De lelies van Monet: over beelden, hersenschimmen, meningen en de onzin van een debat

leliesToen ik als kleine jongen naar TV keek, leek het onweerlegbaar dat die beelden een min of meer getrouwe weergave van de werkelijkheid waren. De barricades in Parijs, mei ’68 bijvoorbeeld. Verre van perfect, slecht geluid, en zelfs in zwart-wit, maar toch: de televisie als venster op de wereld en fantastisch verlengstuk van ons waarnemingsveld, in familiale kring te consumeren, komt dat zien.

Die illusie zijn we al lang voorbij. Beelden zeggen vooral iets over diegene die ze maakt en assembleert, wedersamenstelt. En in tweede instantie over diegene die ze bekijkt. Dat is ook het argument –en niet eens zo slecht- om te ontkennen dat er zich in Syrië nabij Damascus een slachting afspeelt: oef, het zijn maar beelden! Daar valt niets tegen in te brengen, ik was er niet bij. En zelfs dan zou u het misschien toch niet geloven, getuigenissen zijn al even kwakkel, wie neemt die Rudi Vranckx nog ernstig?
Zo alomtegenwoordig de journalistiek is en zo nadrukkelijk aanwezig de camera, zo twijfelachtig is het statuut van het beeldverslag en de reportage. Dat scepticisme gaat terug op een oud filosofisch idée-fixe: dat van de spelonk, of de schijnwereld vol schaduwen van de echte, waarin we volgens de filosoof Plato leven. Immanuel Kant deed er zelfs nog een schep bovenop door te stellen dat we nooit ofte nimmer buiten onze eigen waarneming kunnen geraken. De “echte” wereld is onkenbaar, misschien bestaat hij niet eens en is er niets buiten datgene wat onze zintuigen vertellen of wijsmaken.
De soort die van dat nadeel een voordeel probeert te maken, met wisselend succes, zijn, wat dacht u, de kunstenaars: als alles toch ver-beelding is, laten we er dan tenminste iets deftigs van maken, iets toonbaars waar we plezier aan hebben, iets dat intrigeert. Zo gezegd, zo gedaan.

MonetEr bestaat een filmpje uit 1914 waarin de schilder Claude Monet vredig in zijn feeërieke tuin te Giverny zijn fameuze waterlelies schildert. Het jaar op zich is al schokkend: met een sigaretje in de tuin, helemaal opgekleed, bloempartijen schilderen, terwijl de wereld ontploft. Maar afgezien daarvan zit er een vreemde ironie in de scène. Voortdurend kijkt Claude op om die lelies te observeren, dan weer gefocust op het doek, dan weer opkijkend… waarbij je zou denken dat hij vooral een natuurgetrouwe weergave wil penselen. Dat is natuurlijk niet zo: het prachtig schilderij dat Monet ons op het einde toont is vooral een reflectie van wat er zich in zijn hoofd (en dankzij zijn slechte ogen) heeft afgespeeld. Een encefalogram dus.

Het wordt nog grappiger, wanneer een onbekende cameraman die scène vereeuwigt (het beeld in het beeld), en wanneer dat filmpje op deze pagina terecht komt (het beeld in het beeld in het beeld). Wat zou er nog overschieten van die echte lelies, denkt u? Inderdaad: niets. Maar doet dat terzake? Nauwelijks. We hebben plezier aan het beeld, het zegt iets op zich, én over de maker, wat kan ons de realiteit nog schelen.

Sociaal Narcisme
Dat brengt ons naadloos bij al die amateurschilders die ook met een hersenschim rondlopen en zich voorstellen dat ze iets over de realiteit zeggen: de houders van meningen. U en ik dus.
Laten we het impressionistisch bekijken en de waarheid onder ogen zien: een mening zegt hoogstens voor de helft iets over de werkelijkheid, en voor de helft iets over ons. In het slechtste geval alleen het laatste. Het is echter absoluut een misverstand om te denken dat de som van alle meningen, zoals die bijvoorbeeld op een internetforum verschijnen, een redelijk, “objectief” beeld van de werkelijkheid zouden geven. Helaas: ze geven alleen een amalgaam weer dat wij, onder de noemer van vrijemeningsuiting, sacraliseren als het summum van democratie. Terwijl het maar een hoop vingerafdrukken betreft.

