De voetballer en de vuilnisman: belastingen betalen is iets voor losers

voetbal
De berekening van Het Nieuwsblad van dit weekend dat een Belgische profvoetballer (gemiddelde bruto jaarwedde 337.000 euro) minder sociale zekerheid betaalt dan een vuilnisman ( 30240 bruto/jaar) wordt door minister van Sociale Zaken Maggie De Block met een kei van een argument verdedigd: “Mensen zien graag aantrekkelijk voetbal, en daarvoor heb je goede voetballers nodig, die we dus belonen met een RSZ-korting”.
Het is een opmerkelijke redenering met een universele geldigheid. Want vervang “voetballer” door “onderwijzer”, “postbode”, “loodgieter”, “filosoof”, of, jawel, “vuilnisman”, en ze klopt evenzeer: mensen hebben graag goed onderwijs voor hun kinderen, en daarvoor heb je goede onderwijzers nodig, die we belonen met een RSZ-korting. Bijvoorbeeld.

Waarom dan toch enkel voetballers? Omdat de profvoetballer geen mens is zoals een ander, dat is nu net zijn status. Sportobeten snappen dat niet. Hij is een levende metafoor voor de succesvolle homo habilis die de weg vindt naar de goal, een evolutionair voordeel bezit als snelle spits of stoere back, en zo nodig de tegenstander een stevige beenveeg uitdeelt. De profvoetballer is alles wat wij niet zijn. Hij werkt ook nauwelijks, slaapt tot ’s middags, rijdt in blitse Porsches en wordt omringd door vrouwelijk schoon. Dat moet, anders was er geen verschil en ook geen heldendom. Bovendien zijn fiscale constructies en “creatieve” vormen van belasting ontduiken een bijkomend bewijs van fitheid en biologische suprematie. Afdokken aan de staat is iets voor losers, Untermenschen die achter een vuilkar lopen.

Het belastingvoordeel is dus volkomen terecht, en moet gezien worden als een erkenning van de intrinsieke superioriteit die hem onderscheidt van de gewone aardbewoner. Daarbij komen ook nog de portretrechten, via Luxemburgse vennootschappen geïnd, en waarop weer nauwelijks belastingen worden betaald. Verder delen ook de clubs in onze generositeit: ze worden voor 80% vrijgesteld van bedrijfsvoorheffing, moeten niet opdraaien voor de veiligheidsmaatregelen en de politiemacht die op de been wordt gebracht voor zo’n match, noch het supportersvandalisme, en genieten allerlei lokale voordelen in natura, zoals het gratis gebruik van een stedelijk stadion, enzoverder. Kijk maar naar de Gentse Ghelamco-affaire en de manier hoe burgervader Termont over “zijn” AA Gent spreekt. De politiek krijgt permanent natte dromen bij het aanschouwen van volle stadions met een euforische menigte, die ooit Hitler en Mussolini mochten ontvangen.

Overigens zou het gemor over die fiscale steun aan jongens die goed tegen een bal kunnen trappen, ook andere slapende honden kunnen wakker maken, zoals de forfaitaire onkostenvergoeding voor parlementsleden die zowat 30% van het brutojaarloon bedraagt en volledig belastingvrij is.
Maar goed, de Pro League (zeg maar de bond van de grote clubs) zal met een studie uitpakken om de “economische meerwaarde” van het voetbal met harde cijfers te demonstreren. Dat is zelfs niet nodig. Zo lang diezelfde vuilnisman met zijn schamel loon, waarop hij de helft moet afdragen, zich ‘s zondags schor roept om de verwende spelers van zijn club aan te moedigen, is er niets aan de hand.
Pas als de onderwijzers, vuilnislieden, postbodes en dies meer het betaald voetbal gewoon zouden boycotten, of de heren op de grasmat voor profiteurs uitschelden, moeten de traphelden en hun clubs zich zorgen maken. Tot zolang geldt de Maggie De Block-these: het groot maatschappelijk nut van deze sport, als bliksemafleider voor alle ongenoegen. Bij de Romeinen ook wel genoemd: “brood en spelen”.

 

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

9 reacties op De voetballer en de vuilnisman: belastingen betalen is iets voor losers

  1. wim van rooy zegt:

    De politici die dit mogelijk hebben gemaakt (onder anderen Dehaene) zijn even grote gemankeerde nozems als de voetballers, al worden beiden – voetballers en Dehaene – heilig verklaard. De vraag is: waarom duikt dit ‘dossier’ nu plots op terwijl het al decennia van kracht is?! En nu over naar de notarissen. Feit is, dat in het systeem waarin we opereren (de chirurgen letterlijk en die verdienen ook héél veel) zowat iedereen medeplichtig moet worden, de een met plezier, de ander nolens volens.

  2. Yvan Vanden Berghe zegt:

    Dat is me al lang een doorn in het oog. hoe zit het overigens met de renners en de zo bewonderde tennissers?

  3. Marcus Vertommen zegt:

    Hoe ouder ik word, des te minder ik deze maatschappij begrijp.Het zal wel aan mij liggen.

  4. Marc Schoeters zegt:

    Een Belgische alleenstaande werknemer zonder kinderen is wereldrecordhouder belastingen betalen. Hij of zij gaat gebukt onder de hoogste belastingdruk van alle OESO-landen: 55,4 procent op het brutoloon. Ik ben zo’n wereldrecordhouder – die maar 44,6 procent van zijn loon overhoudt. Ik onvang een officiële wedde waarmee ik nul procent kan sjoemelen. In het zwart gepresteerde (over)uren en extralegale voordeeltjes zitten er voor mij niet in. Ik woon alleen en ben kinderloos – dus geniet niet van het trucje om wat inkomsten op de partner af te wentelen of personen ten laste in te brengen. Ik huur een appartement – dus bye bye belastingaftrek voor een hypothecaire lening. Ik betaal op mijn brutoloon 55,4 procent lasten voor alle samenwoners en gehuwden, voor kindergeld van kinderen die ik niet verwekt heb, voor scholen waar ik geen bal aan heb, voor woningen die niet van mij zijn en voor voetbal waar ik niet naar kijk. Ik heb ook geen auto – dus betaal ik ook nog eens voor autostrades die voor mijn fiets verboden terrein zijn. Maar ik krijg voor mijn 55,4 slavenbelasting veel terug: het gezeur van koppels over hun relatieproblemen, het geschmier van hun verwende joeng, het kapotverkavelde landschap van hun kooppaleisjes die met zo veel slechte smaak gerenoveerd zijn, het lawaai en de stank van hun bedrijfswagens – en dan vergeet ik nog de vele andere voordelen die als manna over mijn hoofd worden uitgestort. Mijn brievenbus ligt elke week vol “bruine enveloppekes” – zoals Wannes dat zo mooi zong. Als klap op de vuurpijl stromen er de laatste decennia ook nog eens duizenden potverteerders in mijn leefomgeving binnen – die ik niet alleen van mijn belastingen onderhoud maar die ook nog eens vastbesloten zijn mijn culturele eigenheid kapot te maken. Je zou denken dat al die van mijn belastingen profiterende autochtone en allochtone medemensen me dankbaar zijn en respect voor me tonen. Nee hoor – ondanks het feit dat ik een wereldrecordhouder ben, word ik beschouwd als een loser. Iemand die zo veel belasting betaalt moet per definitie wel een sukkel zijn. En dan te bedenken dat mijn voorouders tegen de Spaanse bezetters in opstand kwamen wegens de onrechtvaardige “tiendenbelasting”. Tien procent belasting – en het land stond in vuur en vlam! Die voorouders hadden tenminste ballen aan hun lijf! Dat waren geen mietjes met één voetbal aan hun verzekerde voetje. Gisteravond zag ik aan een schoolpoort een groep meisjes staan. Eén meisje riep luid tegen de anderen: “Ik heb echt het schijt aan jullie allemaal!” Ik moest hard lachen toen ik dat hoorde en dacht: de nagel op de kop.

