De uniformiteit van groenten: een stukje EU-fantasmagorie

Volgende week donderdag wordt mijn boek “De langste mars” omtrent mei ’68 en daarna in Antwerpen voorgesteld. Het is vooral een reconstructie, een verhaal, een puzzel die moet samenvallen, én een wandeling.
Het slot van dat boek speelt zich af in de keuken. Ik ben nu eenmaal een keukenfilosoof en zie het koken als vrijspel met de natuur waar faken, versluiering of gebakken lucht niet aan de orde is. Het zullen mosselen zijn, malse, sappige vagina’s in een cocon. Je hebt er grote, kleine, dikke, dunne, elke mossel is alleen zichzelf in haar schelp, maar deelt tegelijk een smaak die de natuur haar meegeeft. Neen, er zijn geen lelijke mosselen, er zijn alleen slecht klaargemaakte mosselen, of af en toe een rot exemplaar.

Al wie ooit verliefd is geweest, weet dat de termen “lelijkheid” of “schoonheid” behoren tot de geadministreerde rede die zelf euh… lelijkheid uitstraalt. Liefde is consumeren en geconsumeerd worden, en in dat opzicht is smaak alles bepalend. De smaak verstoort de orde die de normen opleggen, ze is subversief en zelfs anarchistisch. Ze discrimineert, maar dan niet volgens algemene codes maar uit een eigen instinct. En jawel, de echte smaak komt maar tevoorschijn bij het blind proeven.
De warenhuisketen Delhaize is zopas een actie gestart rond “lelijke groenten”. Zakjes met esthetisch afgekeurde groenten en fruit worden aan één euro aangeboden: we kunnen ze kopen uit medelijden, als protest tegen de verspilling, of gewoon voor de prijs. Via deze publiciteitsstunt symboliseert Delhaize hét woord van het moment, dat ik niet kan uitspreken zonder te kokhalzen: diversiteit. Een VRT-straatreportage moet minimum 30% niet-blank in het beeld bevatten, kieslijsten moeten voor de helft uit vrouwen bestaan en er moeten genderneutrale toiletten komen voor het derde geslacht. Op die manier wordt onze perceptie georganiseerd volgens een politiek-correct principe van de non-discriminatie, terwijl ze tegelijk de samenleving opdeelt in beschermde minderheden die allemaal in zakjes worden verkocht aan één euro. I don’t buy it, sorry.

Arcimboldo en het ideale fruit
Terug dus naar die lelijke groenten. Welke perverse geest heeft dat idee bedacht om het gezonde en het lekkere te bezoedelen met schoonheidsnormen? En waarom is een tomaat die eruit ziet als een mollige Venus of een piemel onverkoopbaar? We kijken naar de Europese Unie. Ze legt strenge normen op over hoe sommige groenten en fruit eruit moeten zien om verkocht te mogen worden. Een paar voorbeelden. Appels in één verpakking moeten even groot zijn, minstens 90 gram wegen en een diameter van minimaal 6 centimeter hebben. Een tros kerstomaten moet minstens zes vruchten tellen en een langwerpige paprika mag maximaal 2 centimeter breed zijn, enzovoort. Werkelijk alles heeft de EU gereglementeerd, waardoor er waarlijk zoiets als lelijke groenten en fruit blijken te bestaan, die simpelweg niet mogen verkocht worden in het reguliere circuit, alleen onder de toonbank: de misvormde tomaat krijgt een pornosmaak.

Guiseppe Arcimboldo: portret van Rudolf II
Die reglementitis is zelf een gevolg van het feit dat niemand de EU graag ziet. De EU haat ons omdat wij haar haten. De aan het ridicule grenzen regelneverij rond de afmetingen en vormen van voedsel is een metafoor voor de anorganische manier waarop dit mega-instituut functioneert: bureaucratisch, top-down, wereldvreemd. De EU is zelf een perfect genormde appel met een enorme worm in.
De verspilling en wegwerpcultuur die volgt uit de normenmanie (er wordt werkelijk voedsel vernietigd omdat het “misvormd” is), is echter maar een aspect van het feit dat de EU-machine niet in staat is om organisch te denken, zich in te leven in natuurlijke processen, die o.m. tomaten met piemelvormige uitstulpsels opleveren. Dus vervalt ze in een Arcimboldeske karikatuur.
Ter info: Giuseppe Arcimboldo (1527-1593) was een renaissance-kunstschilder die zijn broodheer Rudolf II placht uit te beelden als een compositie van perfect geproportioneerd fruit. Een grove leugen om bestwil uiteraard, want noch die Rudolf noch het fruit zijn naar het leven afgebeeld.

In die zin is zowel het bureaucratisch fascisme omtrent “de perfecte banaan” als de diversiteitscampagne van Delhaize in de groenten-en-fruitafdeling doordrongen van abstract idealisme. De tomaten die ik uit mijn serre haal hebben alle mogelijke vormen en ze komen allemaal in de keuken terecht, het kan me niet schelen hoe ze eruit zien. Mooie groenten dienen voor stillevens, niet voor de keuken. Zoals ook mooie mensen dienen voor Temptation Island: steriele plekken waar narcisme en voyeurisme op een miraculeuze manier in elkaar haken. Waarna de mongooltjes hun eigen soap mogen ten beste geven, gevolgd door menslievend applaus.
Het volksgezegde dat “schoonheid van binnen zit”, is eigenlijk een ironische manier om aan te geven dat de binnenkant, het vlees van de tomaat, bepaalt hoe de soep zal smaken. Er is alleen de singulariteit (geen enkele tomaat is dezelfde) en de natuurlijke, genetisch bepaalde orde (elke tomaat smaakt naar tomaat), alle systemen daarbuiten zijn belachelijk en grotesk,- relicten van het Aristoteliaanse vakjesdenken.
Maak ik nu teveel drukte om een warenhuis dat zogenaamde buitenbeentjes in zakjes verkoopt? Maar neen, het was maar een aanleiding om mijn groot mosselboek nog eens aan te prijzen.
Smakelijk. Leve het verschil.
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Een reactie op De uniformiteit van groenten: een stukje EU-fantasmagorie

  1. Michel Durand zegt:

    Nog een tip tegen de verspilling voor de Delhaize-klanten : vers eten uit keukenafval…

Reacties zijn gesloten.