Mediatisering van miserie: waarom liefdadigheid nooit structurele solidariteit mag vervangen

Torben

Een vader die opkomt voor zijn gehandicapt kind? Prachtig, daar kan toch geen enkele mierenneuker iets tegen hebben. De vierjarige Thorben uit Schelle is met een zware hersenstoornis geboren en heeft gespecialiseerde zorg nodig. Die zal hij vanaf oktober ook krijgen in een opvangcentrum te Duffel, maar het vervoer elke morgen was een probleem want beide ouders werken full-time. Dankzij een facebookactie, die uitliep op een heuse mediacampagne in de geschreven pers en ATV, raakte dat vervoer dan toch geregeld. Tot zover het goede nieuws.
Op zijn FB-pagina dankt papa Mano Janssen iedereen die wou helpen en geeft de “azijnpissers” een stevige veeg uit de pan, die vinden dat mijnheer Janssen voor die dagelijkse 20 km wel wat veel emoticons de cybersfeer instuurt, en op goedkoop medelijden speelt, de overdrijving ook niet schuwt (“we zullen ons kindje moeten laten inslapen”, waarmee eigenlijk bedoeld werd “in een internaat laten overnachten”, maar de toon was natuurlijk direct gezet). Hij rondt zijn dankbrief af met de hoop dat zijn actie de maatschappij wakker schudt en “dat de politiekers hier iets mee gaan doen”.
Wat dat laatste betreft, moet ik hem teleurstellen. Dat mensen zich de problemen van andere mensen aantrekken bewijst dat de warmte nog niet uit de samenleving is verdwenen. Maar de overheid zal hierdoor niet wakker geschud worden. Integendeel, het uitbesteden van zorg aan allerlei facebookgestuurde en goedbedoelde crowdfunding-acties kadert perfect in een verdere ontmanteling van het publieke zorgsysteem. We gaan dan terug naar een systeem van veredelde bedelarij waarbij de hardste roeper het meeste gehoor krijgt, en diegene met minder goede stembanden wegdrukt.
Want zo functioneert liefdadigheid nu eenmaal: we geven, één, twee keer aan een man zonder benen op een karretje, maar geen twintig of vijftig keer. Het medelijden raakt op omdat het,- en nu word ik weer helemaal kwaadaardig,- net focust op de uitzondering, de specifieke situatie, en ons zo het goed gevoel van de weldoener geeft. Weer een kwestie van zelfstreling en gelukshormonen dus: altruïsme is nu eenmaal averechts egoïsme.
Afgezien daarvan vergt het enige behendigheid om zo’n actie op te zetten, om goodwill te kweken en de juiste snaar te bespelen. En daar is mijnheer Janssen heel goed in, chapeau. Asociale stumperds echter, die hun probleem of handicap niet zo vlot aan de man kunnen brengen, of gewoon internetloze digifabeten,- sorry, daar kunnen we niets voor doen. Sommige mensen zijn misschien ook wel te trots om te bedelen en verkiezen om hun ongeluk te verstoppen: ook zij verdienen niet beter dan uit de boot te vallen in een tijdperk waar iedereen alles van de andere moet weten. Heel het sociale zorgsysteem, waar in principe iedereen recht heeft op dezelfde bijstand, zal door de overheid met veel plezier overgedragen worden aan Facebook en Twitter, waar er achter één geslaagde mobilisatie honderd verdoken gevallen zitten van stille miserie.
Maar hoe moet ik dat Mano Janssen, die enkel aan het welzijn van zijn zoontje denkt, duidelijk maken, en wie ben ik om dit soort ouderliefde te bekritiseren? Het punt is natuurlijk dat het dagcentrum in Duffel zelf dat vervoer zou kunnen organiseren. Maar daar is blijkbaar geen geld voor. Of beter: het is er wel, maar we hebben voor partijen gestemd die ook in 2017 nog altijd 35.666.000 euro belastinggeld willen spenderen aan de koninklijke familie (cijfers van Vuye en Wouters), en die ministers en parlementsleden vanaf 55 jaar (!) een pensioen toekennen van 4.250 euro netto per maand. Over de echte miljardendans rond de redding van de grootbanken spreek ik niet eens.
Ik bedoel maar: zorg voor je kind, en zorg ook voor andermans kinderen, zou een linksige vrouw zeggen, door te eisen dat de netwerken van de grond komen, met gemeenschapsgeld betaald. Dat heet politiek, we brengen genoeg tijd van ons leven in het stemhokje door, en mijn stoute, ongepaste vraag aan Mano Janssen: voor welke partij hebt u de laatste keer een bolletje gekleurd? De mediatisering van miserie mag de politiek niet ontslaan van haar verantwoordelijkheid, anders kunnen we net zo goed de staat afschaffen en hoeven we ook de helft van ons inkomen niet af te staan. Kies maar. Ik bedoel dus echt wel: kiezen. Groeten van een azijnpisser.
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Een reactie op Mediatisering van miserie: waarom liefdadigheid nooit structurele solidariteit mag vervangen