We leven dus in een spiegelwereld en vinden dat fantastisch. Dat brengt me op het verhaal van Narcissos en het moderne psychologische begrip Narcisme. Zoals bekend was de beeldschone Narcissos verliefd op zijn eigen spiegelbeeld dat hij in het water zag, maar dat hij niet kon omarmen, waardoor hij stierf van liefdesverdriet. Water en weerschijn, dat brengt ons naadloos weer bij Monet en zijn wondertuin, de cirkel is rond: we vinden onze eigen mening zo belangrijk, zo tof, zo pertinent, omdat het een weerspiegeling is van onszelf. Dat geldt ook voor ondergetekende, wel te verstaan.
Het is de reden waarom alleen meningen van mensen me interesseren die me lief zijn: het zijn dan portretten, kunstwerkjes die ik in de living zou kunnen ophangen. Niet hun waarheidsgehalte is belangrijk, maar gewoon het feit dat het van hen komt. Meteen kunnen we ook alle debatten afsluiten, en het is de reden waarom ik zelden in discussie ga: meningen blijven maar meningen, ook deze, maar goed geschilderde lelies kunnen wel charmeren, onder het motto se non è vero, è ben trovato”.

Voor de rest is ook liefde een kwestie van ver-beelding en misschien wel eigenliefde. Iemand graag zien is de verschijning graag zien, en hoeveel zit daar van uzelf in, denkt u? Facebook is, voor alles, de triomf van het sociaal Narcisme, waarin vrienden ons vertellen wat we willen horen en waarin we eindeloos plaatjes van onszelf kunnen dumpen. Het klinkt zielig, maar onder de motto’s “iedereen kunstenaar”, “iedereen journalist”, “iedereen filosoof” geeft het misschien toch een goed gevoel en wat extra dopamine.
Maar vooral dus het idee dat die beelden uit Oost-Ghouta, sorry dat ik weer begin, maar gruwelschilderijen zijn, bedacht door een perverse geest, en dat je eruit kan ontwaken als uit een nachtmerrie ja, dat maakt me ongelooflijk gelukkig.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

2 reacties op De lelies van Monet: over beelden, hersenschimmen, meningen en de onzin van een debat

  1. Marc Schoeters zegt:

    In zijn schitterende essay “The Art of Lying” toont Oscar Wilde overtuigend aan dat de kunst niet de natuur nabootst – maar dat integendeel de natuur een nabootsing is van de kunst. Zo doken in de 19de eeuw pas na de prerafaëlitische portretschilderijen van engelachtige jonge vrouwen opeens ook in werkelijkheid overal vrouwen van dat type op. De grote wolkenpartijen zoals we die heden boven zee kunnen bewonderen verschenen pas in die vormen na de eerste zeelandschappen van de 17de eeuwse Hollandse marineschilders. En pas na Van Gogh begonnen zonnebloemen eruit te zien zoals ze nu overal te zien zijn. Enkele jaren geleden heb ik de tuinen van Monet bezocht – en inderdaad: de drijvende waterlelies en de wolkenspiegelingen in het vijverwater zagen er precies zo uit als op de schilderijen van de baardige impressionist. Echt letterlijk: precies zó. De natuur had de kunst nagebootst. Kunst – in welke vorm ook – verandert niet alleen ons beeld van de wereld maar die wereld zelf. De werkelijkheid volgt slaafs de kunst – “the art of lying”. De “leugen” van de kunst schept niet alleen een nieuwe waarheid maar ook een nieuwe werkelijkheid. Wat dat betekent voor de Syrische “werkelijkheid” na de vloed van “ware” oorlogsbeelden – laat ik graag over aan uw… verbeelding.

  2. Christel Van den Maegdenbergh zegt:

    Naar het schijnt was Monet quasi blind, toen hij zijn muurpanelen met waterlelies voor het Musée de l’Orangerie te Parijs maakte. Hij schilderde dus les nymphéas haast uit zijn hoofd, net zoals de dove Beethoven zijn negende symfonie volkomen op zijn gevoel componeerde. Kunstenaars – vooral die met een beperking (of ze nu doof zijn of blind) – zien en ervaren de wereld intensiever dan doorsnee mens.
    Natuurlijk is kunst niet steeds een objectieve weergave van de werkelijkheid maar eerder een bril waarmee de mens zich een voorstelling maakt van de werkelijkheid. Andere brillen leveren dus steeds een ander beeld op : de werkelijkheid als resultaat van onze manier van kijken. En als het waarnemen het vertrekpunt vormt en niet de werkelijkheid zelf, hoe weet je dan dat wat je waarneemt ook echt is en geen verbeelding? Het bizarre is dat we het inderdaad niet zo precies weten en filosofie niet kan bewijzen, dat wat we beschouwen als werkelijkheid ook echt zo bestaat. Wat we menen te weten, berust dus slechts op vermoedens en de waarneming van bepaalde dingen min of meer klopt omdat we dezelfde ervaringen delen. Maar van zodra we die dingen waarderen of de impressie die ze op ons maken, spelen die verschillende brillen een rol en leveren ze dus weer nieuwe of andere beelden van de werkelijkheid op.
    Fantastisch toch hoe kunst niet alleen ons helpt werkelijkheid te maken (of te manipuleren ;-)) maar ook ons leert beter te kijken.

Reacties zijn gesloten.