Topdokters, de andere kant: een verhaal van medische blunders, Kafka en ijzeren omerta

topdoktersGisteren liep alweer het programma Topdokters op TV Vier, waarin chirurgen en specialisten zich van hun schoonste kant laten zien, wat best boeiende televisie oplevert over staaltjes van medisch kunnen, maar ook over de mens achter de arts, de man of vrouw aan wie we ons lichaam uitleveren in de hoop dat we het in betere toestand terugkrijgen.

Vergeet de pastoor of andere zielenknijpers uit de oude tijd: de echte moderne sjaman is de dokter, niet de knullige huisdokter die na vijf minuten antibiotica voorschrijft voor een griep (klassieke fout), maar de ziekenhuisarts/oncoloog/ortopedist/vaatchirurg en dies meer. De man voor het grote werk, met naald, schaar en draad plus uiteraard een duizelingwekkend instrumentarium en geflankeerd door een schare toegewijde assistenten en verpleegsters (deze vrijwel altijd v., de clichés van de komische dokterseries bestaan echt).
Het programma Topdokters portretteert hen als helden, want ze kunnen dingen die wij niet kunnen, hebben daarvoor tot hun 30ste gestudeerd, ze manipuleren met hun fijne Fingerspitzen de dunne lijn tussen leven en dood, praten af en toe nog Latijn onder elkaar, en zijn verdomme dan ook nog mensen zoals u en ik, met een gezin en een privéleven. Chapeau, hallelujah.

Deze haast onderdanige emo-televisie, over iemand die gewoon zijn job doet en daar ook genereus voor betaald wordt, vraagt toch om een paar tegendraadse bedenkingen. Ik verbleef vijf weken in het UZ Leuven, een topkliniek, om mijn zoon bij te staan die sukkelde met een botinfectie. Geen kwaad woord over de verzorging en begeleiding. Toch kwamen telkens nieuwe specialisten rond dat bed staan (virologen, orthopedisten, traumatologen, infectiologen…) die altijd vanuit hun vakgebied dat been kwamen bestuderen, en bij elke grensoverschrijdende vraag snel doorverwezen naar een collega: “Sorry mijnheer, dat moet u aan dr. X of Y vragen”. Wat ik dan ook deed. Enig bureaucratisch kastje-naar-de-muur-gevoel komt dan wel opwellen: ergens is en blijft de specialist een vakidioot.
Dat kan ook niet anders en is niet eens persoonlijk bedoeld: de westerse geneeskunde heeft zich ontwikkeld volgens een Cartesiaanse logica, vorksgewijs, analytisch en jawel, toch mannelijk-abstract, met de vrouw in een dienende rol, terwijl ze ooit met haar kruidenkennis een sleutelrol speelde in het genezingsproces. Wat haar uiteindelijk de heksenstatus opleverde, ook dat verhaal is gekend. De topdokter-specialist die zo in de 20ste eeuw ontstond, is best een knap technicus op zijn vierkante meter, maar is niet in staat de mens als geheel te zien, enkel als een verzameling onderdelen waarop een schare specialisten beslag legt, elk zijn ding. De mens-als-geheel, dat is iets voor kwakzalvers, homeopaten, acupuncturisten en andere gebedsgenezers.


De Ikeakast en de vijzen

Descartes dus. In wezen is de chirurg een doorgestudeerde mechanicien, wat de olijke vaatchirurg Dimitri Aerden, vaste gast in het programma, ook expliciet toegaf: een operatie is als een Ikeakast monteren, je moet minutieus het plan volgen”.
Dat brengt ons naadloos bij mijn eigen Ikeaprojecten waar na montage van het kwakkel geheel vrijwel altijd vijzen overschieten: geldt dat ook voor de hedendaagse chirurg? Het verhaal van de patiënt die binnengaat voor een blindedarmoperatie en op één been buiten hinkt, sorry, foutje? Natuurlijk, de lijst van medische blunders is eindeloos lang, dikwijls met fatale gevolgen, een chirurg is ook maar een mens, maar over de afwikkeling daarvan heerst grote zwijgzaamheid. Jammer.
Elk jaar sterven er in België ongeveer tweeduizend mensen door een medische fout. Een onbekend aantal patiënten geraakt door een blunder verminkt of gehandicapt. Meer precieze cijfers zijn er niet. Artsen, ziekenhuizen, ziekenfondsen, verzekeringsinstellingen noch het ministerie van Volksgezondheid willen werk maken van een serieuze registratie. Slachtoffers van medische fouten worden geconfronteerd met torenhoge problemen. Dokters schrikken er niet voor terug om dossiers weg te moffelen, aan te passen in de loop van het onderzoek of hun getuigenis af te stemmen op andere beschuldigden. Medische experts, door de rechtbank aangeduid, houden geen rekening met de klachten van de slachtoffers en spreken zich meestal uit in het voordeel van de arts.
Onderzoeksjournaliste Denise Van den Broeck deed er ooit een boekje over open in “Medische Blunders”: niet het feit dat dokters falen is het punt, wel dat de medische stand vooral zichzelf beschermt, een rookgordijn optrekt en de patiënt na veel proceskosten met lege handen (indien nog voorradig), geruïneerd en psychisch ontredderd achter laat. Ik wil toch ook even dit fenomeen van de kadukke Ikeakast (het is niet mijn vergelijking) belichten, gewoon als contrast met de opgepepte sfeer van bewondering en idolatrie rond het programma “Topdokters”.

Het is natuurlijk TV-amusement, maar het bevestigt ook clichés, bestaande machtsverhoudingen en bepaalt zo het collectief bewustzijn. Een blunder-aflevering aan het einde van de serie zit er wel niet in: chirurg merkt dat scalpel in de buikholte is blijven liggen na het dichtnaaien (gebeurt dus echt): gewoon even melden aan de douane bij het passeren van de scanner, mijnheer.
En nu ga ik zwijgen, want Dr. Dimitri Aerden is een vriend van me, en dat wil ik zo houden, gezien hart- en vaatziekten aan de top staan van mogelijke doodsoorzaken. Dag dokter! (kleedt zich uit met piepstem).
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

2 reacties op Topdokters, de andere kant: een verhaal van medische blunders, Kafka en ijzeren omerta

  1. Hans Becu zegt:

    Natuurlijk maken artsen fouten, en natuurlijk verdoezelen ze dat, omdat alle mensen dat doen. Ik zie dat als een tot op zekere hoogte aanvaardbaar risico, net zoals een risico op een verkeersongeval, waar vaak niet meer dan domme pech mee gemoeid is. Introduceer in de medische wereld absolute transparantie, dan stijgen de verzekeringspremies voor artsen, wat doorgerekend wordt aan de patiënt. Het aantal processen stijgt schrikbarend. Maar het ergste vanal is dat dokters geen enkel behandelingsrisico meer zullen nemen. Niet zeker van zijn stuk, dus zegt de arts dat hij niks kan doen, want bij mislukking riskeert hij vervolging, huizenhoge schadevergoedingen en onherstelbare reputatieschade. Ik heb iets tegen dat superhygienisch maatschappelijk perfectionisme dat zich o.m. manifesteert via een redeloze en absolute drang naar transparantie. Want niemand weet hoeveel levens risicovolle behandelingen al gered hebben. Waarschijnlijk meer dan medische blunders levens gekost hebben, en daar bestaan overigens ook alleen maar vage schattingen van. En een perfecte wereld is een onleefbare wereld. Tot slot moet Sanctorum ook niet overdrijven : bij duidelijk aantoonbare medische fouten hoort vervolging en sanctie. Als ze morgen na een operatie een schaar in Sanctorums buik lokaliseren, kan ik me moeilijk voorstellen dat het operatieteam zijn verantwoordelijkheid kan ontlopen.

  2. Johan Verleye zegt:

    Ik wil nog even terugkomen op het volgende zinnetje:
    ‘ … niet de knullige huisdokter die na vijf minuten antibiotica voorschrijft voor een griep (klassieke fout), …’
    Al jaren worden in de media door ministers en staatssecretarissen kampanjes gevoerd voor het niet nodeloos voorschrijven van antibiotica. Ik denk dan altijd, zeg dat in godsnaam toch niet tegen mij, verspreid dat bericht onder dokters, het zijn tenslotte zij die het voorschrijven. Ik heb van die dingen geen verstand en geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt in discussie te gaan met mijn dokter als hij mij antibiotica voorschrijft.
    Toch?

Reacties zijn gesloten.