Deeltjesversneller onthult wat we altijd al wisten: het heelal is één grote grap, auteur onbekend

Nature

“Eigenlijk had het heelal niet mogen bestaan”, zo kopt De Morgen, als samenvatting van een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Gelet op de rampspoed die ons van alle kanten treft, lijkt het meteen ook een suggestie in te houden hoe hieraan een einde te stellen.
Van het artikel in Nature zelf (“A parts-per-billion measurement of the antiproton magnetic moment”) snap ik de ballen, al straalt het iets poëtisch-hermetisch uit. Dankzij de kop van De Morgen ging ik toch wat dieper graven in de populair-wetenschappelijke literatuur. Hoe zit dat nu precies met die kosmos? De nerds zullen mij vast wel op de punten en de komma’s corrigeren.

Deeltje en tegendeeltje: een zoektocht
Uitgaande van Einsteins relativiteitstheorie postuleerde de natuurkundige Paul Dirac in 1926 het bestaan van anti-materie. Volgens die theorie  heeft elk deeltje zijn perfecte partner, maar met een tegengestelde lading, het zgn. antideeltje. Komt een deeltje met zijn anti-deeltje in contact, dan houden ze op te bestaan en worden ze compleet omgezet in energie, overeenkomstig Einsteins bekende wet E=mc². Dat proces noemt men annihilatie.
Op het moment van de Big Bang, het ontstaan van het heelal dus, was er precies evenveel materie als antimaterie, en hadden ze elkaar onmiddellijk moeten neutraliseren. Maar om een onopgehelderde reden is dat niet gebeurd en verdrong de materie de antimaterie naar een uithoekje in het heelal. Een verhaal van verbroken symmetrie dus. De kosmos als het gevolg van een mislopen fusie.

Heel de fysica lijkt wel een melancholisch postscriptum op de Big Bang waar op een of andere manier de perfecte balans tussen materie en antimaterie is verbroken. In het CERN te Genève speuren witte schorten naar het hoe en waarom. Met een deeltjesversneller kunnen een paar microgram antimaterie gemaakt worden, en dan is het dolle pret. Euforische berichten worden dan de wereld ingestuurd om de sponsors de illusie te geven dat het allemaal wel zin heeft, zo’n peperdure installatie om sporen van spookdeeltjes te ontdekken. Volgens bepaalde SF-theorieën zouden we schier onbeperkt energie kunnen maken, nodig voor reizen naar verre sterrenstelsels, door gewoon een pakje antimaterie mee te nemen en die op het juiste moment te laten annihileren met materie die we kunnen missen, zeg maar afgeknipte teennagels of een opstandig lid van de bemanning.

De liefde als self-made deeltjesversneller
Voor ons, gewone stervelingen, is het allemaal maar een schrale troost en verre toekomstmuziek. Doordat op het nuluur niet alles dadelijk in energie werd omgezet, lopen we als materiële wezens rond, op zoek naar een beetje warmte. Alles verkeert min of meer in een energiecrisis, het leven is er het schrijnendste bewijs van. De datingsites floreren.
In zijn Symposion (Het Gastmaal) laat de filosoof Plato een aantal opiniemakers hun mening verkondigen over de liefde. De kluchtdichter (!) Aristophanes legt hij een hilarische hypothese in de mond, namelijk dat man en vrouw ooit één waren, maar dat Zeus hen heeft gescheiden, waarna iedereen op deze wereld op zoek is naar zijn/haar andere helft.
Met een beetje verbeelding kan die kwinkslag van Aristophanes gelezen worden als een vroege versie van de speciale relativiteitstheorie, en meer bepaald dus de kwestie van het deeltje en zijn spoorloos tegendeeltje.
Door het onevenwicht tussen beiden is de fusie een hachelijke zaak en de perfecte liefde een zeldzaam fenomeen, een absolute uitzondering. We zoeken wel, maar we vinden ze zelden. Het heimelijk verlangen naar de toestand van pure energie, zoals ze in de Big Bang had moeten gecreëerd worden, uit zich nu in een verhaal van hopeloze liefde, (v)echtscheidingen, gebroken spiegels, genderdiscussies, parenclubs en #MeToo-tweets.

Het vermoeden dat de kosmos op zich een accident is, de natuur een uitstulping ervan, en het leven een absurde toevalligheid, zou wel eens dé drijfveer kunnen zijn waarom we een partner zoeken, seks willen, harmonie nastreven, symmetrieën uittekenen in alles, de wetenschap en de wiskunde inbegrepen. Maar ook de reden waarom we moppen vertellen, lachen, de literatuur bedrijven, symfonieën schrijven of naar een optreden van de Marlets gaan (“Op weg naar Scherpenheuvel).
Naarmate de mens slimmer wordt en het bewustzijn toeneemt, beseft hij ook dat het bij het absolute begin al is mis gelopen. Een moeilijk te slikken pil als men in de mensheid en de vooruitgang gelooft. Laat varen alle hoop… en trek het narrenpak maar aan.

Carnaval in ’t heelal
Wat heeft dit nu te maken met de Bende van Nijvel?- zult u vragen. Op het eerste zicht niets. Op het tweede zicht ook niets. En dat is interessant, want het niets ging aan de Big Bang vooraf, het punt waar wetenschap en religie evenveel zeggingskracht hebben. Is de liefde een wanstaltige poging om die energetische fusie toch nog te simuleren in een kleine deeltjesversneller, dan is het geweld en onze fascinatie voor het vuur een nog drastische vorm van nostalgie, een verlangen naar energie zonder materie, zoals het had moeten zijn maar volgens een absurde toevalsgril niet werd.
Boem, paukenslag. Het feest kan beginnen. Het fameuze doodsverlangen (thanatos), dat Plato én Freud in verband brachten met de Eros, is niets anders dan een poging om dat accident, die sisser na de oerknal, alsnog recht te zetten. Vergeefs natuurlijk. Door met vuur te spelen komt die Big Bang niet terug, er vallen alleen lijken en het ruikt naar verbrand. Liefde is oorlog en oorlog is liefde, maar op het einde, na de liefdesdood, komt de man met de borstel en het vuilblik op het toneel de scherven opruimen. Eventueel met een fotograaf in zijn zog.

In het heelal is ’t alle dagen carnaval, en het heelal is overal: deze doordenker van Kapitein Wally (Lava, 1990) vat toch wel zo’n beetje samen hoe we het ko(s)misch misverstand draaglijk kunnen houden. Het heelal als één grote grap, auteur onbekend. Humor en seks maken de natuur zowaar natuurlijk. Aristophanes -Plato, 1-0.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

2 reacties op Deeltjesversneller onthult wat we altijd al wisten: het heelal is één grote grap, auteur onbekend

  1. Hans Becu zegt:

    Zeer interessant, een donatie waard ?

  2. Marc Schoeters zegt:

    Als het heelal kort na de Big Bang volmaakt symmetrisch was geweest dan hadden materie en antimaterie elkaar geannihileerd – en was er alleen maar immateriële energie overgebleven. Dus alleen een kleine afwijking van de volmaakte symmetrie heeft een materieel heelal mogelijk gemaakt. Deze wetenschappelijke ontdekking heeft ook verstrekkende gevolgen voor ons schoonheidsbegrip. Volmaakte schoonheid is niet levensvatbaar. Een man of vrouw met een volstrekt symmetrisch gezicht wordt wel “mooi” gevonden – maar het is de artificiële schoonheid van een robot of een automaat. Werkelijke schoonheid komt pas tot leven in de afwijking: een beetje scheve neus, een iets dikkere bovenlip, het ene oog dat donkerder kleurt dan het andere, de linkerborst die wat groter is dan de rechterborst – om nog te zwijgen van de volkomen willekeurige spreiding van moedervlekken over het lichaam. O die ene “tâche de beauté” op de rechterwang! Schoonheid is een kwestie van assymetrie. Het materiële heelal werd alleen mogelijk door een lichte afwijking in de verdeling van materie en antimaterie. De menselijke verbeelding wordt pas interessant door een “defoke” in ons “cervoke”. Het is daarom ook dat politiek-correcte machtsdromen over een utopische samenleving of godsdienstige denkbeelden over een volmaakt opperwezen zo gevaarlijk zijn. Zo’n valse “schoonheidsidealen” zijn niet alleen lelijk (in alle betekenissen) maar ook levensvijandig. En in strijd met de fundamentele grondtoon van het heelal. De mooiste muziek laat altijd hier en daar een dissonant weerklinken.

Reacties zijn gesloten.