Priemgetallen en onvoorspelbaarheid: waarom kwaliteit bij voorkeur niet te veel bijval moet hebben

Vandaag is het de 11de (priemgetal) van de vijfde maand (priemgetal) van het jaar 2017 (priemgetal), en dat is een gelegenheid om de zin en het nut van het onvoorspelbare even te belichten. Voor de cijferschuwe mens: priemgetallen zijn niet-deelbare getallen, tenzij door 1 en zichzelf. Bijvoorbeeld 2, 3, 5, 7, 11, 13, enzoverder. Ze blijven mathematici fascineren door hun bizar gedrag. Zo kreeg de 18de eeuwse Pruisische wiskundige Christian Goldbach het vermoeden dat elk even getal de som is van twee priemgetallen. Het vermoeden! Want het klopt als je het uittelt, maar het is tot op vandaag onbewijsbaar. Niet leuk voor een wetenschapper.

La donna è mobile

Elke maatschappelijke orde probeert priemgetallen te vermijden, want ze staan voor anarchie en onaangepastheid. Het feit dat een dag 24 uur telt, is handig want 24 is een zeer deelbaar getal (door 1,2,3, 4,6,8, en 12), wat bijvoorbeeld het werk in shiften eenvoudig maakt (drie keer 8 of vier keer 6) en allerlei andere tijdschema’s.
Psychologen hebben voorberekend dat we recht hebben op 8 uur werken, 8 uur slapen en 8 uur vrije tijd, billijk toch. De kleinste gangbare tijdseenheid is de seconde, gebaseerd op de gemiddelde hartslag van een normaal persoon in rust, in de muziek het andante-tempo of wandelmaat. Elke dag telt 86.400 seconden ofte normale hartslagen, een superdeelbaar getal, so far so good. Emmanual Macron heeft zichzelf uitgeroepen tot “le maître des horloges”, de man die alle klokken gelijk laat lopen, en dat is het maximum wat een staatsman kan ambiëren. Met de nadruk op “man”. Een mooie Rolex hoort aan de pols van elke succesvolle alfa, die zich zo synchroniseert met de zonnebaan en heel het universum. Alles moet terugkomen, liefst in paren, leve het WK en de Olympische Spelen.

Maar de vrouwelijke cyclus trekt zich daar weinig van aan. Ze kan 28 dagen tellen, het door de gynecologen voorgeschreven (en door de pil bevorderde) gemiddelde, maar ook 27 of 29, afhankelijk van de ovulatie, en dat speelt een maître des horloges parten. Verdomme, ze is weer te laat. Shit, ze heeft weer haar dagen. Dé bekendste opera-aria, “La Donna à mobile” uit Verdi’s Rigoletto, gaat daarover: een vrouw valt nooit helemaal in te passen in de publieke Gregoriaanse kalender want haar eisprong, en meteen heel haar hormonale huishouding, is een kwakkelig gedoe waar een georganiseerde samenleving niets dan last mee heeft. Vrouwelijke topsporters proberen die cyclus gewoon te annuleren met zware medicatie, waardoor het manwijven worden: zij zijn steeds op de afspraak.

Quod non. Voor mij heeft die onregelmatige cyclus iets subversiefs, waardoor het christendom (en de islam en het jodendom overigens) de vrouw als een duivelbezeten wezen opvatte, met onreine periodes (de maandstonden) en onbetrouwbare ritmes die zich niet voegen naar het publieke leven. Vrouwen die in naam van de emancipatie synchroon willen lopen met de mannenwereld, miskennen hun eigen lichaam en snappen niet dat net de onregelmatigheid, verbonden aan een persoonlijke biologische klok, hun kracht uitmaakt. Want daardoor moet een man hen ook achterna lopen, erop studeren, om patronen te ontdekken die toch weer niet helemaal blijken te kloppen. De wetenschap is mannelijk, de natuur vrouwelijk,- en waarom kennis altijd betrekkelijk is, onvolkomen, fragmentair of zelfs helemaal ernaast.

