Zachtjes etteren de letteren: dat Brusselmans nog nooit een literaire prijs kreeg, pleit enorm voor hem.

 

“Het kraken van de kaft, de geur van de inkt, de schoonheid van de cover”….: vandaag richt Maarten Goethals, journalist bij de Standaard en “correspondent voor De Standaard der Letteren”, zich plechtig tot deze planeet om de lof van het boek te bezingen. De Antwerpse boekenbeurs die zo dadelijk haar deuren opent, zal daar uiteraard voor iets tussen zitten.
Goethals doet wat hem gevraagd werd: de papierindustrie een boost geven, zo politiek-correct mogelijk het Vlaamse cultuurcircuit beademen, en terloops ook subtiel de multiculturele missie van die papierindustrie onderlijnen (“Ligt de toekomst misschien bij schrijvers met een migratie-achtergrond?”). Op zich wel ironisch: een digitaal clipje waarin de wereld van e-readers en andere uitvindingen van Satan worden vervloekt.

Iedereen weet ondertussen dat ik een boekenscepticus ben. Zo lyrisch Maarten zich uitlaat over die bundels bedrukt papier, zozeer moet ik lucht geven aan mijn allergie. Het is mentaal én fysiek, ik moet niezen van dat papier dat altijd stof en bacterieën bevat, de inktgeur van het kaft waait agressief tegen als van een pas geverfd meubel, maar vooral: het boek weegt teveel, letterlijk en figuurlijk, het neemt als object overal plaats in waar ik het niet wil. De boekenkast is nog de meest logische container, maar die raakt ook snel vol, en dan is het afwegen tussen Lanoye en het van mijn schoonmoeder gekregen doe-boek “De moestuin het hele jaar rond”, waarbij ik altijd weer voor het laatste kies omdat het tenminste iets eetbaars oplevert.

Gewicht, gewichtigheid, zwaarte, opdringerigheid. De gravitas van het boek weerspiegelt een productieproces waarin schrijvers, uitgevers, drukkers en handelaren allemaal een schakel vormen in dienst van euh.. nu ja, het boekenwezen. In zijn meest onthutsende vorm manifesteert het zich tijdens de opbouw van de Boekenbeurs: uitgevers die kratten vol versgedrukte leeswaren bovenhalen en die etaleren als iets waar een homo sapiens niet om heen kan. Edoch: de manische bezigheid om bomen te kappen, tot pap te vermalen, papier te produceren, het te bedrukken en in omloop te brengen, zie ik als een volstrekt destructief proces waarbij de natuur verliest, onze beweegruimte kleiner wordt, de ramsj-handels floreren, en ondertussen de lezende mens zich vult met gestolde hersenschimmen, wat de afmeting van een echte verslaving kan aannemen. Ooit vergeleek ik de schrijver met een vampier die de lezer leegzuigt en er zijn eigen necrotisch bezinksel in dropt. Een vreselijk beeld, de Vlaamse Vampiersbond voelde zich door deze vergelijking geschoffeerd.

Lezen als pose
Het probleem met dat boek is vooral dat het niet meer primair een drager is van een discours of een verhaal, zoals bijbeldrukker Gutenberg het ooit bedoelde, en zoals de verlichtingsfilosofen het medium misbruikten om hun opruiende inzichten te verspreiden. Neen, het boek is vandaag vooral een object, een artikel, een product, en natuurlijk ook een intellectueel fetisj. “Ik heb altijd een boek bij me, op de trein, in bed, in bad…” vernemen we in Maartens clipje. Dat wijst echt op dwangmatig gedrag, iets dat vraagt om een ontwenningskuur. Natuurlijk is de man-met-het-boek vooral iemand die schrik heeft om niet serieus genomen te worden zonder boek. Alsof hij naakt en zonder alibi op de trein zou zitten en een gesprek moeten beginnen over het weer.
Lezen wordt dan een pose, een gedragscode, en het boek een statussymbool. The medium is the message: niet de inhoud van het boek is wezenlijk, wel het statement “ik ben een alfabeet, ik lees, dus ik ben”. Sssttt! Het boek als vijgenblad, schaamte voor de eigen naaktheid, fobie voor het triviale, Cultuur als teken des onderscheids. Lezen in een trein, terwijl de overbuur sluiks het kaft bekijkt en zijn snorharen trillen van nieuwsgierigheid en afgunst: de kick van het lezen is socialer dan u denkt.

Eeuwige roem
En dan zijn er nog de prijzen.
Onder de impuls van cultuurfasciste Chantal Pattyn, de netmanager van Klara die ooit opschepte dat ze haar zoon willens nillens meesleurde naar alle mogelijke en onmogelijke kunsttentoonstellingen, heeft de VRT nu een nieuwe literaire prijs ingesteld, of beter een reeks van tien, die allemaal Hugo heten naar Vlaanderens bekendste net-niet-Nobelprijswinnaar.
De laureaten krijgen “eeuwige roem en een passend kunstwerk”, aldus de VRT.
Niet eens wat geld om een nieuwe pen te kopen of eens naar de hoeren te gaan, maar eeuwige roem en een schouwgarnituur. Een beetje schrijver kotst op dat vertoon van de tweede hoofdzonde, zijnde de gierigheid. De partners bij het project zijn anders niet min: boek.be (door de rechtbank gedwongen om nu toch de jarenlang“verboden” uitgeverij Egmont toe te laten), deBuren, het Vlaams Fonds voor de Letteren (dat vooral gevestigde auteurs subsidieert die goed liggen bij de Adviescommissie), Iedereen Leest, VAV, VVBAD, Canon Cultuurcel, en Sabam for Culture (de auteursrechtenorganisatie, bekend om haar stalking- en afperspraktijken).
My guess: weer zullen de halfgoden uit hetzelfde beschimmelde pantheon der Vlaamse letterkunde gelauwerd worden door hun amicale achterban. Inteelt op grote schaal. Het feit dat Herman Brusselmans, de hond in het Vlaamse literaire kegelspel, nog nooit een prijs won, pleit ontegenzeggelijk voor hem.

Is er dan (intellectueel) leven buiten het boek? Natuurlijk, het begint er pas. Terwijl de uitgevers hun dozen uitpakken en op de toog de boekjes schikken, terwijl de schrijvers een propere onderbroek aantrekken en hun vulpen opblinken voor signeersessies met blozende meisjes, is de wereld al veel verder. Beleef het op het internet, waar iedereen lezer én schrijver is, tot afgrijzen van de skribentenkaste. De literatuur, het geschreven woord, maakt een bloeitijd mee die ze sinds einde 18de eeuw/begin 19de eeuw, het grote tijdperk van de roman dus, niet meer heeft gekend. Het papieren spoor heeft ze echt verlaten, de rest is achterhoedegevecht. En eeuwige roem natuurlijk, want wie schrijft die blijft. Ik ben alweer weg, daag.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

8 reacties op Zachtjes etteren de letteren: dat Brusselmans nog nooit een literaire prijs kreeg, pleit enorm voor hem.

  1. wim van rooy zegt:

    Ik herken de kern: nagenoeg de hele boekindustrie is een maffieus gebeuren waarin de literaire ‘ondergrond’ (literary underground: lees het boek van Robert Darnton daarover) niet aan bod mag komen (en dus vlucht naar het internet, dat nu dus ook gecensureerd wordt) en waarin men prijzen uitreikt aan ongevaarlijke werken en aan ons-kent-ons-antifa’s. Zelfs de vroeger zo gegeerde Arkprijs (van het Vrije Woord, notabene!) wordt al jaren gegeven aan auteurs die door niemand een strobreed in de weg worden gelegd, integendeel: ze worden nog bekender omdat ze al bekend waren… De ouwe Herman Teirlinck zou zich omdraaien in zijn graf. De culturele kliek van subsidieslurpers protesteert nog alleen als ze niet genoeg geld krijgt en maakt als het nodig is gemene zaak met de managers van dienst. Een laf kliekje.

