Is het Lam Gods een vrouw?

lam

Dat is een typische titel die de aandacht trekt, alvast een goed begin voor een column. Nu het XVde eeuwse veelluik van de gebroeders Van Eyck helemaal gerestaureerd is en alle later aangebrachte verflagen verwijderd, vallen onder meer de ogen op van het Lam. Niet flou zoals men dacht, maar haarscherp kijkend naar de toeschouwer. “Op een menselijke manier” zeggen de kenners. Ik voeg eraan toe: op een vrouwelijke manier. Alsof ze zich buiten het mooi symmetrisch opgezet tafereel plaatst, en schijnt te vragen: “moet ik hier nog lang zo staan”?

De Nederlandse cultuurfilosoof Johan Huizinga wees al op het gebrek aan eenheid in deze polyptiek. De Vlaamse Primitieven waren technisch gezien effectief prutsers. In tegenstelling tot de Italiaanse meesters integreren de gebroeders van Eyck niet echt alle elementen tot één grootse landschappelijke compositie. Het zijn veeleer allemaal zetstukjes die geforceerd in elkaar worden geschoven, zonder echt perspectief, tot een bijna groteske assemblage van religieuze symbolen en metaforen, waarin zowaar ook de opdrachtgever, de steenrijke koopman Judocus Vijd, een plaatsje krijgt toebedeeld.
Het is met andere woorden een amalgaam, dat bijeen gehouden wordt door de titel “Het Lam Gods” (Agnus dei, qui tollis peccata mundi, “gij die de zonden van de wereld wegneemt”).
Maar het lam zelf lijkt niet enthousiast. Ze deconstrueert het complete veelluik dat sowieso in elkaar gezet is en met haken en ogen aan mekaar hangt. Dat klinkt behoorlijk iconoclast, maar het wordt nog erger. Het bloed van het lam vloeit door een gat naar buiten en wordt spetterend in een beker opgevangen. De “wonde” staat symmetrisch tegenover de vagina en zou menstruatiebloed kunnen zijn, bij de joden een toestand van onreinheid, volgens de gynaecologie een intern reinigingsmechanisme dat zich maandelijks voltrekt. Het lam blijkt dus bij nader inzien een menstruerend schaap, en lijkt veeleer begaan met haar intieme hygiëne dan met een theologische compositie.

Een zuur milieu
Vrouwenzaken dus, ook al domineren de mannen het schilderij. Het Lam, middelpunt van de assemblage, schijnt commentaar te geven die niet strookt met de hagiografische opbouw en de religieuze canon. De bedrieglijke devotie die uit het kunstwerk spreekt, is dus ook een soort verwijderbare vernis, waarna de essentie van het schilderij zelf vervluchtigt, en het onderwerp de toeschouwer probeert mee te nemen in een parodische exodus, een vlucht, weg van de bijbelse orthodoxie. Of waarom dit veelluik meer humor bevat dan op het eerste en tweede zicht lijkt.

GiocondaAndermaal: het Lam is niet akkoord met de gang van zaken. Het idee dat het model worstelt met de meester en het meesterwerk, heb ik vroeger al behandeld rondom de Mona Lisa: door haar te schilderen ontneemt Da Vinci La Gioconda, de leutige, haar natuurlijkheid en herleidt de vrouw tot spook. Het offer van het model bestaat erin dat ze zich laat opsluiten in een lijst, een stilleven (nature morte), om het genie eeuwige roem te bezorgen. Dat gaat met dwang gepaard, het is een aspect van de fallocratie en de mannelijk-patriarchale beheersingsstrategie die de vrouw letterlijk in een kader dwingt.
Alleen de mysterieuze glimlach verraadt nog deze artistieke geweldpleging: het model alias de muze treurt om haar verloren lichaam. Niet te verbazen dat dit schilderij in het Louvre nu achter dik glas te bezichtigen is, om het te beschermen tegen toeschouwers die met bijtend zuur het meesterwerk van Da Vinci te lijf willen gaan.

Idem dito met het Lam, alias het onnozel schaap: het betrekt de toeschouwer in een complot tegen de schilder, de opdrachtgever en de perversiteit van de offerande. Het punt is namelijk dat zo’n lam helemaal niet wil geslacht worden, zelfs niet op een schilderij, en ook niet om “de zonden van de wereld weg te nemen”. Misschien is het slachten zelf wel de echte zonde, en spreekt ook die aanklacht uit de priemende blik. Daarna is er enkel nog the silence of the lambs, de zogenaamd mystieke stilte die ontstaat na de dood van het offerdier.
En dan is er nog de appel van Eva (uiterst rechts) die een citrusvrucht blijkt te zijn. Waarom niet de bijbelse appel? Ook hier is de verklaring vermoedelijk gynaecologisch: de sappige maar zure citrus verwijst naar de ph-waarde van de vagina waarvan het zure milieu noodzakelijk is voor het bacterieel evenwicht. Tegelijk echter is dat zuur bedreigend voor het doek zelf, en lijkt het alsof Eva een bommetje in de hand houdt dat de verf wel eens zou kunnen afbijten.

