Wim Delvoye, de kakmachine en de geschenkentijd: het succes zit in een goed werkende sluitspier

cloaca

De Standaard vind ik een tamelijk waardeloze krant, behalve als het over kak gaat, in de meest letterlijke zin. Vandaag kunnen we lezen dat kunstenaar Wim Delvoye, rijk en beroemd geworden met de fameuze Cloaca ofte kakmachine, zijn inspiratie haalde bij het bedrijf Prodigest, spin-off van de Gentse univ, waar zo’n identieke verteringsmachine operationeel is ten behoeve van de voedings- en farma-industrie. Kunnen ze exact nagaan hoe hun pillen zich door uw darmen bewegen, zonder u daarvoor te hoeven lastig vallen. Delvoye heeft daar, in die donkere kelders, nog als berooide stagiaire gewerkt en vervolgens het licht gezien. Een illuminatie die sterk overeen komt met de even legendarische Mosselpot (1965) van Marcel Broodhaers, een talentloze dichter die de overstap naar de beeldende kunsten maakte via een serieus geworden grap met aanzienlijke meerwaarde.

Kunst gaat vandaag in hoge mate over het vermogen om te stunten. Musea, verzamelaars, media, ze struinen er allemaal in en kloppen de hype op tot reële ster aan het artistiek firmament. De marktwaarde, onder het motto “iets is zoveel waard als de zot ervoor wil geven”, ontstaat mede door de zoektocht van beleggers in deze onzekere tijden naar betrouwbare producten die gegarandeerd in waarde toenemen. Getatoueerde varkens, betonmolens, kakmachines. Tot in Tasmanië staan ze, die Cloaca’s, waar gokker-miljonair David Walsh er ééntje in zijn privé-museum heeft staan. Niet voor uw beurs weggelegd, maar één drol kan u toch al hebben voor 7500 euro (in dat Gentse bedrijf spoelen ze die gewoon door, zoals wij allen doen met onze dagelijkse artefacten).

Algehele transparantie
Het verhaal van Delvoye’s veredeld plagiaat stond overigens al te lezen in Het Nieuwsblad van 24/3/2011, zo’n vijf jaar geleden dus, en dat klopt met mijn eerdere these over het actualiteitsgehalte van De Standaard: ze lopen gemiddeld een half decennium achter. Het tijdperk van Leonardo Da Vinci ligt in elk geval ver achter ons: de nieuwe Homo Universalis vindt geen machines meer uit maar kopieert ze. Alles is trouwens al uitgevonden, de kunstenaar moet enkel nog reproduceren en er een nieuw prijsetiket op kleven, ook Luc Tuymans heeft daar een handje van weg. Wat niet wil zeggen dat u op uw beurt ook zo’n kakmachine mag maken en verkopen, want dat is dan weer plagiaat en marktbederf.
Voor de rest is de verwijzing weerom –excuseert u me- naar Freud en de anale fixatie zo treffend dat ik er niet kan aan weerstaan: een kind van drie ontdekt dat het zijn sluitspieren kan controleren en zo de wereld kan verblijden met zijn allerindividueelste expressies van de allerindividueelste emoties. Vrij snel wordt de link gelegd met geschenken, belonen en het financiële: geld is gesublimeerde, ontgeurde kak. Niet onbelangrijk in deze geschenkentijd. Gierigaards zijn meestal geconstipeerde mensen, maar losbollen schijten er overal op los. Geen van beiden deugt voor onze economie. Of waarom de kakmachine van de 3-jarige Delvoye een model is van de perfecte kunstenaar én van de ideale consument, wat ons weer naadloos bij Prodigest brengt en zijn bijdrage aan de voedselindustrie.
Tot slot, u voelt het komen, die proffen die nu hun deur moeten open laten staan als er een studentinnetje op consultatie gaat. Binnenkort worden die burelen vervangen door glazen kooien, niks te verbergen. Dat hebben we te danken aan perverten zoals mijn oude vriend Willem Elias, maar anderzijds wijst het ook weer op een behoefte aan transparantie. Ook de kakmachine is volledig transparant, je ziet het voedsel echt glijden en verglijden tot drol. Dat is wetenschappelijk interessant, maar het toont ook het leven zoals het is: tamelijk oninteressant en onfris. De onmogelijkheid om echt iets creatief/constructief te doen waar deze wereld beter van wordt (een machine maken die kak omzet in voedsel bijvoorbeeld), gecombineerd met het nihilisme van de man die beseft dat je via drollen-met-strikje-rond veel geld kan verdienen, en dat alles geheel doorzichtig zonder de minste schroom, leidt dus echt wel tot een planeet bezaaid met uitwerpselen.
Delvoye vond zelfs die betekenisloze machine, als spin-off van de spin-off, niet uit, hij pikte het idee ongegeneerd in een labo en promoveerde zich tot genie. Dat vind ik zo complexloos, zo radicaal en tegelijk zo onnozel, dat ik hem graag de Sanctorumprijs van de Warmste Week 2016 gun.
Niet de hersenen zijn van tel, wel een goed werkende sluitspier. Ik weet hoe moeilijk het is, elke dag een welgevormde drol te deponeren in uw brievenbus, en bij deze mochten ook even de ingewanden getoond worden die dat product vorm geven. Totale transparantie, gekoppeld aan het inzicht dat niets ertoe doet, behalve geld. Aan dat laatste moet ik dringend nog iets doen, een vast voornemen voor 2017 dat er alle vorige jaren ook al was. Het verhaal van de sluitspier enzo.
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .