Zachtjes etteren de letteren

barones

Barones Mia Doornaert is door de N-VA voorgedragen als nieuwe voorzitter van het Vlaams Fonds voor de Letteren. Niet iedereen is daar blij om. Vooral ter linkerzijde wordt er gemord. Ene Bleri Lleshi, blijkbaar een collega-filosoof, heeft de deur al achter zich dicht geslagen en ook DS-columnist Marc Reynebeau heeft zijn bedenkingen. Die waren er blijkbaar niet bij de vorige voorzitter, Jos Geysels, de groene Stalinist die als voorzitter van boek.be bepaalde wie er wel en vooral niet welkom was op de Antwerpse Boekenbeurs. Kwestie van de democratie te beschermen.

Nolens

Leonard Nolens

Ach, dat Fonds is sinds zijn oprichting in 2000 een typisch voorbeeld van hoe de politiek cultuur probeert te bevoogden via een ondoorzichtige Sinterklaaslogica: wie braaf is krijgt lekkers, wie stout is niks. Het Fonds heeft zijn vaste klanten, waarin vooral dichter Leonard Nolens opvalt: al van het startjaar 2000 inde hij telkens het maximum, momenteel 20.000 euro netto per jaar. Een niet-onverdienstelijk dichter maar nu ook weer geen grensverleggend genie. Desondanks kan Nolens dankzij het Fonds full time over de velden turen en af en toe van een bundel bevallen. Ook zijn zoon David mag elk jaar langs de kassa passeren: het lijkt wel alsof dat Fonds speciaal voor de familie Nolens is opgericht. Niet dus, want ook Bart Moeyaert incasseerde de voorbije jaren telkens de volle pot. Andere ‘klassieke’ grootverdieners zijn Carll Cneut (wie?), Tom Schamp (id.) en Paul Claes (id. bis). Daarnaast weet de Nederlandse columnist/essayist Marc Reugebrink eveneens de Vlaamse literaire vetpotten te waarderen, waarbij men zich afvraagt of zo iemand niet eerder in eigen land moet gaan aankloppen voor een toelage.

Suske en Wiske in Peking

pekingDe verklaring is simpel: in de adviescommissies zetelen recensenten met een uitgebreide literaire vriendenkring, en als je daar bij hoort is je dossier al half goedgekeurd. Reugebrink zetelde overigens in 2016 zelf in zo’n adviescommissie, dat creëert toch al wat goodwill. Waarbij men zich dan nog de vraag kan stellen of deze essayist, die tot de stal behoort van grote uitgeverijen als De Bezige Bij en Meulenhoff/Manteau, plus dan nog goed betaalde columns schrijft voor o.m. De Standaard, én het land afdweilt met lezingen, wel nood heeft een een “werkbeurs”. Naar belangenvermenging ruiken ook bizarre vertaalprojecten zoals Problemski Hotel van Dimitri Verhulst, vertaald naar het Amhaars. Het wat? Ja, dat is een taal die ergens in Ethiopië gesproken wordt, een land dat geteisterd wordt door droogte, hongersnood en andere rampspoed. Gelukkig is er de Vlaamse humor van Verhulst voor tussendoor.

De leden van de adviescomissies gaan ook graag op reis. Zo wordt De Bejing International Book Fair (BIBF) jaarlijks met een bezoek vereerd, georganiseerd door de officiële Chinese Schrijversbond, een aanhangsel van de Communistische Partij die uiteraard dissidente schrijvers weert. Bezoekers worden ook op voorhand aangemaand om afstand te houden van deze niet-regimetrouwe verraders. Het belette schrijver David Van Reybrouck, ook een Fondsklant van het eerste uur, niet om zijn enthousiasme te ventileren voor deze uitwisselingsprojecten.

Dat brengt ons op de politieke dimensie van deze vriendenclub met zijn hoog ons-ken-ons-gehalte: door zijn samenstelling en werking fungeert het Fonds als een zelfbedieningswinkel van het cultureel establishment, nauw verbonden met de mainstream media, en zo helemaal ingebed in de bestaande orde. Het is zo verdomd Chinees als wat, want als je schrijvers subsidieert, subsidieer je ook ideeën, of net niet. Ik kan me voorstellen dat auteurs, die zich niet voegen naar de leefwereld van deze nomenklatura, geen enkele kans maken, van welke politieke gezindte ze ook zijn.

