Jan Fabre in Venetië: plakjes karkas goed en fijn, wie zou dat op ’t einde niet willen zijn?

 

Vlaanderen zendt zijn zonen uit, en de Biënnale van Venetië geldt als een tweejaarlijkse hoogmis van het internationale moderne kunstgebeuren. Blijkbaar valt er echter weinig nieuws te beleven op de Vlaamse artistieke scène, want men vond er niets beters op dan werken van Jan Fabre te exposeren die toch al wat patine vertonen. Daaronder een aantal toestanden van vijf tot tien jaar oud, gemaakt met menselijke beenderen (reuzenpenissen, dito vagina’s, de hele Fabriaanse reutemeteut), waarbij iemand opeens de vraag stelde waar de kunstenaar dat lijkenmateriaal dan wel vandaan haalt. Is er iemand die bij testament beschikt dat zijn skelet in plakjes mag verzaagd worden tot meerdere glorie van een Vlaams artiest?
Niet dus. Fabre deed, via zijn woordvoerster (!) erg vaag over de kwestie, wat een aantal mensen choqueerde die bij testament hun lichaam aan de wetenschap hadden overgemaakt. Waarna een aantal Vlaamse universiteiten zich haastten om mee te delen dat het zeker geen gedoneerd materiaal betrof uit hun anatomische ateliers.
Schuimt Fabre persoonlijk de kerkhoven af? Ach, er zijn genoeg plekken op deze wereld waar je al dan niet ontvleesde menselijke skeletten kan vinden om zich wat mee te amuseren: oorlogsgebied, Afrikaanse knekelvelden bij epidemies of voedselcrisissen, lijken van daklozen etc. die niemand komt opeisen. Of wie zijn vrouw beu is: het lijk hoeft niet per se in salpeterzuur opgelost te worden, Fabre kan ook met zijn zaag passeren. De vraag hoe een kunstenaar dat voor zichzelf verantwoordt, om met iemands stoffelijke resten te sollen, is blijkbaar impertinent.

Körperwelten

Dé autoriteit overigens op gebied van artistieke lijkenpikkerij is Günther von Hagens, die met zijn expositie Körperwelten de wereld afdweilt, en waar niemand graten in ziet, hoewel het ook om bewerkt materiaal van afgestorvenen gaat. Alleen: von Hagen is professor anatomie en kan het verkopen als een wetenschappelijk project, waarvan een gepatenteerd mummificatieprocédé (de zgn.“Plastination”) de technische kern vormt. Daar bovenop giet Doktor von Hagens dan een pseudo-mystiek sausje, met Kantcitaten en zo, die het geheel een filosofische allure moet geven rond “het lichaam als huis van de ziel”. Terwijl het ook hier natuurlijk gaat om pure verkoopspraat rond een artistiek-commercieel cirkus waar groot en klein zich aan vergapen.
Waar deze creatieve professor zijn lijken dan wel vandaan haalt? Wel, hij blijft op zijn website even vaag als zijn Vlaamse flamboyante collega: “Sie stammen von Menschen, die zu Lebzeiten darüber verfügt haben, dass ihr Körper nach dem Ableben zur Ausbildung von Ärzten und der Aufklärung von Laien zur Verfügung stehen soll. Viele Spender betonen, dass sie auf diese Weise nach ihrem Tod noch anderen Menschen von Nutzen sein können.”
Lees tussen de regels: ook hier gaat het om mensen die bij testament hun lichaam hadden vrij gegeven voor academische doeleinden, maar die uiteindelijk, via een of andere knutselsessie, al dan niet verhakseld in een tentoonstelling zijn terechtkomen, puur om de portefeuille van een artiest te spijzen. Terecht is Magda Boeykens (“Ik schenk mijn lichaam niet om in plakjes gesneden te worden door een kunstenaar”) daarover niet te spreken.

De respectloosheid ten aanzien van een overledene –altijd iemands kind, vader, moeder-, tot en met de ambachtelijke verwerking van het stoffelijk overschot, zou men karikaturaal kunnen linken aan de manier hoe de concentratiekampen jodenhuid leverden voor de fabricage van lampenkampjes, jodenvet voor de zeepproductie, of gekrompen koppen van geëxecuteerden als presse-papier (foto). Of denk aan de fameuze film Soylent Green (1973) over een overbevolkte wereld waar lijken verwerkt worden tot eetbare koekjes.
Maar we hoeven zover zelfs niet te gaan: ook als levende karkassen in de beschaafde wereld worden we al door de machine fijngemalen, we hoeven daar zelfs niet voor dood te gaan. De staat, de bureaucratie, de economie, het verkeer, de school, Facebook, de media,- allemaal gaan ze met een stukje lopen, lang voor we onze laatste adem uitblazen, zodat ik die skeletrecyclage haast maar peanuts vind.
Het menselijk lichaam, als iets intact, integer, dat bestaat gewoon niet, ook al blijf ik ervoor vechten dat ze van mijn lijf blijven, en ik hoop van u hetzelfde. Ooit sneed Vesalius gehangenen open om te weten wat erin zat en zo de moderne geneeskunde een tastbaar fundament te geven. Misschien is het daar al begonnen, de objectivering, ik weet het niet. Het nihilisme van de Fabriaanse necrofilie versterkt in elke geval het vermoeden dat kunst geen inzicht of troost meer biedt, maar een pure weerspiegeling wordt van de horror die ons omgeeft. Dan nog liever eindigen als koekje, smakelijk.
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Een reactie op Jan Fabre in Venetië: plakjes karkas goed en fijn, wie zou dat op ’t einde niet willen zijn?

  1. siegfried verbeke zegt:

    Ik had niet verwacht dat iemand de Joodse zeep, lampekappen van mensenhuid, opgezette hoofden, afkomstig uit het Buchenwald-rariteiten-kabinet, nog au sérieux nam. Zelfs het Yad Vashem-museum weet intussen beter!

Reacties zijn gesloten.