Drie duiveneieren in een vuile pompbak: het mysterie van de Heilige Geest eindelijk opgelost?

Door omstandigheden kan ik me wat beter in de architectuur van het ziekenhuis verdiepen, en ik heb het dan niet over hospitalen in helleoorden als Aleppo, maar de westerse, goed voorziene plekken van zorg en heling, liefst gedekt door een degelijke verzekering.
Daarin fascineert één verschijning telkens weer: die van de verpleegster. Niet de dokter, een medische technicus en eigenlijk een doorgestudeerde automechanicien, maar de nursen die baxters checken, koorts opnemen, het eten brengen, en verder vragen of alles naar wens is. Vroeger liepen zij in korte rokjes, maar die outfit dragen ze vandaag alleen nog in komische ziekenhuissoaps en doktersporno. Toch is het aureool van wensmeisje gebleven, en stralen ze warme dienstbaarheid uit. In goede hospitalen hangt niet alleen een geur van windels en ontsmettingsmiddelen, maar ook een sfeer van lichte erotiek en zinnelijke warmte.
Zo is het hospitaal één van die plekken, door Michel Foucault aangeduid als heterotopie: plekken die buiten de dagelijkse routine vallen en waar veel te beleven valt. Plekken ook met meer dan één laag. Het ziekenhuis verenigt de archetypes van paradijs (vakantie-oord, wellness/massage-centrum, grand’hotel, bordeel) en hel (oord van discipline, klinisch labo, ondervragingskamer, snijfabriek, pijn- en martelcentrum). Euforie en terreur, en heel het gamma daartussen van knuffelen, troetelen, troosten, lijden, dood, snijwerk en verplichte lavementen.
Maar even terug naar de protagoniste van deze scène, de verpleegster. Zij is lief, maar kan ook streng zijn, onbarmhartig zelfs, en verwijdert genadeloos de zorgvuldig verstopte flessen alcohol bij een leverpatiënt, of de filosofische literatuur bij wie binnenging voor een lobotomie.
Al eeuwen vraagt men zich af waarom ze in het wit rondfladdert, en niet in het geel, rose of turkoois. Het antwoord is simpel: zij is de moderne transfiguratie van het sacrale tempeldier, genaamd duif. Het hospitaal als duiventil: het lijkt misschien ver gezocht, maar de overeenkomst met de tempels van de 6000 jaar oude Ištar-cultus is frappant.
Ištar was een oude Babylonische moedergodin, toegewezen aan liefde, seks, vruchtbaarheid, lijden, dood. Alles dus. Zij was godin én hoer, heilig en geilig, vertegenwoordigd door tempelprostituees waar gelovigen geregeld moesten passeren (een succesvolle religie dus) en die tussendoor ook de heilige witte duiven moesten voeren. Uit die moedergodin zijn later de Griekse Aphrodite en de Romeinse Venus voortgekomen: het archetype van de zorgende, seksueel beschikbare hete duif, maar ook de strenge en corrigerende domina. Ištar is de patrones van de witte sector, waarvan het vestimentair protocol een duivengewaad oplegt, naast het rood kruisje (eveneens dubbelsymbool van seks en dood), en hoge hakken (facultatief, ook al erotiserend én militant). Alles is dubbel, energie ontstaat door botsingen van tegengestelde ladingen.
Prijsbeest en torenschijter
En zo kom ik tot de foto van de week, getoond in Het Laatste Nieuws en Het Nieuwsblad, niet in de kwaliteitspers. Ten onrechte. Want het beeld vat zowat heel onze moderne geschiedenis samen, teruggekoppeld aan oeroude archetypes: een duif die in een vuile pompbak een nest maakt met huishoudelijk afval, hoofdzakelijk injectienaalden van junkies.
Daarin drie eieren. Locatie van de snapshot: Vancouver/Canada, waar een echte drugepidemie heerst. Vooral jongeren raken verslaafd aan opiaten zoals fentanyl, een pijnstiller die 50 tot 100 keer sterker is dan morfine. Jawel, Canada, dat zichzelf graag afficheert als land van belofte en heilstaat.
Pas op, het kan een geassembleerde foto zijn, een hoax, maar dat kan me zelfs niet schelen, het gaat om de betekenis, niet de afzender. Dat het christelijke symbool van onschuld en zuiverheid, geassocieerd met de Heilige Geest himself, en als prijsbeest een fortuin waard (tot 400.000 euro), ook kerktorens volschijt en drugspuiten gebruikt als nestmateriaal, maakt bij mij iets los. En wel een besef dat men niet kan leven zonder zijn handen vuil te maken.
Het absoluut zuivere is een illusie, een criminele fata morgana zelfs. Mensen die streven naar perfectie, maakbaarheid, absolute orde, steriliteit, zijn de weg kwijt. Maar de andere soort dwaalt evenzeer: de chaoten, hyperliberalen en hedonisten,- en al wie gelooft dat vrijheid een doel op zich is.
Ik geloof dus enorm in onzuiverheid, het leven als mixtuur van liefde en haat, orde en chaos. Men kan er geen vrienden op nahouden zonder ook vijanden te hebben, maar dat vormt een therapeutisch geheel, geen pijnlijk antagonisme. Het finale punt van genezing bereiken we nooit,- tenzij in de dood,- maar genezen als proces is ongelooflijk boeiend. Met warme én koude momenten, de knuffelsessie en de pikuur, liefdesgodinnen/nurses die soms ook bikkelharde beulen blijken.
Een duivenjong, in een vuile pompbak geboren: heb vooral geen medelijden, het bewijst vooral de kracht van de natuur, en de mogelijkheid om te evolueren naar een ander, verder stadium. Heb ik het nu ook over wormen die plastic eten, nog zo’n urban legend? Misschien wel. Het mysterie van de Heilige Geest betekent gewoon dat de natuur gewoon slimmer is en ons altijd een stap voor zal blijven. En waarom ik daar niet rouwig om ben.
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .