Gent-Tongeren: openbaar vervoer is nog altijd een beetje deportatie

deportatie

De spoorwegen zijn in België –waar de allereerste treinverbinding op het Europese continent tot stand kwam, namelijk die tussen Brussel en Mechelen anno 1835-, uitgevonden om het werkvolk na de arbeid uit de fabriek terug naar het platteland te krijgen. Kwestie dat het in de stad niet bleef rondhangen en door het socialisme zou besmet worden. Een mensentransport dus, vorm gegeven door een systeem dat vooral in zijn eigen voortbestaan geïnteresseerd was. Waarin politici, ingenieurs, directeurs en opperklerken beseften dat het volk onder controle moest gehouden worden, via een dienstregeling die de gewone man/vrouw vooral moest ondergaan.

Dat paradigma is bijna twee eeuwen later nog altijd springlevend: het spoor is niet prettig, en dat hoeft ook niet,- het is er om verplaatsingen van biomassa te organiseren, waarbij de reglementering voor veevervoer vermoedelijk strenger is. Overvolle toeristentreinen naar Blankenberge, die in the middle of nowhere stil vallen, en urenlang onder een brandende zon met gesloten deuren staan te wachten op Godot, tot het Rode Kruis waterflesjes komt rond brengen bij mensen, ook met kleine kinderen, die zowat gek worden: we kennen die verhalen allemaal en denken: oef, dank u Heer dat u mij dit lot hebt bespaard en dat ik tot de middenklasse der automobilisten behoor.

Gisteren was het weer prijs met De L36N van Gent naar Tongeren, die in de buurt van Diegem stil viel omdat de bovenleiding geen hoogspanning meer leverde. 300 reizigers, of moet ik zeggen stuks vee, in een trein zonder airco op een dag dat we 36°C in de schaduw noteerden. Niemand mocht eruit, sommigen werden misselijk van de hitte, het water kwam niet, evenmin bij de treinen die door dit defect ook dienden stil te staan. Na een uur bakken werden de deuren van het konvooi geopend en moesten de “reizigers” te voet langs de sporen naar een opvangplek vanwaar het per bus naar het station van Leuven ging, waar ze verder hun plan mochten trekken.

Natuurlijk kunnen defecten altijd plaats grijpen in zo’n netwerk, dat weet ik wel. Al was de uitleg van een panne “door de extreme warmte” toch weer een flauwe smoes die aangeeft in wat voor een lamentabele staat de infrastructuur zich bevindt. Erger nog vind ik de afhandeling en de communicatie, met het voorspelbare gelul van NMBS-woordvoerder Bart Crols als dieptepunt. De spoorwegmaatschappij vindt niet alleen dat ze zich niet moet excuseren, laat staan dat er een schadevergoeding zou aan te pas komen. Neen, ze vinden dat ze hun job goed gedaan hebben en verwachten dankbaarheid. Bovendien, en nu komt het: ander treinen zouden, door de opgelopen vertraging, niet tot de eindhalte rijden, wat nog meer gestrande “reizigers” opleverde. “Dat is een normaal procédé”, legt Crols uit. Een normaal procédé? Quid extra treinen? Een tandje bijsteken? Niet dus: het systeem is gewoon het systeem, en reizigers dienen er zich aan te onderwerpen. Het ongemak moeten ze erbij nemen, straffer nog: de tocht te voet op de sporen moge een extra stimulans zijn om de volgende keer vooral de trein niét te nemen.

Transport van Untermenschen

tweetsIn feite roept dit soort voorvallen herinneringen op aan transporten die wij met gruwelverhalen associëren: vanuit de Dossinkazerne richting Auschwitz, Dachau, Bergen-Belsen, ook niet bepaald klantvriendelijk. Sorry dames en heren, neen, u mag de trein niet uit, en neen, wij hebben hier geen airco. Water? We zullen zien, pis misschien ondertussen in uw zakdoek. Vertraging? Wees blij, het oord van bestemming wordt nog duizend maal erger.

Zo’n vergelijking klinkt cru, maar de Belgische Spoorwegen (de onze niet alleen natuurlijk) staan onder voogdij van een systeem waar de auto nog altijd de maatstaf is, en de trein meer publiek transport, iets voor Untermenschen. Moet ik nog duidelijker zijn? Openbaar vervoer is nog altijd een beetje Endlösung, een straf voor mensen die om een of andere reden niet met de auto rijden, omdat ze te arm, te dom of beiden zijn. Het beeld dat NMBS-woordvoerder Bart Crols van zijn eigen klanten heeft, is dat van een meute foute lui die niet beter verdienen dan urenlang opgesloten te worden in een ziedende wagon. Het is bovendien de ideale manier om de bevolking duidelijk te maken dat kiezen voor de trein de verkeerde keuze is, en dat het leven zoveel mooier is, ook in de file, met een stoere SUV voorzien van airco, gezellig muziekje en gekoeld drankje onderaan het dashboard.

