De “zachte” Nobelprijzen: het jaarlijkse festival van de middelmatigheid en de morele hypocrisie

STOCKHOLM: Nobel Prize Award Ceremony 2010.

Ze vallen nu letterlijk uit de lucht, de prijzen, en telkens wordt er goedkeurend geroezemoesd: tijd voor nobele gevoelens en dito commentaren van kenners. En ik heb het dan uiteraard over de “zachte” prijzen, niet deze voor geneeskunde of fysica.
Gisteren werd de Nobelprijs Literatuur toegekend aan de Japans-Engelse auteur Kazuo Ishiguro, waarvan Herman Brusselmans zegt dat “zijn boeken op geen kloten trekken”. Vermoedelijk voor de grap voegde hij er nog aan toe dat Griet Op de Beeck die prijs best wel had mogen hebben. Ik meng me niet in deze heikele discussie want ik lees nauwelijks romans. Wat ik wel overal lees is, dat deze schrijver een consensusfiguur is, gewaardeerd door andere schrijvers, recensenten en lezers. Iemand die dus geen weerstand oproept, en daarmee is wellicht het belangrijkste gezegd.
Nu moet u vooreerst weten dat, zoals met alle prijzen, kandidaten eerst moeten worden voorgedragen. In dit geval geschiedt dat via leden van letterkundige academies en verenigingen, professoren in taal- of letterkunde, oud-Nobelprijswinnaars en voorzitters van schrijversorganisaties.
Dat zegt al iets over de salonfähigkeit van een kandidaat: zo iemand moet goed liggen in de literair-culturele cenakels, vriendelijk wezen voor collega’s, beminnelijkheid uitstralen, en vooral niet teveel controverse oproepen. De Deen Henrik Pontoppidan (wie?) viel alzo in de prijzen, naast Grazia Deledda (idem) en Winston Churchill (echt waar, in 1953, vermoedelijk vanwege zijn volzin “we slaughtered the wrong pig”), maar niet Leo Tolstoj, Henrik Ibsen, Émile Zola, Arthur Miller, James Joyce, Franz Kafka, Marcel Proust, Robert Musil, Vladimir Nabokov, Virginia Woolf, Salman Rushdie, en andere literaire lichtgewichten.
“Middelmatig” is het epitheton dat het best past bij de Nobelprijs literatuur.

De intertekst
pyramideEn voor u nu denkt “Sanctorum is pissig omdat hij die prijs zelf niet kreeg”: ik zou hem nooit aanvaarden, om de simpele reden dat ik geen literatuur schrijf, en omdat ik mezelf ook niet als literair subject beschouw, een “schrijver” die zijn op een secrétaire neergepende zielenroerselen via een uitgever in gedrukte vorm aan de wereld openbaart.
Ik beschouw mezelf namelijk eerder als een medium, een vergaarbak, een WC-pot waarin de wereld binnenstroomt, waar een en ander blijft plakken aan de borstel, en waar de rest langs achter weer buiten stroomt. Om het nog prozaïscher te zeggen: in de 21ste eeuw, die van de postmoderniteit, zou een auteur toch moeten beseffen dat velen zijn pen vasthouden, dat iedereen mee schrijft, er zijn geen “lezers” meer, behalve enkele sufkoppige boekenwormen die hun dagelijkse dosis literatuur als een bruistablet opnemen.
Het is dankzij de sociale media dat iedereen schrijver wordt, tot verbijstering van perskaartjournalisten en euh… leden van de PEN-club, en dat vind ik een echte vooruitgang, een culturele revolutie zoals we sinds het uitvinden van de boekdrukkunst niet meer hebben gekend.
Wat door filosofen als de intertekst wordt aangeduid, komt er op neer dat schrijven niet ontstaat uit het niets, de muzische “inspiratie” van een scribent, maar uit andere teksten, alles wat gezegd, geschreven, gedaan, verzwegen wordt. De krant en het internet dus, hoe trivialer hoe beter. Laat maar komen dus, die shit, de propere billen van de Muze mogen zich elders neervlijen.
Ik zou dus begot niet weten wat schrijven, mocht Griet Op de Beeck niet zo’n slechte, melige boeken verkopen, mocht de Stier van Marcinelle geen 6.000 euro per maand steungeld krijgen, mocht Bart Maddens geen bloedneus in Barcelona hebben opgelopen, mocht Dalilla Hermans niet zo Freudiaans tegen Zwarte Piet te keer gaan, of mochten Kim Jong-un en Trump niet onder met gevaarlijk speelgoed stoeien.
Allen verdienen ze meer de Nobelprijs dan ik, in die zin heeft Brusselmans dan toch nog gelijk wat Op De Beeck betreft. En wat meer is: het schrijven vandaag heeft vooral zin als betoog, moment in het spel van these en antithese, een woordenstrijd, ook wel polemiek genoemd. Scheldproza als het ware. Maar dat is uiteraard aan het Comité niet besteed.
Voor de rest is het absoluut onmogelijk dat een internetpublicist of blogger ook maar in de shortlist zou geraken: de Nobelprijs Letterkunde is en blijft een pendant van de boekenindustrie, ook in de 21ste eeuw.

Gutmenschen
dynamiet

Zopas wordt het breaking news de wereld ingestuurd dat het ICAN, het Internationaal Comité tegen de Verspreiding van Kernwapens, de Nobelprijs voor de Vrede heeft gekregen. Een goede keuze, al zullen de acht kernmachten er zich geen zier van aantrekken, integendeel, het versterkt het status-quo en hun monopolie, tegen schlemielen zoals Noord-Korea die het ook eens willen proberen.

We gaan er voorts niet nog eens op wijzen dat Hitler, Mussolini en Stalin ook ooit op de shortlist stonden voor die Vredesprijs. Henri Kissinger, de man achter de napalmbombardementen op Vietnam, kreeg hem effectief, evenals de EU, die nu wegkijkt terwijl Catalonië onder de matrakken kreunt.
NobelHet is vooral dat die prijs zo’n dubieuze komaf heeft, en een missie die spreekt over idealisme,- altijd verdacht. Leuke anekdote daarbij is, dat Alfred Nobel, uitvinder van het dynamiet en grote leverancier aan de wapenindustrie, ooit zijn eigen doodsbericht in de krant las (men verwarde hem met zijn broer Ludvid), waarin hij als “handelaar in de dood” werd gekwalificeerd.
Dat greep hem zo aan dat hij zijn testament veranderde en die Nobelprijzen oprichtte, te spijzen met de rente op zijn fortuin. Schuldig geweten dus, angst voor imagoschade, en het stiekeme verlangen om als steenrijke wapenhandelaar alsnog een plaatsje in de hemel af te kopen. Op die neurotische wrat loopt het Nobelprijscircus al meer dan een eeuw.

Daarom baadt het discours van het Comité in een sfeer van politieke correctheid en morele hypocrisie, vooral beducht voor controverse. Het gaat om een selecte club van Gutmenschen die zichzelf uitroepen tot wereldgeweten, humanitaire opperrechters die goed van kwaad kunnen onderscheiden en daarin telkens weer de bal misslaan. Zielig vertoon eigenlijk.

De sarcastische quote van George Bernard Shaw (die de literaire prijs weigerde) komt nog het dichtst bij de waarheid: I can forgive Alfred Nobel for having invented dynamite, but only a fiend in human form could have invented the Nobel Prize” (“Ik kan Alfred Nobel vergeven dat hij het dynamiet uitvond, maar alleen de duivel in mensengedaante kan zoiets als een Nobelprijs verzinnen”).  Strijkmuziekje en applaus.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

3 reacties op De “zachte” Nobelprijzen: het jaarlijkse festival van de middelmatigheid en de morele hypocrisie

  1. Mady Vermeulen zegt:

    Wauw, Alfred Nobel, uitvinder van het dynamiet en grote leverancier aan de wapenindustrie is de de geestelijke vader van de nobelprijs voor de vrede. Er zijn geen zekerheden meer in het leven.

  2. Christel Van den Maegdenbergh zegt:

    Er is dus een onderscheid tussen de “zachte” nobelprijzen voor literatuur en deze voor geneeskunde? Grappig, want een paar columns eerder werd er eveneens de draak gestoken met die prijs voor geneeskunde :-). Van mij mogen ze gerust die prijzen afschaffen en het prijzengeld verdelen onder arme luizen zoals onbezoldigde bloggers. Ook al lezen ze geen romans 😉 .
    PS. De nobelprijswinnaars Gabriel Garcia Marquez en Mario Vargas Llosa zijn heus geen ‘middelmatige’ auteurs. Hun schrijfstijl is fantastisch. Veel beter dan die van ‘melige’ Griet op de Beeck of ‘ dat trekt op geen kloten’ Brusselmans.

    • Christel Van den Maegdenbergh zegt:

      En dan ben ik ook nog de Portugees José Saramago vergeten. Beslist geen doetje of ‘middelmatig’ schrijvertje! Ook hij richtte regelmatig zijn pijlen op de politieke tegenstanders, de katholieke kerk en de dictator Salazar. Lees anders zijn romans ‘de stad der blinden’ en ‘de stad der zienden’.
      Met de groeten van een ‘sufkoppige boekenworm’ 😉

Reacties zijn gesloten.