Erdogan en zijn Europese campagne: kan nu eindelijk iedereen het er over eens zijn dat wij dit niét willen?

erdogan

Europa moet een wervend verhaal vinden, anders is het afgelopen. Deze noodkreet hoor ik meer en meer binnen eurofiele middens. Rijkelijk laat, maar beter laat dan nooit. Ik ken al iemand die aan dat verhaal een belangrijke bijdrage kan leveren: de Turkse president Tayyip Erdogan.
Bijna twee jaar geleden schreef ik, naar aanleiding van zijn bezoek aan België om er politieke speeches te houden voor zijn aanhangers, dat onze publieke ruimte de plek niet is voor buitenlandse politici om campagnes te voeren. En dat dit de facto een schending is van onze nationale soevereiniteit (“Erdogan in Hasselt: een man met een boodschap”, 11 mei 2015). De geesten moeten rijpen. Gisteren zei de Nederlandse premier Mark Rutte bijna letterlijk hetzelfde. Erdogan is namelijk van plan om via referendum een grondwetswijziging door te voeren die hem als president nog meer macht geeft. Daarvoor had hij zijn minister van Buitenlandse Zaken Mevlut Cavusoglu uitgezonden, die in Rotterdam een propagandaspeech zou geven voor de aldaar wonende Turken. Die dus de Nederlandse én de Turkse nationaliteit hebben, want daar wringt natuurlijk het schoentje. Toppunt van hypocrisie: Cavusoglu beroept zich op een democratisch recht dat in zijn eigen land niet meer bestaat.

Maar de Nederlanders willen helemaal geen Erdogancampagne op hun grondgebied. Opvallend is vooral de eensgezindheid: uiteraard de VVD van Mark Rutte zelf, naast de PVV van Geert Wilders, maar ook Alexander Pechtold van het centrumlinkse D66. Ook Europees beweegt er wat: Duitsland en Oostenrijk hebben laten weten dat Turkse politici niet welkom zijn om electorale nummertjes op te voeren. Erdogan is hierover zo razend, dat hij Deniz Yücel, correspondent voor de Duitse krant Die Welt in Turkije, liet opsluiten. Yücel was al langer een luis in zijn pels, omdat hij o.m. had uitgebracht dat het Erdoganregime IS bewapende om de Syrische Koerden uit te schakelen.
En kijk eens aan: wat IS en het moslimterrorisme niet konden –de EU echt op één lijn krijgen-, schijnt nu wel Tayyip Erdogan te lukken: het momentum creëren waarin Europa van links tot rechts eindelijk op haar strepen staat. Er circuleert nu ook een petitie die Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie, ertoe wil dwingen zich uit te spreken tegen Turkije. Er zijn al 125.000 van de 150.000 vereiste handtekeningen verzameld. Dat is toch grappig en betekenisvol voor Hegelianen: pas met de Turkse antithese, in de persoon van een machtsgeile dictator die bij ons de wetten wil stellen met een migrantenleger als vijfde kolonne, beseffen de Duitsers en de Nederlanders pas waar het op staat. Nu de rest nog.

Populisme?

volkOf waarom de brutaliteit van Erdogan misschien wel een zegen is voor het Europese bewustzijn. Hij was al een dankbaar onderwerp voor subversieve humor en “belediging van een staatshoofd” (de zaak Böhmermann), nu wordt hij ook de verpersoonlijking van wat wij allemaal niét willen: totalitair denken, afschaffing van de persvrijheid, sluipende invloed van religie op de staatsinstellingen.
Neen, dit mag niet het monopolie zijn van een handvol verzuurde trollen. Vooral links moet beseffen dat een identitaire opstoot niét perse een voorbode van het nieuwe fascisme is, zoals de politieke clown Guy Verhofstadt het graag voorhoudt. In feite zouden bij ons alle politici, van het Vlaams Belang tot de PvdA, nu een duidelijke verklaring tegen de bemoeienissen van Erdogan moeten onderschrijven. Het zal moeite kosten, zeker voor Groen-voorzitster Meyrem Almaci, van Turkse komaf en naar stemmen hengelend in die gemeenschap, maar ook Groen moet nu maar eens tonen dat het menens is met onze waarden, het Verlichtingsdenken, etc. En dat dit niet het zoveelste ‘diplomatiek incident” is, maar een cultuurclash.
Meteen betekent dit ook het gelijk van het zogenaamde populisme, de scheldnaam waarmee het politieke establishment zo lang mogelijk het publieke ongenoegen wou afhouden. Want uiteraard stellen Merkel en Rutte zich stoer op omdat ze de hete volksadem in hun nek voelen. Dat geeft niet: populisme betekent gewoon dat het volk alerter is dan zijn leiders. Schoppen moeten ze krijgen, die beleidslui, overeenkomstig het motto van Louis-Paul Boon: “Schop de mensen een geweten”, anders snappen ze het toch niet.
Wie weet wordt Europa zo van onderaan terug opgebouwd, als een “neen”. Zo groot de afkeer is van de EU-bureaucratie, zo hardnekking kiemt er een vorm van Europees cultuurbewustzijn, tegen de elites in. Het liefst heb ik dus dat Erdogan er nog een schep bovenop doet, zodat zelfs de stekeblinden beginnen te zien waar het om draait. De Merkel-chantage rond de vluchtelingen, die Turkije zou moeten tegenhouden, vervalt dan ook, want wij moeten zelf grenzen durven tekenen en handhaven, zonder Turkse buitenwipper die alsmaar nieuwe eisen stelt.
En ja, die dubbele nationaliteit: dadelijk afschaffen, voor Deniz Yücel heeft het toch niet geholpen want die zit nu achter de tralies in Ankara. Erdogan zijn referendum, wij het onze. Er moet een verschil zijn, vive la différence.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

2 reacties op Erdogan en zijn Europese campagne: kan nu eindelijk iedereen het er over eens zijn dat wij dit niét willen?

  1. vercauteren freddy zegt:

    Laat uw tekst zeker ook lezen aan O-VLD, want die schermen met de “vrije mening” pro Erdogan!

  2. bertie zegt:

    Voor de zoveelste keer doet de zelfverklaarde intelligentsia alsof de vrijheid van meningsuiting een absoluut en overal voor iedereen altijd geldend mensenrecht is.
    Terwijl de vrijheid om te zeggen waar het op staat, zonder risico om daar-op-gepakt te worden, natuurlijk alleen maar mogelijk is in het parlement van volksvertegenwoordigers. Degene die ik daar naartoe gestuurd heb, zegt vanop het spreekgestoelte wat ikzelf in het dagelijks leven niet zomaar overal en altijd kan, want voor mezelf staan wetten in de weg en praktische bezwaren. Degene die mijn buurman heeft afgevaardigd, gaat met mijn vertegenwoordiger in tegensprekelijk debat dat best heftig kan verlopen, maar ondertussen leef ikzelf met mijn buurman in opperste verstandhouding. Zo hoort het ook in een beschaving. Het is de essentie van een parlementaire democratie. (1)
    Fractieleider Peter De Roover slaat nog maar eens de bal mis om van Turkse politici te eisen dat zij eerst een soort toelating moeten vragen en krijgen om hier te lande meetings te houden voor verkiezingen in Turkije. Dàt druist pas 100% in tegen onze grondwet, die elke voorafgaandelijke censuur verbiedt!
    Nodig buitenlandse politici die dat per se willen komen doen uit in uw parlement, bietekwiet, want daar mogen ze alles komen zeggen wat ze willen, en hebt u bovendien meteen de gelegenheid om – uit naam van uw kiezers, vergeet dat alstublief niet meer – uw voorkeur weer te geven of uw afkeur te doen blijken. Daar en alléén daar, en nergens anders op het grondgebied van deze soevereine staat.

    Ter overbodige illustratie dat de vrijheid van meningsuiting voor niemand absoluut en overal altijd geldt, publiceer ik al sinds jaar en dag bijdragen onder een pseudoniem, waarover ik niet meer wil uitweiden.
    (1) Het is compleet onbegrijpelijk in die zin dat in volle parlementszitting een lid (Van Biesen) aangesproken wordt op een uitspraak jegens een ander lid (Kitir) of dat de (toenmalige) voorzitter (De Croo) beslist om een tussenkomst van een lid (De Winter) over het staatshoofd niet op te nemen in de notulen. Dat heet volgens mij degeneratie: ze weten niet meer waar het in wezen om gaat in het parlement en wie ze daar vertegenwoordigen.

Reacties zijn gesloten.