  5. Vandorpe Odette zegt:

    Helemaal: de nagel op de kop!!!!

  6. willy zegt:

    déjà vu , we pissen een grote plas en alles blijft zoals het is ,alleen de plas wordt iedere keer groter
    hoe lang nog ?

  7. Eric zegt:

    Behalve voetballers, politiekers, economische ‘vluchtelingen’ en andere geprivilegieerde groepen zijn de Walen de grootste (en ook grootste groep) graaiers. Volgens een onderzoek van de K.U.L. uit 2017 gaan er jaarlijks ongeveer 5 miljard belastingsgeld en 2 miljard sociaal zekerheidsgeld naar Franstalig België. ‘Omgerekend betekenen de transfers een kost van 2590 euro per gezin en per werkende Vlaming. Zonder de kosten van de vergrijzing in rekening te brengen zou dat bedrag zelfs oplopen tot 3000 euro, of 8 miljard in totaal. Ook Brussel draagt netto bij. Wallonië ontvangt zo 4820 euro per gezin.’
    Deze zwendel tussen deelstaten zou een oikofobisch rechtvaardigheidsgevoel bij Vlamingen moeten oproepen. Bij Walen lukt het natuurlijk: zij haten het geïndustrialiseerde, vervuilde, lelijke, racistische Vlaanderen en houden meer van hun natuurlijke, romantisch ogende eigen landschappen en bossen. De Vlaming mag er voorlopig wel op vakantie gaan (en zijn bezoedelde longen luchten), op voorwaarde dat hij er goed geld uitgeeft en een mondje behoorlijk Frans praat. Ondertussen mag de Waal op zijn noorderbuur kakken zoveel hij wilt. Zo meent hij quitte te staan. Mijn rechtvaardigheidsgevoel zegt iets anders, maar zolang meer dan de helft van de Vlamingen deze situatie slikken, zal er niks veranderen, en kunnen we blijven zeuren over een paar opvallende voetballertjes wiens taak het is de achterlijke massa met wat traptechnieken zoet te houden. Inderdaad, de Block heeft gelijk, de politiek heeft die voetballertjes broodnodig.

  8. bertie zegt:

    Uit een vroegere bijdrage:
    “In de creativiteit bij de verkozenen des volks om hun inkomsten te verhogen of hun verschuldigde belastingen te doen dalen, is er niets nieuws onder de zon.
    Zelf herinner ik me nog niet zo heel lang geleden de tijd in België toen ‘de helft van de parlementaire wedde vrijgesteld was van belastingen’.
    De achterliggende reden was dat de gekende en hérkende politicus aan de toog van een willekeurig café toch niet elke keer om een bonnetje kon vragen, bij de obligate tournée générale die er dan van hem verlangd werd. ( – De witte kassa lag trouwens ook voor die cafébaas nog heel ver weg in de toekomst. – ) Er werd toen op grote voet uit de losse pols verondersteld dat de politicus de helft van zijn riant inkomen eigenlijk moest spenderen (als forfaitaire beroepskosten) om in de eerste plaats herverkozen te geraken en die parlementaire wedde te bestendigen.
    Maar van de weeromstuit waren er dan wiskundige bollebozen onder de parlementariërs, die bij hun belastingcontroleur toch nog doodleuk hun reële kosten voor de volle 100% gingen bewijzen op die àndere helft van hun parlementaire wedde en daar dan mee weg kwamen ook!”
    (…)
    Ongeacht welke grote principes er nu weer de revue gaan passeren, de mentaliteit bij elke zelfbedienende beroepscategorie van mensen blijft eeuwig dezelfde, maar politici spannen wat dat betreft wel de kroon.”

    Het zijn onze politici die de belastingen op sportverdiensten regelen, dat zijn niet de voetballers zelf (die niet meer doen dan lobbyen). Een niet onbelangrijke nuance, meen ik.

Reacties zijn gesloten.