De Belgische spoorwegbureaucratie, met zijn politieke topbenoemingen, vakbondsterreur en zijn onmogelijke (door Europa opgedrongen) heilige drievuldigheid NMBS-Holding/NMBS/Infrabel, is in de reiziger en zijn comfort totaal niet geïnteresseerd, tenzij dus negatief, bij wijze van ontrading: laat varen alle hoop, gij die hier binnen treedt. Het inferno als ultiem schrikbeeld.

Terwijl het anders kan, en zou moeten: treinreizen moet luxueus én betaalbaar zijn, zoals vliegtuigreizen, met beleefde stewards, stewardessen diepe decolletés, drankjes, en iedereen uiteraard een zitje. Ik stel het nu maximalistisch voor, maar ik ben dat lakoniek minimalisme van Bart Crols zo beu. Het vergt een andere benadering van de burger, vanwege een overheid die dienstbaarheid verschuldigd is en dan misschien ook wel respect kan afdwingen. Quod non.

Het zit dus breder, in een foute bestuurscultuur en een visie op openbaar vervoer als deportatie van mislukkelingen. De voorziene kilometerheffing voor auto’s zal niemand de trein injagen, dat is een ticket naar de onderwereld. Het is gewoon een extra belasting, opgelegd door een staat die sowieso inefficiënt functioneert en maar weinig terug geeft voor het geld dat hij int. De onnozelaars die gisteren het idee hadden om van Gent naar Tongeren te sporen, op de warmste dag van het millennium nog wel, weten er alles van.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

 

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

5 reacties op Gent-Tongeren: openbaar vervoer is nog altijd een beetje deportatie

  1. Anja Eckert zegt:

    In den sechs Jahren in Belgien habe ich hin und wieder den Zug von Brüssel nach Ostende genommen. Die Züge erinnerten mich tatsächlich an sozialistische Zeiten in Ost-Deutschland, wo ich aufgewachsen bin. Sie haben schon fast musealen Wert.
    Das Krisen-Management der letzten Tage war sicher nicht optimal. Aber gab es ähnliche Vorfälle in den super-chicken und neuen ICEs der Deutschen Bahn vor einigen Jahren. Und auch da wurde nicht adäquat reagiert, obwohl Tickets in Deutschland um einiges teurer sind als in Belgien.
    Es sind nicht nur Dumme und Arme, die Zug fahren, sondern auch umweltbewusste Bürger. Heutzutage müsste man viel eher fragen, ob nicht der Auto-Fahrer der eigentlich Dumme ist, der sich wider besseren Wissens freiwillig in den Stau stellt. Aber solange die Stigmatisierung des Bahn-Fahrens vor allem durch Intellektuelle nicht aufhört, wird sich nichts ändern.

  2. Marjorie Hoefmans zegt:

    Stockton-Darlington tien jaar eerder. Maar natuurlijk niet het Continent. Brexitaanhanger?

  3. Avermaete Paul zegt:

    Schitterend artikel, schitterend antwoord Anje Eckert, ik sponsor graag verder.

  4. Paul Vanhoovels zegt:

    Mensen van de trein laten is niet de zorg van de spoorwegen. Ik heb die sauna-toestanden ook meegemaakt. Gebrek aan verwarming in de Winter en verbod tot afzetting van de verwarming in begin mei als er hitte-dagen voorkwamen. En opende men een venstertje in die beesten-wagons dan was steevast wel een onnozelaar die bralde dat hij de tocht niet kon verdragen.
    Zijn amandelen konden er niet tegen. En een kapotte trein verlaten was “not done”.
    Tja; op beesten-wagons staan de koeien ook recht opgesloten.
    Wij hebben jaren alle dagen dus de tocht naar Auswitsch meegemaakt.
    Op mekaar geperst als haringen. En dan kon je u gelukkig prijzen als je een vrouw tegen je aangedrukt kreeg die geen bustehouder droeg waar walvisbaleinen in verwerkt waren.
    Dagen meer dan vier uur onderweg.
    Nu ja; wij hadden geen klagen.
    In Wallonië sliep het Vlaamse plebs op hooizolders boven de koeien.
    Velen onder ons zijn daar ook nog gemaakt.
    Je merkt het nog steeds.
    De meesten onder ons maken er dan ook geen probleem van dat we stap voor stap terug keren naar die zalige tijden. De stank van koeienstront werkt immers als een drug. Eenmaal verslaafd kan men hem niet meer missen.

Reacties zijn gesloten.