Volg tenslotte de lijn van Eva’s blik: die gaat recht naar het Lam, en vandaar weerkaatst hij naar ons, gluurders. Opeens is alles aan dat Lam Gods broos en kwakkel. De mannen scheppen kunst en denatureren de vrouw, de natuur, het leven, maar roepen zelf de vernietiging op via haar blik en het dodelijke venijn waar geen vernis tegen bestand is. Is kunst voor de eeuwigheid bestemd? Natuurlijk niet, zelfs het Lam Gods zal ooit vergaan, hopelijk als voedsel voor de wormen en ander ongedierte.

In afwachting blijven de toeschouwers uiteraard in dichte drommen als bordeelklanten hun beurt afwachten en houden de restaurateurs een mooie job over aan deze beeldindustrie. Het schilderij heet dan ook niet voor niets “De aanbidding van het Lam Gods”. Zag ik haar nu niet heel even knipogen? Met vrouwen ben je nooit klaar.

 

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Kunst en anti-kunst. Bookmark de permalink .

7 reacties op Is het Lam Gods een vrouw?

  1. Christel VdM zegt:

    Om op uw bovenstaande vraag te antwoorden: Neen. Ook al is uw column duidelijk een persiflage. En u hebt kennelijk uw roeping gemist – die van een gynaecoloog, om uw obsessie voor vulva’s bot te kunnen vieren.
    In religieuze context : het lam is Gods zoon dus mannelijk. In de verticale as van het retabel zie je : God de vader op de troon, een duif in een gouden aureool als Heilige Geest en dan het lam als Gods Zoon. Een symbool van de Drievuldigheid.
    Als boerendochter zou ik zeggen : men slacht geen ooitjes maar rammetjes, want de baarmoederstrategie, weet je wel (nee, die gemiste roeping is toch niet voor u weggelegd). Trouwens, zouden Joden wel het vlees van een menstruerend (dus verontreinigd) schaap willen opeten?
    Wat de verboden vrucht betreft : in het scheppingsverhaal staat niet dat het een appel was, enkel vermelding van een ‘vrucht’. De kunstenaar kon het dus vrij interpreteren. Zo schilderde Michelangelo een vijgenboom in de Sixtijnse kapel. Wat eigenlijk wel logischer is, aangezien Adam en Eva zich nadien bedekten met een vijgenblad.
    Waarom Van Eyck een citrusvrucht schilderde : hier een antwoord van de kunsthistorica Leen Huet op dezelfde vraag die een bloglezeres stelde: “Jan van Eyck heeft Jeruzalem bezocht en hij zou een typische vrucht uit het midden-oosten hebben afgebeeld waarvan de naam me nu ontglipt. Toen ik zondag deelnam aan het literair programma De verboden vrucht in het bibliotheekje van Voerendaal, viel het me ook op dat iedereen die verboden vrucht als iets erotisch beschouwde, terwijl het scheppingsverhaal toch duidelijk aangeeft dat de verboden vrucht afkomstig is van de boom van de kennis van goed en kwaad. Adam en Eva kunnen in het paradijs best een erotische hemel beleefd hebben. Pas toen ze van de vrucht aten, schaamden ze zich opeens voor hun naaktheid. De overgang van dier naar mens, of van instinct naar gedachte, zou je denken.”
    Op mijn vrouwelijke manier van kijken zou ik zeggen : Eva leefde eerst vrij en gelukkig in het paradijs met haar geliefde, maar haar nieuwsgierigheid en haar dorst naar kennis en avontuur braken haar zuur op, dus de bitterheid van de zonde – vandaar de afbeelding van een citrusvrucht.

  2. Ines zegt:

    Ik vond de verwijzing van de citrusvrucht naar de ph-waarde van de liefdesgrot ook van de pot gerukt. De vrucht hier afgebeeld is de etrog verkeerdelijk uit het Hebreeuws vertaald als cederappel die op zijn beurt altijd wordt verward met de cederdenneappel, de vrucht van Libanonceder, die vermeld wordt in de Bijbel als boom Gods, omwille van zijn grootte en die groeide in het gebied waar “geografisch”
    de Tuin van Eden zou gelegen hebben: het huidige Libanon en Syrië. Nu die etrog wordt ook wel gepokkelde citron genoemd, nog iets anders dan een citroen.De schil is juist zoet, en wordt vaak verwerkt tot sukade.Klinkt zoet. Oftewel gekonfijt fruit. De etrog wordt tegenwoordig in Calabrië en Marokko speciaal geteeld, onder supervisie van rabbijnen omdat de vrucht belangrijk is bij rituelen tijdens het Joods Soekotfeest. Soekot is waarschijnlijk verbasterd tot sukade. Alleen de beste vruchten mogen worden gebruikt voor de zoete sukade voor het Soekotfeest. Dus niks met bitter of zuur te maken. Zou het gewoon niet kunnen dat de gebroeders Van Eyck, zwaar onder de indruk van al die Bijbelse verhalen, een gewone Vlaamse Jonagold of een Golden Delicious niet bijzonder genoeg vonden voor hun meesterwerk en het dan maar zochten in den vreemde. Een beetje exotisch doet het altijd goed op grote reclamepanelen. Als we gaan zwanzen, kunnen we beter all te way gaan. Je ziet Eva ook zo denken van: dom schaap, nooit van maandverband gehoord…