  2. karina zegt:

    bijna allemaal waar, ik lees dus geen boekrecensies noch bezoek ik boekenbeurzen en ja ik gruwel ook van de industrie die sommige schrijvers zo over het paard tilt dat ze het van zichzelf gaan geloven, dat ze zonnekoningen zijn die elk denkbaar podium op het arrogante af mogen “betreden”, zij het vaak astmatisch. Maar dat met elk boek komaf moet gemaakt is natuurlijk een beetje teveel door de bocht. Boeken kunnen echt als vrienden zijn die er op bepaalde momenten van je leven “waren” en zodanig “waren” dat ze een deel van je wezen zijn gaan vormen. Zulke boeken worden meestal liefdevol doorgegeven, en het is dat aspect dat door geen publicitaire superlatieven kan worden vervangen. In mijn boekenkast wemelt het van papier geworden engelen. in vele van die boeken heb ik geschreven, krulletjes gezet, tekens achtergelaten als kruimels voor de hans en grietje in mij. Soms staat er ook welke muziek er dan opeens door de woorden kwam glippen, of plekken waar ik was of iets over mensen in de buurt die ik al dan niet kende. Boeken worden daardoor getuigen van wezenlijkheid, die je altijd weer kan terugvinden als het wereldlijke geraas en gebral een mens dreigt te overstemmen. Dat is ook zo met muziek. Het eerste vioolconcerto van Sibelius is voor altijd met jou verbonden mijnheer sanctorum, ik had het – voor je er ooit lang lang geleden – iets over zei, nooit gehoord. en zo gaat dat ook met boeken, zij zijn bouwstenen van het leven dat zich ontvouwd heeft en mij mee gemaakt tot wie ik ben. Er is veel om dankbaar voor te zijn als je ouder bent geworden, en hie ouder, hoe leer ik van mijn boeken hou. Tja …

  3. Eric zegt:

    De redeneringen van Sanctorum kloppen grotendeels: van de vijftig boeken die vandaag uitgegeven worden zijn er negenenveertig overbodig. Dat komt echter niet door het medium ‘boek’ an sich, wel door de volmaakte ongeïnspireerdheid waarmee deze boeken tot stand komen. Schrijvers die binnen 100 jaar nog gelezen kunnen worden komen heden ten dage niet tot ontwikkeling, en één van de redenen daarvoor is, naast misschien de Zeitgeist die dit niet toestaat, dat het uitgevers- en auteurswereldje een eng en gesloten circuit is. Anderzijds mag Sanctorum mij internetschrijvers aanwijzen die de uniciteit van een Hugo, een Kafka of een Bukowski halen, en die dus de moeite van het lezen waard zijn. Ik ken momenteel slechts één hedendaagse romanschrijver – en die schrijft boeken (en geen blogs) – die klassiek kan genoemd worden, en dat is Houellebecq. Er zijn enkele Amerikanen die de moeite waard zijn, maar ook zij zijn tot de vergetelheid gedoemd. En het spijt me, heer Sanctorum, maar ik zie mezelf niet in een trein op het schermpje van een e-reader Simenon, Boon of Bukowski lezen. Dat is zo absurd als spagetti draaien met een smartphone. Uw fundamentele haat jegens boeken (en niet alleen jegens het boekbedrijf) is absurd en voor een psychoanalytisch zelfonderzoek vatbaar.

    • Eric zegt:

      P.S. Als ik ‘Hugo’ schrijft denk ik niet aan Claus, maar aan Victor. Dit om enig misverstand te vermijden. De krabbelaar waar de bovenvermelde prestigeprijs naar vernoemd is is het vermelden eigenlijk niet waard. Maar in deze kon ik niet anders.

  4. Christel Van den Maegdenbergh zegt:

    Ach die jaarlijkse jeremiade over de boekenbeurs. Wie neemt die beurs nog serieus? Waar tv-koks de show stelen? Men zou eerder van een ‘koekjesbeurs’ spreken.
    Het bedrag voor de inkom besteed ik liever aan een …boek, al dan niet tweedehands. Je kan op het internet niet alles vinden. Daar lees je ook heel wat bullshit.
    E-readers en laptops kan je evenmin milieuvriendelijk noemen.
    Wat muziek voor de ene is, is literatuur voor de andere. Het summum van genot.
    Niks is zaliger om op een koude herfstdag bij een lekkere kop koffie of in een geurig schuimbad een goed boek te lezen. Ik ben hier alweer weg, daaag.

  5. Jan Kniesoor zegt:

    Een miniatuur uit de Spieghel Historiael, een Middelnederlandse kroniek met de auteur, Jacob van Maerlant (geboren rond 1235 in het Brugse Vrije) aan het werk aan zijn manuscript.

Reacties zijn gesloten.