De unief, “diversiteit” en halalmaaltijden: twee dringende vragen aan rector Rik Torfs

TorfsAl twee weken zit ik hier met een tienerzoon op de kamer van de kinderafdeling van het UZ Leuven, en laat ik duidelijk zijn: een verpleegster met Marokkaanse roots is net zo goed als een Vlaamse, ze plaatst het infuus zoals het hoort, is begaan met de patiënt, maakt een grapje op tijd en stond. Hoed af overigens voor heel de “witte sector”, ook indien met een bruin kleurtje. Zwaar werken, psychisch soms belastend, gewoon je uren kloppen is lang niet genoeg. Het is nog een van de weinige beroepen met een roeping, zo’n mensen kunnen ze eigenlijk niet genoeg betalen.
Zopas zijn de rectoren van de drie Vlaamse universiteiten (KUL, UG en UA) naar buiten gekomen met een verklaring dat de aula’s “te wit” kleuren, waarmee bedoeld wordt dat studenten met een allochtone achtergrond ondervertegenwoordigd zijn in het hoger onderwijs. Dat kleurendiscours is op zich opmerkelijk, je zou het als politiek-correct racisme kunnen opvatten want niemand beoordeelt toch nog de medemens aan de hand van pure huidskleur?
Soit, om de diversiteit te vergroten (op zich ook weer een tamelijk obsessioneel voornemen rond een betekenisloos containerbegrip) zou men onder meer halal-maaltijden willen aanbieden in de studentenrestaurants. Het gaat dus vooral over het aantrekken van moslims, niet over veelkleurigheid tout-court.
Ach, die halal, zou dat nu de reden zijn waarom moslimjongeren de weg naar de universiteit niet vinden? Krijgen ze die met een keelsnede geslachte schaapreepjes niet in hun boterhammendoos? Neen, aldus rector Rik Torfs, het gaat ook om sensibiliseren: we moeten de allochtone jongeren in de middelbare school aanspreken over de mogelijkheid van universitaire studies, hen voorbereiden op bijvoorbeeld het toelatingsexamen geneeskunde, via infocampagnes, bijlessen, etc.
Mooi, maar hier gaat er wel een klein alarmbelletje af. Want waarom kleurt vooral die geneeskunde-opleiding zo “wit”? Misschien spelen, afgezien van de globale ongeïnteresseerdheid om überhaupt een diploma te halen, ook wel een paar culturele obstakels de moslimjongeren parten, zoals de seksuele segregatie die ze voorstaan, het taboe voor mannelijke (aspirant-)dokters om vrouwen te onderzoeken, en verder allerlei Koran-voorschriften die haaks staan op de westers-rationele normen van het wetenschappelijk onderzoek.
Tot en met het afwijzen van de evolutieleer, en van het inzicht dat we “maar” intelligente apen zijn,- iets wat elke geneeskundestudent toch hoort te weten om ook maar iets te snappen van hoe een menselijk lichaam in elkaar zit. Rekening houdend met het feit dat het salafisme, met zijn totale afwijzing van het moderne westerse denken, zo onderhand de heersend trend is onder de moslimjongeren, lijkt het me logisch dat een opleiding tot fysicus, bioloog, of arts daar niet onmiddellijk op aansluit.

Noedelige Aanhangsels
En nu mijn rechtstreekse vraag tot Rik Torfs: zou u zich, in uw bezorgdheid om allochtone (lees: moslim) jongeren naar de universiteit te halen, ook wel rekkelijk willen opstellen inzake culturele dogma’s die de islam hardnekkig handhaaft, en die wij als onwetenschappelijk beschouwen? Het creationisme als “alternatieve waarheid” gedogen, bijvoorbeeld, omdat u als katholiek theoloog daar enige affiniteit mee hebt? Ik stel deze vraag dan zeker ook aan de VUB, mijn alma mater, waar het vrij onderzoek, vrij van alle dogma’s, altijd de absolute norm is geweest.
Of, horresco referens, zou u, zoals dat in het middelbaar onderwijs al lang het geval is, overwegen om de academische lat wat lager te leggen, ten einde ook jongeren (altijd van dezelfde religieuze gezindheid dan weer) met minder wetenschappelijke beslagenheid en slechtere cijfers aan de bak te laten komen?
Ik hoop,- wat zeg ik,- ik eis dat u op beide vragen ondubbelzinnig neen antwoordt. Veel essentiëler dan die halal-maaltijden gaat het erom dat de kwaliteit van het wetenschappelijk onderwijs niet mag lijden onder de druk om “culturele diversiteit” in te voeren en te bewaken, anders wil ik als aanhanger van het pastafarisme ook dat er plaats wordt ingeruimd voor de these dat het heelal geschapen is door het Vliegend Spaghettimonster en dat de Noedelige Aanhangsels daartoe het bewijsmateriaal vormen.
Voor de rest: dat zich constant willen blijven affirmeren als allochtoon wordt op zich zo langzamerhand een afgezaagde riedel. Als ze erbij willen horen, willen klimmen in deze maatschappij, waarom dan blijven hameren op het anders-zijn en zich hardnekkig gedragen als een subcultuur met het levensgroot etiket “opgepast, niet discrimineren”?
En als het dan toch over diversiteit gaat: misschien eens onderzoeken waarom procentsgewijs zo weinig kinderen uit arbeidersgezinnen op de unief te vinden zijn, dat gaat zeker niet over kleur of ras of religie. En voor de rest is het een misverstand dat sociale promotie uitsluitend via een academische opleiding zou moeten verlopen,- maar hier overstijgen we de logica van de universitaire instellingen die per student worden gesubsidieerd, ongeacht wat die uitvoert.
Of waarom ik Rik Torfs met zijn halalverhaal ook wel enige feeling voor boekhoudkunde en marketing toedicht. Warme groeten uit de pastasfeer.
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

21 reacties op De unief, “diversiteit” en halalmaaltijden: twee dringende vragen aan rector Rik Torfs

  1. Hans Becu zegt:

    Misschien gaat de afwezigheid van bepaalde groepen aan de unief wel over gebrek aan intelligentie en talent, belangstelling en werkkracht.

  2. François Reuter zegt:

    Maak je niet dik, rol een stick! Misschien wens je je te onthouden van hasj en wiet, omdat je al goed stoned was toen je op de wereld kwam, en het verder zo is gebleven …, of – who knows – ambieer je nog een loopbaan in de Belgische politiek – misschien wel als toekomstig ‘young global leader’? Als alternatief heb ik dan ‘a class of Darwinian evolution’, weliswaar binnen de ontdekkingsmogelijkheden in overeenstemming met het YouTube-platform, kwestie van op tijd en stond je (culturele) oogkleppen eens af te doen…

  3. hans becu zegt:

    Reuter. ik stel voor dat je niet persoonlijk wordt. Dat viel tot op heden erg mee….

  4. Verscheidenheid daar zit wel minder handel in dan in diversiteit, ook segregatie bevindt zich in dat geval.
    Voor de rest is het stuk inhoudelijk zeer goed.
    Toch vraag ik me af waarom er niemand iets durft schrijven over het niet toelaten van liefdesperikelen met niet mohamedisten.
    Hun dochters en zusters mogen enkel inkweken. Vandaar ook de snor- en bakkebaardverstopdoeken, al legt men het wel eens anders uit. Borstharen worden zeer zedig bedekt met boerknieën.

    • hans becu zegt:

      Dat is het laatste grote taboe….er wordt enorm veel “in de familie getrouwd”, vaak neven met nichten…

      • Daar wil ik het juist over hebben.
        Dat is het soort, en enig écht racisme waar een zekere Adolf ook geen last van had.
        Al de rest is praat voor de vaak die we al zo dikwijls gelezen en gehoord hebben.
        Benieuwd wie het zal aandurven?
        Enig idee waar men met de Albino’s e.d. blijft? Of willen we dat niet weten?

    • François Reuter zegt:

      When I’m home everything seems to be right…

  5. Marc Schoeters zegt:

    Even een korte opheldering uit de antropologische wetenschap over het al dan niet sluiten van huwelijken buiten de eigen groep. Het is een algemeen verspreid verschijnsel dat twee groepen mensen (families of gemeenschappen) door het onderling uitwisselen van huwelijkspartners eventuele vijandige attitudes tegenover elkaar neutraliseren en zo tot een min of meer vreedzame co-existentie komen. Eenvoudig gezegd: mijn zoon (of neef) trouwt met uw dochter (of nicht) en uw zoon (of neef) trouwt met mijn dochter (of nicht). Zijn er echter twee groepen mensen die in eenzelfde geografisch gebied wonen en die niet bereid zijn tot deze wederzijdsheid in het sluiten van huwelijksverbanden – dan worden conflicten heel waarschijnlijk.
    Bekijken we vanuit dit oogpunt eens de situatie van de moslimgemeenschap in onze (nog) overwegend niet-islamitische maatschappij. Een moslimman mag te allen tijde huwen met een ongelovige (“kuffar”) vrouw. Maar het is een moslimvrouw streng verboden te huwen met een ongelovige (“kuffar”) man. Er bestaat in onze maatschappij dus een tamelijk grote minderheid mensen – de mohammedaanse mannelijke immigranten – die hun huwelijkspartner kunnen zoeken zowel binnen de eigen groep als buiten de eigen groep maar die de eigen vrouwen en dochters om ideologisch-religieuze redenen strikt afsluiten als huwelijkspartner voor de mensen buiten de eigen groep. Dit legt natuurlijk een heel zware hypotheek op het zogenaamde “multiculturele” samenleven.
    Elke antropoloog zal je kunnen vertellen dat een maatschappij waarin een bepaalde groep alle vrouwen in die maatschappij als huwbaar beschouwt maar tegelijkertijd de eigen vrouwen weigert uit te huwen buiten de groep – dat zo’n maatschappij dus grote kans loopt om conflictueus te worden. Met andere woorden: zolang de mohammedaanse ideologie vasthoudt aan het verbod van vrouwen om te huwen met een niet-moslimman kan er van een vreedzaam “multicultureel samenleven” geen sprake zijn. Dit is trouwens ook een antropologische verklaring waarom er veel meer autochtone mannen gekant zijn tegen de huidige massale immigratie van moslims – overwegend jonge moslimmannen – dan autochtone vrouwen. Men spreekt terecht over “witte welkommeisjes en –vrouwen” en zelden of nooit over “witte welkommannen”. In de media zijn het meestal vrouwen – tussen twintig en vijftig jaar – die laaiend enthousiast zijn over de “arme asielzoekers”. Het draait – zoals bij de meeste menselijke fenomenen – om seks. Een autochtone man heeft – excusez le mot – geen bal aan een invasie van miljoenen jonge moslimmannen en zal dan ook eerder vijandig staan tegenover deze immigratiestroom. Behalve als hij homoseksueel is. Ik zie deze antropologisch-seksuele wet ook in mijn directe omgeving elke dag bevestigd.

    • Hans Becu zegt:

      Heel juist. Alle vorige migratiegolven zijn uiteindelijk door gemengde huwelijken “geneutraliseerd”. Het belangrijkste bindmiddel was kinderen, en kleinkinderen. Dat gemeenschappelijk belang pacificeerde. Maar nee hoor, keep on dreaming, linkse vrienden. Mijn grootste bezwaar tegen links is hun onrealistisch mensbeeld en hun maakbaarheidsobsessie die hen blind maakt voor eeuwenoude en universeel menselijke drijfveren. Die bestaan, maar progressieven vinden dat ze niet mogen bestaan en negeren ze dus. En veroorzaken daardoor -na net communisme- de volgende ramp.

    • François Reuter zegt:

      Swami Yogananda (স্বামী ষোগানন্দ) : “Making others happy, through kindness of speech and sincerity of right advice, is a sign of true greatness. To hurt another soul by sarcastic words, looks, or suggestions, is despicable.”

      • Hans Becu zegt:

        Begin dan eerst zelf yogananda’s principe te hanteren. Zou een goede zaak zijn voor de verteerbaarheid van e.e.a.

  6. Wel, aan de tekst die op vele danscafé’s prijkte, had men kunnen toevoegen: …, of breng je zuster mee.
    En daarom zal dit liedje van Ria Valk zal dan ook wel in de ban van de islam zijn gestoten:

    Ik ben niet moeder’s mooiste
    Maar lelijk ben ik niet
    En toch maak ik nooit indruk
    Op iemand die me ziet
    M’n zuster is heel anders
    Want als ze haar zien gaan
    Dan blijven alle mensen
    Met open monden staan

    Dan moet je m’n zuster zien, dan moet je m’n zuster zien
    Oh, we lijken helemaal niet op elkaar
    Dan moet je m’n zuster zien, dan moet je m’n zuster zien
    Alle mannen, die zijn stapelgek op haar
    Ze voelen niets voor mij, ze lopen mij voorbij
    Maar in een hele rij, hangen ze aan haar zij
    Dan moet je m’n zuster zien, dan moet je m’n zuster zien
    Dan moet je m’n zuster zien, dan moet je m’n zuster zien

    M’n zuster die heeft charme
    Ik weet niet wat dat is
    Want ik heb ook van alles
    En ‘k snap niet wat ik mis
    M’n zuster die kan lachen
    Iets wat ik nimmer mocht
    Als ik het deed, dan zei men
    Doe dicht die mond, het tocht

    Dan moet je m’n zuster zien, dan moet je m’n zuster zien
    Oh, we lijken helemaal niet op elkaar
    Dan moet je m’n zuster zien, dan moet je m’n zuster zien
    Alle mannen, die zijn stapelgek op heer
    Ze voelen niets voor mij, ze lopen mij voorbij
    Maar in een hele rij, hangen ze aan haar zij
    Dan moet je m’n zuster zien, dan moet je m’n zuster zien
    Dan moet je m’n zuster zien, dan moet je m’n zuster zien

    M’n zuster krijgt cadeautjes
    Van zilver en van goud
    Maar ik krijg altijd dingen
    Zo tweedehands en oud
    M’n zuster die breekt harten
    Mijn moeder zegt: Dat ’s fijn
    Maar breek ik slechts een kopje
    Dan is het huis te klein

    Dan moet je m’n zuster zien, dan moet je m’n zuster zien
    Oh, we lijken helemaal niet op elkaar
    Dan moet je m’n zuster zien, dan moet je m’n zuster zien
    Alle mannen, die zijn stapelgek op heer
    Ze voelen niets voor mij, ze lopen mij voorbij
    Maar in een hele rij, hangen ze aan haar zij
    Dan moet je m’n zuster zien, dan moet je m’n zuster zien
    Dan moet je m’n zuster zien, dan moet je m’n zuster zien

    Zouden de voil jeannetten in Aalst een wagen met boerkhomo’s aandurven?

  7. Taalgaardenier zegt:

    Beter van ’t jaar toebak dan van hasjiesj.
    Hoewel de Tobbacks medeschuldigen zijn en ook wel een lijntje lustten.
    Overigens, hou je zuster maar best in ’t oog, je weet maar nooit …
    Wat wij niet mogen, wil niet zeggen … .

  8. Christel Van den Maegdenbergh zegt:

    Bizar dat de rector van KUL “diversiteit” linkt aan de islamitische monocultuur. In mijn straat, die tien jaar geleden nog geheel ‘wit’ was, wonen nu mensen uit alle kanten van de wereld. Rechts naast mij, in een flatgebouw voornamelijk Poolse bouwvakkers en zwarten, links naast mij Amerikaanse joden, twee huizen verder een gezin met Aziatische roots. Maar als ik de brug oversteek en richting het station fiets, zie ik voornamelijk kebabzaken, theehuizen, halal slagerijen, nachtwinkels, kruidenierszaken met Turkse namen. Afgelopen zomer zag ik er vooral Turkse vlaggen hangen. Dan waande ik me niet echt in een multiculturele wijk, maar eerder in een allesoverheersende monocultuur.
    Het hangt me de keel uit dat er voortdurend gefocust wordt op de islam, dat men als het ware erdoor wordt geobsedeerd.
    En wat de witte sector betreft, niet alleen wordt het sterk vervrouwelijkt maar tevens ook langzaamaan ‘gekleurd’. Toen ik pas in de ziekenhuisapotheek kwam werken, waren de meeste apothekers masculien, maar nu zijn we met tien vrouwen en slechts twee heren. Hetzelfde bij de anesthesisten met wie ik werk. Nu hebben we ook collega’s met allochtone roots. Het zijn wel voornamelijk meisjes. En als ze echt wel willen studeren aan onze uniefs, laten ze zich heus niet tegenhouden door de taal- of cultuurbarrières.
    Alsof de zogenaamde ‘halal’-maaltijden hen over de streep zouden trekken!
    Het lijkt wel een Houellebecqiaans verhaal…hoe de professor zich bekeert tot de islam en stiekem droomt van een orgie met 72 maagden. Of nee, is het eerder een Philip Roth verhaal? De oude bok en groene blaadjes.

  9. bertie zegt:

    Waar is de duidelijke tijd naartoe dat door priester-leraars verkrachte jongetjes van het college (allesbe)halve (seksueel onkundige) nonnetjes van zusterscholen tegenkwamen in de Katholieke Universiteit van Leuven? De bollebozen van het Atheneum naar de Rijksuniversiteit van Gent togen? En de kinderen van schootsveldragers hun opleiding naar het Ulltieme Licht verderzetten in de Vrije Universiteit van Brussel?
    Kotstudenten zijn niet voor niets in Leuven uitgevonden, de oudste en meest respectabele universiteitsstad in ons land, jawel. Maar intussen is Leuven in aantal studenten al lang voorbijgestoken door Gent. Daar is de dag van vandaag dan weer een strijd losgebarsten tussen logebroeders om de opvolging van gindse Gentse rector. En bij de VUB verhinderen studenten die het licht nog niet gezien hebben, met het nodige geweld een aangekondigde lezing van de staatssecretaris voor asiel en migratie …
    Onder andere dankzij de multiculturele diversiteit is de ganse universitaire scholing nu allemaal verworden tot één pot nat. Maar volgens belanghebbenden als Rik Torfs mankeert er toch nog een hond in het kegelspel: met name de allochtoon.

    Laat ons die vooral niet vergeten, integendeel, laten we hem van nu af aan koesteren.

    Misschien keert die strikt geslachtelijke scheiding dan wel terug in Leuven, in afzonderlijke peda’s voor jongens en meisjes, waar niemand van het andere geslacht overdag of ’s nachts voorbij die tweede glazen deur in de hal mag.
    Of dan gaan de meisjes die zonder hoofddoek hun diploma behaalden bij mevrouw Heremans in het Atheneum van Antwerpen, hun hogere studies ook probleemloos zonder hoofddoek verder kunnen zetten in de universiteit van Gent, bij de opvolger (m/v/x) van mevrouw De Paepe.
    Wellicht zien zij wel het licht en worden ze uitstekend geschoold in de universiteit van Brussel, bij uitstek in Brussel, dat geweld niets oplost?

    Iets zegt me dat deze beschrijving van de gewenste gedragingen van de allochtoon in de studentenwereld veel te rooskleurig is. Naast de wetenschap dat roos zowat de complementair tegenovergestelde kleur is van het groen van mohammedanen, vrees ik dat het aanbieden van zoiets onnozels als halalvoeding er verder ook niet in het minst zal toe doen.

Reacties zijn gesloten.