Deze incestueuze bedoening vloeit voort uit het idee dat de staat auteurs moet betoelagen, als waren het lakeien. Kan een dichter zich nog verschuilen achter de mist van de poëzie, dan stel ik me werkelijk de vraag of een kritische essayist zich kan permitteren van zich door de overheid en al zijn aanhangsels te laten onderhouden.

Papier hier

boekenbeursHet Vlaams Fonds voor de Letteren bevordert de afhankelijkheid van auteurs en zet zo een rem op culturele emancipatie, liberaal in de filosofische zin van dat woord. Bewust of onbewust wordt er proza en poëzie geproduceerd die beantwoordt aan de maatstaven van de commissies, stilistisch én inhoudelijk. In plaats van deze subsidieval zou men auteurs kunnen begeleiden inzake zelfwerkzaamheid, het opzetten van zgn. crowdfunding-systemen, het verwerven van materiële onafhankelijkheid. Maar dat is tegen de logica van de culturele bevoogding, andermaal: het Fonds spiegelt zich aan de Pekinese staatsbureaucratie.

Dat de linksgroene Geysels nu afgelost wordt door de hyperconservatieve Doornaert met een uitgesproken liefde voor het Belgische Ancien Régime en de monarchie, maakt in essentie weinig uit: de politieke correctheid zal verder bewaakt en uitgedragen worden door dit muffe gezelschap. Vermakelijk is daarbij uiteraard dat de partij, die nog altijd de oprichting van een Vlaamse republiek in haar statuten heeft staan, zo’n tricolore barones voordraagt. Het moet zijn dat haar rechts-conservatieve reputatie de doorslag geeft, en een progressief-republikeins elan van geen tel meer is bij die partij, maar dat wisten we al langer.

Tot slot: zouden ze bij het Fonds al weten dat het internet bestaat? Dat er misschien scribenten zijn die het papieren tijdperk achter zich hebben gelaten en als webauteur hun weg zoeken? Voor een werkbeurs moet een schrijver minstens twee boeken uitgegeven hebben bij een professionele uitgeverij en een contract voor een nieuw boek op zak hebben. Het conglomeraat van uitgevers, schrijvers en papierindustrie draait nog altijd op volle toeren, met het achterliggende idee dat iemand die intellectueel voor vol wordt aanzien, ook minstens één plank van de boekenkast moet volgeschreven hebben. Een half millennium na Gutenberg springen de papiervlooien nog altijd rond in het kabinet van Sven Gatz. Wat ons weerom tot de slotsom brengt: misschien is de beste cultuurminister helemaal geen cultuurminister.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

10 reacties op Zachtjes etteren de letteren

  1. walter maes zegt:

    Doornaert is een opportunistische geldwolvin die zich omwille van de faveurkes prostitueert voor het Belgisch establishment.

  2. Eric zegt:

    Afgezien van Doornaerts gebreken, waaronder inderdaad haar Belgicisme, denk ik dat deze zet toch een stap vooruit oplevert. Doornaert heeft in elk geval beschaving en verzet zich tegen politieke correctheid en islam (vooral omwille van het extreem-vrouwvijandige element binnen dat geloof). Het zijn zaken die men over Groene Führer Gysels niet kan zeggen. Maar wat mij betreft moet ze dit postje niet krijgen. Het postje zou gewoon afgeschaft moeten worden, samen met de hele Letterenkliek & aanverwanten. Een nietszeggende dichter – het klinkt allemaal goed bij Nolens, maar het is zo hollow als een door Bukowski leeggezopen vat – met 20 zakken in het jaar is een symbool van decadentie die de ultieme ondergang aankondigt. Verdeel die briefjes onder de postbodes die elke dag gebukt op hun fiets de post rondbrengen. Dàt gebaar zou op echte beschaving wijzen.

  3. willy zegt:

    Minister van cultuur en Minister van milieu 2 nutteloze die geen toegevoegde waarde toevoegen aan dit extreme folkloristisch belastingenland
    Schaf het af , de begroting zal er wel bij varen ,de rest papier en tijd verspilling.

  4. Tonton d'Amérique zegt:

    ’t Etterbakje is hier weer al goed vol… Geen twijfel mogelijk, binnen enkele jaren wordt hier aan de lopende band wereldliteratuur geproduceerd. Of is een semitische taal die gesproken wordt in een land waar mogelijk de mensheid is ontstaan, soms geen taal van de wereld? Kom nou zeg, geef de fine fleur toch eens wat meer krediet!

    • Eric zegt:

      Beroepshalve – ik ben boekhandelaar – weet ik dat zelfs Vlamingen niet meer in het werk van Verhulst geïnteresseerd zijn. Waarom zouden Ethiopiërs dat dan wel zijn? Het is zoals Sanctorum zegt: in Ethiopië hebben ze wel wat anders aan het hoofd dan de ondermaatse lectuur van onnozel Dhimmitrietje.

      • Tonton d'Amérique zegt:

        Al gehoord van Benin, het vroegere Cuba van Afrika met de illustere president Mathieu Kérékou (nog majoor geweest van het Frans leger)? De kerk heeft er op politiek vlak een belangrijke rol gespeeld (met meer christenen dan moslims). Het volk is de Fon, de nationale godsdienst is voodoo, de belangrijkste god is Nana-Buluku (een noch mannelijke noch vrouwelijke godheid), de python (wurgslang) is voor hen een heilig dier, ze hechten veel belang aan de dodencultus en geloven dat een deel van het lichaam na de dood reïncarneert. Het land ligt in West-Afrika, aan de Golf van Guinea (een belangrijk oliewingebied), tussenin Togo en Nigeria (op ongeveer dezelfde breedtegraad van Ethiopië). De economische hoofdstad is Cotonou (wat betekent de monding van de rivier van de dood) en is gelegen aan de kust. Door te weinig infrastructuur voor transport komt de ontwikkeling van het land niet zo goed op gang. Ook de elektriciteitsvoorziening is er onvoldoende. Ongeveer 70% van de bevolking heeft er veilig drinkwater, 46% sanitaire voorzieningen. Voor toeristen is een vaccinatie tegen gele koorts verplicht, ook is het opletten voor malaria, aids en tuberculose. Er wordt ingezet op landbouw. Er is bv. het project met de bio boerderij dat ook navolging heeft in Centraal- en West-Afrika.

        (bron : Wikipedia).

      • Eric zegt:

        Ja, en wat wilt u nu eigenlijk zeggen? Heeft het iets te maken met die absurde vertaling van Dhimmitrietjes boekje naar het Amhaars?

      • Tonton d'Amérique zegt:

        Een vertaling in het Fongbe ontbreekt nog…
        In Benin is de jeugd patriottisch : “… on veut créer des milliers d’emplois. On veut permettre à la jeunesse béninoise d’aller de l’avant et de croire en nous-mêmes et ce qui nous a donné cette force, c’est le courage, c’est la volonté au travail et c’est le goût à notre patrie, l’amour du pays,le panafricanisme. On a une mentalité un peu différente, on montre aux gens qu’on peut travailler en équipe. Travailler en équipe c’est dur, mais il faut le faire pour évoluer, et nous, on a compris ça depuis le bas. C’est pour cela, aujourd’hui, on est toujours ensemble et nos rêves sont orientés vers la même direction. On ne pense pas chacun de son côté, non, on pense ensemble, on fait tout ensemble pour l’évolution de notre entreprise, pour l’évolution de notre pays. Je vais appeler la jeunesse à voir, à regarder notre culture. Parce qu’en réalité, tout, et absolument tout, reste à faire dans notre pays. Tout ce que nous consommons nous vient de l’étranger. Ce qui fait qu’ici, il y a beaucoup de choses à faire. Donc on n’a pas droit au chômage. Voilà, donc il faut rester persévérant et chercher des choses à faire”, aldus enkele jonge uitvinders van technologie voor in de landbouw aan het woord in een video van Agribusiness TV.
        De jeugd in Benin heeft in elk geval een doel, anders dan hier (waar het toch allemaal maar opgefokt is). Ik heb de indruk dat het een beetje dezelfde kant opgaat als in Algerije. Hopelijk maakt men in Ethiopië ook zo iets mee…
        Songhaï, het opleidingscentrum voor jonge bioboeren, (in mijn vorige reactie) werd opgestart door br. Godfrey Nzamujo, een Amerikaanse Dominicaan en doctor in de electronica, microbiologie en sociale wetenschappen, en dit n.a.v. de beelden op TV over de hongersnood en enorme droogte in Ehiopië.
        Boeken over agro-ecologie zullen er wel gelezen worden…
        http://agribusinesstv.info/fr/benin-le-trio-dinventeurs-innovateurs/

  5. Marc Vanoppen zegt:

    Lees ook: “Subsidies zijn de doping van het strippeloton”

    http://www.stripspeciaalzaak.be/Commentator/diverse.htm

  6. Manuel zegt:

    Heerlijk, Johan.

Reacties zijn gesloten.