Ooit kende ik een heel mooi meisje, Maggie, die opzettelijk elke 19 dagen naar een dancing ging, om te vermijden dat ze steeds dezelfde jongens zag, want die gingen elke twee, drie, zeven (wekelijks dus), of tien dagen om haar proberen te treffen. Regelmaat zoekende mannetjes, speculerend op herkenbare frequenties van het wijfje. Statistisch is dat volkomen correct, maar Maggie haatte statistieken en eigenlijk ook gewoon mannen. Vandaar.

De nimf en haar predatoren

Dat brengt me tot het tweede luik van dit verhaal: het merkwaardige leven van de Magi-cicaden, een Amerikaanse keversoort, verwant aan de krekels. Smakelijke wezens met veel begerige vijanden, zoals sluipwespen, die zich graag te goed doen aan nesten van uit de grond kruipende nimfen. Elk jaar in de lente staan de roofdieren op uitkijk, want zij leven volgens de zonneklok en de seizoensregeling. Maar niks, de Magi’s laten zich niet zien. Om de twee jaar misschien? Ook niet. 3? 4? Nope. Om de 17 of 19 jaar komen ze uit de grond, in een regelmaat van priemgetallen dus, wat de klok van de natuurlijke vijanden hopeloos in de war brengt want niks rijmt wiskundig met 17 of 19.

Deze ultieme verdedigingsstrategie, gebaseerd op de getallentheorie, is een evolutionair wonder. Maar tegelijk levert ze ons een andere kijk op begrippen als kwaliteit en originaliteit. Broodschrijvers schrijven toch maar wat hun publiek verwacht, ze zijn voorspelbaar en leveren elk jaar hun opus af, liefst tegen de Boekenbeurs. Terwijl onze houding tegenover macht en het systeem, denk ik, er een moet zijn van onzichtbaarheid en onvoorspelbaarheid, veeleer dan het grote gebaar. In artistiek en filosofisch opzicht zou het priemgetal de basis van een moeilijk te breken code kunnen zijn: via asynchrone ritmes de openbare, algemene tijdrekening en de normale routines ontwijken, waardoor de predatoren gefrustreerd raken.

Gisteren leverde een volgens mij goed geschreven en zinnig politiek artikel, een van m’n beste in die reeks, slechts een paar dozijn likes op, een dieptepunt. Ben ik daar pissig om? Allerminst. De tekst past gewoon niet in een verwachtingspatroon, waardoor lezers die om de 2, 3 of 4 dagen komen kijken op hun honger blijven zitten. Alles herhaalt zich bij schrijver dezes in onharmonische getallen, waardoor zowel rechts, links, feministen, vrouwenhaters, mystici en cijferneukers beurtelings bedrogen worden, vermits ze altijd op het verkeerde ogenblik komen kijken. Johan is onregelmatig, atypisch, inconsequent en labiel. Een geval waar dringend eens een paar hersensondes dienen op geplakt.

Daarmee misleid ik mijn publiek, de meelezende Staatsveiligheid en uiteindelijk heel Facebook, de gemeenschap van predatoren en parasieten die de codes van deze kever ongekraakt ter zijde leggen. Het blijft altijd verstoppertje spelen. Niet de tekst op zich is onleesbaar, wel het tijdsinterval tussen twee parallelle teksten die eenzelfde groep aanspreken. Via deze quasi-chaos, die in feite zeer geordend is, overleeft de schrijver als onzichtbare nimf en is zijn “originaliteit” net niét die van de sensatie en de bestseller, maar die van de onvoorspelbaarheid, het raadsel en de versleuteling. Het beste boek is het ongelezen boek, daar blijf ik van overtuigd. Tot binnen 19 jaar of zo.
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Een reactie op Priemgetallen en onvoorspelbaarheid: waarom kwaliteit bij voorkeur niet te veel bijval moet hebben

  1. runnag zegt:

    Beste Johan,

    ik zal je maar troosten: ik zou wel telkens een “like” willen geven maar ik heb geen facebook account, geen wordpress account, geen twitter account….

    Met dank voor bijna dagelijks leesplezier, de scherpe analyses en vooral de vele kennis die je kwistig rondstrooit….Van Christian Goldbach had ik nooit gehoord en dat elk even getal de som is van twee priemgetallen wist ik al evenmin….Me minder idioot vinden zou de de enige reden waarom ik jou stukjes niet meer zou lezen….

    ik wens je nog een hele fijne dag!

    mvg Gj

Reacties zijn gesloten.