  1. bertie zegt:

    Wanneer ik het de moeite waard vind om iets bij te dragen, mag ik al gedurende een tijdje hier en daar commentaren publiceren. In mijn eigen archief vond ik een tekstje terug, dat zes en half jaar na zijn eerste verschijnen nog niet aan actualiteit heeft ingeboet:

    Er is nog een andere en veel perfidere activiteit gaande, die veel minder pers haalt. Vele (grote?) bedrijven hebben immers naast hun gigantische reclame-afdeling ook een zogenoemd “mecenaat”. Dit betekent naar eigen zeggen dat er allerlei projecten(1) “gesteund” worden, zonder dat daar een rechtstreeks publicitair voordeel mee beoogd wordt.
    Tot daar aan toe. Iedereen mag tenslotte doen met zijn eigen geld wat hij wil. Geld dat eerlijk verdiend is en waarover netjes de verschuldigde belastingen betaald zijn. Het gaat hier namelijk over de besteding van een (miniem) gedeelte van de (reusachtige) bedrijfswinst.

    Maar…

    Het lobbywerk om dat zogenaamde mecenaat “fiscaal aftrekbaar” te maken, is ongezien in de geschiedenis. Nu moeten de politieke beslissers goed beseffen dat de fiscale aftrekbaarheid van het mecenaat betekent dat iedere argeloze burger dan méé betaalt aan die goedgunstig bejegende projecten – hoe nuttig en menslievend die ook mogen zijn – zonder nog de minste inspraak over die beslissingen te hebben, want dàt doet exclusief het beheerscomité van het betrokken mecenaat!
    Maar dat is niks meer of minder dan een verkapte belasting dus, waar de overheid zélf zou tekortschieten, door aan die bewuste projecten te weinig middelen te verschaffen en het mecenaat tussenbeide “moet” komen.
    Wat dergelijke zienswijze om voor fiscale aftrekbaarheid te pleiten nog met “mecenaat” van doen heeft, is voor mij compleet onbegrijpelijk.

    Als je dan bovendien nog vaststelt dat de “directie” van die mecenaatsprojecten veelal toevertrouwd wordt aan dames en heren van hoge geboorte met een kleine d of een kleine v in hun familie-, of beter gezegd: geslachtsnaam(2), dan komt de door linkiewinkies zo verguisde “liefdadigheid” van de negentiende-eeuwse baron weer akelig dichtbij.
    Trouwens, die zogezegde “belangeloosheid” van de hedendaagse mecenassen mag met een hele grove korrel zout genomen worden. Als er titels en lintjes te verdienen vallen (door hun “goede werken”, wat anders?), staan zij gewoonlijk op de eerste rij.

    bertie

    (1)Het gaat uitsluitend om “politiek-correcte” projecten, of wat had u gedacht?
    (2)Als een soort bezigheidstherapie wellicht. Op die manier zijn zij toch zonder veel risico op hun reële (on)bekwaamheid “directeur van” en “geven zij leiding aan”.

Reacties zijn gesloten.