“Neem en eet…”: Franciscus houdt van zuivere hosties en zwijgt over troebele pastoors

communie

Hosties in de Colruyt, ik ben ze nog niet tegengekomen. Maar volgens het Vatikaan liggen ze wel degelijk in de rekken en zijn ze van slechte kwaliteit, daar ze industrieel zijn bereid en buiten tarwemeel en water toegevoegde ingrediënten bevatten, zelfs smaakstoffen zoals honing en aardbei,- dezelfde additieven die we in condooms aantreffen, ook al niet Vaticaanproof.

Het lijkt bijna surrealistisch dat, in deze tijd van cultuurclashes, klimaatopwarming en terreur, een paus zich nog uitspreekt over de samenstelling van een hostie die, zoals we allen weten, het lichaam van Christus vertegenwoordigt,- daarom verboden in te bijten.
Oeps, zei ik “vertegenwoordigt”? Neen, volgens de kerkelijke leer IS die hostie het lichaam van Jezus, en veroorzaakt de pastoor bij enig belgerinkel en de juiste formules een echt “transsubstantiatie” van dat meelschijfje in het vlees en bloed van de zoon van God.

De theologie daarrond stamt, zoals veel in de kerkelijke leer, niet uit de begintijd van het Christendom, maar werd pas uitgedokterd in het Concilie van Trente (1545-1563), waar de kerk de puntjes op de i plaatste tegenover het oprukkende protestantisme. Ketters werden verbrand, én een groots religieus marketingoffensief werd ingezet: rituelen, pracht en praal, en dus ook de hostietruc.
Maar het betekent wel dat in die eeuw van het opkomende humanisme, toen onze Vesalius al lijken opensneed en anatomie doceerde, een paus teruggreep naar tovenarij via een letterlijke interpretatie van het Johannesevangelie, geschreven door een fantast, minstens honderd jaar na de dood van Christus.
Merk de ironie op, en misschien ook wel de strategie. Terwijl de paus zich zorgvuldig op de vlakte houdt inzake seksueel misbruik, blijft de hostie clean en zonder additieven. Weer doemt die pastoor op met de knielende communicant, exact op de hoogte van zijn geslacht: “Neem en eet, dit is mijn lichaam”. Het hostiepurisme, vermengd met de blijvende omerta rond geestelijken met losse handjes, klinkt voor een ongelovige als ik hilarisch. Maar het toont opnieuw dat godsdienstwaanzin geen moslimmonopolie is.

Tot de communicant kan ik alleen maar zeggen: bijten als je hem in je mond moet nemen. Engelengezang gegarandeerd. Prettige zondag nog.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

4 reacties op “Neem en eet…”: Franciscus houdt van zuivere hosties en zwijgt over troebele pastoors

  1. walter maes zegt:

    Beter bijten dan genitale verminkingen (besnijdenissen) bij joden en moslamieten

  2. Marc Schoeters zegt:

    Vreemde mensen, die Romeinen. Met hun kannibalistisch geloof. Ik zou zeggen: als de Grote Mis-leider uit Rome de passie preekt, voor het zingen de kerk uit. Want anders zit je na vijftien jaar met een volledig schandknapenkoor in het zinkend kerkschip opgescheept.

  3. Ben Chokotoff zegt:

    De transsubstantiatie (het dogma van de verandering van brood en wijn tijdens de eucharistie) werd reeds ten tijde van paus Innocentius III (1198-1216) op het Vierde Lateraans Concilie in 1215 afgekondigd. Op het Concilie van Trente werden wel bepaalde zogenaamde deuterocanonieke boeken als gezaghebbend erkend, die door de protestanten niet werden opgenomen in hun canon en verder door hen apocrief werden genoemd. Sirach is zo’n boek. De Hebreeuwse versie ervan moet geschreven zijn te Jeruzalem rond 180 v.Chr. De Griekse vertaling, bekend uit de Septuagint, is in het oude Egypte nog gemaakt door de kleinzoon van de schrijver, die in 132 v. Chr. daar was komen wonen. De Septuagint was gedurende het Hellenisme en de eerste eeuwen van het christendom de meest gebruikte Bijbelvertaling voor zowel christenen als Joden. Septuagint is Latijn voor zeventig en de benaming is afkomstig van de Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel door een 70-tal (Egyptische) Joden. Sirach (50, 1-21) is een lofdicht, opgedragen aan Simon, een bekend hogepriester in de Joodse tempel te Jeruzalem, geprezen omwille van de restauratie die hij had laten uitvoeren aan de tempel, en verhaalt een offerande ten tijde van de Judeeërs :
    “Then he stood beside the altar,
    and other priests gave him
    the sacrifices to be burned.
    These priests stood around him
    like palm trees near a cedar
    in the Lebanon mountains.
    They wore beautiful robes
    and held the sacrifices
    in their hands.
    All Israel watched
    while Simon placed each offering
    on the altar fires.
    Then he was handed a cup
    of blood-red wine,
    which he poured out
    at the foot of the altar
    as a pleasant-smelling offering
    to God Most High,
    the King of all creation.
    After this, the priests shouted
    and blew silver trumpets,
    making a loud noise
    as a prayer
    to the Most High God.
    After this, the priests shouted
    and blew silver trumpets,
    making a loud noise
    as a prayer
    to the Most High God.”
    De Joodse tempel speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van het Jodendom. Bij de verwoesting van de eerste tempel begon de Babylonische ballingschap en bij de verwoesting van de tweede de Joodse diaspora.

  4. Ben Chokotoff zegt:

    Joodse humor…
    Ik leef liever samen met een leeuw en een draak dan met een kwaadaardige vrouw.
    (Sirach 25:16)

Reacties zijn gesloten.