De gifbeker van Slobodan Praljak: van intellectueel tot oorlogsmisdadiger, en terug

slobodan-praljak-poison
Het Joegoslaviëtribunaal, dat nu al vijfentwintig jaar aansleept, heeft gisteren zijn beslag gekregen met een coup-de-théâtre die als een artistiek-filosofische performance hors catégorie mag beschouwd worden: de 20 jaar gevangenisstraf van beklaagde Slobodan Praljak wordt in beroep bevestigd, waarna die zijn onschuld uitbuldert en dodelijk gif neemt. Verwijzingen naar de gifbeker van Socrates zijn onvermijdelijk. Inclusief de pathetisch-declamerende toon terwijl hij het flesje boven haalde. Zelfs de mond van de rechter viel open van verbazing. Waarna hij afklopte: “Gordijnen toe”.

Jacques-Louis David: Socrates drinkt, na een exposé, de gifbeker
Onschuldig is Slobodan Praljak allerminst. In 1993 was hij als generaal verantwoordelijk voor slachtpartijen onder burgers, verkrachtingen en buitenproportionele vernielingen in het Bosnische stadje Mostar. Maar Praljak heeft helemaal geen curriculum van de modale officier. Hij studeerde filosofie en filmwetenschappen, en was in de jaren 70 en 80 actief als theatermaker. Toen Joegoslavië in 1991 uiteenviel en de verschillende etnische groepen elkaar begonnen te bevechten, sloot hij zich vrijwillig aan bij het Kroatische leger, waar hij een eigen bataljon van artiesten en intellectuelen vormde. Stel het u maar eens voor. Allemaal extravagante genieën met een kalashnikov, omdat het nu eenmaal oorlog is. Om vervolgens een hoop mannen, vrouwen en kinderen tegen de executiemuur te zetten. Paw, wat kleurt dat bloed lekker, wat is zo’n kapotgeschoten brug fotogeniek.
Het nodigt ons opnieuw uit om een boompje op te zetten rond het wezen van de kunstenaar/intellectueel sinds de renaissance. Het genie dat zich wil affirmeren, zijn stempel wil drukken, het universum wil vullen met zijn goddelijke adem. Met enorme gevolgen als dat breed gebaar gefnuikt wordt.

Neen, we gaan niet weer de clichés ophalen van de mislukte artiest Adolf Hitler, afgewezen aan de Weense academie, die dan maar dictator werd en een wereldoorlog begon. Of de gelukte artiest Caravaggio die niet méér moorden pleegde omdat hij het te druk had met schilderen. Of onze eigenste Jan Fabre, wiens sadistische aanleg een ideale uitlaatklep vond en vindt in, nu ja, kunst. Zeer breed moeten we het cultuurbedrijf, zoals zich dat tot op vandaag ontwikkelde, zien als een bezigheidstherapie voor gestoorden. Van Gogh en de schizofreen Adolf Wölfli zijn niet de buitenbeentjes, ze tonen waar het om gaat, namelijk om fervente pogingen tot sublimatie, dat mes niét trekken, de (zelf)verminking counteren door te tekenen, te scheppen, te klodderen met verf, de toeschouwer te terroriseren zonder levensgevaar. Altijd weer kom ik dan tot de reductio ad Hitlerum: wat als Adolf wél tot die kunstacademie was toegelaten? Hoeveel doden zou het gescheeld hebben?

Ontsnapt uit het gekkenhuis

“A Clockwork Orange” (Stanley Kubrick, 1971)
Het geeft ook een heel apart antwoord op de vraag of cultuursubsidies nuttig zijn. Gisteren beweerde ik nog stellig van niet. Maar dat was omdat ik sympathiseer met de Aalsterse carnavalisten die straks de deurwaarder mogen begroeten om elk 25.000 euro te betalen. Neen, cultuursubsidies, musea, artistieke infrastructuren en netwerken zijn nuttig omdat ze een boel gevaarlijke lui van de straat houden, tenzij ze zich onledig houden met het droppen van lelijk straatmeubilair à la Arne Quinze. Kunst is maatschappelijk relevant, niet omdat ze de wereld mooier maakt, maar omdat ze de waanzin binnen redelijke perken houdt. Na het wiel en het internet is het de meest geniale menselijke uitvinding.

