Quinze te Knokke: een gouden drol behoudt altijd zijn waarde

Veridor-Arne-Quinze

Aan de heer Arne Van Collie, beter bekend onder zijn artiestennaam Arne Quinze, besteed ik in mijn boek over mei ’68 (*) enige aandacht. Hij is namelijk een uitstekende illustratie van de manier hoe het vrijheid-blijheid-sfeertje van de sixties omsloeg in de opmars van een nieuwe generatie culturo’s die met veel branie drollen met strikje er rond tot kunst verheffen. Van de kakmachine tot het katten van de trap smijten: het is het idee dat telt, en onder het motto “L’imagination au pouvoir” moet zich dat vertalen in harde euro’s.

Het is niet de bedoeling dat het klootjesvolk deze kunst waardeert: ze snappen er toch niks van; hoe meer ze erop mopperen, des te hoger stijgt de ster van de artiest. Cultuurmarxisme dus, maar met veel commerciële feeling en een goed draaiende promomachine. Want vergissen we ons niet, dit is een politiek-correct gebeuren. De kunstenaar richt zich over de hoofden heen rechtstreeks tot de kunstmarkt (waar zo’n artefact altijd een interessante belegging blijft, zeker in economisch kwakkele tijden), én anderzijds tot de overheid die uitgenodigd wordt om de versierde drollen aan te kopen. Eventueel als straatmeubilair, zie de fluo-rotsen die Arne Quinze op de Oostendse Zeedijk deponeerde, tot hilariteit van de toeristen en tot wanhoop van de omwonenden. 400.000 euro betaalde de armlastige Koningin der Badsteden voor deze Rock Strangers, en later nog eens 120.000 euro voor restauratie, want een paar van die ijzeren gedrochten waren door de zilte lucht aangetast.

Passenger

Gemeentepersoneel te Mons ruimt de resten van de gecrashte “Passenger” op

In Mons stortte anno 2015 zijn plankenconstructie The Passenger ineen en diende in allerijl gesloopt te worden. Artistieke waarde van dit brandhout: 400.000 euro, plus afbraak, allemaal op kosten van de belastingbetaler uiteraard. De kunstenaar mompelde iets over vergankelijkheid en stoof met zijn Porsche weg.

Ooit heeft de mislukte dichter Marcel Broodthaers in de sixties met zijn fameuze Mosselpot de toon gezet: de grap van de casserole met lege mosselschelpen, waarbij men letterlijk op zijn honger blijft zitten. Maar de grap werkte: tien miljoen oude franken gaf het SMAK van Jan Hoet eraan,- een koopje want een ander exemplaar ging bij het veilingshuis Christie’s in New York voor ongeveer 17 miljoen frank onder de hamer. Wie zegt dat het hier om zwendel gaat, snapt niks van moderne kunst. Probeer ook niet uw afval van een mosselsouper te recycleren tot kunst, want tegen plagiaat wordt streng opgetreden.

Perfecte misdaad

Quinze_galerij

De chaos ontvreemd

Maar terug naar Arne Quinze. Afgelopen vrijdag bereikte ons het bericht dat een ander meesterwerk van zijn hand, Natural Golden Chaos (altijd goed bekkend Engels bij Van Collie) uit een sjieke galerij in Knokke is ontvreemd. Op een professionele, snelle manier nog wel, ’s nachts in een paar minuten tijd. Wablieft, zult u zeggen, wie steelt nu die rommel?

Het antwoord is simpel: de wirwar die sterk doet denken aan een klos door elkaar geraakte elektriciteitsdraden na een uit de hand gelopen klus, is van 45 kilo puur goud. Aan de huidige goudprijs vertegenwoordigt dat een waarde van zowat een miljoen euro. Komaan jongens, inladen dat spul en wegwezen. Merk de ironie op in deze crimiclownerie: de dieven waren niet in kunst geïnteresseerd maar louter in het materiaal, dat ze nu in alle rust kunnen smelten. Het is alsof iemand de Mona Lisa zou stelen om met de lijst zijn kachel aan te steken en het doek te gebruiken als onderlegger in de keuken. Wat zegt dat over de conceptuele kunst van Quinze en konsoorten? Precies: ze zijn enkel het gebruikte materiaal waard, de rest is gebakken lucht.

Maar dat is niet alles. De kunstenaar heeft een prijskaartje van 2,2 miljoen euro aan de gouden spaghetti gehangen, en voor dat bedrag is het werk ook verzekerd. Wie wordt hier armer van? Niemand, het is de perfecte misdaad als kunstwerk op zich. En voor Quinze rinkelt de kassa. Hoezo? Welja, links en rechts geruchten opgevangen, ik geeft toe, tot op heden geen spoor van bewijs, ik geef het voor wat het waard is: de kunstroof te Knokke werd uitgevoerd in opdracht van de kunstenaar zelf, die een geslaagde promotiestunt uitvoert, het verzekeringsgeld opstrijkt én het goud recupereert. Om te hersmelten en een gecertificeerde kopie te maken die nog eens aan een paar miljoen kan doorverkocht worden. Of “gestolen”. De chaos ontvreemd, geef toe: je moet er maar op komen én je moet het ook durven. Deze verdwijntruc is recylage op hoog niveau, ja, ik schat Arne Quinze wel degelijk hoog in binnen zijn eigen vakgebied.

Want effectief, het is allemaal conceptuele kunst, en dat zal Arne Quinze alias Van Collie zonder twijfel ook vertellen mocht hij tegen de lamp lopen: het was om te lachen, mensen. Een lucratieve grap à la Broodthaers, een geslaagde enscenering, in kunstenland is het altijd een beetje 1 april. Natural Chaos, mijnheer, of snapt u de boodschap soms niet.

 

(*) Boekvoorstelling Johan Sanctorum: De langste mars – Van mei ’68 naar pococratie”:

cover_afb24 mei, om 20.00 uur, in Salons De Boeck, Jacob Jacobsstraat 39, Antwerpen.

De auteur stelt er zijn boek voor, en gaat dan in gesprek met prof. Boudewijn Bouckaert (Libera!), die mei ’68 zelf beleefde.

Een organisatie van Doorbraak.be, i.s.m. denktank Libera! en Vlaamse Volksbeweging afdeling Antwerpen.

Mocht u verhinderd zijn, dan is er nog een voorstelling op 31 mei, om 20.00 uur in het Liberaal Archief in Gent, i.s.m. Liberales. Daar gaat Johan Sanctorum in gesprek met Dirk Verhofstadt (Liberales) en Bart Caron (Groen).

Voor meer lezingen, klik hier.

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

7 reacties op Quinze te Knokke: een gouden drol behoudt altijd zijn waarde

  1. walter maes zegt:

    Quinze is van Kortrijk. ik ken zijn vader, een bescheiden man die jarenlang een kopiezaak runde. Pech toch om uitgelachen te worden met zijn mislopen kunstgebroed…

    • aghasee zegt:

      De afzichtelijke tatoeages vertellen genoeg; ofwel een wannabe-strever, of een meeloper.

  2. Eric zegt:

    Het artikel geeft correct weer hoe de kunstbranche werkt: charlatanisme op hoog niveau en groot formaat, koketteren met misdaad die dan tot kunst wordt verheven, opschepperij en poenschepperij vooral. Maar één element blijft onderbelicht: de medeplichtigheid van de pers die dit soort figuren maakt (en soms kraakt), de absolute middelmatigheid ervan tot unieke artisticiteit verheft en het steeds weerbarstige volk containers vol zand in de ogen tracht te strooien. Vriendjespolitiek – tegenwoordig omschreven als ‘networking’ – is het cement dat alle, al dan niet getatoeëerde, drollen uit dat wereldje samenhoudt.

  3. Christel Van den Maegdenbergh zegt:

    Aangezien de twee laatste columns over Joden en “kunst” gingen, brandde een lampje bij mij : ik weet dé perfecte kandidaat om zowel Aron Berger als monsieur Arne -Louis XIV- Quinze te doen verbleken met zijn schitterende, extravagante creaties : Daniel Von Weinberger! Sterker nog, Von Weinberger is van opleiding een goudsmid! Hij zou er wel raad mee weten, met die gestolen gouden drol 😀
    http://danielvonweinberger.weebly.com/

    • Greta zegt:

      @Christel
      Die 700 cruiseschepen waar je naar verwees bij vorige post, intrigeerde me en voelde intuïtief als niet mogelijk, maar ook veel vragen en bedenkingen.
      Op zich vind ik het ook een slecht artikel om te gaan vergelijken met auto’s om diverse redenen, enkele reeds beantwoord in vorige post.

      Die 700 cruiseschepen zouden ook slechts slaan op 20 zeecruises en de rest riviercruises.
      Het lijkt me evident dat riviercruises minder vervuilend zijn dan 1 zeecruiseschip, alhoewel daar het aantal, dat per dag kan aanleggen, toch vergeleken dient te worden met slechts 1 zeeschip. Riviercruises zijn in de meeste gevallen geen hotels die s’ nachts voor verwarming, elektriciteit e.a. dienen te zorgen.

      We kijken en leren dan ook best naar Rotterdam die ervaring hebben en er momenteel 80 zeecruises per jaar aanmeren en welke maatregelen ze daar nemen.
      Antwerpen heeft ten opzichte van Rotterdam ook een grotere handicap.
      Rotterdam ligt grosso modo op +/- 50 km van de zee en het vaarwater is volledig in Nederlandse handen.
      Antwerpen daarentegen op bijna het dubbele van die afstand +/- 90 km, waarvan dan slechts +/- 30 km varen op eigen landsgrens is…de rest op Nederlandse bodem en mogen die groenen ervoor zorgen op tijd voor ambiance te zorgen wat mij betreft.

