de draak met de koning maar ook met de pers, die haar afschilderde als een ‘accidentje’ door humoristische werken met een duidelijke boodschap te creëren : https://www.nieuwsblad.be/cnt/g67777vl

Reacties zijn gesloten.