Dialect versus standaardtaal: waarom ik geloof in plekken waar een schommel nog “biezebijs” heet

schommel

Zo’n vijftig genoteerde dialectwoorden bestaan er in Vlaanderen voor het woord schommel. Van ballansoare (Poperinge), over juttekoeker (Gistel) biezebijs (Dendermonde), touter (Deurne) tot suur (Overpelt) en zwikzwak (Maaseik): ga vijf kilometer verder en u schommelt op iets anders. Het officiële AN-woord schommel zelf wordt bij mijn weten in Vlaanderen nergens gebruikt.

Zo’n taaldiversiteit is opmerkelijk, want een schommel is toch een tamelijk marginaal ding, iets dat vanachter in de tuin staat te roesten, en dat we horen piepen als kinderen even hun smartphone ter zijde leggen. Maar dat is het nu net: de kindertaal neigt naar de privétaal, die met mondjesmaat wordt afgeleerd via de school en de gestandaardiseerde opvoeding. En die stand houdt op speciale plekken. Op die manier is de ballansoare, of zijn variant, de benoeming van zo’n plek waar niemand anders mag komen en die we net daarom koesteren als een eiland.

Heeft het zin om een taal te ontwikkelen die door niemand anders dan de maker kan begrepen worden? Is dat niet eigen aan de idioot, het volharden in een idioom? Het communicatiestrategisch denken van de moderniteit streeft inderdaad naar algemeen begrijpbare standaardtalen die het liefst wereldwijd gesproken worden, daarom niet als moedertaal maar als lingua franca, het Afrikaanse swahili, het Frans (in volle afgang), het Esperanto (nu zo goed als weer afgevoerd), en uiteraard het wereld-Engels.
Als iedereen dezelfde taal zou beheersen, is de wereldvrede nabij, zo geloven de apostelen van de linguïstische apotheose. Maar dat is natuurlijk niet zo. Er wordt steeds meer Engels gesproken, doch de wereldvrede komt niet dichterbij, integendeel. De Angelsaksische wereldcommunicatie is ronduit desastreus, het brengt de vijand en de dreiging veel dichterbij. De eenheidstaal lijkt vooral nuttig om de oorlog makkelijk te kunnen voeren. Uiteindelijk worden ook de IS-boodschappen in het Engels verspreid, Dabiq, het voortreffelijk gemaakte huismagazine van het kalifaat, inbegrepen.

Priemgetallen
We moeten het dus misschien even anders bekijken, en de niet-standaardtaal zien als een opgetrokken scherm, een cordon tegen het opdringerige en totalitaire eenheidsdenken. Het eerste wat een kolonisator doet, is zijn taal opleggen, desnoods met geweld.

Zonder twijfel vormen de dialecten het residu van een hardnekkig verzet tegen bezetters van allerlei aard. De francofone onderdrukker van weleer is verdwenen, maar de Vlaming koestert hetzelfde wantrouwen tegen het Vlaams/Nederlandse cultuurimperialisme, het verbond van letterkundigen, de media, het Groot Dictee van de Nederlandse Taal, het AN dat met het establishment wordt geassocieerd. En zo zijn we weer bij het Carnaval en de gistende onderbuik van la Flandre Profonde.
Dat de VRT/Woestijnvis via series als Bevergem deze onderstroom tracht te recupereren tot folklore-met-de-glimlach, doet niets af aan het feit dat het Vlaams dialect in se een fuck-you-gebaar betekent tegen normen en regels die van bovenaf worden opgelegd, door een macht die we als iets vreemds ervaren, ook al mogen we af en toe een bolletje zwart maken in het stemhok (waarbij het systeem ook wel “foute partijen” én haar kiezers sanctioneert via een cordon).

Dus ja, af en toe kruip ik als geboren Oostendenaar in de huid van de Westvlaming, als het me uitkomt, en geniet van de consternatie bij de Brabanders. Maar evengoed doe ik dat met het Antwerps bij de Westfluten. Het genoegen van een vreemdeling te zijn is zo groot als het genoegen van de inboorling om de vreemdeling perplex te laten. Geen enkele behoefte heb ik om mijn taal op te dringen, en geen enkele behoefte heb ik om die van een andere over te nemen. Noem dat laatste gerust xenofobie, of voor mijn part zelfs idiotie. De laatste niet-gekoloniseerde plekken op deze planeet bevatten een geheimtaal die zich slechts al schommelend laat lezen, soms, of soms ook niet. Dit gaat over priemgetallen en elementaire deeltjes, hun eenzaamheid én hun autonomie, het een impliceert het ander.
Ook al zullen de oude streekdialecten verdwijnen, er zullen nieuwe ontstaan, ook in het digitale tijdperk, ook in de Facebookcultuur. Onder de Angelsaksische wereldstandaard zal altijd een behoefte blijven bestaan aan het particuliere sh’ti dat zich per definitie onderscheidt van de rest. Vergeten we niet dat het Nederlands op zich maar een nutteloos en marginaal taaltje is dat nog door geen 0,03% van de wereldbevolking wordt gesproken. Objectief zouden we beter allemaal snel Engels beginnen spreken en schrijven, of Chinees, of euh… Arabisch.
Maar neen, vooral dat laatste klinkt als een onderwerping. Ooit zullen we nog zoeken naar een biezebijs om de tuin te markeren, geloof me. Nu weet u ook waarom ik enkel in een soort Nederlands schrijf en blijf schrijven, en me daar best gelukkig in voel. Niet heel de wereld hoeft dit te weten.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

10 reacties op Dialect versus standaardtaal: waarom ik geloof in plekken waar een schommel nog “biezebijs” heet

  1. Hans Becu zegt:

    Pffff. Het gekoketteer met dialecten van onze culturele elite bewijst alleen dat ze Vlaams nog altijd Vlaamsch vinden. Volksverheffing ? Mijn kloten. Van het gezin van Paemel over de helaasheid van Reetverdegem tot Bevergem : de Vlaming wordt steevast voorgesteld als een slurpende en schetenlatende boer die met heel de sibbe uit 1 pan pap vreet, met houten lepels. Sex is steevast in een schuur : de boerenmeid, op een baal stro, de rokken omhoog. Enfin, we hebben hier geen beschaafde elite. Alleen schijtende en boerende marginalen die niet naar het toilet gaan, maar tegen een boom pissen. We zijn dankzij onze culturele elites Europees kampioen oikofobie en zelfverachting. We hebben geen fluit zelfrespect, dus worden we ook niet gerespecteerd. Zolang we onszelf niet respecteren, komt de Vlaamse republiek er nooit vanzeleven.

  2. aghasee zegt:

    Een schommel is alhier beter -enkel- gekend als een ‘renne’. En inderdaad, tien kilometer verder is het opeens ‘tuttre’.
    Het AN als schrijftaal is een noodzaak.
    AN als -opgedrongen- spreektaal weiger ik, opzichtig, nadrukkelijk, overduidelijk; ostentatief.

    • Hans Becu zegt:

      Niet te verwonderen dat met die mentaliteit migranten geen Nl willen leren. Als je 10km verhuist, kan je herbeginnen. En als AN een noodzaak is als schrijftaal, is het ook een noodzaak als spreektaal. Taal is een communicatiemiddel. Wat een onzin.

  3. Jan Kniesoor zegt:

    ’t kom nie ip e tette van ne mierebuk !

  4. Taalgaardenier zegt:

    Wat voor zeik van boeremie is me dat hier allemaal? Of moet ik het in jullie taaltje zeggen: Urine van Maria van ’t platteland.
    Over streektaal zeveren en zélf de godganse tijd Nederfranskiljons gebruiken, dat is het toppunt.
    Ik vraag me af of jullie dit als standaardtaal, streektaal of gewoon als Franskiljons beschouwen. Navelstaren kent hier geen grenzen! Het komt hier allemaal voor, zowel in het stukje zelf, als in jullie meninkjes:

    – donatie, koketteren, enfin, elite, respect, republiek, diversiteit, privétaal, desastreus, magazine,
    cordon, recupereren, associëren, consternatie, perplex, impliceren, markeren, enz.

    Dwepen met streektaal, maar je eigen taal ofwel niet kennen ofwel minachten, brengt het gebruik van voornoemd NederFranskiljons mee.

    Besluit: Leer eerst zélf je eigen taal, voor je begint over streektalen te snoeven!

  5. wim van rooy zegt:

    De Vlaming spreekt meestal dialect of een schabouwelijk tussentaaltje omdat hij/zij te lam is om regeltjes te leren en niet omdat het een revolutionair bastion zou zijn tegen welk imperialisme ook. Er is niets mis met het Nederlands, en ook niet met dialecten. Maar Vlamen kunnen alleen dialect spreken omdat ze geen fatsoenlijke zin met twee (laat staan drie) voegwoorden kunnen formuleren. Ze hakkelen erop los en denken, zoals Kris Peeters, met een Hollands accentje de zaak te kunnen redden. Een beetje zielig en pathetisch.

    • Hans Becu zegt:

      Ik herinner me mijn proffen Nl aan de unief. Ze hadden het over de standaardtaal, en die werd bepaald door de “Haagse spraakmakende gemeenschap”. Niet door Vlamingen uiteraard : die hadden geen stem in het kapittel. Van Dale schreef : Zn. Vlamingen zijn een knechtenvolk. Eerst laten ze zich verfransen, en dan verhollandsen. Nu koketteren ze met dialecten. We leren het nooit, en we blijven worstelen met het gebrek aan een natuurlijk gegroeide elite. Onze culturele en academische elite lijdt aan zelfhaat. Ze brabbelen op een colloquium aan de Gentse unief liever steenkolenengels dan NL te spreken, in hun obsessie om internationale Wereldburger te zijn en zeker geen Vlaams Boerke. Geen hond die er in deze bij stilstaat dat de vernederlanding van de Gentse universiteit een mijlpaal was in de Vlaamse culturele ontvoogdingsstrijd, en een essentiële stap in de democratisering van het hoger onderwijs. Hallo linkse jongens? . Hoe zit het overigens met de kennis van het Engels van onze alloctone jongeren ? Terug naar af dus. Mo me goan oes jeunen.

  6. Alsof het nederlands dat ze in Nederland leuteren zoveel beter is dan ons vlaams-nederlands taalgebruik. En wat dat te maken heeft met links of rechts, met Vlaamse ontvoogding of culturele armoede is mij een raadsel. De grootste ziekte van onze taal is de mening dat onze taal ziek is. Als ik lees wat hier allemaal beweerd, geargumenteerd en weerlegd wordt dan blijkt dat ons Vlaams taalgebruik springlevend is. Gebrek aan zelfrespect? Wel, wel, wel.

Reacties zijn gesloten.