      Anderzijds blaast iedereen wel de trompet voor elektriciteit, maar is dit allemaal wel zoveel beter voor het milieu? Batterijen, materialen daarvoor noodzakelijk e.d.
      Fijn stof wordt blijkbaar ook door elektriciteitscentrales uitgestoten, dus hoeveel fijn stof wordt er veroorzaakt door kerncentrales Doel? Durft men daar wel dezelfde vergelijking te maken nu we in de sfeer van alles dient op elektriciteit te lopen troef is?
      Waarom ook eens niet sigarettenverkoop per dag en de productie van fijn stof ervan weergeven?

      Aardolie mag dan een vuil en stinkend goedje zijn, het is nog altijd een fossiele brandstof ontstaan door de resten van planten en dieren miljoenen jaren geleden? Lang voor er door de mens van beschaving sprake was en ze er toepassingen gingen voor verzinnen.

      Een andere bedenking die ik maak is dat heel de haven met zijn vele transportschepen heel wat meer vervuiling teweeg brengt en je kan nu niet meer terug naar vroeger en de haven afbreken.

      Transport dat men steeds zo goedkoop mogelijk wenst te houden, niet onmiddellijk de kans om via die weg studies en veranderingen te betalen. Via cruiseschepen en de taksen die men daar kan innen, kan men wel bijdragen om ontwikkeling andere minder vervuilende brandstoffen te stimuleren en gebruiken.
      Voor vliegtuigen is men ondertussen bezig met synthetische brandstof, misschien op termijn ook bruikbaar voor schepen?

      Het geld dat ze besteden aan de Quinze’s van deze wereld zouden ze beter besteden om creatiever aan stadsontwikkeling te doen.

      Rotterdam is wat mij betreft, met voorkeur aan oude architectuur, de minst aantrekkelijke stad van Nederland om naar toe te gaan. Anderzijds toch als je er het station uitstapt schept de creatieve moderne architectuur, waarin de wolken weerspiegelen een modern maar toch een aangenaam plaatje. Ze hebben er ook hun creatieve kubuswoningen.

      Wat zie je in Antwerpen met zijn vele nieuwe werfprojecten niks van dit alles.
      Het prachtige oude breken ze in de meeste gevallen af en wat komt ervoor in de plaats…
      Allemaal nog steeds de Amelinckx blokken van vroeger, rechte blokken zonder enige vormvariatie weinig fantasie noch organische efficiëntie. Post X in Berchem aan de Noorderlaan.. het Eilandje… Het enige wat ze kunnen is een kleurtje geven en er veel geld voor vragen. Als dat werken aan de toekomst is!!!

      Wat is dat met die Belgen?
      – gebrek aan geld
      – gebrek aan creativiteit
      – teveel hebzucht
      – gebrek aan zin voor schoonheid en aangename leefbaarheid

      .

  4. Vertommen zegt:

    In dit artikel wordt zeer goed weergegeven hoe de overheid en de commerce een lange artistieke traditie de nek hebben omgedraaid.

  5. Marc von Schoeters zegt:

    Ach. Waar maakt men zich hier druk over? Charlatanerie in de kunstwereld is van alle tijden. Belgisch icoon René Magritte had in zijn jonge jaren schilderijen vervalst – en zelfs meegeholpen valse bankbiljetten te drukken. Meer dan een halve eeuw later prijkte zijn hoofd op het laatste officiële bankbiljet van 500 frank vóór de invoering van de euro. Il faut le faire! Ik vind zo’n dingen enorm vermakelijk. Willem Elsschot zei het reeds: “De schoorsteen moet roken!” Tussen de schrijver en de oplichter Boorman uit zijn boeken zijn er heel wat overeenkomsten. Veel kunstcarrières zijn begonnen als een uit de hand gelopen grap. Denk aan de pispotinstallateur Duchamp, de charlatan Warhol, de leugenaar Beuys, de knutselaar Panamarenko, de fotoshopper Tuymans, de plagiaatpleger Fabre, de opgeblazen luchtbakker Bijl. Een drol is geen drol meer als iemand er veel geld voor betaalt. Dat is niet de fout van de drollendraaiende “kunstenaar”. Die speelt alleen maar handig in op de twee meest verspreide eigenschappen van de mens: domheid en hebzucht. En daarom is het menselijk bedrijf zo amusant om te observeren – en hou je er beter geen zedenpreken over. De grootste charlatans zijn natuurlijk de godsdienstige instituten. Die verrijken zich al duizenden jaren door een product te verkopen dat niet bestaat. Oplichting par excellence! En helaas minder om mee te lachen. Kunstenaars doden zelden mensen – uitzonderingen als Caravaggio daargelaten. En soms maken ze mooie dingen. De fantasierijke juwelen van Daniel von Weinberger zijn inderdaad prachtig. Een Joodse ontwerper die een halssnoer van plastic varkentjes maakt! Maar ook hier opgelet: Daniel von Weinberger heette vroeger natuurlijk gewoon Daniel Weinberger.

Reacties zijn gesloten.