Onze verbijstering tegenover het huidige terrorisme, meestal van moslimmakelij maar ook geïnfiltreerd door allerlei copycats van The Joker en andere serial killers uit de filmliteratuur, gaat ook over het feit dat we er niet meer in slagen om de psycho- en sociopaten aan het penseel, de notenbalk of op de planken te krijgen.
Ze zijn weggelopen uit het gekkenhuis, gaan ons met bijlen te lijf en zijn niet meer op te vangen. Een waar pandemonium, waarbij we met nostalgie terugdenken aan de tijd dat maniakken als Fabre en Delvoye ons nog konden ergeren met hun van de trap gesmeten katten of ingenieuze kakmachines. Dringend gezocht: nieuwe knutselateliers voor losgeslagen mafkezen. Misschien is de rapcultuur een deel van de oplossing.
In die zin is Slobodan Praljak, bij wie het destructieve nu eenmaal in het bloed zit, toch wel weer ergens een slachtoffer van de geschiedenis: als het theater wordt gesloten wegens oorlog, krijg je dit. Kunstenaars, filosofen, maar ook politici en wetenschappers: we moeten hen bezig houden en een aureool geven, een forum, een megafoon, het is onze plicht als “gewone mens”. Museum, praatbarak, labo, deeltjesversneller,- of als het niet anders kan, een blog. Bij deze.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

3 reacties op De gifbeker van Slobodan Praljak: van intellectueel tot oorlogsmisdadiger, en terug

  1. Eric zegt:

    Ach, Praljak, een kleine vis in de zee van bloed. Beter ware het geweest indien sr. en jr. Bush, het koppel Clinton, mevrouw Merkel en de heren Sarkozy, Soros, Juncker en Obama zich op hun twintigste ergens aan een kliederacademie hadden ingeschreven en daar waren gebleven. Dat had de wereld, en vooral Europa, heel wat ellende bespaard. Maar die mensen lopen vrij rond en niemand die opwerpt dat het Internationaal Strafhof zich eens over hún zaak zou mogen buigen. Ik zou zeggen: Viva Praljak ! Hoe die dat partijdig Joegoslaviëtribunaal te kakken heeft gezet !

  2. Ines zegt:

    Hij heeft zichzelf en de wereld een dienst bewezen in de beste tradities van het nazisme: de cyanide-capsule op het moment suprême. Heeft niks van doen met Socrates. Zijn slachtoffers hebben een langere doodsstrijd moeten ondergaan. Typisch voor dat soort: bij henzelf mag het nooit veel pijn.

  3. bertie zegt:

    Linkse massamoordenaars zijn nooit voor het Tribunaal in Den Haag moeten verschijnen, in de beste tradities van het communisme. Heeft niks van doen met recht en rechtvaardigheid. Of hun talrijkere slachtoffers een wredere doodsstrijd moesten ondergaan is niet te achterhalen, want naar goede communistische gewoonte laten die geen getuigen achter. Typisch voor dat soort: zij kunnen niet tegen hun verlies.

    Dat Internationaal Strafhof is een farce en een links-geïnspireerde spielerei, om zichzelf een air van belangrijkheid aan te meten als bestraffer van overtredingen tegen de menselijkheid, nou moe. Die bezigheidstherapie van een kliek wereldverbeteraars wordt slechts erkend door 124 van de 193 soevereine staten. Ruim een derde van de overige landen op de ganse aardbol is niet onderhevig aan menselijkheid.
    Waarbij dan nog de zeer belangrijke kanttekening moet gemaakt worden dat die erkenning beperkend geldt ten opzichte van àndere landen, want dat flatteert en streelt de eigen lof goed en kan in principe ook geen kwaad. Maar van zodra het Internationaal Strafhof zich begint te bemoeien met interne aangelegenheden van een soevereine staat, wordt de erkenning onmiddellijk ingetrokken, zoals Rusland deed, toen die rechtbank belachelijke vragen begon te stellen over de toestand op de Krim.

    Praljak is een veroordeelde oorlogsmisdadiger die de oorlog verloren heeft. We weten allemaal wat daarmee gebeurt. In de oertijd aten we hem op. Dat was met een grote graad van waarschijnlijkheid zijn lot geweest in sommige van die 124 aangesloten soevereine staten nu nog, en met absolute zekerheid in al die overige.
    Het is niet nodig op zijn graf te dansen.

Reacties zijn gesloten.