Na de fijnkost de vettige hamburger: waarom ook Trump een zin heeft in het heelal

trumpobama
Is democratie een pendelfenomeen, zoals alles in de natuur? Welja. Eergisteren hield Barack Obama in Chicago zijn afscheidsspeech als 44ste president van de VS. Ik ben een groot bewonderaar van Obama. Zonder hem heilig te willen verklaren, vind ik hem een staatsman met een oprecht moreel élan dat haast niet meer van deze tijd is. In heel de cynische heksenketel van de wereldpolitiek moet er iemand zijn die nog een schijn van humanistische gedrevenheid vertoont, en die eer komt hem toe. Het woord Obamacare alleen al, een scheldwoord bij zijn tegenstanders, is een woord waarmee ik als president wel de geschiedenisboeken zou willen halen. Het ding, daar kunnen de republikeinen nog mee leven, ze willen vooral de naam weg, verbonden aan deze president. Michelcare, DeWeverzorg, ik zie het nog niet ontstaan in dit land van politieke dwergen.
Zelf speechschrijver en redenaar zijnde, ben ik echter nog het meest gefascineerd door zijn retorisch talent, waarin die morele bewogenheid zich openbaart. Ver van de platte demagogie en de bedriegt-de-boer-verhalen van de doorsnee-politicus, is hij een van de weinige redenaars waarvan zelfs de grootste scepticus voelt dat zijn woorden innerlijk gedragen worden. De speeches van Obama zijn nu al legendarisch, en dat ligt evengoed aan de inhoud, de vorm, als aan de meesterlijke performer zelf die wil overtuigen maar niet overdonderen. Hij heeft het moeten leren, en uiteraard heeft hij een stel schrijvers naast zich die weten hoe een goede toespraak in elkaar steekt. Toch is het veel meer dan effectbejag, en voelt men, achter de muzikaliteit, de zin voor ritmiek en intonatie, een soort geloof in de mens en de toekomst.
Het contrast met bijvoorbeeld de molenwiekende en schreeuwerige Guy Verhofstadt, die zich ook het label van goed redenaarschap aanmeet, kan niet groter zijn. Guy’s verbaal talent houdt het midden tussen dat van Mussolini en de gemiddelde marktkramer: altijd een toon te hoog, ratelend en wanhopig zoekend naar tussenapplaus. Ook Hillary Clinton lijdt aan die kwaal: kriepend op het randje van de hysterie, puilende ogen, geforceerd glimlachend, ja, ook zij heeft zonder twijfel goeie coaches en speechschrijvers, maar je gelooft haar geen seconde.

De homo malcontentus
Dat brengt ons op de man die Barack Obama gaat opvolgen, Donald Trump. Nu al uitgespuwd door al wie kan lezen en schrijven, verguisd door de artistieke en intellectuele elite in de VS en daarbuiten, uitgemaakt voor sjoemelende zakenman, vrouwenzot, racist, incompetente dorpspolitieker, leugenaar, enzovoort. In de speeches openbaart zich het grote verschil en de stijlbreuk. Donald Trump spreekt en acteert als een dronken moppen tappende nonkel op een communiefeest. Soms lacherig, soms grof, uitglijdend en terug recht krabbelend, met een beperkt aantal mimische variaties tussen kwaad en glunderend. De vergelijking qua intellectuele klasse én retorisch talent tussen Obama en Trump is die tussen een arend en een dwergparkiet, of tussen de Wiener Philarmoniker en het kermiscombo neig goe”.
Donald Trump straalt lelijkheid uit en capteert ze ook. Het is dus even wennen voor esthetici en meerwaardezoekers.
Maar kijk, dat vind ik nu net de kracht van democratie: niet zozeer dat “het volk regeert”, dat is een fabeltje, maar dat de pendel altijd terugkeert. Obama was zo bevlogen, zo slim, zo empathisch, zo politiek correct, dat er misschien wel een geeuwtoestand ontstond, althans bij de twijfelende kiezer. De speeches van Obama waren zo geniaal, dat we nu echt even moeten bekomen, Beethoven heeft ook maar negen symfonieën geschreven. Na acht jaar politieke nouvelle-cuisine-hoogstandjes in een bedje van dit en met een toefje van dat, wil je wel eens een vettige hamburger met industriële ketchup, zoiets.
Dat klinkt allemaal banaal en ontluisterend, maar zo zit het fenomeen Trump volgens mij echt in elkaar: als een regressie, in de psychologische zin van het woord, een terugval die altijd volgt op een hoogtepunt. Deze conjuncturele golfbeweging zit ingebakken in ons brein, onze biologische hardware, ons smaakgevoel: na regen komt zonneschijn, actie roept reactie op. Vergeet niet dat de verkiezing van Obama zelf ook een reactie was, namelijk tegen de griemelige oudemannenclub van het Bush-tijdperk. Op die manier wordt natuurlijk ook wel veel moois kapot gemaakt, want wat zal er overschieten van Obamacare en het ambitieuze klimaatplan. Niks, dood gaan doen we toch.
De homo malcontentus is niet geboren om tevreden te zijn, en de volatiele kiezer is daar de echo van. Ten gronde wil de mens ook niet vooruit, hij wil gewoon altijd wat anders, variatie in het menu, en dus nu Trump, de vettigheid, de slechte smaak, het gebalk, het tamtamgeroffel en de muur. Misschien is dat de diepere betekenis van de N-VA-slogan “de kracht van verandering”: gewoon goesting in eens iets anders. Meteen hebben we de zin gevonden van alle lijden, leed en ongemak: ook het goede verveelt na een tijd.
Als muziekminnende filosoof kan ik dat wel hebben: alles is ritme en contrast. Het Trump-tijdperk wordt een fiasco, geloof me, we gaan er een reuzenkater aan overhouden, maar dat is nodig, want ook een dictatuur van het goede is een dictatuur, waarmee ik nu eigenlijk zelf Obamacare naar de andere wereld verwens, hoe decadent kan men zijn. Wat Nietzsche de “Ewige Wiederkehr des Gleichen” noemde, is een eeuwig spel van duisternis en licht, het zit in ons om het goede te willen als het kwaad verschijnt, en omgekeerd.
Mocht ik religieus zijn, begon ik nu over god en de zin van het heelal, maar niet dus: gewoon het licht uit en de winter van het ongenoegen laten neerdalen. Die speeches ga ik wel nog een paar keer herlezen, als het echt koud wordt.
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .