De mensheid is de meest desastreuze machine, en alle lyriek daar rond is misplaatst

Passendale

Neen, ik ga niet zover om te zeggen dat
we moeten praten over lichamen,
mijn lichaam bij jouw lichaam is adem honger
de honger van een halve tweeling 
Dat zijn de vier eerste regels van een vers, geproduceerd door Antwerps stadsdichter Maarten Inghels. Een stadsdichter, dat is iets raars: hoe komt een schrijver ertoe om in dienst van Bart De Wever en zijn administratie literatuur te bedrijven, die toch geacht wordt om buiten de gevestigde waarden en zekerheden het niemandsland te verkennen? Ook al gaan de versregels nu getatoueerd worden op diverse burgerhuiden: het blijft de taal van de ambtenaar, in een hybride vorm van stadsdichter of dossierpoëet. Ik wil even de vergelijking maken met een ander recent geproduceerd tekstfragment:
Ik kan ik
Al de rest Ballen hebben nul voor mij
Voor mij voor mij voor mij
Voor mij voor
Getekend: Bob en Alice, twee pratende robotten. Persoonlijk vind ik dit rockend Van Ostaijen-achtig slagwerk, dat in het originele Engels aan James Joyce herinnert (“I can I /everything else/ balls have zero to me/to me to me to /to me to me”) superieur aan het politiek-correct gezwijmel van Maarten Inghels, het is kwestie van smaak natuurlijk. Erg toch: de Antwerpse stadsschrijver die de duimen moet leggen voor gekeuvel tussen twee elektronische circuits. Facebook, dat het experiment bedacht, legde het dadelijk stil omdat het de tekst niet ‘begreep’ en de machine haar boekje letterlijk te buiten was gegaan. Censuur dus, daar reeds. Waar gaan we naar toe als robotten beginnen te dichten? Inderdaad, goeie vraag.

De angst voor artificiële intelligentie en voor het tijdperk waarin machines intelligenter zouden worden dan de mens die hen schiep, vind ik een grappig gegeven. Facebook en Google hanteren namelijk aan de lopende band algoritmes die ons leven volgen tot in het kleinste detail. Alles weten ze, en alles gebruiken ze, volautomatisch in dienst van de advertentieverkoop. Anders gezegd: misschien moeten we toch meer schrik hebben van de sociaal-economische machine, door het kapitalisme tot zijn perfectie gebracht, dan van intelligente kunstbreinen die met vervaarlijke ijzeren hefbomen hun dwingelandij opleggen, zoals de Science Fiction het uitbeeldt.

Lof der domheid

Mathilde en Kate in Passendale

De waarheid is, dat de mens zichzelf al lang gerobotiseerd heeft, misschien al sinds het ontstaan van de eerste nederzettingen: we worden geboren in een maatschappij die regels instelt, voor ons denkt, acties verwacht en er andere verbiedt. We zijn pionnen, slaven, geef gewoon toe.
De zogenaamde “artificiële intelligentie” is al lang een feit, van voor er computers bestonden. De bureaucratie, beschreven door de filosoof Max Weber, is het bekendste voorbeeld: een centraal-rationeel gezag dat wel door mensen is uitgevonden en door biomassa wordt bemand, maar waar niemand onmisbaar is, en dat compleet autonoom draait, als een algoritme. In die zin is de voorspelde tirannie der robotten een parodie op de bestaande systemen waar mensen niets betekenen en louter functioneren voor het systeem zelf. In die zin ook is de immer op het internet geconnecteerde mens een voltooiing van een apocalyptisch beeld dat door geen enkele science fiction nog kan overtroffen worden. We zijn zombies, we hebben onszelf tot zombies gemaakt, in dienst van een “intelligentie” die essentieel op de verslaving en de uitbuiting is gericht. Niet het machinale intellect, maar onze eigen godverdomse logica, in dienst van een of andere moraal.

Zopas werd de slag bij Passendale herdacht,- een vreselijke nachtmerrie uit 1917, waar honderdduizend jonge mannen in het slijk het leven lieten voor niks, in naam van de militaire logica en de Europese beschaving. De hoedjes van Mathilde en Kate, die zich blijkbaar op de Waregem Koerse waanden, speelden een hoofdrol in deze lof der domheid, waar de gesneuvelden werden geprezen omwille van hun moed en het “offer” dat ze hebben gebracht. Wel, ik verzeker u, als kleinzoon van een oudstrijder die er zoals zovelen een dagboek op nahield: die jongens deden in hun broek en wilden helemaal geen “offer” brengen, ze wilden naar huis, een lief, neuken, een bestaan opbouwen.
De perversiteit van de machine die deze martelarenpoëzie brouwt,- daartegen zou Stephen Hawkings eens moeten fulmineren. De menselijke intelligentie die inhumaan is, twee wereldoorlogen heeft voortgebracht en straks een derde, ik ben er vele malen meer beducht voor dan voor die snuggere robotten en hun grappig geheimtaaltje. Dus ja, misschien hebben die automaten, die slimmer worden dan de mens en ons finaal uitlachen, wel meer te bieden dan de politieke beheersingsmachine die vooral domheid produceert onder het mom van sociale intelligentie.
De stadsdichter is het perfecte beeld van de geïntegreerde/geconnecteerde collaborateur die toch eindigt als kanonnenvlees en in een massagraf terecht komt. Stop met schrijven, Maarten Inghels, dringend, en luister naar Bob en Alice. De mensheid is de meest destastreuze machine: alle lyriek daarrond is misplaatst. Ballen hebben nul voor mij.
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

3 reacties op De mensheid is de meest desastreuze machine, en alle lyriek daar rond is misplaatst

  1. Hans Becu " zegt:

    Over Ieper : heb blijkbaar een andere uitzending gezien. Er werd idd. gesproken over heldendom, maar de gruwel, de angst en de totale zinloosheid kwamen uitgebreid uit de verf. En het was schitterend om zien en horen. En de hoedjes, tja, who cares. En de BBC op zijn best. Wat een technisch niveau ! En wil Sanctorum de Vlaamse republiek, dan zal dat nooit lukken zonder de nodige pump en circumstances waar net de Britten zo goed in zijn. Maar dat is dan ook een echte natie. Misschien moeten al die Vlaamse Bewegers eens beginnen met de night of the proms te vergelijken met het zangfeest, dat blijven steken is in de jaren 50. Land of hope & glory, Johan.

  2. Koenraad zegt:

    Tenzij ik het gemist heb zijn er geen Duitse/Oostenrijkse soldaten vermorzeld rondom Passendale, en al zeker niet voor echt. Schijnbaar alleen in de verhalen van Ernst Jünger.
    Niettemin. Zo waren de grote koningshuizen betrokken bij de Eerste Wereldoorlog directe familie van elkaar. De Duitse keizer Wilhelm II was een volle neef van de Britse koning George V via hun grootouders Victoria en Albert (Wilhelms moeder en Georges vader waren zus en broer) en een achterneef van de Russische tsaar Nicolaas II (hun grootmoeders waren zussen).
    Omwille van de Duitsklinkende naam, veranderde George V in 1917 zijn naam van Saksen-Coburg in een nieuw huis, dat van Windsor. Ook Albert I besliste in 1920 om voortaan enkel ‘van België’ te zijn, zonder meer.

    Op de “Passendale-herinneringsdag” bezocht ik ruim een uur het Deutscher Soldatenfriedhof in Menen, een schier vergeten begraafplaats uit de Eerste Wereldoorlog. Er rusten bijna 48.000 gesneuvelde Duitse soldaten en (onder)officieren, waarmee het de grootste Duitse begraafplaats in Vlaanderen is. In de korte tijdspanne dat ik aanwezig was, telde ik 4 bezoekers, mezelf incluis…

    Met bergen tegelijk sneuvelen voor koninklijke (of presidentiële) luchtkastelen, praalhoedjes en andere fratsen: het blijft in hoge mate schrijnend ergerniswekkend. En… aan de beide frontzijden.

  3. Mister 007 zegt:

    “He picked up his own arm…”
    De Amerikaanse artiest Henri Rollins had ooit een eigen rockband (in Californië) en een vriend die voor zijn ogen werd vermoord ; nu als getalenteerd redenaar op één van zijn ‘spoken word tours’ in het Midden-Oosten, voor een Israëlisch publiek, over de vreselijke en absurde gevolgen van het bloederige conflict met de Palestijnen (geen Nederlandse ondertiteling, waarvoor mijn excuus) :

Reacties zijn gesloten.