    • Christel VdM zegt:

      Geweldige aanvulling! Dank je wel, ik steek er ook wat van op. Ik geloof dat sommige bakkers het ook gebruiken in hun krentenbrood met gekonfijt fruit.
      Jan Van Eyck stond bekend om zijn naturalistische gedetailleerdheid. Terwijl andere Vlaamse primitieven (zoals Hans Memling) de neiging hadden om hun opdrachtgevers wat te idealiseren, werden geportretteerden bij Van Eyck zeer realistisch afgebeeld. Niks liet hij weg. Wellicht wou hij hier ook de vruchten waarheidsgetrouw (of volgens de bijbel) schilderen en ging hij daarom afreizen naar Jeruzalem of naar die tuin van Eden.
      Haha, die laatste zin…

  3. Marc Schoeters zegt:

    Is het Lam Gods een man of een vrouw? Geef toe – een filosoof is niet echt de meest aangewezen persoon om vraagstukken op kunstzinnig en theologisch vlak op te lossen. Daartoe is een scheppend kunstenaar die een of andere band heeft met het geloof een betere bron. En zo iemand was de wereldberoemde in het Frans pennende Vlaamse schrijver Charles De Coster! Zijn naam laat er al geen twijfel over bestaan dat hij stamt uit een familie van kerkelijke dienaars. Zonder koster draait geen enkele kerkfabriek! Maar Charles De Coster was ook de kunstzinnige schepper van de “Legende van Uilenspiegel” – het boek dat in 1867 het Belgische establishment schokte door zijn antiklerikale en anarchistische inslag. Charles De Coster baseerde zich voor de personages in zijn boek op de oude historiën en legenden uit de 16de eeuw – maar schiep één nieuwe figuur: Lamme Goedzak. Deze vriend van Uilenspiegel is door en door aards. Hij is dol op eten en drinken – in gargantueske porties. En hij haat de papen en de Spaanse pilaarbijters – die hij op leven en dood bestrijdt. Het is overduidelijk dat Charles De Coster zijn Lam(me) Go(ed)z(ak) heeft vernoemd naar het Lam Gods. En daarmee heeft hij ook het bewijs geleverd dat het Lam Gods een man is: een zich vetmestende levensgenieter die zijn bloed geeft in de strijd tegen de kerk. Menstruatiebloed heeft daar dus geen ballen mee te maken. O hoe verlangt Lamme Goedzak aka Lam Gods naar zijn geliefde Calleken – die echter zo devoot is dat vergeleken bij haar een gedroogde pruim nog sappig lijkt! En dit brengt ons op de vrucht in Eva’s handen. Het gaat om de bijna verdwenen citrusvrucht “pomus adami” – in het Engels “Adam’s apple”. Dit mag vooral niet verward worden met de adamsappel in de keel van de man. De naam “pomus adami” is gebaseerd op een foute vertaling uit het Hebreeuws. “Adam” betekent in het Hebreeuws gewoon “man”. En “pomus” is een Latijnse verbastering van het Hebreeuwse woord voor “gezwollen”. Wat Eva tussen haar vingers houdt is dus geen adamsappel maar wel een ander mannelijk lichaamsdeel: de gezwollen eikel. Ziezo – dankzij Charles De Coster zijn worden alle duistere raadsels op het schilderij van de gebroeders Van Eyck klaar als een kontje! We zien een mannelijk Lam Gods – de levensgenieter Lamme Goedzak – die verdwaasd en nogal dom voor zich uitstaart omdat Eva zijn gezwollen eikel tussen haar hemelse vingers houdt en hem een geile handjob geeft. Zoals Oscar Wilde al puntig opmerkte: alles in de wereld draait om seks – behalve seks: die draait om macht. Ziezo. Zizizo. Ik moet nu dringend naar het toilet om daar als Lam Gods met het hemelnat van mijn “pomus adami” de Ph-waarde van het wc-water te verhogen. Amateurfilosofen kunnen wat afzeiken!

    • Christel VdM zegt:

      Moest je honderdvijftig jaar eerder geboren zijn, Charles de Coster en Félicien Rops zouden ongetwijfeld jou gevraagd hebben om mee te werken aan hun satirisch tijdschrift ‘Uylenspiegel. Journals des débats artistiques et littéraires’. Rops heeft ook nog de roman van De Coster voorzien van enkele illustraties. https://www.museerops.be/biographie

Reacties zijn gesloten.