Noord-Korea in de Goede Week: hoe een lijdend volk smacht naar de Big Mac

wenende vrouwen

We kunnen wel eens lachen met Kim Jong-un die een fabriek van glijmiddelen bezoekt, of met Koreaanse soldaatvrouwen die uitbundig wenen bij de begrafenis van zijn vader, op straffe van een verblijf in het heropvoedingskamp, doch je zult maar in Noord-Korea geboren zijn. Een vreselijk regime in een land zonder vrijheid waar niks mag en alles moet, zonder ook maar één millimeter bewegingsruimte voor het individu, bestuurd door een Stalinistisch partij-apparaat waar één man het voor het zeggen heeft, en vermoedelijk ook een hongerland waar gebrek heerst aan de meest elementaire voorzieningen.
Noord-Korea is geen land als een ander, maar een metafoor voor het kwaad. Het was al een karikatuur, maar Donald Trump en de westerse media hebben er een karikatuur van de karikatuur van gemaakt, terwijl deze aardkluit toch nog wel een pak andere stevige dictaturen en “schurkenstaten” telt.
Zo slecht Noord-Korea is, zo veelbelovend kondigt zich de bevrijding van dit land aan: het goede zal zegevieren en, raketten of niet, de Amerikanen zullen er een sleutelrol in vervullen. Bij dit feest van de Verlossing krijgen de Chinezen in ruil Taiwan, Rusland kijkt even de andere kant uit. Alle weldaden van de westerse samenleving zullen vanaf dan voor de ex-onderdanen van de naar China gevluchte Kim Jong-un beschikbaar zijn, waaronder hét symbool van het globalistische consumentenparadijs: het McDonalds-eethuis. Het eerste westerse monument dat in Moskou opdook na de val van de Sovjet-Unie, was geen vlag of een vrijheidsbeeld, maar een McDonalds-vestiging. Lange rijen Moskovieten stonden in 1990 op het Poesjkinplein te wachten tot de deuren open gingen en ze hun tanden konden zetten in zo’n Big Mac, doorgespoeld met Coca-Cola. Dat zal in Pyongyang niet anders zijn. Daarna komen ongetwijfeld ook de seksshops, de rockfestivalletjes, de TV-praatprogramma’s en de hele commerce in prullaria. Democratie, vrijhandel en de Grote Leegte, het blijft een onafscheidelijk trio.

Niemand is content

CharlieVermoedelijk zal pornokoning Dennis Burkas dan snel zijn biezen pakken richting het bevrijde Noord-Korea, want neen, ons zegt het echt niets meer, heel die vrijheid-blijheid-troep. De slimmeren onder ons hebben het gehad en kotsen de consumptiemaatschappij in sneltempo uit, samen met de democratie, de mensenrechten, het mediacircus, en dus vooral ook de Big Mac, die al lang ontmaskerd is als een levensbedreigende, door een dikke laag vet omgeven suikerbom.
Dat walggevoel is heel fundamenteel voor onze samenleving, die voor een Noord-Koreaan zowat als het paradijs geldt. Vooraanstaande auteurs als Michel Houellebecq vertolken in romans als Plateforme (2001) met veel brio het nieuwe Europese cynisme en de ontgoocheling omtrent het valse Eden, dat in de ongebreidelde pornificatie zijn apotheose kent, mede dankzij het internet. Alles mag, alles kan, niets doet ertoe.
In september 2015 gebruikte het satirische magazine Charlie Hebdo de BigMac in wat een nieuwe schandaalcartoon zou worden: de aangespoelde dode Syrische peuter Aylan, nabij een bord dat twee McDonald-kindermenu’s aanbiedt voor de prijs van één. Met het bijschrift: “Si près du but…” (zo dicht bij het einddoel). Niet mis te verstane boodschap: migranten die hier het paradijs denken te vinden, zullen vermoedelijk sterven aan obesitas. Het is dus nooit en nergens goed, niet in Noord-Korea of Syrië, maar ook niet bij ons.
Het ongeluk is globaal, de onvrede universeel, ongeacht het regime. Dat is een hele vreemde dynamiek, vanuit de ruimte gezien: blijkbaar bestaat de aarde cultureel-politiek uit vrije zones en restricte zones, democratieën en dictaturen, maar eigenlijk is niemand content. Bestaat er zo’n soort tussenregio, met alle voordelen van de democratie (vrijheid) en alle voordelen van de dictatuur (zekerheid)? Zeg het mij, ik pak direct mijn koffers.

Waarheen nog gaan? De oorlog is desastreus, de vrede saai. De honger dodelijk, de vreetcultuur ook. Doodgeknuppeld worden of doodgeknuffeld, dat lijkt het dilemma. Heel het vluchtelingenfenomeen laat zich lezen als een spiraal van de ontevredenheid, wat de hilarische combinatie oplevert van een Afrikaan die zijn leven waagt om tot hier te geraken, en een Europese toerist die de kick van het avontuur en het gevaar zoekt in Afrika. De vluchteling en de toerist,- nooit ontmoeten ze elkaar ergens halverwege, hun wegen lopen gescheiden en de melancholie zit overal.
Uiteindelijk moet ik met u tot de tamelijk pessimistische vaststelling komen dat het ongeluk ingebakken zit in ons brein. Zelfs op vakantie regent het altijd te veel of te weinig, en smaakt de soep te zout of te zoutloos. Ontevredenheid brengt ons evolutionair wel verder, maar nooit waar we willen zijn, integendeel. Het smerige kamp van Calais en de safarihut vol muggen zijn twee spiegelbeelden van één menselijke migratietoestand die nooit ophoudt.
Zo wordt dat fresco van de klaagvrouwen op de begrafenis van de Grote Leider toch weer meer dan een Noord-Koreaanse grap: misschien is het wel een menselijke karikatuur tout court. Hoor ik daar ook geen streepje Mattheus Passie, “Wir setzen uns mit Tränen nieder”? Altijd geweten dat Bach zijn tijd vooruit was. En binnensmonds ook kon lachen.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Een reactie op Noord-Korea in de Goede Week: hoe een lijdend volk smacht naar de Big Mac

  1. Fend zegt:

    Het gebruik van uw geliefde Hegeliaanse dialectiek, these, anti-these, is dat niet wat achterhaald ? En de toepassing ervan op de banaalse hedendaagse contradicties toont hier alvast aan dat het tot een karikatuur is verworden waarin elke betekenis vervormd en misvormd kan worden.

Reacties zijn gesloten.